Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

mening

All of the posts under the "mening" tag.

Hoezo mag de klassieke bibliotheek niet meer?

Een paar maanden geleden werd ik op Twitter gecorrigeerd door iemand omdat ik de term ‘uitleenfabriek’ gebruikte. De term uitleenfabriek suggereert dat we alleen maar boeken uitlenen en bibliotheken waren altijd veel meer dan alleen dat. Wat diegene precies schreef weet ik niet meer want ik kan niet meer terugvinden wie dat ook alweer was die me daarop wees. In eerste instantie vond ik het een beetje flauw. Maar hoe langer ik er over nadenk hoe meer ik me realiseer dat diegene groot gelijk heeft.

Ik vind het zelf eigenlijk wel een lekker woord, uitleenfabriek, ik gebruik het al jaren. Ik heb meer problemen met mensen die het begrip “klassieke bibliotheek” gebruiken als iets negatiefs en dat is een irritatie in dezelfde categorie. Al die mensen die vinden dat de “klassieke bibliotheek” niet meer kan en dat die een transitie moet doormaken. Want de klassieke bibliotheek is een uitleenfabriek en dat is ouderwets en de nieuwe bibliotheek is hip want nieuw en die heeft een ‘community librarian’, want dat is nog hipper.

Mensen: hou daar eens mee op, met die flauwekul. Het doel van bibliotheken is altijd geweest om toegang te bieden tot kennis en informatie en om het lezen te bevorderen. Dat kun je op een heleboel verschillende manieren zeggen, je kunt het hebben over volksverheffing, literatuurpromotie, stimuleren van cultuur of over een leven lang leren maar we doen al meer dan honderd jaar in principe ongeveer hetzelfde, al gebruiken we nu andere middelen dan toen. En inderdaad: een paar jaar geleden was er een stroming binnen onze branche die zei dat bibliotheken op boekhandels moesten gaan lijken. Want boekhandels waren sexy en succesvol. Er werden retailformules bedacht omdat het dé manier zou zijn om de teruglopende uitleencijfers van bibliotheken op te krikken en die werden door een aantal bibliotheken overgenomen. Díe bibliotheken zou je een uitleenfabriek kunnen noemen, want hun doel was om zoveel mogelijk boeken uit te lenen. Ik kan niet goed inschatten over hoeveel bibliotheken we het dan hebben. In bepaalde provincies werd deze formule breed uitgerold en de meeste bibliotheken in Nederland namen elementen van dat retailconcept over om hun collectie aantrekkelijker te presenteren. Maar volgens mij zijn heel veel bibliotheken gewoon blijven doen wat ze altijd al deden: mensen helpen bij het vinden van informatie en een plek in de gemeenschap zijn voor iedereen. Maar dan met hun boeken net iets leuker gepresenteerd dan voorheen.

Vanwege de vergrijzing van de branche verlaten nu een heleboel collega’s het vak die weten hoe dat moet: er voor zorgen dat iedereen zich welkom voelt in de bibliotheek. Die oude rotten worden vervangen door nieuwe mensen, met nieuwe ideeën maar zonder bibliotheekopleiding omdat die niet meer bestaat. En die nieuwe mensen hebben nieuwe kwaliteiten maar ze missen de kennis en ervaring om van de bibliotheek de plek in de gemeenschap te maken waar iedereen zich thuis voelt. En daarom worden er nu nieuwe opleidingen uit de grond gestampt, zoals de opleiding tot community librarian. Ik vind het zelf een rotwoord (want hoezo opeens een Engelse term?) maar de opleiding zelf lijkt me prima. Studenten leren daar hoe ze er voor kunnen zorgen dat wat er in de bibliotheek gebeurt aansluit bij wat er in hun eigen gemeenschap leeft. Ze leren hoe ze in hun dienstverlening mensen kunnen stimuleren om zichzelf te verbeteren. Om te doen waar bibliotheken voor zijn opgericht en wat ze altijd al gedaan hebben dus. Je zou kunnen zeggen dat die bibliotheken met een community librarian dus weer teruggaan naar het klassieke bibliotheekwerk: ophouden met het zijn van een uitleenfabriek en weer opnieuw gaan doen waar je altijd al mee bezig was. Maar dan met nieuwe middelen.

De term ‘klassieke bibliotheek’ wordt de laatste tijd steeds vaker als een soort scheldwoord gebruikt. Het suggereert hoge boekenkasten en mahoniehouten tafels met koperen leeslampjes en een bibliothecaresse die vanachter haar catalogusbak fluistert dat je stil moet zijn. Er is geen openbare bibliotheek in Nederland die er zo uitziet. Tot verdriet van sommige bezoekers overigens. Al bijna 50 jaar niet meer want sinds de jaren ’70 zijn openbare bibliotheken bezig met het aansluiten bij waar mensen mee bezig zijn. De manieren waarop ze dat doen zijn in de loop van de tijd veranderd en de ene bibliotheek is daar actiever of beter in dan de ander. Maar ze zijn er allemaal mee bezig en ze doen allemaal hun best. Dus ik vind het nogal gemakkelijk om nu iets anders te suggereren. Om die paar bibliotheken die de laatste paar jaar al hun energie hebben gestopt in het uitlenen van zoveel mogelijk boeken als maatstaf te nemen en te roepen dat alle bibliotheken uitleenfabrieken zijn en dat het van nu af aan anders moet. Ik snap het wel, want dat bekt lekker. En het maakt de boodschap zo helder en dat moet van communicatie, zorgen dat je een heldere boodschap hebt. Maar het klopt niet. Want de meeste bibliotheken zijn nooit uitleenfabrieken geweest en de klassieke bibliotheek had altijd al een maatschappelijk/educatieve functie. Dus zullen we stoppen met het gebruik van die term uitleenfabriek en ook de uitdrukking klassieke bibliotheek niet meer in negatieve zin gebruiken? Want daarmee doen we onszelf en onze eigen geschiedenis te kort.

En voordat iemand nou zegt “wat maakt het nou uit hoe je iets noemt, het zijn toch maar woorden?”; daar zijn wij van, van woorden. Van taal. Dus laten we in elk geval over ons eigen vak de juiste woorden gebruiken. Lang leve de klassieke bibliotheek. En lang leve de bibliothecaris!

Knuppel in een hoenderhok of boemerang?

Hein de kort bibliotheek

Wat zou Annemarie van Gaal bezield hebben, met haar column van vorige week waarin ze vaststelde dat bibliotheken tegenwoordig geen functie meer hebben? En waarin ze dacht dat achterhaalde instituut met een paar originele tips weer nieuw elan te geven?

Was ze zich aan het voorbereiden op haar optreden als dagvoorzitter annex reisleider van de VOB bijeenkomst over een toekomstbestendig financieringsmodel en kwam ze in tijdnood voor haar column? Zodat ze zich er met het intrappen van een paar open deuren vanaf probeerde te maken? Van die column? Was het misschien een opzetje om reclame te maken voor die bijeenkomst? Of had ze even een black-out en dacht ze echt dat ze een origineel stukje schreef?

Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen van Van Gaal. Zij heeft ook vast goede herinneringen uit haar lagereschooltijd aan de bibliotheek dus ze draagt het instituut als zodanig waarschijnlijk best een goed hart toe. En we hebben haar als succesvol ondernemer zelf gevraagd om ons te gidsen dus daar neemt ze alvast een voorschotje op. Alleen wel jammer dat ze in de reflex schiet van het televisieprogramma waarin ze gezinnen die financieel in de problemen zitten helpt. Die gezinnen spreekt ze streng toe, dwingt ze te bezuinigen, stimuleert ze om een nieuwe of een extra baan te zoeken en geeft ze een schouderklopje als ze aan het einde van het programma weer op eigen benen staan. Helaas is de wereld van de openbare bibliotheken niet te vergelijken met die van een gezin dat niet met geld kan omgaan. Was het maar zo simpel.

Ik las de column vorige week dinsdag, in de trein op weg naar BibliotheekPlaza. Ik moest er een beetje van zuchten. Een paar jaren geleden was ik waarschijnlijk onmiddellijk in pen geklommen om een woedend stukje te schrijven maar nu werd ik er zelfs een beetje lacherig van. Zou Van Gaal nou echt denken dat we die ideeën niet zelf ook al eens gehad hadden? Dat we met zijn allen onder een steen wonen? En ik was ook wel aangenaam verrast door de reacties die er op dat moment al op de site van het FD stonden. Een paar voorspelbaar instemmende reacties, maar het merendeel begon toch met het aanbrengen van nuances of nam het zelfs uitgesproken op voor de bibliotheek. Daar werd ik eigenlijk wel blij van. Want het is altijd beter als anderen reclame voor je maken, dan wanneer je dat zelf doet. Ja toch? Voor mij is dat wel een teken dat er iets veranderd is in het denken over nut en noodzaak van de bibliotheek. Dat platte waar-hebben-we-een-bibliotheek-voor-nodig-want-alles-staat-toch-op-internet denken verdwijnt naar de achtergrond. Onze boodschap dat we toch echt wel meer dingen doen dan boeken uitlenen begint langzaam door te dringen. Fijn.

Wat overigens niet wegneemt dat ik het stuk van Jacques Malschaert niet een heel goed stuk vind en dat het goed is dat er vanuit de branche weerwoord wordt gegeven. Dat geldt ook voor het stuk van de voorzitter van onze branchevereniging. Maar ik vind het ook fijn om te zien dat de knuppel die Van Gaal in het hoenderhok dacht te werpen begint te veranderen in een boemerang.

Overigens is het businessmodel van het Financieele Dagblad mij een raadsel: de column van Annemarie van Gaal was gewoon te lezen, als niet-lid zijnde. Totdat ik inging op hun aanbod om me te registeren, sinds die tijd krijg ik bij alles wat ik op die site aanklik de melding dat ik mijn limiet voor deze maand al bereikt heb. Dus doe het niet, dat registreren. Nergens voor nodig want als niet geregistreerde zie je veel meer.

In de loopgraven van het bibliotheekwerk?

SONY DSCGisteren schreven zowel Edwin als Jeroen een nogal pessimistisch / boos / teleurgesteld stuk over de vermeende loopgraven van het bibliotheekwerk. Wat precies de aanleiding voor de stukken was is me niet helemaal duidelijk. En of het toeval was dat ze allebei op dezelfde dag zo’n stuk schreven weet ik ook niet. Misschien hebben ze een vervelende ervaring gehad bij een van de talloze projecten waar ze samen zo energiek aan werken, dat kan. Of misschien hadden ze toevallig allebei een K-dag, dat kan ook.

De discussie op de site van het Bibliotheekblad naar aanleiding van de tirade van Rob Bruijnzeels tegen Fablabs in de bibliotheek zal daar ongetwijfeld iets mee te maken hebben. En daarbij helpt het niet dat de discussie nu uitsluitend via het internet gaat. Want “op papier” met iemand een gesprek voeren is ingewikkelder dan “in het echt”. Je krijgt sneller misverstanden en dingen die je zegt worden al snel groter dan je ze bedoeld had. Dat is bij mij tenminste al snel het geval.

Maar dat sommige mensen het woord loopgraven gebruiken snap ik wel. Het roept namelijk wel meteen een sterk beeld op. Zie bijvoorbeeld de reactie van de Formulemanager Landelijke Bibliotheekformule bij de peiling van Bibliotheekblad over de retailformule. Ze begint met te zeggen dat ze de hele discussie een non-discussie vindt en herhaalt nog maar eens dat bibliotheken in sommige dingen heus zelf wel een keuze mogen maken. Pats-boem, deur dicht. Einde discussie. Die er toch al niet was. En die er op deze manier dus ook niet zal komen. Want daar heeft deze formulemanager helemaal geen behoefte aan, ze wil niemand overtuigen en ook niet zelf overtuigd worden van iets maar ze wil gewoon haar formule uitrollen. En dat is haar goed recht. Daar wordt ze voor betaald. En als iemand de formule aanvalt, dan verdedigt de formulemanager die. Zo simpel is dat. En als je het hebt over verdedigen en aanvallen dan komen de loopgraven ook al snel om de hoek kijken.

We zijn als branche niet erg goed in discussies voeren, we hebben vooral allemaal een mening. Liefst allemaal een andere. En we zijn niet snel bereid om onze mening aan te passen maar we willen eigenlijk vooral snel iets met die mening gaan doen. Liefst iets praktisch, iets met een model, of een formule, of met etiketten desnoods. Eens rustig nadenken over de voor- en nadelen van die mening, eens peilen hoe anderen daar tegen aan kijken en dan die mening eventueel bijstellen doen we zelden. En dat is jammer. Want daarmee zou de branche een stuk sterker staan.

En ja, ik weet dat er heus wel discussies worden gevoerd. Binnenshuis. Als er over het business-model of het projectplan wordt gediscussieerd. En in de ledenvergadering van de VOB wordt zo te zien ook stevig gepraat. Maar dat blijft allemaal in hetzelfde kringetje. Terwijl ieder idee sterker wordt van tegenwind. Waarom zoeken we dat niet meer op? Waarom organiseren we die discussie niet beter? En dan niet via weer een digitaal platform, want dat discussieert niet lekker: dan wordt het weer meningen naar elkaar smijten. Maar gewoon, via een goed gesprek. Ideetje voor de volgende Bibliotheektweedaagse? Een paar ronde-tafel-gesprekken over nieuwe plannen, waarbij iedereen bereid is om te luisteren en zijn mening (of zijn plan) aan te passen.

En voordat daar weer onduidelijkheid over gaat bestaan: ik zeg hiermee niks over de stukken van Edwin en Jeroen, want ik weet gewoon niet waar die over gaan. Die waren alleen de aanleiding om mijn eigen frustratie over het gebrek aan discussie maar eens op te schrijven.

Möring heeft best een punt

 Het artikel Gamen doe je maar thuis van Marcel Möring in De Groene Amsterdammer van deze week heeft voor enige opwinding gezorgd, vooral in de bibliotwitter sfeer. Daarbij geholpen door Stories Guy die op zijn blog onder de titel Spelen doe je JUIST in de bibliotheek in gaat op het artikel.

Wat mij opvalt is dat iedereen vooral op de nogal provocerende titels reageert, van zowel Möring als Stories Guy en ik vraag me af hoeveel mensen het oorspronkelijke artikel eigenlijk gelezen hebben. De Groene heeft het achter een slotje staan, maar ik hoop dat je het via deze link toch kunt lezen. Ik kan iedereen aanraden om dat vooral te doen want ik vind dat Möring best een punt heeft.

Zo zegt hij: Het bibliotheekwezen is in verwarring. Aan de ene kant komt dat door toenemende bezuinigingen en de druk om de doelgroepen du jour te bedienen, aan de andere kant omdat er geen duidelijk beeld bestaat van wat een openbare bibliotheek in deze tijd kan en moet zijn. En dus wordt met merkbare wanhoop de ene gekkigheid na de andere bedacht, en zonder veel resultaat.

(…)

Maar de bibliotheek lijdt niet alleen onder de effecten van populistische politiek en culturele gelijkschakeling. Het achterliggende idee is verworden tot een moeras van willekeur en goedbedoelde onzin. Er worden taken uitgevoerd die niets hebben te maken met het wezen van ‘de bibliotheek’ en groepen bediend die daar niets te zoeken hebben. De bibliotheek is bezig te smoren in haar eigen irrelevantie. Terwijl het idee van de bibliotheek zeer relevant is. De vraag is ook niet of de bibliotheek moet overleven, maar hoe.

Het enige waar ik het in bovenstaande citaten niet mee eens ben is zijn opmerking over groepen die niets te zoeken hebben in de bibliotheek, verder heeft hij groot gelijk. Die bibliotheek IS zeer relevant maar we hebben geen duidelijk beeld van wat een openbare bibliotheek kan en moet zijn. Er bestaat geen branchebreed, eenduidig beeld dat we gezamenlijk en krachtig met zijn allen uitdragen.

Möring wil ons een handje helpen door een suggestie te doen voor een mogelijke toekomst, daarom begint zijn volgende alinea ook met IK DENK, kapitalen van Möring. In die alinea doet hij een aantal prima suggesties (bibliotheek als studiehuis, meer internettoegang, langer open) en daarin zegt hij inderdaad ook dat computergames niet thuishoren in de collectie van de bibliotheek, net als dvd’s van populaire tv-series en top 40 muziek. Daar kun je het niet mee eens zijn, maar om op basis van die ene opmerking het artikel van Möring maar af te serveren vind ik nogal flauw.

Voor alle duidelijkheid: Stories Guy gaat heel serieus op het artikel in en schiet een paar flinke gaten in Mörings betoog waar ik het alleen maar mee eens kan zijn. Maar ik vind het vreemd dat we een schrijver die zo nadrukkelijk vóór de bibliotheek pleit afserveren omdat hij vraagtekens zet bij het uitlenen van games. We zouden hem juist moeten omarmen en moeten inschakelen bij onze strijd om het voortbestaan.

De bibliotheek heeft nog altijd nauwelijks vrienden op de juiste plaatsen is een ander citaat uit dat artikel. Op deze manier maken we nooit vrienden.

Verkeerd soort innovatie

Ja hoor, vanochtend gebeurde  het weer. Een heel bevlogen bibliothecaris die vertelt dat ze nou zoiets geweldigs bedacht hadden! Dat ze bezig waren met het ontwikkelen van een heel nieuw concept om boeken uit te lenen. Dat ze al in gesprek zijn met een leverancier die hun idee vorm zou kunnen geven en dat ze ook al om tafel zitten met de automatiseerder.  Zo leuk!

Interessant. Waar gaan jullie dat apparaat neerzetten? Dat weten we nog niet precies. Misschien hier of daar, of zus of zo.

Goh, voor wie is dat geweldige nieuwe concept dan bedoeld? Nou ja, we denken dat jonge mensen dit leuk gaan vinden. Of misschien ook wel de iets oudere mensen. Of mensen in een winkelstraat of in het openbaar vervoer of zo. Het wordt waarschijnlijk ook heel betaalbaar. En het is zo leuk! En zo nieuw!

Nee. Stop. Zo werkt dat dus niet. Je doet aan innovatie omdat je een probleem hebt. Of een vraag. Of omdat je ontevreden bent over de bestaande voorziening, of omdat je klanten daar ontevreden over zijn. NIET alleen omdat je zelf een leuk idee hebt. En zeker NIET omdat  het technisch zo’n mooie uitdaging is. Uitgangspunt bij bibliotheekvernieuwing moet toch echt de klant zijn. Wat voor probleem los je met deze nieuwe vinding op? En vindt de klant dat ook een probleem of denk jij dat alleen maar omdat je dat wel goed uitkomt? Je gaat niet eerst iets ontwikkelen en er daarna een doelgroep bij zoeken. Als je het nodig vindt om iets te maken voor jonge mensen dan verdiep je je in hun bezigheden en behoeftes en dan vraag je je af waar je jonge mensen blij mee kunt maken. Heb je een probleem in een winkelstraat dan zoek je uit waar dat probleem vandaan komt en hoe je daar iets aan kunt doen. Je gaat niet eerst een apparaat maken en er daarna pas een publiek voor zoeken.

En toch gebeurt zoiets vaker in bibliotheekland. Hoe kan dat? Waarom laten sommige mensen zich zo meeslepen door hun eigen idee dat ze de realiteit uit het oog verliezen? Dat ze maar door blijven gaan met iets waarvan de haalbaarheid door de buitenwereld al heel snel betwijfeld wordt? Waarom is er zo weinig aandacht voor kritsche vragen? Komt dat omdat bibliothecarissen zo pragmatisch zijn? Zo ontzettend doenerig? Dat we daardoor niet of nauwelijks stil staan en ons afvragen of we wel op de juiste weg zitten? Er is een probleem, we zien een oplossing en hup: aan de slag. Lekker praktisch. Niet te lang nadenken of dit wel de goede oplossing is: het is een oplossing, dus aan de slag.  Of willen sommige bibliothecarissen te graag spelen met de nieuwe techniek? Willen ze hun nieuwe speelgoedjes niet opgeven?

Ik weet het niet. Maar ik word er soms wel erg moe van. Al die energie die in die projecten wordt gestopt, al die mooie verhalen, die glanzende brochures en die trotse directeuren. En de doodse stilte na de opening. En de ontwijkende antwoorden op de vraag “hoe het loopt”.

For the record: natuurlijk zijn er veel projecten die wel goed lopen, die een echt succes zijn. Maar naar mijn gevoel zijn er zeker zoveel die een stille dood sterven, die soms al doodgeboren worden, en daar hoor je nooit iets over. Jammer.

De lange tenen van de digitale gemeenschap

De kersttoespraak van de Koningin heb ik in “real time” gemist, op dat moment zat ik met mijn familie in Limburg aan de eerste gang van het kerstdiner dat het grootste deel van de rest van de dag in beslag nam. Met cadeautjes en veel plezier en een lesje in walsen van oma.

’s Avonds in het late journaal zag ik nog even een fragment en toen viel mij vooral het prachtige winterse landschap bij Huis ten Bosch op. De boodschap leek mij er een van dertien in een dozijn: wéér een oproep tot meer menselijkheid en vrede op aarde en zo. Maar toen ik gisteravond eindelijk weer eens Twitter opende bleek ik dat geheel en al verkeerd begrepen te hebben. Volgens veel verontwaardigde twitteraars gaf de koningin de digitale gemeenschap in het algemeen en Twitter in het bijzonder de schuld van de verharding van de maatschappij. Het Meisje van de slijterij schreef een hele mooie open brief aan Hare Majesteit waarin ze uitlegt hoe Social Media haar leven in het afgelopen jaar verrijkt hebben en Edwin liet nog even zien dat de Koningin in elk geval niet op zo’n niveau met haar kinderen communiceert dat ze weet waar die beroepsmatig mee bezig zijn.

Allemaal goed en wel, maar waar gaat het nou eigenlijk over? Ik heb haar toespraak er eens bij gezocht om te kijken wat ze nou precies zegt over Social Media. Haar taalgebruik is nogal verhullend en ze spreekt in algemene termen maar het fragment waar iedereen over valt is volgens mij het volgende: 

Wanneer de zorgen groot zijn, wordt de behoefte aan een gezamenlijk perspectief sterker gevoeld. Godsdiensten en levensovertuigingen wijzen op verantwoordelijkheid voor de naaste. Vroeger was er vrijwel overal burenhulp en vormde nabuurschap de basis van de samenleving. Men kende elkaar. Maar de moderne mens lijkt weinig aandacht te hebben voor de naaste. Nu is men vooral met zichzelf bezig. We  zijn geneigd van de ander weg te kijken en onze ogen en oren te sluiten voor de omgeving. Tegenwoordig zijn zelfs buren soms vreemden. Je spreekt elkaar zonder gesprek, je kijkt naar elkaar zonder de ander te zien. Mensen communiceren via snelle korte boodschapjes. Onze samenleving wordt steeds individualistischer. Persoonlijke vrijheid is los komen te staan van verbondenheid met de gemeenschap. Maar zonder enig ‘wij-gevoel’ wordt ons bestaan leeg. Met virtuele ontmoetingen is die leegte niet te vullen; integendeel, afstanden worden juist vergroot. Het ideaal van het bevrijde individu heeft zijn eindpunt bereikt. We moeten trachten een weg terug te vinden naar wat samenbindt. 

Lijkt me niet zo heel veel mis mee. Is zelfs nogal een open deur. Volgens mij is iedereen gevallen over dat ene zinnetje van die snelle korte boodschapjes. Daarmee doelt ze ongetwijfeld op Twitter, maar dat is toch maar een tussenzinnetje? Voor de strekking van het verhaal had dat zinnetje er net zo goed uit gekund want volgens mij is haar boodschap dat de individualisering van de maatschappij ook zo zijn nare kanten heeft en dat we daar iets aan zouden moeten doen. Ze constateert dat zonder een wij-gevoel het bestaan leeg wordt en dat is ook zo, ze zegt niet dat dat de schuld van Twitter is. Wat de irritatie misschien nog versterkt heeft is het volgende fragment:

De moderne technische mogelijkheden lijken mensen wel dichter bij elkaar te brengen maar ze blijven op ‘veilige’ afstand, schuilgaand achter hun schermen. Wij kunnen nu spreken zonder te voorschijn te komen, zonder zelf gezien te worden, anoniem. Domweg, grofweg emoties uiten is makkelijk geworden. Op spreken zonder respect wordt niemand meer afgerekend. Niet het vreemd zijn maakt de ander agressief maar agressiviteit maakt de ander tot vreemde.

Hier kan ik het ook alleen maar mee eens zijn. Als ze hiermee al ergens naar verwijst is het naar de stoute jongetjes van Geen Stijl en die voelen zich in het geheel niet aangesproken, die maken er gewoon weer een grap van. Dus waar komt al die verontwaardiging toch vandaan? En het zijn niet alleen maar de twitteraars, Désanne van Brederode deed vanochtend een klein duitje in het zakje in haar column in Buitenhof en ook het NRC heeft een nogal ongenuanceerde mening voor een krant die de nuance zoekt.

Maar is dat niet net wat Beatrix bedoelt? Iedereen heeft maar overal een mening over en roept die van de daken en dan het liefst zo hard en ongenuanceerd mogelijk. Want je wilt wel gehoord worden en dat lukt in deze tijd het best als je zo extreem mogelijk bent. Kopvodden. Dat woord is volgens mij maar één keer als zodanig gebruikt maar iedereen kent het omdat over die ene keer eindeloos, op alle mogelijke manieren, is nagepraat. Ik word daar vaak nogal moe van, vooral ook omdat het zo goedkoop is. Zo lui en zo makkelijk scoren. En dat zie ik ook weer terug in de reacties op de toespraak en op de reacties dáár weer op.

Kunnen de bibliotheken deze toespraak niet gebruiken bij het invullen van onze kernfuncties namelijk Ontmoeting en Debat? Want bibliotheken wilden toch een plaats voor ontmoeting zijn? Of hebben we die laten vallen nou Plasterk heeft gezegd dat ie daar geen geld voor over heeft? Maar daar zat hem toch de vernieuwing? Dat we in plaats van alleen maar passief materiaal ter beschikking stellen ons wilden mengen in het publieke debat en mensen wilden stimuleren bij het vormen van hun mening en hen daarom goed wilden informeren? Dit lijkt me nou een prachtig steuntje in de rug: tegen het ongefundeerd en ongenuanceerd blaten en vóór het sociale gezicht en het ondersteunen van de zwakkere in de samenleving.  Schot voor open doel lijkt me.

Twitteren of bloggen?

 

anp-portier1Nu alle bibliotheekbloggers die ik volg tegelijkertijd in een soort van existentiële crisis lijken te zitten omdat ze niet kunnen kiezen tussen twitteren of bloggen voel ik me gedwongen om ook iets te zeggen. Want ook ik blog de laatste tijd iets minder frequent dan daarvoor maar dat komt volgens mij niet omdat ik sinds een week of 6 twitter.  

Over Twitter hoorde ik twee jaar geleden voor het eerst, toen was het iets heel nieuws en geheimzinnigs dat voornamelijk werd gedaan door jongeren. En in dat hoekje is het voor mij ook heel lang blijven zitten: wéér zo’n hype, wéér zoiets voor kinderen, wéér iets waar ik me niks van hoef aan te trekken want dat is toch niks voor mij. Maar het laatste half jaar  hoorde ik steeds vaker uit min of meer onverdachte hoek over Twitter. Het was dus blijkbaar niet zoiets als Hyves, dat ik nog steeds tamelijk kinderachtig vind maar dat vooroordeel komt vast door de pubers in mijn omgeving die zo’n beetje léven op Hyves. Het keerpunt voor mij was de rel die ontstond toen bleek dat Maxime Verhagen een foto van de Trêveszaal via Twitter had verspreid.  Dat had iets kwajongensachtigs maar toch ook weer niet kinderachtig, blijkbaar ging het soms toch wel ergens over. En toen ik in steeds meer bibliotheekblogs verwijzingen naar Twitter las moest het er toch maar eens van komen.

En ja, het is leuk. En dan niet in de zin van gierend van de lach maar in de zin van voldoening gevend, grappig, nuttig. Geloof niet dat ik er een beter mens van word maar wel een beter geïnformeerd mens. Het heeft wel een paar weken geduurd voordat ik erachter was hoe het voor mij het beste werkte want je moet wel even je weg zoeken (en je moet het dus ook even de tijd geven). Wie is interessant om te volgen, wat is er allemaal te doen? Heel toevallig ging Bibliotheek 2.o op Twitter toen ik 3 dagen aan het twitteren was en twee weken later verzamelde de NL biblioblogs ook nog eens een heel stel twitteraars dus dat vergemakkelijkte de boel wel. Verder is het zoeken en vooral actief (en in mijn geval selectief) zijn. Ik heb er heel bewust voor gekozen om mensen te volgen die iets te vertellen hebben dat mij interesseert, over bibliotheken, literatuur en theater. En die ook voornamelijk daarover twitteren. Dus niet over jonge hondjes, wat ze vanavond eten of over de kinderen. Die onderwerpen komen af en toe heus wel eens voorbij maar dan als een detail, om “het verhaal” gaande te houden. 

Op Culturehacking las ik een boeiend stuk over Twitter. Ik ben het alleen niet eens met zijn punt over tweets van anderen lezen. Hij zegt daarover:  Tuurlijk volg je andere twitteraars om hun berichten te lezen, maar denk niet dat de gemiddelde gebruiker na in te loggen terug in de tijd bladert om alles te lezen. Ikzelf lees natuurlijk wel mijn replies, maar duik vooral in de gesprekken die op dat moment aan de gang zijn. Stel je Twitter voor als een grote virtuele gespreksruimte bevolkt door enkel mensen die jij interessant vindt, waar je je op elk moment van de dag in kunt mengen. Dat geld niet voor mij. Omdat ik alleen mensen volg die iets interessants te melden hebben wil ik daar natuurlijk niks van missen. Dus ik blader wél terug om oude tweets te lezen. Omdat ik maar 28 twitteraars volg is dat prima te doen. Die grote gespreksruimte die hij beschrijft benauwd mij eerlijk gezegd nogal. Maar ja, ieder z’n meug. En dat is nou net zo leuk aan Twitter.

Wat het me oplevert? Dat ik in de pauze van de allereerste voorstelling in de nieuwe zaal van de Stadsschouwburg op Twitter lees dat de akoestiek zo goed is, dat ik vanavond lees dat de bibliotheek van Zeeuws-Vlaanderen een nieuwe directeur heeft of dat opeens de vraag van Andrew Keen voorbij komt wie er mee gaat eten in Amsterdam. Ik zou heel goed kunnen leven zonder al deze dingen te weten, maar ze wel weten is gewoon leuk.   

Ben ik minder gaan bloggen omdat ik twitter? Nee, volgens mij niet. Het is een heel andere tak van sport, op Twitter zet ik berichtjes waar ik nooit over zou bloggen omdat ze daar te klein voor zijn of omdat ze niet in het kader van dit blog thuis horen. Op Twitter zet je mededelingen, in mijn blog staan meningen (of visies). Zoveel tijd kost Twitter mij niet, vanwege de beperking in het aantal volgers die ik heb aangebracht. Ik blog de laatste weken iets minder omdat er niet zo veel is om me over op te winden dan voorheen. Neem aan dat dat wel weer bijtrekt. Maar twitteren en bloggen vullen elkaar volgens mij aan, ze sluiten elkaar zeker niet uit.

Dit is overigens een foto uit 1932 van de portier van de Stadsschouwburg in Amsterdam.

Nu echt geschiedenis

nypl-bookmobileVandaag rijden onze bibliobussen voor het allerlaatst. Vanaf morgen zijn onze groen met blauwe bussen geschiedenis geworden, net als deze New Yorkse bus.

Schrijverdezes heeft al een mooi verhaal geschreven over hoe hard de klap aankwam binnen ProBiblio toen het bekend werd gemaakt. We hebben er sinds 26 februari naar toe gewerkt  maar toch voelt het nog steeds waardeloos.

Het afscheid van de lezers is vaak erg emotioneel, Anna en haar muizen schreven er al over. Want een bibliobus is niet zomaar een rijdende boekenkast die je naar believen kunt vervangen door iets anders, bij een bibliobus horen mensen die je kent, en die jou kennen. Die weten wat je leest: die zorgen voor een min of meer constante aanvoer van je favoriete genre, die rekening houden met je artrose en je daarom geen dikke boeken meegeven, die ervoor zorgen dat er steeds weer nieuwe boeken over graafmachines zijn voor dat ene jongetje en die in de gaten houden dat je op tijd naar huis gaat omdat je anders van je vader niet meer naar de bus mag.

Dat verdwijnt dus ook allemaal. En het komt nooit meer terug.

De foto komt uit de Digital Gallery van de New York Public Library. Hij staat (nog) niet op hun Flickr pagina, maar ik vond hem zo mooi.

Kunnen bibliothecarissen zichzelf innoveren?

LibelleIk sleep Bibliotheekblad nr. 21 nou al een paar weken met me mee vanwege het artikel van Evert Jan Groeskamp over de arbeidsproblematiek in openbare bibliotheken. Onder de titel Help, de bibliothecaris verzuipt! legt Groeskamp nog één keer uit wat de bibliotheken fout gedaan hebben op het gebied van functie innovatie en ik kan het alleen maar hartgrondig met hem eens zijn.

Alleen die mededeling is een beetje saai voor een post (dat is de categorie “instemmend gebrom”) maar er beginnen inmiddels een aantal dingen bij elkaar te komen. Zo schreef Jan een paar weken geleden vrij uitvoerig over zijn bedenkingen bij het innovatief vermogen van bibliothecarissen naar aanleiding van de worsteling van de NVB-ob om het hoofd boven water te houden en het voorstel tijdens de ledenraadpleging om de afdeling maar op te heffen.

Daarnaast hoor ik in de wandelgangen af en toe verhalen over hoe sommige bibliotheekdirecteuren tegen (of over) hun medewerkers praten en daar word ik niet echt blij van. Als je dan in Focus, het nieuwe kwartaalblad van het NRC (over economie, strategie en leiderschap) leest over hoe belangrijk het is om je medewerkers serieus te nemen is dat wel heel erg wrang.

Ik denk dat het daar mis gaat: medewerkers worden vaak niet serieus genoeg genomen en (een aantal) directeuren zien zichzelf als de maatstaf der dingen. Natuurlijk zijn er in de branche mensen die echt niet willen veranderen, maar ik denk dat het merendeel dat best wil, zie hoe de 23 dingen overal worden opgepakt. Medewerkers weten vaak alleen niet hoe en ze zijn bang, vooral om iets verkeerd te doen. Maar dan helpt het niet om heel hard tegen die mensen te roepen dat het bangeschijterts zijn want daarvan kruipen ze alleen nog maar meer in hun schulp. Het is veel beter om ze serieus te nemen: ze te erkennen in hun vakmanschap en ze het vertrouwen te schenken dat ze meekunnen in de vlucht naar voren.  

Directeuren zijn meestal zeer doordrongen van de noodzaak tot innovatie maar weten er vaak net niet genoeg vanaf om daar met verstand van zaken over te kunnen oordelen. Maar in plaats van met elkaar te onderzoeken hoe je samen aan de slag kunt wordt er op basis van een halfbakken mening een project opgestart: dwz van bovenaf de organisatie ingedonderd. Of er worden externe deskundigen ingehuurd die aan de hand van een standaard draaiboek er in een noodtempo een vernieuwingstraject doorheen jagen zonder input van onderop. Vervolgens zijn ze teleurgesteld over de uitkomst van zo’n traject, zien ze het als een bevestiging: “zie je wel, dat personeel van mij dat wil ook niks”. Maar met dat personeel moet je het wel doen als directeur, dus je kunt je maar beter in de mensen verdiepen. En dat bedoel ik letterlijk: dat jezelf als directeur moeite moet doen om achter de beweegredenen van je mensen te komen en je niet moet verschuilen achter procedures of cursussen of managers. Wat dat is de enige manier om erachter te komen waar de kracht van de mensen zit en daar moet je bij aanhaken. Laat mensen doen wat ze graag doen of wat ze echt belangrijk vinden. En dat er een gat kan zitten tussen wat de medewerkers belangrijk vinden en wat een directeur belangrijk vindt snap ik ook wel, maar kijk waar de raakvlakken zitten in plaats van je alleen maar boos te maken over hoe groot dat gat is. 

En natúúrlijk hebben medewerkers zelf een verantwoordelijkheid als het gaat om bijblijven in je vak en je moet als medewerker ook je mond opentrekken als je ziet dat het binnen je eigen organisatie een hele verkeerde kant opgaat in plaats van passief te mopperen langs de zijlijn. Maar ik weet ook dat het binnen sommige organisaties heel moeilijk is om serieus genomen te worden. Daarom vind ik het zo flauw dat mensen vaak de mond gesnoerd wordt met de vraag “en wat heb je er zelf al aan gedaan om dat te veranderen?”.  

Kijk hoe dat hele functie-innovatietraject een paar jaar geleden verliep: iets wat in theorie misschien nog wel aardig was wordt door de branche omarmd en vervolgens zo hardhandig doorgevoerd dat het een averechts effect heeft. Groeskamp heeft het over de “rigiditeit van Al-Qaida fanaten” als het om uitvoering gaat. Lichtelijk overdreven maar wel geestig en heel duidelijk.

En het is óók zo dat de categorie mutsen oververtegenwoordigd is in ons vak, maar dat is nou eenmaal de realiteit, daar moeten we iets mee. En dan graag meer dan alleen maar roepen dat het suffe biebmiepen zijn. Het lijkt wel alsof de voorlopers in onze branche zo trots zijn dat ze geen muts zijn (of niet méér zijn?) dat ze zich hardhandig afzetten tegen iedereen die dat wel is. Dat is volgens mij niet de manier om tot wederzijds begrip te komen. Want dat heb je nodig als je wil dat anderen je volgen op het innovatiepad. Anders blijf je in je eentje, weliswaar voorop lopend maar wel alleen. 

Neem elkaar serieus (tel desnoods even tot 10 bij de zoveelste vraag naar de bekende weg), ga het gesprek aan en durf je mening bij te stellen. Volgens mij is dat het begin. Op Bibliotheek 2.0 is een discussie gestart over het artikel van Groeskamp, helaas kan ik daar geen reddingsmiddelen aanreiken. Geen praktische althans.

Overigens: waarom is het Bibliotheekblad niet online te lezen? Bepaald geen goed voorbeeld voor een branche organisatie die moet innoveren, Eimer…

get_footer() ?>