Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

laaggeletterdheid

All of the posts under the "laaggeletterdheid" tag.

“Free for all”, een film over bibliotheken

Mocht je in deze donkere dagen voor Kerstmis nog op zoek zijn naar een goed doel om je jaarlijkse goede-doelen-gift aan te doen dan heb ik hier nog een suggestie: draag financieel bij aan een documentaire over het belang van openbare bibliotheken. In de Verenigde Staten, dat dan weer wel.

Free for ALL : inside the Public Library is een film over wat de bibliotheek betekent voor mensen en voor gemeenschappen. All across America, the public library is the only civic institution where the doors are open to all, attendance is entirely voluntary, and everything is free. De makers reizen het hele land door om bibliotheken te filmen, mensen te interviewen en archiefmateriaal te verzamelen. Het opzetten van de film financierden ze via Kickstarter, maar ze hebben nog steeds geld nodig dus je maakt ze heel blij met een donatie.

Via Facebook kun je hun tocht door Amerika volgen, op hun pagina delen ze foto’s van opnames en houden ze ons op de hoogte van de stand van zaken. Ze zijn bijna klaar met filmen, binnenkort beginnen ze met de montage. Op hun Youtube kanaal staat alvast een aantal fragmenten uit interviews, in kan niet wachten op de rest van de film. Ze liggen nog steeds op schema, de bedoeling is dat hij in de zomer van 2016 uitkomt. Nu nog hopen dat we hem ook in Nederland te zien krijgen. Maar tegen die tijd kan de KB daar vast wel iets in betekenen. Of de VOB. Eerst maar eens zorgen dat die film af komt.

Hoe belangrijk taal is

Dit is Patrick Otema, een 15-jarige jongen uit Oeganda. Hij is doof. Hij kan met niemand communiceren en leeft dus erg geisoleerd totdat er een leraar gebarentaal langs komt in zijn dorp. Let op zijn ogen als hij opeens begrijpt wat taal is.

Ontroerend. En hét bewijs van hoe belangrijk het is dat je kunt communiceren, dat je taal hebt. In welke vorm dan ook.

Het filmpje is een clipje uit Unreported World, een Britse documentaireserie van Channel 4. Voor wie zich afvraagt hoe het verder gaat met Patrick, of  voor wie nog steeds niet overtuigd is van het feit dat het hebben taal het verschil kan maken hier het filmpje nog een keer, aangevuld met een onderdeel “10 weken later”. De eerste twee-en-een-halve minuut is dus hetzelfde, die kun je overslaan. Of niet natuurlijk, dan kun je alvast een zakdoek te voorschijn halen.

 

Libraries change lives

Dit filmpje liet Prinses Laurentien gisteren zien, tijdens haar presentatie op het Nationale Bibliotheekcongres. Daar ging het in première. Het is gemaakt in opdracht van Public Libraries 2020, onderdeel van The Reading & Writing Foundation oftewel de Stichting Lezen & Schrijven.  Aardig filmpje, dus ik deel het hier graag.

Wist helemaal niet van het bestaan van die internationale tak van Lezen & Schrijven maar ik vind het een mooi initiatief, dat programma. Libraries strengthen communities by empowering individuals, whether it be through literacy training, free internet facilities or non-formal learning. Wie kan daar nou tegen zijn?

Een dichter in de bieb

rodaan lezerAan de vooravond van de week van de alfabetisering wil ik nog even met jullie delen hoe ons vorige Taalcafé verlopen is. Dat vond plaats in juni, al even geleden dus. Voor dat Taalcafé hadden we de dichter Rodaan al Galidi uitgenodigd. Eerlijk gezegd kende ik Al Galidi alleen maar van het gedicht van hem dat lang achter de bar van Perdu heeft gehangen, maar Trudy, onze coördinator van het Taalcoach project en algehele laaggeletterden deskundige wist zeker dat het leuk zou zijn dus ik had er alle vertrouwen in.

En boy, had ze gelijk! Het werd een geweldige avond.  Terwijl de bibliotheek volliep zei Al Galidi tegen me “goh, wat leuk. Het zijn heel veel asielzoeker. Dat had ik niet verwacht. Dan ga ik mijn taal aanpassen, dan ga ik asielzoekers-Nederlands praten.” “Huh? Is dat anders dan?” “Ja. Je merkt het zo wel.” Ik hoorde het verschil niet precies, maar hij zorgde er inderdaad wel voor dat hij begrijpelijk was voor iedereen. Een van de eerste dingen die hij deed was een jongen uit de zaal op het podium halen om een gedicht voor te lezen. Dat zie je op de foto hierboven. Om heel eerlijk te zijn was er niet zo heel veel van te verstaan, van wat hij voorlas, maar hij kreeg een daverend applaus. Omdat de dichter uitlegde dat de jongen hem zo aan zichzelf deed denken. “Ik praatte precies zo, toen ik pas in Nederland was. Ik had precies hetzelfde accent. En dat kan niet, want jij komt uit Afghanistan en ik uit Irak. Maar toch klonk ik zo. Hoe lang ben je in Nederland? Twee maanden? Zo, dan is het heel knap dat je dit kunt voorlezen.” Daarmee was de toon van de avond gezet. Al Galidi vertelde over zijn vlucht uit Irak en over zijn zwerftocht door Nederland; van het ene asielzoekerscentrum naar het andere. Over zijn wil om te schrijven, over zijn literaire prijzen, en over zijn problemen met het inburgeringsexamen, over bureaucratie en regeltjes en over de moeite die hij doet om Nederlander te worden. Dat klinkt heel tragisch, en het is ook een tragisch verhaal, maar hij vertelde het met heel veel humor. En het was geweldig om de helft van de zaal alsmaar heftig te zien knikken en kreten van herkenning te horen slaken. Hij had rake observaties over Nederland en de Nederlanders en goede tips voor de inburgeraars.

Maar het mooie van de avond was dat er niet alleen inburgeraars in de zaal zaten, er was ook een aantal mensen die we nog nooit gezien hadden. Poëzieliefhebbers. Volgens mij was er zelfs een klein poëzieclubje aanwezig. In de pauze kwam een oudere man naar Al Galidi toe die zijn hand schudde en die niet meer los liet. “Ik wil even zeggen dat ik uw brief voor de Koning zo prachtig vond. Ik was er echt ontroerd door en dat gebeurt niet zo snel. Toen ik in de krant las dat u hier zou optreden wilde ik u dat graag persoonlijk vertellen.” En voor de mensen die bij die titel ook meteen aan Tonke Dragt moeten denken: die man bedoelde een artikel dat de dichter had geschreven voor het NRC.

Op de Facebook pagina van onze bibliotheek zie je meer foto’s van het optreden, daar zie je onder andere een jongetje van een jaar of 10 dat ook op het podium een gedicht staat voor te lezen. Vlekkeloos. Iedereen die op het podium werd geroepen kreeg een dichtbundel mee, als dank. In de pauze zat de jongen samen met een ander jongetje (dat ook een boek had gekregen) driftig te bladeren in de dichtbundel: “kijk, deze is ook mooi!”  Zo krijg je kinderen wel enthousiast voor poëzie…

De boekhandel had er van te voren niet zo veel vertrouwen in, die bracht een doosje met zo’n 25 exemplaren van de drie verschillende titels die ze nog te pakken konden krijgen en daar lieten ze het bij. Ze verwachtten er duidelijk niet al te veel van. Aan het einde van de avond was de doos leeg. En de rugzak van de dichter ook: hij gaf alle inburgeraars die hij sprak een boekje cadeau. En alle Nederlanders kregen een boekje voor de halve prijs, op voorwaarde dat ze iets nuttigs zouden doen voor een vluchteling.

Terwijl ik na afloop van zijn optreden de dichter naar het station bracht gaf hij toe dat het commercieel niet zo heel handig was, dat gratis of voor half geld weggeven. “Maar dat vind ik gewoon leuk. Daar word ik nou blij van.” En ik ook. Volgend jaar komtie weer. Dat heeft hij althans beloofd aan de volle zaal. En dan komt iedereen weer. Want hij heeft er een hoop fans bijgekregen in de Bollenstreek.

Laaggeletterden en de strohalm, het vervolg

Het begint een beetje op een kettingbrief te lijken, of op Zwaan-kleef-aan, maar ik kan de uitdaging niet weerstaan om toch nog even te reageren op de blogs van Schrijverdezes en Jeroen over laaggeletterden en bibliotheken. Hoe zat het ook alweer? Schrijverdezes schreef twee weken geleden een stukje over het bibliotheekitem in het NCRV programma Altijd wat. Op dat stuk heb ik gereageerd op dit blog en naar aanleiding daarvan hebben zowel Schrijverdezes als Jeroen de Boer een nieuw stuk geschreven.

In grote lijnen zijn we het met elkaar eens. We vinden alledrie dat bibliotheekdirecteuren moeten ophouden met roepen dat bibliotheken zo belangrijk zijn bij het bestrijden van laaggeletterdheid als hun bibliotheek niks doet om laaggeletterdheid ook daadwerkelijk te bestrijden. In het vervolg daarop en in de nuances verschillen we van elkaar. Daarbij spelen de volgende argumenten een rol:

– “bibliotheken bestrijden helemaal geen laaggeletterdheid, dat doet het onderwijs”. Dat is ook zo, bibliothecarissen geven geen les dat doen docenten. Bibliotheken zijn wel een belangrijke steun in het proces. Bibliotheken leren kinderen ook niet lezen, dat leren ze op school. Bibliotheken kunnen er wel voor zorgen dat kinderen leeskilometers maken, onmisbaar bij het versterken van leesvaardigheden. Datzelfde geldt voor laaggeletterden: de meeste laaggeletterden kunnen best (een beetje) lezen, ze missen alleen de ervaring en de routine. Daar kan de bibliotheek bij helpen.

– “Makkelijk Lezen Pleinen benadrukken wat mensen niet kunnen, je moet focussen op wat ze wel kunnen”, dat is een staaltje Bruijnzeels-retoriek die de bodem onder het hele onderwijs uittrekt dus dat vind ik geen valide argument. De Makkelijk Lezen Pleinen en Lees & Schrijf pleinen hebben zichzelf overal al lang bewezen: kinderen en volwassenen hebben daar blijkbaar helemaal geen moeite mee, met een speciaal plankje.

– “Bibliotheken doen niks actiefs aan het bestrijden van laaggeletterdheid”. Nou, sommige bibliotheken doen er niks aan. Die directeuren moeten dus vooral ook ophouden met zeggen dat het zo belangrijk is. Maar kijk even naar bovenstaand filmpje van Taal voor het Leven, vanaf minuut 1.37. Is dit een bibliothecaresse? Nee. Hadden ze dit ook ergens kunnen organiseren? Waarschijnlijk wel, maar dat het in de bibliotheek plaats vindt zorgt wel degelijk voor meerwaarde. Al is het maar omdat het voor die cursisten makkelijker is om te zeggen dat ze naar de bibliotheek gaan dan dat ze naar het buurthuis gaan.

– En dat buurthuis brengt me bij een heel ander argument dat ik bij deze dan maar even aandraag: natuurlijk zijn er heleboel instanties/scholen/clubjes die veel beter geschikt zouden zijn om “iets” met laaggeletterden te doen. In een ideale wereld. Maar een heleboel van die clubs zijn inmiddels opgeheven, wegbezuinigd of gereorganiseerd en houden zich nu met andere dingen bezig. Inburgeraars zijn verplicht om Nederlands te leren maar ze moeten die opleiding sinds kort 100% zelf betalen. Voor die opleiding kunnen ze een lening afsluiten bij DUO, maar dat is wel heel ingewikkeld als je niet zo goed Nederlands spreekt. Omdat veel inburgeraars vanwege de financiën afhaken worden er wegens gebrek aan leerlingen overal scholen opgeheven en worden mensen weer afhankelijk van goedwillende buurvrouwen die aan de keukentafel les geven. Daarbij dankbaar gebruikmakend van: …… de bibliotheek. Ja, dat zou niet moeten mogen, dat zou veel beter geregeld moeten worden. Maar dat is wel de praktijk.

Dus ik blijf erbij dat de bibliotheek op dit moment een belangrijk rol KAN spelen bij het bestrijden van laaggeletterdheid in een gemeente. Ik zeg niet dat een bibliotheek daarbij onmisbaar is, andere partijen hebben daar waarschijnlijk een belangrijkere rol in. Een bibliotheek is wel onmisbaar als het gaat om het voorkomen van laaggeletterdheid: als het gaat om het opdoen van leeservaring en het bouwen aan een leestraditie bij kinderen. Dat alleen al lijkt me een ijzersterk argument in deze discussie. En ja, dat zouden scholen ook zelf kunnen doen met een goede schoolbibliotheek, maar dat doen ze niet, want zij gaan er van uit dat de bibliotheek daar voor is. Zij zijn er om les te geven.

Overigens ben ik het met Jeroen eens dat de uitdrukking “bestrijden van laaggeletterdheid” een hele lelijke is. Zeker na die vergelijking met ongedierte. Maar ik weet geen betere uitdrukking. En het feit dat het een lelijke uitdrukking is, is geen reden om het niet te doen. Want laaggeletterdheid is een groot probleem en niets doen is geen optie.

Laaggeletterden als strohalm

Klitschko vs. Illiteracy from Klitschko vs. Illiteracy on Vimeo.

Afgelopen dinsdagavond zag ik net als een heleboel andere bibliothecarissen het NCRV tv-programma Altijd Wat (“staat stil waar anderen doorhollen en gaat verder waar anderen ophouden”). Ik kende het programma niet, maar was aangenaam verrast. Het was een interessant programma, met dit keer als thema: wat zijn de gevolgen van de bezuinigingen op de kunsten. Eerst een item over hoe het kan dat er overal bibliotheken gesloten worden terwijl er steeds meer laaggeletterden komen en  daarna maakte Pierre Bokma zich boos over de onverschilligheid van Nederlandse politici ten opzichte van de kunsten en het verschil met Duitsland waar men cultuur ziet als een steunpilaar van de maatschappij.

Ik vond het een interessant programma en heel genuanceerd: het bibliotheekitem werd vanuit verschillende kanten besproken, er kwamen politici aan het woord, een bibliotheekdirecteur, een wetenschapper, een deskundige en een laaggeletterde. Iedereen werd serieus genomen en in 13 minuten werd kort en duidelijk uitgelegd dat laaggeletterden in Heerlen heel veel baat hebben bij de bibliotheek en dat er steeds meer bibliotheken gesloten worden. De conclusies mocht je zelf trekken.

Schrijverdezes zag een heel ander programma. Ze zag natuurlijk hetzelfde programma, maar zij kreeg er hele andere gedachten bij dan ik. Ze twitterde er eerst over en daags erna heeft ze er een stuk over geschreven op haar blog. Een aantal van de vragen die ze stelt zijn inmiddels al beantwoord door Frank Huysmans en de Stichting Lezen & Schrijven. Maar ze stelt interessante vragen en daarom kom ik er graag op terug. Ze vraagt zich onder andere af: waarom vraagt nou nooit niemand in zo’n reportage eens: Tot voor kort waren er nog overal bibliotheken en toch zijn er 1,5 miljoen laaggeletterden in Nederland, hoe zit dat? Zijn die 1,5 miljoen niet te helpen of hebben de bibliotheken dat niet voldoende geprobeerd? En wat verderop zegt ze: Ik heb een beetje de indruk dat de bibliotheek in de laaggeletterden ineens een strohalm ziet om zich aan vast te klampen in deze tijd van onzekerheid.

Ten eerste die cijfers: hoe het daar precies mee zit wordt in de commentaren uitgelegd. Maar daarnaast is het zo dat de wereld steeds ingewikkelder wordt, je moet steeds meer en steeds beter kunnen lezen om je te kunnen redden, om mee te doen in de maatschappij. Met andere woorden: de lat wordt steeds hoger gelegd. Iemand die 20 jaar geleden redelijk kon lezen kan tegenwoordig een probleem hebben als hij in de afgelopen 20 jaar geen routine heeft opgebouwd of niks heeft bijgeleerd. Als je niet weet hoe je met een computer moet omgaan heb je een probleem en al helemaal als je geen geroutineerde lezer bent want je moet nogal wat lezen op zo’n scherm. Dus die groep wordt steeds groter. Ik weet niet zeker of digibeten ook bij die 1,5 miljoen laaggeletterden worden gerekend, maar er is daar zeker een verband tussen. Dus het is zeker niet zo dat alle inspanningen (van bibliotheken en de Stichting Lezen & Schrijven o.a.) geen resultaat hebben gehad. Je weet niet hoe de situatie zou zijn als er al die tijd niks gebeurd was.

Ten tweede die opmerking over die strohalm: die is ijzersterk. Want veel bibliotheken hebben nu opeens de mond vol van laaggeletterdheid maar wat doen ze daar nou precies voor? Of tegen? Wat hebben ze de laaggeletterden in hun gemeente te bieden? Meer dan een plankje met eenvoudige boeken dat vaak de grootse naam Lees en Schrijfplein heeft gekregen? Waar vervolgens niemand gebruik van maakt omdat niemand weet dat het er is? Hoeveel bibliotheken organiseren activiteiten voor laaggeletterden? Natuurlijk zijn er bibliotheken die dat wél doen, die samenwerken met ROC’s en die uitgebreide collecties hebben. Maar dat is wel een minderheid.

Er is geen bibliotheekdirecteur meer die laaggeletterden niet een belangrijke doelgroep voor bibliotheken vindt, maar ik herinner me ook de eindeloze discussies in het niet-eens-zo-verre verleden met de verschillende retailformuleteams over het Makkelijk Lezen Plein en het Lees en Schrijf Plein. Die zouden niet in de retailformule passen en dus was er geen plaats voor in de “nieuwe bibliotheek”. Tot vervelends toe is daar over gepraat, maar uiteindelijk is er toch ruimte gemaakt binnen de formule. Gelukkig maar. En ik ga er van uit dat alle bibliotheken binnenkort niet alleen met woorden belijden dat ze bestrijding van laaggeletterdheid belangrijk vinden, maar ook met daden.

In de commentaren concludeert Schrijverdezes: Wat mij het allerbelangrijkste lijkt in de strijd tegen de laaggeletterdheid is uitdragen dat lezen de moeite waard is. Omdat het leuk is, omdat je er door op andere gedachten komt, omdat je andere werelden en denkwijzen leert kennen. Dat uitdragen en overbrengen van liefde voor lezen en literatuur (in ruime zin) zou, vind ik, de bibliotheek veel meer moeten doen. Dat is niet alleen goed tegen de laaggeletterdheid, maar ook tegen kortzichtigheid en vooroordelen. En daar kan ik het alleen maar van harte mee eens zijn.

Overigens is het filmpje hierboven een actie van de Oekraïense bokser Wladimir Klitschko. Hiermee wil hij geld inzamelen om wereldwijd meer kinderen toegang tot onderwijs te bieden. Mooi filmpje vind ik en best toepasselijk.

Een Taalcafé met haiku’s

DSC01867Veel boeken zijn hier – ze praten met ons heel zacht – willen met ons mee

Vanavond was er in de bibliotheek in Lisse weer een Taalcafé. Vanwege de Week van de alfabetisering was er een tentoonstelling georganiseerd van haiku’s, die in het vorige Taalcafé geschreven waren door taalcoaches, inburgeraars en NT1 leerlingen van het ID college. De wethouder van Lisse, niet geheel toevallig een enorme poëzieliefhebber, opende de tentoonstelling door een haiku uit zijn verzameling voor te lezen. Hij bekende dat hij zelf ook haiku’s schreef, maar die nu niet durfde voor te lezen. Daar hadden een aantal van de aanwezige schrijvers minder problemen mee: giechelend en soms een beetje hakkelend lazen ze hun gedichten voor.

Eerlijk gezegd had ik van tevoren niet zo heel veel vertrouwen in het idee: haiku’s maken met inburgeraars en laaggeletterden, da’s toch veel te moeilijk? Maar dat blijkt reuze mee te vallen. Als je goede begeleiding hebt is het prima te doen. Het is juist handig dat het zo kort en volgens een vast stramien moet.

Het gedicht hierboven is mijn favoriet. Saied (de maker) vertelde dat hij bij het vorige Taalcafé het zo erg vond dat al die boeken daar maar lagen en dat niemand naar ze omkeek. Vandaar. De tentoonstelling is maar tijdelijk, maar dit gedicht mogen we laten hangen. Als het aan mij ligt gaan we het heel groot ergens op een muur schilderen.

Het was weer een erg geslaagde avond: er zijn weer adressen uitgewisseld, vervolgafspraakjes gemaakt en er is veel gepraat, want dat is de bedoeling van het Taalcafé. Ik heb iemand, naar aanleiding van een van de gedichten horen uitleggen wat het woord vloed betekende “je bent toch wel eens bij de zee geweest? Als al dat water dan komt…”, twee dames hebben mij laten zien dat hun vader is getekend door Rien Poortvliet in Te hooi en te gras en de wethouder heeft aan een Iraaks meisje een lesje staatkunde gegeven: hoe zit dat nou met de gemeenteraad en het college van B&W? Bij het afscheid zei hij tegen ons: “als je me nog een keer nodig hebt dan hoor ik het wel he?”.

Over drie maanden is er weer een Taalcafé. Heb ik nu al zin in.

DSC01879

Op Facebook zijn trouwens meer foto’s van het Taalcafé te vinden.

Jeanine Deckers 11 september 2013 1 Comment Permalink

Geweldige campagne

mascaraEn? Zag jij meteen wat dit was? Of vroeg je je af waarom er op dit blog opeens een advertentie voor mascara stond?

Ik vind dit een geweldige campagne, van reclamebureau DDB. Het is een hele reeks van posters, allemaal kopieën van bestaande reclameposters. Volgens mij kan ik zelfs de merken noemen waarop ze gebaseerd zijn (in elk geval van die bikini-poster). Het is een Franse campagne die aandacht vraagt voor laaggeletterdheid. De posters zijn in het Engels vertaald omdat het reclamebureau mee wilde dingen naar een internationale reclameprijs. Die ze overigen ook wonnen, en terecht.

Wat ik er zo goed aan vind is dat het duidelijk maakt hoe vanzelfsprekend het is dat je kunt lezen, en wat er gebeurt als je niet goed leest. In dit geval omdat je op het verkeerde been gezet wordt door de vormgeving. Maar na twee keer kijken (ok, misschien drie keer) zie je dat je je vergist en zie je hoe het echt zit. Als je moeite met lezen hebt, moet je je eerst door al die letters heen worstelen voordat je begrijpt dat de tekst niet overeenkomt met het plaatje. Want die 1,5 miljoen laaggeletterden in Nederland kunnen over het algemeen natuurlijk best wel lezen, als je onder lezen verstaat dat ze letters herkennen en die om kunnen zetten naar woorden. Maar dat is heel iets anders dan in een oogopslag zien wat er staat.

Als dat met een simpele reclameposter al zo gecompliceerd is, hoe ingewikkeld kunnen formulieren dan wel niet zijn? Of  een website? En daar ligt een taak voor openbare bibliotheken. Als wij zeggen dat wij toegang bieden tot informatie moeten we die niet alleen passief aanbieden maar ook zorgen dat de gebruiker daar iets mee kan. Dus meer doen dan alleen de informatie catalogiseren en digitaliseren maar ook de gebruiker van die informatie instrueren en desnoods onderwijzen. Want toegang bieden is meer dan aanbieden.

Een Taalcafé

DSC01650“Maar hoe zie je dat dan voor je, zo’n taalcafé? Kunnen wij dat wel?”

“Nou gewoon, we nodigen al onze taalkoppels en de ex-taalkoppels waar ik nog contact mee heb uit. En dan gaat iedereen bij elkaar zitten om te praten.”

“Is dat niet een beetje simpel? Moeten we dat niet meer organiseren, moeten we daar niet meer voor doen?”

“Nee joh. Het gaat juist om het praten en om het ontmoeten van nieuwe mensen. Weet je dat de meeste inburgeraars maar heel weinig mensen kennen? En vaak is de enige met wie ze Nederlands spreken hun taalcoach. Daarom wil ik dat Taalcafé zo graag.”

De coördinator Taalcoaches kwam er een paar keer op terug en omdat ik geen argumenten tegen een Taalcafé kon verzinnen zijn we er maar mee begonnen. (het argument “daar hebben we geen uren voor” werd onderuit gehaald door een klein subsidietje dankzij een meedenkende gemeenteambtenaar) Gisteravond vond het tweede Taalcafé plaats, in de bibliotheek van Lisse. We wilden beginnen om half 8 maar om 10 over 7 stond de eerste bezoeker al klaar.

Om 10 voor half 8 stoven er twee giebelende pubermeisjes op me af. “Mevrouw, wij zoeken boeken voor meisjes zoals wij en de taal mag niet te moeilijk zijn maar ook niet te gemakkelijk.” “Kijk, hier staan de D-boeken. We hebben ze maar in één soort taal dus je moet zelf maar even kijken of ze te moeilijk of te makkelijk zijn.” Binnen 3 minuten hadden ze ieder een boek gevonden (“ja, dat mag je ook met je pasje van Noordwijk lenen”) en de rest van de avond bleven ze giechelen.

Om 5 voor half 8 kwam iemand vragen of er ergens een stopcontact was want hij moest zijn telefoon opladen. Zijn moeder uit Somalië zou om 9 uur bellen en dan moest de batterij wel vol zijn.

Om 10 over half 8 stond een vrouw nogal twijfelend in de deuropening. “Ik kom voor de taalles. In de krant stond dat er taalles was in de bibliotheek, maar dit is geen taalles.” Nee, inderdaad dit is geen taalles. Gelukkig kon Trudy de Poolse dame uitleggen waar ze in Hillegom wel taalles kon volgen. “En kom de volgende keer gerust terug om te oefenen.”

Om 8 uur stond een andere dame in de deuropening: “Mijn zwager begeleidt een buitenlander, ze doen samen dingen en ze praten en zo. Ik ben nieuwsgierig hoe dat dan gaat en wat voor mensen dat zijn. Want misschien is het ook wel wat voor mij, mag ik even rondkijken?” “Tuurlijk, kom binnen. Ik stel u even voor aan onze coördinator, kunt u meteen uw vragen stellen.” DSC01658

Toen de Taalcoachcoördinator om half 8 iedereen welkom heette en uitlegde dat het thema dit keer digitaal was, zat iedereen aan zijn eigen tafeltje, bij zijn eigen bekenden. Trudy gaf iedereen opdracht om rond te gaan lopen en de oefenprogramma’s op de internetpc’s te gaan bekijken of te gaan spelen met de Wii of de iPads. Aan het einde van de avond werden er telefoonnummers uitgewisseld (“die twee Iraanse vrouwen kenden elkaar helemaal niet terwijl ze allebei in Sassenheim wonen”), werd er innig afscheid genomen (“ja, we komen de volgende keer zeker weer”) had een taalcoach geholpen met het maken van een CV (“Het wordt heel mooi. Nee, we hebben niet gelogen natuurlijk maar we hebben het wel ingekleurd. Ken je die uitdrukking Ali? Snap je wat ik daarmee bedoel?”) en waren er ook nog een stuk of 20 boeken uitgeleend (“oh, ja, ik heb een pasje van de bieb…”). Voor wie daarin geïnteresseerd is staan er foto’s op Facebook.

Er waren 80 mensen, verspreid over de hele avond. Trudy had gelijk: je hoeft helemaal niet zoveel te organiseren. Het gaat vanzelf, als er maar gepraat wordt.

Blijft een fijn project, die taalcoaches.

De bibliotheek, die is eng hoor…

pilot Elly from Irene Stenvers on Vimeo.

Dit is een filmpje uit de serie Canon van laaggeletterdheid, van The Light Fantastic, waarin laaggeletterden hun eigen verhaal vertellen. Over hun worstelingen in het dagelijks leven en over hun dromen, verlangens en verdriet. Er staan pas 2 filmpjes online, plus een prachtige inleiding. In totaal worden het er 50, dat is althans de bedoeling.

Elly maakt in dit filmpje een paar rake opmerkingen over de bibliotheek. Wij roepen zo hard dat laaggeletterden een belangrijke doelgroep voor ons zijn, maar die indruk hebben laaggeletterden zelf niet. Elly althans niet. Doen we toch iets niet goed lijkt me…

Vragen we eigenlijk wel eens aan laaggeletterden wat zij van ons willen? Of beperken we ons tot het maken van een Lees & Schrijf collectie en gaan we er van uit dat ze die collectie vanzelf wel zullen vinden? Misschien moeten we toch het gesprek eens aan gaan…

get_footer() ?>