Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

personeelsbeleid

All of the posts under the "personeelsbeleid" tag.

Een vliegende mus

birds2Vorige week hebben we een oom begraven. Tijdens de herdenking in het crematorium werd gememoreerd dat een van zijn favoriete uitdrukkingen was: “een vliegende mus vangt meer dan een zittende mus”.  Mijn moeder gebruikt een variatie daarop: “een vliegende mus vangt altijd iets’. Ik heb eerlijk gezegd altijd gedacht dat ze die uitdrukking zelf verzonnen had, maar het blijkt dus een heus spreekwoord te zijn.

Mooie uitdrukkingen vind ik het, omdat ze zo beeldend zijn. Mijn moeder gebruikt de hare standaard als ze weer eens thuis komt met armen vol bloemen die ze “gekregen” heeft van haar broer, de hovenier. Of  met een leuk vaasje dat ze gevonden heeft bij het helpen met opruimen van de kelder/zolder/berging van een van de vele clubjes waar ze lid van is. Altijd bezig, altijd in beweging en vaak niet met lege handen thuiskomen.

Dat beeld van steeds in beweging zijn probeer ik nu al een paar dagen te koppelen aan het begrip agile librarian. Want een lenige bibliothecaris willen we allemaal wel zijn. Of bijna allemaal. Maar hoe doe je dat, behendig zijn? Waar begin je? En hoe maak je duidelijk aan je medewerkers of collega’s wat het betekent om agile te zijn? Zeker als die al heel erg lang hetzelfde werk doen en een beetje terugschrikken van iets nieuws? Dit lijkt me een mooi beeld om mee te beginnen: wees een vliegende mus. Stel je open. Ga op pad en kijk wat je onderweg tegenkomt. En wie je tegenkomt. En wat voor kansen er liggen in je eigen omgeving.

Gaan we niet een beetje dood van binnen? vroegen Jeroen en Joost zich vorig jaar af. Ze lanceerden op Open Bibliotheek een verregaand voorstel om nieuw bloed in de branche een kans te geven. Hun voorstel heeft het niet gehaald, maar het zorgde wel voor een flinke discussie over de toekomst van het vak op het platform. Nuttig. Het blijft lastig om handen en voeten te geven aan zo’n discussie, maar het beeld van de vliegende mus werkt wat mij betreft. Ik ga hem in het nieuwe jaar introduceren op mijn werk, eens kijken of hij ook aanslaat buiten mijn familie.

Boter op het hoofd : the sequel…

Mijn vorige post heeft nogal wat reacties opgeroepen, zowel hier als op twitter. Genuanceerd maar niet al te uitvoerig schrijven is blijkbaar een kunst die ik niet zo beheers.

Daarom nog even voor alle duidelijkheid:

Nee, ik ben niet tegen expertise van buitenaf.

Nee, ik vind niet dat bibliothecarissen altijd gelijk hebben.

Nee, ik vind niet dat je je alleen maar bibliothecaris mag noemen als je een diploma van een bibliotheekschool hebt.

Nee, ik vind niet alle directeuren en leidinggevenden stom (voor alle duidelijkheid: ik hoor zelf tot die categorie).

Nee, ik vind niet dat de bibliotheek net zo moet blijven alstie altijd is geweest.

en

Ja, ik vind dat veel bibliothecarissen zich te passief opstellen en hun eigen verantwoordelijkheid ontlopen. (duiken en hopen dat de bui wel zal overwaaien)

Ja, ik vind dat veel leidinggevenden op een verkeerde manier met die passiviteit omgaan. (roepen dat “ze” niks willen)

Ja, ik vind dat veel bibliotheken te hard meewaaien met externe ontwikkelingen en daarbij het doel van de bibliotheek te zeer uit het oog verliezen.

Ja, de bibliotheek moet onder ogen zien dat zijn traditionele functie in een neerwaartse spiraal zit en daar als de sodemieter een antwoord op verzinnen.

En ja: als “de bibliotheek” slim is doet ie dat laatste als geheel. Met gebruik van alle expertise die er in de organisatie aanwezig is, van zowel de bibliothecarissen (met/zonder diploma) als de andere deskundigen. Waarbij ieders deskundigheid op waarde wordt geschat en niet wordt weggezet onder de noemer “die heeft ook altijd wat te zeuren” of  “die weet niet hoe het in de praktijk gaat”. Als het in jouw organisatie al op deze manier gaat: mooi zo, hou dat vol! Maar in een heleboel organisaties gaat het niet zo, en daar wilde ik even de aandacht op vestigen.

Boter op het hoofd en zo..

 Een tijdje gelegen kreeg ik een mailtje van een bibliothecaris dat maar in mijn achterhoofd blijft rondzingen. De (mij onbekende) lezer reageerde op een ouder stuk over Beroepshouding en ze schreef o.a. het volgende:

Juist op een moment dat ik het, om het modieus te zeggen ‘helemaal gehad heb’ met de openbare bibliotheek-moraal van nu en ik eindelijk besloten heb me af te sluiten voor het vak anno 2011. (…) Ik ben dus precies het tegendeel van iemand die ‘Ten aanval’ roept. Ik heb dat een tijdlang erg oneervol en laf gevonden van mezelf, maar ik ben nu wel opgelucht. Niet meer gedwongen modieus, innovatief en verjongend moeten zijn, met de hete adem van de nieuwe tijd in je nek en zo wezenlijk andersdenkend. En wat kan ik terugverlangen naar mevrouw Zuyderhoudt en juffrouw Flapper en al die anderen. En naar mezelf, toen ik zo trots en blij was dat ik in de bibliotheek werkte.

Vooral die laatste zin trof me: “trots en blij” om in de bibliotheek te werken. Dat is denk ik precies wat er ontbreekt de laatste tijd. Natuurlijk zijn er een heleboel bibliothecarissen die wel trots zijn op hun bieb en gaan de meeste mensen wél blij naar hun werk maar voor mijn gevoel zijn er steeds meer mensen zoals deze bibliothecaris, die het opgegeven hebben, die geen zin meer hebben. En dat is zonde, niet alleen voor die mensen maar ook voor de branche. Die desinteresse is denk ik wel verklaarbaar, want de gemiddelde (openbare) bibliotheekmedewerker heeft nogal wat tegengestelde boodschappen gekregen in zijn carriere.

Op de BDAT werd ik opgeleid tot Jeugdbibliothecaris, we waren specialist, we moesten idealen hebben en we moesten de wereld beter gaan maken. Toen kwam Stef van Breughel ons vertellen dat ons werk eigenlijk helemaal niet specialistisch was en eigenlijk ook geen hbo-niveau en dat we ons dus vooral niks moesten verbeelden. Als gevolg daarvan moesten we allemaal generalisten worden, werd de hele boel omgegooid en werd bijna iedereen ongelukkig want iedereen moest werk doen waar die geen verstand van had. Nog later bleek er wel degelijk behoefte te zijn aan specialisten, maar dan vooral op hele andere gebieden wat tot de intocht van communicatie medewerkers, neerlandici en pabo-studentes leidde. Die in het algemeen niet lang bleven zodat we daarna werden overgenomen door marketeers en retailers.

En ik heb uiteraard niks tegen communicatie medewerkers, neerlandici, pabo-studenten en marketeers maar ik ben het principieel niet eens met het idee dat een branche gered kan worden door buitenstaanders. Wij (bibliothecarissen) zijn de branche, dus we moeten het zelf doen, we moeten ons zelf redden. De reactie die ik zie op al die niet-bibliothecarissen is tweeledig: mensen gaan óf achterover leunen want iemand anders komt nu de oplossing brengen en dus hoeven ze zelf niks meer te doen óf mensen geven het op en kruipen in hun schulp zoals in bovenstaand mailtje. In beide gevallen zetten de bibliothecarissen (de vakmensen) zichzelf buiten spel. En dat vind ik dom. Begrijpelijk, maar dom.

Wat ik nog veel dommer vind is de reactie van een heleboel bibliotheek managers daarop: namelijk ongeduld en irritatie. Want dat helpt namelijk niet. Je kunt niet eerst jarenlang roepen dat mensen niet deugen en vervolgens boos worden dat ze niet staan te trappelen om je blind te volgen. Want dat werkt natuurlijk niet. Begin eens met je mensen serieus te nemen, luister naar ze en geef ze vertrouwen. Sta niet alleen vanaf de de zijkant te roepen dat “ze” het niet goed doen maar doe zelf ook moeite en geef het goede voorbeeld. Zelfs als jij nog niet in deze organisatie werkte ten tijde van Stef van Breughel en ook als jij nooit gezegd hebt dat jouw medewerkers niet deugen. Zeg eens dat ze wél deugen, da’s veel effectiever. En ja, het is heel vervelend dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid niet nemen, maar stampij maken helpt dan niet, daarmee kruipen die mensen alleen nog maar verder in hun schulp. Zorg dat ze daar weer uitkomen, op wat voor manier dan ook.

Zorgen dat die teleurgestelde bibliothecarissen weer enthousiast worden en weer trots zijn op hun vak, dat lijkt me de uitdaging voor de toekomst. Want we hebben trotse bibliothecarissen nodig in deze barre tijden. Broodnodig

Het probleem van de vrouwen

Toen ik deze kaart (van de onovertroffen Kartoenfabriek) tegen kwam moest ik meteen weer denken aan het thema dat ik al eerder aansneed: hoe kan het dat in een vrouwenbranche als de onze alle invloedrijke functies vervuld worden door mannen?

De directeuren van de vier grote bibliotheken zijn mannen en onze branche wordt opnieuw ingericht door louter mannen.  Ik weet niet hoe de verdeling man/vrouw is als je alle directeuren uit het land op een rijtje zet? Ik ken alleen de situatie in Noord- en Zuid-Holland uit eigen ervaring en zo uit mijn hoofd is de verdeling daar ongeveer fiftyfifty, met misschien een lichte voorsprong voor de vrouwen.

Hoe kan zoiets in een branche die zo vol zit met vrouwen?

Waarschijnlijk omdat mannen zich meer roeren of omdat ze plat gezegd “een grotere bek hebben”? Als je de verslagen van de ledenvergaderingen van de VOB leest zie je dat de mannen daar het hoogste woord hebben. Ik ben er zelf helaas nooit geweest, dus ik moet het met de verslagen doen, en met wat je zo in de wandelgangen hoort. Daar wordt soms een beetje meewarig gedaan over al die druktemakers. Zit daar dan het probleem? Slaan de vrouwen in de zaal die mannen geamuseerd gade en laten ze de jongens hun gang maar gaan? Want ik kan me niet voorstellen dat de discussies zo hoogstaand zijn dat de vrouwen te geïmponeerd zijn om mee te durven doen. Maar dat heeft wel tot gevolg dat de vrouwen zichzelf buitenspel laten zetten.

Of zou het een complot zijn? Dat alle mannen samenspannen om de vrouwen buiten hun clubjes te houden? Zoals vroeger op het schoolplein: toen de jongens hun stomme spelletjes gingen doen waarbij de meisjes werden buitengesloten?

’t Zal toch niet? Maar belangrijker is: hoe komen we daar van af? Want de situatie is te bizar voor woorden. Of zijn de vrouwen in de branche zo overgeëmancipeerd dat ze daar geen oog meer voor hebben?

Kunst voor het personeel

 

 

 

 

 

In 1960 nodigde Alexander Orlow, directeur van de Turmac sigarettenfabriek in Zevenaar, dertien kunstenaars uit om een kunstwerk te maken voor de productieruimtes van zijn fabriek. Zijn idee was dat kunst een beroep doet op de verbeeldingskracht en ruimte vrij maakt voor emotie.  ‘Leef terwijl je werkt’ was zijn credo, daarom was het thema van de eerste werken “Levensvreugde”. De medewerkers moesten even wennen maar raakten al snel erg gehecht aan de kunstwerken. Proef geslaagd zou je zeggen, stelling bewezen. Fijn.

Met dit initiatief trok hij wereldwijd de aandacht: hij bouwde een mooie collectie op die internationaal gewaardeerd werd. Behalve de werkomstandigheden van zijn personeel bevorderde hij zo ook het imago van zijn bedrijf, de collectie werd de Peter Stuyvesantcollectie genoemd, naar het bekendste sigarettenmerk dat Turmac produceerde. Slim.

Maar tijden veranderen: de regels rondom sponsoring door de tabaksindustrie zijn verandert waardoor de naam van de collectie niet meer gebruikt mocht worden en Turmac is inmiddels overgenomen door een ander bedrijf. De fabriek in Zevenaar wordt gesloten en de nieuwe eigenaar wil de collectie verkopen. Jammer, maar zo gaan die dingen.

In het NRC van vrijdag stond een artikel over de verkoop: een aantal mensen in de kunstbranche maakt zich boos dat BAT (de nieuwe eigenaar) geen gebaar maakt naar de museumwereld omdat ze bij het samenstellen van de collectie veel hulp hebben gekregen van de branche en tegen museumkorting hebben mogen inkopen. Niet erg chic van BAT inderdaad, maak een gebaar(tje) zou je zeggen. Kunnen ze gemakkelijk doen, er is genoeg.

Maar mijn broek zakt af als ik in hetzelfde artikel lees dat de collectie op kantoor ook zal verdwijnen, want “kunst aan de muur past niet meer bij het bedrijf zoals het nu is. Het leidt volgens het nieuwe management af van waar onze focus moet liggen: sigaretten verkopen.” Terwijl op de website van BATART nog volop gesproken wordt over kunst naar de mensen toe brengen ziet het management kunst dus als afleiding. Hoe stom kun je zijn? Dat ze er niet meer in willen investeren snap ik, dat ze verkopen waar ze geen plek voor hebben en geen rondleidingen meer willen geven snap ik ook, maar dat ze zelfs de kunst op kantoor afstoten snap ik niet. Die collectie hebben ze toch al? Wat gaan ze daarna doen? Alle medewerkers een ingelijste poster geven voor aan de muur? Of mogen er alleen nog maar planborden en productieschema’s hangen?

Bah, wat kortzichtig. De kunstcollectie verkopen (dat verkopen waar de medewerkers trots op zijn) en vervolgens het personeel op cursus sturen om de companypride te verhogen zeker. Jakkes.

get_footer() ?>