Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

volksverheffing

All of the posts under the "volksverheffing" tag.

Nieuw publiek voor de Schouwburg

Zina is een theatergezelschap dat voorstellingen maakt op locatie, in de wijk, met wijkbewoners. Daarmee willen ze een traditioneel theaterpubliek in aanraking brengen een nieuwe omgeving.  Het publiek komt op bezoek in deze geopende wijken, in een verhevigde werkelijkheid worden zij over de grenzen van de realiteit getild. Met hun Wijksafari voorstellingen brachten ze het theater in de wijk. In hun nieuwste project draaien ze het om: ze brengen nu de wijk het theater in. Bij de voorstelling Danton’s dood, van Toneelgroep Amsterdam ontwikkelen ze het project De Oversteek, waarbij wijkbewoners naar het theater gehaald worden.

Danton’s dood speelt zich af tijdens de Franse Revolutie. Via filmpjes als dit worden mensen gezocht die het volk willen zijn dat in opstand komt, liefst mensen die zelden of nooit in de schouwburg komen. De wijkbewoners nemen de schouwburg over, althans dat is de gedachte. Ze spelen geen rol (geen echte) maar omdat ze niet (of niet goed) bekend zijn met de wetten van het theater is de verwachting dat er onverwachte dingen zullen gebeuren op het toneel. Na afloop van de voorstelling blijven ze slapen, op het toneel of op andere plekken in het theater en ’s ochtends is er een gezamenlijk ontbijt onder het motto: vrijheid – gelijkheid – broederschap.  Ook theaterbezoekers mogen blijven slapen, voor zover er plek is. En het loopt storm geloof ik, zowel met “volk” als met bezoekers die willen overnachten.

oversteek

 

In elke stad waar het stuk gespeeld wordt, wordt weer een nieuw volk gezocht. De mensen van Zina gaan de boer op om actief te werven, op niet-traditionele plekken als wijkcentra en voedselbanken. Daarna worden er informatiemiddagen georganiseerd en repetities. De wijkbewoners spelen dan wel geen echte rol, er moeten wel degelijk afspraken gemaakt worden. Ik ben heel benieuwd hoe het uit gaat pakken, niet alleen in de voorstelling maar ook daarna. Werkt het drempelverlagend? Kom je eerder naar een voorstelling in de Schouwburg als je er een paar keer geslapen hebt of als je bekend bent achter de schermen? Levert het een nieuw publiek op voor de Schouwburg? Dat zou mooi zijn. Misschien zouden bibliotheken daar een les uit kunnen trekken, uit deze aanpak. Alleen al vanwege hun sloganWant ook de schouwburg is een buurthuis, een plek om te verblijven! Klinkt bekend nietwaar? Een plek om te verblijven?

Ik ga het met eigen ogen bekijken, op 12 februari. Kijken of het gewerkt heeft, dat actief werven.

Over dromen en kwaliteit

 
Gisteravond zat ik in de Schouwburg, bij de voorstelling To be or not te be van het Zuidelijk Toneel. Een stuk naar de film van Ernst Lubitch, over een groep acteurs die in 1939 met de Duitse bezetting te maken krijgt. Het is een wervelende voorstelling, met zang en dans, standup comedy van Raoul Heertje en minstens drie radslagen van Ellen ten Damme. Maar er zit een hele serieuze onderlaag in.

Het stuk eindigt met de volgende woorden: Toneel is life. Dames en heren, het is natuurlijk onmogelijk en pathetische onzin, maar ik vraag u te geloven dat wij de geschiedenis ingrijpend hebben beïnvloed. Want dat is de macht en de magie van het theater. Soms is theater geen spiegel, maar moet de wereld zich maar eens aan ons aanpassen. Wie niet in dromen gelooft is geen realist. Zoals Primo Levi al zei; if not now, when? Wij pakken onze spullen in want we spelen vaker deze week. In Mali, Gaza, Syrie, Tsjetsjenie, Congo, Irak, zullen wij het onmogelijke mogelijk maken. Maar eerst nog naar Zwolle en Nieuwegein. Dankuwel.

Dat was mooi.

En de dag daarvoor zat ik in de Lokhorstkerk in Leiden waar Ted van Lieshout de laatste Annie M.G. Schmidtlezing hield. Van Lieshout sprak over zijn werk en over de vraag of hij zichzelf daarin op de voorgrond zette of niet. En over zijn drijfveren: hij gaat voor kwaliteit. Ik vind mijn geluk in het probéren om een zo goed mogelijk boek te maken. Ik doe dat voor die ene lezer. Die andere 3999 kinderen die jengelen om zesendertig keer hetzelfde boek kunnen de pot op. (…) Armoede, dat is wat we kinderen bieden als we ze alleen maar geven waar ze zelf om vragen. Het is óók onze taak om kinderen te geven waar ze níét om vragen, zoals inentingen en vitaminen en asperges en kunst. En kwaliteit, gewoon omdat ze niet weten dat het bestaat. Maar wij weten het wel.

Dat was ook mooi.

Dat is ook zo’n beetje wat ik bedoel met volksverheffing. Mensen iets geven  waarvan ze niet weten dat het bestaat. Iets moois, een droom, een gedachte. Waar ze misschien een klein beetje beter mens van worden. Of misschien ook niet. Maar wat ze in ieder geval op een nieuw idee brengt, of op een nieuwe mening. En dat is (ook) een taak van de bibliotheek. Om niet alleen maar meer van hetzelfde te doen, maar ook af en toe eens iets anders. Om mensen dingen te bieden die ze nog niet kennen, om ze in aanraking te brengen met nieuwe werelden en nieuwe ideeën. Want daar zijn we ooit voor opgericht. Vroeger.

Over orkesten en volksverheffing

Whoever says audiences for classical music & opera are inevitably white & grey-haired? Royal Philharmonic Orchestra at Shoreditch Festival  Originally uploaded by Jonathan B50

Met veel interesse net een artikel in een oude NRC gelezen over het Nederlands Philharmonisch Orkest dat probeert om een nieuw publiek in aanraking te brengen met klassieke muziek door concerten te geven in zorgcentra en buurttheaters. Gratis. Niet om nieuwe klanten te werven maar omdat ze het belangrijk vinden om een breed publiek in aanraking te brengen met klassieke muziek. En het werkt, de concerten zijn een groot succes, afgemeten aan de reacties van het publiek.

Lekker ouderwetse volksverheffing, prima vind ik dat. Zoals de bibliotheken ook veel nadrukkelijker zouden moeten doen. Maar wij twijfelen te veel, zijn te onzeker over onze eigen deskundigheid of zijn er zelfs ronduit tegen. Ik begrijp nooit zo goed waarom want in de volksverheffing liggen de wortels van ons vak en daar ontlenen we ons bestaansrecht aan. Misschien een vorm van overcompensatie?

In het krantenartikel dook ook de naam van Hans Abbing weer op, de kunstsocioloog die zich ergert aan de stijve concertetiquette. Hij voorspelt dat het publiek steeds verder zal vergrijzen, de zalen steeds leger zullen worden en dat het afgelopen zal zijn met veel professionele orkesten. En dat klonk ook heel bekend: weer zo’n man die zijn eigen ervaringen, zijn eigen beleefwereld generaliseert en omzet in boude uitspraken over een hele sector. Daar kennen we er in onze sector ook veel van: “ik lees de laatste tijd eigenlijk zelden meer een boek, mijn kinderen lezen helemaal niet meer, dus zal het boek verdwijnen”. Erg kort door de bocht. Het staat uiteraard iedereen vrij om kort door de bocht zijn mening te verkondigen, maar waarom neemt onze sector dat soort kreten altijd zo ontzettend serieus en waarom laten we ons daardoor zo opjutten? Ja, ik ken het rapport van het SCP maar als er iemand is die zich tegen deze trend zou moeten keren zijn wij het wel. Het SCP schetst scenario’s en de clou van een scenario is dat dat iets beschrijft dat zou KUNNEN gebeuren, dat hoeft dus niet. Maar dan moet je er wel iets aan doen.

In de klassieke muziekwereld boeken ze succes, niet overal maar de jongerenvereniging van het Concertgebouw kent inmiddels al 4500 leden. De orkesten doen dan ook hun uiterste best om te vernieuwen: ze organiseren meezingconcerten, familieconcerten en cross-overconcerten, ze geven introducties en naborrels en regelen andere vormen van catering. Wij blijven toch vaak hangen in een glaasje supermarktwijn uit een plastic bekertje na een lezing tussen de kasten van de studiezaal. Hup, erop uit zou ik zeggen. Ga iets leuks doen!

Volksverheffing en idealen

 

 Ik las dat het Vara TV Magazine na een restyling weer ouderwets Varagids gaat heten en dat deed mij denken aan de functie van bibliothecaris. Een rare associatie misschien, maar ik leg het straks uit.

Ik heb al eens eerder geschreven dat ik het zo jammer vindt dat het lijkt of het idealisme is verdwenen uit ons vak. Het lijkt wel alsof bibliotheekdirecteuren alleen nog maar bezig zijn met ondernemertje spelen en dat (als een reactie daarop?) bibliothecarissen zich steeds meer in hun eigen wereldje terugtrekken. Ze zijn overrompeld door wat er allemaal gebeurd in de grote boze buitenwereld en doen heel erg hun best om het aanbod van de bibliotheek nog  beter en nog breder te maken want dan vinden de mensen ons vanzelf wel. En als ze ons niet vanzelf vinden gooien we er gewoon nog een marketingcampagne tegenaan.

 

Maar zo werkt dat niet. Aan ons aanbod ligt het niet. Het ligt aan de manier waarop we er mee omgaan. Bibliothecarissen zijn over het algemeen veel te bescheiden en kennen weinig beroepseer. Daarnaast zijn ze ook nog eens heel erg genuanceerd: “dit is wel een aardig boekje maar volgens mij is er een paar weken geleden ook nog iets anders verschenen maar dat hebben we helaas niet want de NBD heeft het nog niet aangeboden”.  “En ik heb eigenlijk ook niet zoveel verstand van dit onderwerp maar mijn collega die dat wel heeft werkt nooit op dinsdag”. Zoiets. Terwijl je eigenlijk moet zeggen (of in elk geval uitstralen): “ik sta hier omdat ik er verstand van heb en dit is voor u het beste boek dat we hebben over dit onderwerp. We hebben ook nog wel iets beters/leukers maar dat is te moeilijk/makkelijk voor u”. Als jeugdbibliothecarissen dat doen vindt iedereen dat normaal, bij volwassenen heet dat betutteling. 

 

 

Maar volgens mij is dat wel de beroepshouding die we moeten hebben als we een Warenhuis van kennis en informatie willen zijn. Want als we een warenhuis zijn wil ik de Bijenkorf zijn en niet de V&D. Ik wil toonaangevend zijn en geen slap aftreksel. En volgens mij kan toonaangevend best samen gaan met volksverheffing als je dat tenminste goed aanpakt. Want hoe kunnen we er anders voor zorgen dat onze burgers goed geïnformeerd zijn en constructief deelnemen aan het maatschappelijk leven? Want dat moet van het Unesco Manifest.

 

En wat heeft dat nou te maken met de Varagids? De reden voor de naamswijziging is dat “bij het huidige grote media-aanbod mensen behoefte hebben aan een gids die het kaf van het koren scheidt. We willen nog duidelijker en nadrukkelijker een selectie bieden zonder aan diepgang in te boeten” volgens de uitgever. En volgens mij is dat precies wat bibliothecarissen ook moeten doen.

get_footer() ?>