Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

wat ik bedoel

All of the posts under the "wat ik bedoel" tag.

De wederopstanding van de bibliotheekopleiding. Een pleidooi

steve jobs en bill gates

Afgelopen zomer was het dertig jaar geleden dat ik mijn diploma als Jeugdbibliothecaris kreeg. Ja, reken maar even uit hoe oud ik ben. Hou er wel rekening mee dat ik nog heel jong was toen ik aan de opleiding begon. Echt héél erg jong….

Tegelijk met mij studeerden er nog zeker 40 jeugdbibliothecaressen af aan de Bibliotheek en Documentatieacademie in Tilburg. Daarnaast kregen een stuk of 60 studenten een BD of BOB diploma en ik schat zeker 100 mensen een diploma als assistent-bibliothecaris. Alleen al in Tilburg kwamen er dus zo’n 200 nieuwe bibliothecarissen of documentalisten van de opleiding. En toen waren er ook nog soortgelijke opleidingen in Den Haag, Amsterdam, Groningen, Deventer en Sittard. Geen idee om welke aantallen het daar ging maar ik vermoed dat ik niks raars zeg als ik beweer dat er in 1984 ongeveer 1000 nieuwe bibliothecarissen op de arbeidsmarkt kwamen.

Arbeidsmarkt

Die gingen zeker niet allemaal op zoek naar een baan in een bibliotheek of documentatiecentrum, een aantal mensen ging daarna een andere studie doen. Die waren eerder uitgeloot of mochten van hun ouders niet de studie van hun keuze doen. Of die wisten niet wat ze wilden gaan doen, dan was een paar jaar bibliotheekacademie een prima keuze. De basisopleiding duurde maar twee jaar, dus je verloor er niet al te veel tijd mee en de studie was fantastisch voor je algemene ontwikkeling. Maar een groot deel van die duizend mensen ging wel op zoek naar een baan. En vonden die vervolgens maar mondjesmaat. Want 1984 was de tijd van de grote jeugdwerkeloosheid. Jonge mensen vonden in het algemeen al geen werk maar de bibliotheekbranche zat helemaal op slot. Sommige oud-klasgenoten gingen als vrijwilliger werken in speciale bibliotheken in de hoop na verloop van tijd een voet tussen de deur te krijgen, wat soms lukte maar meestal niet. Anderen gaven het na een paar jaar vruchteloos solliciteren op en lieten zich omscholen. Onder druk van het arbeidsbureau vaak tot ICT-er, een nieuwe branche in opkomst.

Het instorten van de opleiding

In de jaren daarna nam het aantal studenten aan de verschillende bibliotheekopleidingen langzaam af. Volgens mij niet eens vanwege de arbeidsmarkt perspectieven, die waren er sowieso niet, maar vooral omdat de opleiding minder zichtbaar werd. Letterlijk omdat vanwege de fusies in het hoger onderwijs de bibliotheekopleidingen opgingen in grotere hbo-instellingen en ondergesneeuwd werden door hun grotere broers maar ook omdat de opleidingen zelf langzamerhand een duidelijke visie op het vak verloren. Althans, zo lijkt het achteraf gezien. Idealisme werd een vies woord (of in elk geval een beladen woord) dus dat sneuvelde als eerste. Ook de algemene vormende vakken verdwenen langzamerhand onder het mom van “je hoeft het niet te weten, als je het maar kunt opzoeken” en in de plaats daarvan kwam de nadruk steeds meer op techniek en informatica te liggen. Er was allengs minder aandacht voor het openbare bibliotheekwerk op de opleiding want die sector had studenten weinig te bieden. Zoals de opleidingsdirecteur twintig jaar geleden zei: “studenten willen geen stage meer lopen in de ob, want daar moeten ze alleen maar rotklusjes doen. Jullie maken het helemaal niet uitdagend genoeg.” In plaats daarvan ging het steeds meer over informatietechnologie en als ik de verhalen moet geloven meer over technologie dan over informatie.

De basis van het vak

Taaie stof en de vraag was wat je daar in de dagelijkse praktijk aan had, terwijl de basis van het vak toch niet veel veranderd is. De omstandigheden zijn alleen veranderd. Wij leerden dat de belangrijkste taken van de bibliothecaris-documentalist waren: “verzamelen, ontsluiten en beschikbaar stellen” van informatie. Toen werd het “selecteren, organiseren en distribueren”. En tegenwoordig noemen we dat cureren, oftewel: “filteren, organiseren, verrijken en delen”. Ok, dat is niet allemaal precies hetzelfde, maar in grote lijnen komt het wel op hetzelfde neer. Vooral in speciale bibliotheken zijn de principes van het werk hetzelfde gebleven: de vorm is veranderd: informatie is gedigitaliseerd. In plaats van iets op te zoeken in een boek of een almanak zoek je het nu digitaal. In plaats van via papieren circulatielijsten deel je informatie via social media, maar het blijft delen van informatie.

Openbare bibliotheken

In openbare bibliotheken is veel meer veranderd: daar is veel gecentraliseerd met name op het gebied van verzamelen, ontsluiten en distribueren. NBDbiblion en Bibliotheek.nl hebben ons veel werk uit handen genomen. En misschien omdat bibliothecarissen veel van die basiszaken niet meer zelf hoeven doen beginnen ze hun eigen vak overbodig te vinden. Dat lijkt me tenminste de enige verklaring voor het feit dat we onze eigen opleiding zo hebben laten verdwijnen. Openbare bibliotheken vragen in vacatureteksten zelden naar een bibliotheekopleiding. We hebben het zelfs liever niet lijkt het. Althans, die paar jonge mensen die van de opleiding afkomen en in een openbare bibliotheek willen werken klagen dat ze moeilijk aan de bak komen.

Bibliothecarissen zijn zeldzaam masochistisch: ze zijn er ontzettend goed in om hun eigen vak af te kraken. Iedereen kan alles beter lijkt het wel. En zeker bibliotheekdirecteuren: veel directeuren vinden dat bibliothecarissen niet (meer) zijn toegerust om in een hedendaagse bibliotheek te werken. Waarbij ze zichzelf dan uiteraard de uitzondering op de regel vinden. Maar lieve mensen, dat hebben we ons zelf aangedaan. We hebben ons vak zelf uitgehold, te beginnen met het rücksichtslos uitvoeren van Stef van Breugels adviezen over functie-innovatie. Het lijkt me hoog tijd voor een tegenbeweging. Voor nieuw elan, voor een wederopstanding van de bibliothecaris en van de bibliotheekopleiding. Niks ten nadele van de GO of de bestaande hbo opleidingen maar de opleiding tot Informatiemanager of Media, Information and Communicatie specialist sluit niet echt aan bij ons werkveld. Ik krijg niet de indruk dat daar veel aandacht wordt besteed aan openbare bibliotheken. Niks onderwijs, leesbevordering, laaggeletterdheid, volksverheffing of mediawijsheid. Zelfs geen retailformule.

Een nieuwe bibliotheekopleiding

We hadden al nooit een academische bibliotheekopleiding en nu die ene leerstoel bibliotheekwetenschap ook nog op de tocht dreigt te staan lijkt het me tijd voor actie. In de aanval zou ik zeggen: red niet alleen de leerstoel bibliotheekwetenschap maar zorg er ook voor dat er een volwaardige bibliotheekopleiding komt voor openbare bibliotheken. Door het verhogen van de pensioenleeftijd hebben we er plotseling twee jaar bijgekregen omdat veel collega’s nu langer zullen moeten doorwerken maar over een paar jaar gaat de grote uitstroom echt beginnen. Al die mensen die 30 jaar geleden die banen bezetten waardoor al die jongeren iets anders gingen doen zullen dan echt vertrekken. En die kun je niet allemaal vervangen door marketeers, historici, literatuurwetenschappers, bedrijfskundigen, pabo-ers en communicatiespecialisten. Daar zullen toch op zijn minst een paar mensen met een bibliotheekachtergrond bij moeten zitten om er voor te zorgen dat de boel bij elkaar blijft.

Overal ter wereld bestaan universitaire bibliotheekopleidingen (alleen in Taiwan al 11, volgens Frank Huysmans) en wij hebben niet eens een volwaardige hbo-opleiding. Toen ik dat een paar geleden uitlegde aan een paar Deense en Amerikaanse bibliotheekstudenten geloofden ze me niet. Daar is het vak onverminderd populair. Het is dus niet zo “dat studenten niet willen”, wij hebben ze gewoon niks te bieden. En ja, ook in Vlaanderen wordt de  postacademische vorming Informatie- en Bibliotheekwetenschap opgeheven maar dat lijkt me des te meer reden om in Nederland weer met een opleiding te starten. Een nieuw credo heb ik al, in plaats van “verzamelen, ontsluiten en beschikbaar stellen” stel ik voor om “inspireren, creëren en participeren” als uitgangspunt te gebruiken. Met dank aan Rob Bruijnzeels. Een opleiding waarin het sociaal-maatschappelijke belang van de openbare bibliotheek het uitgangspunt is. Met een combinatie van vakken op het gebied van educatie, communicatie, bedrijfskunde, psychologie, onderwijskunde en een flinke dosis geschiedenis van het vak. En uiteraard ook content curatie. Ik weet niet of de Rondetafelconferentie over de toekomst van het informatievak van Initiatiefgroep KEI de juiste plek is om zoiets aan te kaarten. Dat lijkt me nou juist over het technische deel van het vak te gaan. Maar daar vergis ik me misschien in. Is het niet een mooie taak voor de VOB, om zich daar sterk voor te maken? Het gaat over het voortbestaan van het vak en daarmee ook om het voortbestaan van de vereniging. Werkgroepje oprichten? Ik stem vóór.

Volgens Twitter zou bovenstaande foto van Steve Jobs en Bill Gates uit 1984 zijn. Het jaar waarin ik mijn diploma kreeg. Maar hij blijkt uit 1985, Jobs en Gates geven hier samen een persconferentie over Microsoft.

Over dromen en kwaliteit

 
Gisteravond zat ik in de Schouwburg, bij de voorstelling To be or not te be van het Zuidelijk Toneel. Een stuk naar de film van Ernst Lubitch, over een groep acteurs die in 1939 met de Duitse bezetting te maken krijgt. Het is een wervelende voorstelling, met zang en dans, standup comedy van Raoul Heertje en minstens drie radslagen van Ellen ten Damme. Maar er zit een hele serieuze onderlaag in.

Het stuk eindigt met de volgende woorden: Toneel is life. Dames en heren, het is natuurlijk onmogelijk en pathetische onzin, maar ik vraag u te geloven dat wij de geschiedenis ingrijpend hebben beïnvloed. Want dat is de macht en de magie van het theater. Soms is theater geen spiegel, maar moet de wereld zich maar eens aan ons aanpassen. Wie niet in dromen gelooft is geen realist. Zoals Primo Levi al zei; if not now, when? Wij pakken onze spullen in want we spelen vaker deze week. In Mali, Gaza, Syrie, Tsjetsjenie, Congo, Irak, zullen wij het onmogelijke mogelijk maken. Maar eerst nog naar Zwolle en Nieuwegein. Dankuwel.

Dat was mooi.

En de dag daarvoor zat ik in de Lokhorstkerk in Leiden waar Ted van Lieshout de laatste Annie M.G. Schmidtlezing hield. Van Lieshout sprak over zijn werk en over de vraag of hij zichzelf daarin op de voorgrond zette of niet. En over zijn drijfveren: hij gaat voor kwaliteit. Ik vind mijn geluk in het probéren om een zo goed mogelijk boek te maken. Ik doe dat voor die ene lezer. Die andere 3999 kinderen die jengelen om zesendertig keer hetzelfde boek kunnen de pot op. (…) Armoede, dat is wat we kinderen bieden als we ze alleen maar geven waar ze zelf om vragen. Het is óók onze taak om kinderen te geven waar ze níét om vragen, zoals inentingen en vitaminen en asperges en kunst. En kwaliteit, gewoon omdat ze niet weten dat het bestaat. Maar wij weten het wel.

Dat was ook mooi.

Dat is ook zo’n beetje wat ik bedoel met volksverheffing. Mensen iets geven  waarvan ze niet weten dat het bestaat. Iets moois, een droom, een gedachte. Waar ze misschien een klein beetje beter mens van worden. Of misschien ook niet. Maar wat ze in ieder geval op een nieuw idee brengt, of op een nieuwe mening. En dat is (ook) een taak van de bibliotheek. Om niet alleen maar meer van hetzelfde te doen, maar ook af en toe eens iets anders. Om mensen dingen te bieden die ze nog niet kennen, om ze in aanraking te brengen met nieuwe werelden en nieuwe ideeën. Want daar zijn we ooit voor opgericht. Vroeger.

Bibliothecarissen en hun beroepsethos

Op de bibliotheek- academie was beroepshouding geen apart vak. Maar de  hele opleiding was doordrenkt van een bepaalde beroepsethiek:  dienstbaar zijn (maar niet onderdanig), bijdragen aan het grotere belang (van een bedrijf of van de maatschappij), deskundig en professioneel zijn en het belang van de gebruiker boven alles zetten. Om dat goed te kunnen doen moest je expert zijn op je vakgebied en heel goed kunnen communiceren (ik zie nog het communicatieschema voor me dat meneer Karpati elke les op het bord tekende).

Als 18 jarige begreep ik er maar de helft van maar blijkbaar ben ik in die jaren zo geïndoctrineerd dat het als iets vanzelfsprekends  in me zit: het besef dat je als bibliothecaris de identiteit van de bibliotheek bepaalt, l’etat c’est moi, maar dan anders. En dan bedoel ik met bibliothecaris niet alleen degenen met een officieel diploma maar iedereen die zich met het inhoudelijke bibliotheekwerk bezig houdt.

Die inhoud kan alles zijn: de collectie, de catalogus, de uitlening, groepsbezoeken, whatever; alles wat invulling geeft aan de kerntaken van de bibliotheek. Om die inhoud, daar draait het om. Natuurlijk zijn er ook andere disciplines nodig in de bibliotheek: die bibliothecarissen  moeten worden aangenomen, rekeningen moeten worden betaald, het gebouw schoongemaakt en de infrastructuur moet in orde zijn. Allemaal onmisbaar in een goede organisatie, maar wel dienstbaar aan het grotere geheel. En daar gaat het wel eens mis wat mij betreft.

Want af en toe is er weer eens zo’n nieuwe ontwikkeling waar we ons collectief op storten en die we massaal en rigoureus omarmen. Zo rigoureus dat we het einddoel uit het oog verliezen. Vijfentwintig jaar geleden was dat automatisering, daarna functie-innovatie en nu is het marketing.

Mensen hebben wel eens de indruk dat ik iets tegen marketing heb, maar dat is niet zo. 13 jaar geleden heb ik me net zo boos (of eigenlijk bozer) gemaakt op Stef van Breugel met zijn beroepsprofielen. Hij kwam zelf  na een paar jaar ook weer terug op zijn oorspronkelijke rapport met de opmerking dat de bibliotheken het allemaal veel te letterlijk namen en het soms nogal overdreven. En dat is nou net mijn punt: omarm vooral alle nieuwe ontwikkelingen die bijdragen aan de kwaliteit van je instituut, maar hou vast aan je eigen identiteit. Ga niet blind akkoord met elk voorstel maar bedenk goed of het past bij je eigen beroepsethos. Als de schoonmaker voorstelt om tijdens openingsuren te gaan schoonmaken zodat bezoekers altijd in een schone bibliotheek terecht kunnen ga je als directeur ook niet akkoord want dat is geen gezicht. Hou vast aan je eigen identiteit.

Op de site van de ALA vindt je de Core Values of Librarianship, en die zijn lekker stevig. Wat je daar ook van vindt, duidelijk is het wel. Onze Amerikaanse collega’s zijn heel zelfbewust en weten precies waar ze voor staan: toegankelijkheid, democratie, professionalisme en sociale verantwoordelijkheid. Gaat het SIOB zoiets voor Nederland formuleren? In het kader van het programma HRM dat ze daar gaan draaien zou dat best kunnen. En de Library School, doet die nog iets aan beroepshouding? Ben bang van niet, want die hebben geen Mimmi Zuijderhoudt of Mia Flapper zoals wij toen. Maar misschien is er een alternatief te vinden…

get_footer() ?>