Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

geschiedenis

All of the posts under the "geschiedenis" tag.

Bibliothecarissen in de oorlog

bibliothecarissen in oorlog

Vorige week zag ik het op verschillende media langskomen: dit verhaal over de rol van Amerikaanse bibliothecarissen tijdens de 1e Wereldoorlog waarin de activiteiten worden beschreven van Amerikaanse bibliothecarissen tijdens beide wereldoorlogen. Op verzoek van het Ministerie van Oorlog werden er bibliotheken ingericht in ziekenhuizen en op legerbases (de Camp Libraries)  en werden er boeken ingezameld om naar de soldaten aan het front te sturen. Er was zelfs een aparte afdeling binnen de American Library Association: de Library War Service.

ww2 bieb

De boeken die binnenkwamen via de zgn. ‘bookdrives’ werden stuk voor stuk bekeken want niet zomaar alles mocht naar het front: alleen de boeken die boosted morale, provided connections to people back home and offered technical guidance kwamen door de selectie. De boeken die bestemd waren voor de militaire ziekenhuizen moesten de lezer helpen bij het verwerken van fysieke en emotionele pijn. En certain books helped to alleviate homesickness, chase away boredom and provide training to those who wanted to land jobs when they returned home. Het was dus niet zomaar een collectie, in die Camp Libraries, maar ze had een heel duidelijk doel.

Alleen al tijdens de Eerste Wereldoorlog verstuurden ze meer dan 10 miljoen boeken, werden er op ruim 500 locaties bibliotheken ingericht en 36 Camp Libraries opgericht. Ze hadden zelfs een bibliobus, kijk hier maar. Of althans, een mobiele vestiging. Ik ga er van uit dat die auto niet helemaal naar Frankrijk ging.

Toen ik las over die Camp Libraries snapte ik die posters die je af en toe tegen komt over Amerikaanse bibliotheken uit de oorlog opeens een stuk beter. Ik verzamel ze op mijn Tenaanval bord op Pinterest, maar nu begrijp ik pas echt wat de bedoeling er van was. De poster hiernaast is uit 1917, maar ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er boeken ingezameld voor de frontsoldaten.

Eerlijk gezegd werd mijn aandacht in eerste instantie vooral getrokken door die foto hierboven, want die begreep ik niet zo. Vanwege die uniformen. Volgens het bijschrift zijn het American Library Association volunteers in Paris on Feb. 27, 1919. Nou weet ik niet zeker of de uniformen die ze dragen de reguliere militaire uniformen zijn of dat de bibliothecarissen hun eigen uniform hadden. Voor het verhaal neem ik maar aan dat dit speciale militaire bibliotheekuniformen zijn. Is toch net even leuker. Het is me ook niet duidelijk of het allemaal vrijwilligers waren, in die bibliotheken. Want die Camp Libraries waren niet onbemand, in die militaire kampen was wel degelijk een bibliothecaris aanwezigOf zouden dat ook vrijwilligers zijn geweest?

Al lezend ging ik mij toch afvragen hoe dat in Nederland zat, wat Nederlandse bibliothecarissen zoal deden tijdens de wereldoorlogen. De situatie is natuurlijk totaal verschillend maar toch. Over de situatie tijdens de Tweede Wereldoorlog is zijdelings te lezen bij Annejet van der Zijl’s Anna in de hoofdstukken over de jaren van Annie M.G. Schmidt in de bibliotheek van Vlissingen. In het standaardwerk van Paul Schneiders zijn beide wereldoorlogen ondergebracht in het hoofdstuk 1914 – 1964. Daarin wordt relatief veel aandacht besteed aan de ontwikkelingen op documentatiegebied en minder aan openbare bibliotheken. Volgens Schneiders werd de Tweede Wereldoorlog door veel bibliothecarissen ervaren als een onaangenaam, erg vervelend intermezzo. Klinkt toch een stuk minder idealistisch dan de Camp Librarians van de ALA.

Over bibliothecarissen tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft Scheiders weinig te melden, hij noemt vooral de bibliotheken van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen die hun leeszalen extra lang opstelden zodat gemobiliseerde soldaten er gebruik van konden maken. Op zijn prachtige blog Libriana (volg dat blog!) heeft Hans Krol een heel artikel gewijd aan de bibliotheken van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen maar ook daar is het onderdeel WO I erg klein. Daar kwam ik ook onderstaande flyer tegen. nutsleeszaal WOI

 

De Leeszaal is open van 10 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds. Hoezo moderne tijd? Hoezo ontmoetingsfunctie iets nieuws? We doen het al honderd jaar blijkt hier. Het lijkt me dat deze leeszaal dus wel degelijk op ideële gronden een duidelijke functie invulde. Jammer dat er verder zo weinig bekend is over de geschiedenis van de Nederlandse Openbare Bibliotheken. Qua interessante verhalen bedoel ik dan.

Over erfopvolging gesproken

Het is vast geen toeval dat ik uitgerekend vandaag, op Koningsdag, deze video tegenkwam. Vaste lezers van dit blog weten dat ik erg vóór een monarchie ben en dat ik dus geen probleem heb met erfopvolging. Bovenstaande film gaat over Houshi, een traditioneel Japans familiehotel oftewel een ryokan die al 46 generaties door dezelfde familie gerund wordt. Gebouwd in 718 is het het een-na-oudste hotel van de wereld (het oudste hotel ter wereld staat overigens ook in Japan).

Zo’n hotel dat al bijna 1300 jaar in de familie is brengt een bijzondere verantwoordelijkheid met zich mee. De jonge Duitse filmer Fritz Schumann brengt prachtig in beeld hoe de familie daarmee worstelt, met name de dochter des huizes. Mooi. Niet alleen die traditie en die worsteling maar ook de beelden uit het hotel zelf. (let op die oude dame in kimono met die sigaret in haar mond, terwijl haar eten geserveerd wordt)

De wederopstanding van de bibliotheekopleiding. Een pleidooi

steve jobs en bill gates

Afgelopen zomer was het dertig jaar geleden dat ik mijn diploma als Jeugdbibliothecaris kreeg. Ja, reken maar even uit hoe oud ik ben. Hou er wel rekening mee dat ik nog heel jong was toen ik aan de opleiding begon. Echt héél erg jong….

Tegelijk met mij studeerden er nog zeker 40 jeugdbibliothecaressen af aan de Bibliotheek en Documentatieacademie in Tilburg. Daarnaast kregen een stuk of 60 studenten een BD of BOB diploma en ik schat zeker 100 mensen een diploma als assistent-bibliothecaris. Alleen al in Tilburg kwamen er dus zo’n 200 nieuwe bibliothecarissen of documentalisten van de opleiding. En toen waren er ook nog soortgelijke opleidingen in Den Haag, Amsterdam, Groningen, Deventer en Sittard. Geen idee om welke aantallen het daar ging maar ik vermoed dat ik niks raars zeg als ik beweer dat er in 1984 ongeveer 1000 nieuwe bibliothecarissen op de arbeidsmarkt kwamen.

Arbeidsmarkt

Die gingen zeker niet allemaal op zoek naar een baan in een bibliotheek of documentatiecentrum, een aantal mensen ging daarna een andere studie doen. Die waren eerder uitgeloot of mochten van hun ouders niet de studie van hun keuze doen. Of die wisten niet wat ze wilden gaan doen, dan was een paar jaar bibliotheekacademie een prima keuze. De basisopleiding duurde maar twee jaar, dus je verloor er niet al te veel tijd mee en de studie was fantastisch voor je algemene ontwikkeling. Maar een groot deel van die duizend mensen ging wel op zoek naar een baan. En vonden die vervolgens maar mondjesmaat. Want 1984 was de tijd van de grote jeugdwerkeloosheid. Jonge mensen vonden in het algemeen al geen werk maar de bibliotheekbranche zat helemaal op slot. Sommige oud-klasgenoten gingen als vrijwilliger werken in speciale bibliotheken in de hoop na verloop van tijd een voet tussen de deur te krijgen, wat soms lukte maar meestal niet. Anderen gaven het na een paar jaar vruchteloos solliciteren op en lieten zich omscholen. Onder druk van het arbeidsbureau vaak tot ICT-er, een nieuwe branche in opkomst.

Het instorten van de opleiding

In de jaren daarna nam het aantal studenten aan de verschillende bibliotheekopleidingen langzaam af. Volgens mij niet eens vanwege de arbeidsmarkt perspectieven, die waren er sowieso niet, maar vooral omdat de opleiding minder zichtbaar werd. Letterlijk omdat vanwege de fusies in het hoger onderwijs de bibliotheekopleidingen opgingen in grotere hbo-instellingen en ondergesneeuwd werden door hun grotere broers maar ook omdat de opleidingen zelf langzamerhand een duidelijke visie op het vak verloren. Althans, zo lijkt het achteraf gezien. Idealisme werd een vies woord (of in elk geval een beladen woord) dus dat sneuvelde als eerste. Ook de algemene vormende vakken verdwenen langzamerhand onder het mom van “je hoeft het niet te weten, als je het maar kunt opzoeken” en in de plaats daarvan kwam de nadruk steeds meer op techniek en informatica te liggen. Er was allengs minder aandacht voor het openbare bibliotheekwerk op de opleiding want die sector had studenten weinig te bieden. Zoals de opleidingsdirecteur twintig jaar geleden zei: “studenten willen geen stage meer lopen in de ob, want daar moeten ze alleen maar rotklusjes doen. Jullie maken het helemaal niet uitdagend genoeg.” In plaats daarvan ging het steeds meer over informatietechnologie en als ik de verhalen moet geloven meer over technologie dan over informatie.

De basis van het vak

Taaie stof en de vraag was wat je daar in de dagelijkse praktijk aan had, terwijl de basis van het vak toch niet veel veranderd is. De omstandigheden zijn alleen veranderd. Wij leerden dat de belangrijkste taken van de bibliothecaris-documentalist waren: “verzamelen, ontsluiten en beschikbaar stellen” van informatie. Toen werd het “selecteren, organiseren en distribueren”. En tegenwoordig noemen we dat cureren, oftewel: “filteren, organiseren, verrijken en delen”. Ok, dat is niet allemaal precies hetzelfde, maar in grote lijnen komt het wel op hetzelfde neer. Vooral in speciale bibliotheken zijn de principes van het werk hetzelfde gebleven: de vorm is veranderd: informatie is gedigitaliseerd. In plaats van iets op te zoeken in een boek of een almanak zoek je het nu digitaal. In plaats van via papieren circulatielijsten deel je informatie via social media, maar het blijft delen van informatie.

Openbare bibliotheken

In openbare bibliotheken is veel meer veranderd: daar is veel gecentraliseerd met name op het gebied van verzamelen, ontsluiten en distribueren. NBDbiblion en Bibliotheek.nl hebben ons veel werk uit handen genomen. En misschien omdat bibliothecarissen veel van die basiszaken niet meer zelf hoeven doen beginnen ze hun eigen vak overbodig te vinden. Dat lijkt me tenminste de enige verklaring voor het feit dat we onze eigen opleiding zo hebben laten verdwijnen. Openbare bibliotheken vragen in vacatureteksten zelden naar een bibliotheekopleiding. We hebben het zelfs liever niet lijkt het. Althans, die paar jonge mensen die van de opleiding afkomen en in een openbare bibliotheek willen werken klagen dat ze moeilijk aan de bak komen.

Bibliothecarissen zijn zeldzaam masochistisch: ze zijn er ontzettend goed in om hun eigen vak af te kraken. Iedereen kan alles beter lijkt het wel. En zeker bibliotheekdirecteuren: veel directeuren vinden dat bibliothecarissen niet (meer) zijn toegerust om in een hedendaagse bibliotheek te werken. Waarbij ze zichzelf dan uiteraard de uitzondering op de regel vinden. Maar lieve mensen, dat hebben we ons zelf aangedaan. We hebben ons vak zelf uitgehold, te beginnen met het rücksichtslos uitvoeren van Stef van Breugels adviezen over functie-innovatie. Het lijkt me hoog tijd voor een tegenbeweging. Voor nieuw elan, voor een wederopstanding van de bibliothecaris en van de bibliotheekopleiding. Niks ten nadele van de GO of de bestaande hbo opleidingen maar de opleiding tot Informatiemanager of Media, Information and Communicatie specialist sluit niet echt aan bij ons werkveld. Ik krijg niet de indruk dat daar veel aandacht wordt besteed aan openbare bibliotheken. Niks onderwijs, leesbevordering, laaggeletterdheid, volksverheffing of mediawijsheid. Zelfs geen retailformule.

Een nieuwe bibliotheekopleiding

We hadden al nooit een academische bibliotheekopleiding en nu die ene leerstoel bibliotheekwetenschap ook nog op de tocht dreigt te staan lijkt het me tijd voor actie. In de aanval zou ik zeggen: red niet alleen de leerstoel bibliotheekwetenschap maar zorg er ook voor dat er een volwaardige bibliotheekopleiding komt voor openbare bibliotheken. Door het verhogen van de pensioenleeftijd hebben we er plotseling twee jaar bijgekregen omdat veel collega’s nu langer zullen moeten doorwerken maar over een paar jaar gaat de grote uitstroom echt beginnen. Al die mensen die 30 jaar geleden die banen bezetten waardoor al die jongeren iets anders gingen doen zullen dan echt vertrekken. En die kun je niet allemaal vervangen door marketeers, historici, literatuurwetenschappers, bedrijfskundigen, pabo-ers en communicatiespecialisten. Daar zullen toch op zijn minst een paar mensen met een bibliotheekachtergrond bij moeten zitten om er voor te zorgen dat de boel bij elkaar blijft.

Overal ter wereld bestaan universitaire bibliotheekopleidingen (alleen in Taiwan al 11, volgens Frank Huysmans) en wij hebben niet eens een volwaardige hbo-opleiding. Toen ik dat een paar geleden uitlegde aan een paar Deense en Amerikaanse bibliotheekstudenten geloofden ze me niet. Daar is het vak onverminderd populair. Het is dus niet zo “dat studenten niet willen”, wij hebben ze gewoon niks te bieden. En ja, ook in Vlaanderen wordt de  postacademische vorming Informatie- en Bibliotheekwetenschap opgeheven maar dat lijkt me des te meer reden om in Nederland weer met een opleiding te starten. Een nieuw credo heb ik al, in plaats van “verzamelen, ontsluiten en beschikbaar stellen” stel ik voor om “inspireren, creëren en participeren” als uitgangspunt te gebruiken. Met dank aan Rob Bruijnzeels. Een opleiding waarin het sociaal-maatschappelijke belang van de openbare bibliotheek het uitgangspunt is. Met een combinatie van vakken op het gebied van educatie, communicatie, bedrijfskunde, psychologie, onderwijskunde en een flinke dosis geschiedenis van het vak. En uiteraard ook content curatie. Ik weet niet of de Rondetafelconferentie over de toekomst van het informatievak van Initiatiefgroep KEI de juiste plek is om zoiets aan te kaarten. Dat lijkt me nou juist over het technische deel van het vak te gaan. Maar daar vergis ik me misschien in. Is het niet een mooie taak voor de VOB, om zich daar sterk voor te maken? Het gaat over het voortbestaan van het vak en daarmee ook om het voortbestaan van de vereniging. Werkgroepje oprichten? Ik stem vóór.

Volgens Twitter zou bovenstaande foto van Steve Jobs en Bill Gates uit 1984 zijn. Het jaar waarin ik mijn diploma kreeg. Maar hij blijkt uit 1985, Jobs en Gates geven hier samen een persconferentie over Microsoft.

Nog eentje voor de verzameling

In de serie Australian Diary, een filmpje uit 1949 over de pionierstijd van het openbare bibliotheekwerk in Australië. Over hoe een nieuwe openbare bibliotheek in de buurt van Sidney de basis is voor een progressive booklending movement  die zo succesvol is dat ze sinds kort een bibliobus hebben om kinderen in de regio wekelijks van boeken te voorzien.

Ik hou van dit soort filmpjes, met zo’n gezwollen stem en bijbehorend taalgebruik. Maar wat ik hier vooral zo prachtig aan vind is de vanzelfsprekendheid van het feit dat lezen goed voor je is. Met zinnen als reading is a key to the world’s knowledge en mijn absolute favoriet: It’s concentrated magic. Vorig jaar had ik al eens een Canadees filmpje, van een bibliotheek in een tram, in de serie Unusual occupations. Ook leuk, en zelfs in kleur. Maar deze is aandoenlijker. En overigens afkomstig uit het National Film & Sound Archive Australia.

Geschiedenis toegankelijk maken

Charles Dickens die in een Morrissey-achtig lied over zijn eigen leven zingt. Weet niet of dat nou echt recht doet aan Dickens, maar geestig is het wel. Ben alleen wel bang dat elke keer als ik ergens de naam Dickens lees, ik vanaf nu die rondslingerende gladiool in zijn hand zie. Maar ik weet nu ook dat Dickens opgroeide in een countryhouse dat op zijn 10e verkocht moest worden omdat zijn vader in de gevangenis belandde. Dus ik heb er wel iets van opgestoken…

En dat is precies de bedoeling. Dit liedje komt uit een tv-serie voor kinderen over geschiedenis, gebaseerd op Horrible Histories, een Britse serie kinderboeken over geschiedenis. They are designed to engage children in history by presenting the unusual, gory, or unpleasant aspects in a tongue-in-cheek manner in contrast to the formality of lessons taught in school. Die kinderboeken werden zo’n enorm succes dat er een heel bedrijf omheen gebouwd is dat zich bezig houdt met spelletjes, tv-series, tijdschriften en zelfs een theaterstuk. Ze beperken zich ook niet meer tot alleen geschiedenis, maar schrijven over een breed scala aan onderwerpen. Een aantal van de boeken zijn in het Nederlands vertaald in de serie Waanzinnig om te weten.

Heel populariserend al die boeken, maar ’t werkt wel. En het klopt ook. Die gladiool van Dickens is niet toevallig, want Morrissey stond in het oorspronkelijke clipje van This Charming Man ook met een gladiool te zwaaien. En het liedje van Dickens eindigt ook vast niet toevallig met de zin Heaven knows I’m miserable now….  Op het Youtube kanaal van de Horrible Histories staat een groot aantal liedjes, en daar zitten een paar erg leuke filmpjes bij, zoals de Vikingen, die als Simon en Garfunkel heel zijig door een bos lopen of de Griekse filosofen die als de Monkees rondhuppelen.

Nog een leuke tip voor een muziekkwis, raad het origineel, misschien?

Dribbelige bibliothecarissen

Artis5Toen ik ’s ochtends op dat IBBY conferentieoord kwam voelde ik me al kribbig worden. Ik had het idee dat ik weer terug was in de bibliotheekwereld van 1930. Die werd toen uitsluitend bevolkt door vrouwen, die als hennen heen en weer liepen en deden of ze iets goed konden organiseren. Ik ben echt niet tegen vrouwen, maar dit soort dat zo dribbelig dingen verkeerd doet daar had ik vroeger al weerstand tegen en dat gevoel was er gisteren weer.

Annie M.G. Schmidt, 1988

Bovenstaand citaat komt uit het boekje Annie M.G. Schmidt en de bibliotheek van Marcel Raadgeep, het nieuwjaarsgeschenk van de OBA. Heel herkenbaar die beschrijving. Niet erg aardig, dat “die deden of ze iets goed konden organiseren” maar ik snap wel meteen wat ze bedoelt. Het heeft iets te maken met de hang naar ordening en de regeldrift die veel bibliothecarissen hebben. De enorme behoefte aan praktisch bezig zijn en de zucht naar structuur en vastigheid. Dat was blijkbaar in de jaren ’30 zo en dat is nu nog steeds zo. Bij veel bibliothecarissen althans.

De branche wordt niet meer uitsluitend bevolkt door vrouwen, maar die drang is er nog steeds. En bij de vrouwelijke collega’s zie je dat sterker dan bij de mannen. De vraag is natuurlijk of die behoefte vanzelf ontstaat als je in een bibliotheek gaat werken, of dat mensen die houden van structuur kiezen voor het vak van bibliothecaris. Ik hou het op het laatste…

Maar ik heb er wel eens moeite mee: dat massaal duiken op een oplossing voordat helder is wat het probleem precies is. In mijn vorige stukje schreef ik er ook al over en de afgelopen dagen spookt het steeds door mijn hoofd: ik vind het lastig dat bibliothecarissen (en daarmee bedoel  ik mensen die in een bibliotheek werken, onafhankelijk van welke opleiding ze hebben) zo’n behoefte hebben aan modellen en formats. Eén bibliotheek heeft een oplossing gevonden voor een lokaal probleem en hup, die oplossing wordt rücksichtslos gekopieerd naar allerlei andere situaties. Zonder te kijken of dat wel past bij die andere situatie. Want ja:  het werkte daar dus dan werkt het hier ook. Zij een meubel, wij ook een meubel. Hunnie een steunpunt, wij ook een steunpunt. Begrijp me goed: er is niks mis met het overnemen van een goed idee: beter goed gejat dan slecht bedacht. Maar denk, voordat je meteen in de uitvoering springt, eerst eens na over je eigen situatie: is dit echt wel de beste oplossing voor jouw probleem? Heb je eigenlijk wel een probleem of vind je het alleen maar een leuk idee?

In het boekje over Annie M. G. Schmidt wordt een brief aangehaald die Schmidt in 1958 schrijft aan de Centrale Vereniging van Openbare Bibliotheken. Ze is dan al 12 jaar het vak uit, maar op verzoek blikt ze terug. Ze noemt de bibliotheek haar thuis. Ik kan u bijvoorbeeld zeggen ik vader haatte en moeder liefhad. Ik haast me erbij te vermelden dat ik met ‘vader’ niet een persoon bedoel. Met ‘vader’ bedoel ik hier de strenge orde van de apparatuur, de catalogi, de titelbeschrijving, het eindeloos gemier met puntkomma’s, dat was vader. En als vader dan de ordening was: met ‘moeder’ bedoel ik de ziel en de zin, namelijk de relatie tussen boeken en mensen, het liefdevol bij elkaar brengen van die twee, het aan elkaar schakelen van bepaalde boeken en bepaalde mensen.

Ik vind het een mooie beschrijving van de twee kanten van ons vak. Ze horen er allebei bij, ze zijn allebei belangrijk maar de ene kant ligt me nou eenmaal beter dan de andere. Ik ben meer ‘moeder’ dan ‘vader’. Maar dat vindt waarschijnlijk iedereen van zichzelf.

Wat je kunt leren van bibliobussen

Als oud-voorzitter van het Landelijk Platform Bibliobussen heb ik nog steeds een zwak voor bibliobussen. In heel Nederland beginnen ze langzamerhand te verdwijnen, alleen in Zeeland zijn ze zo verstandig om te investeren in de bussen.

Ik begrijp nog steeds niet waarom er zo’n dedain rondom de bussen hangt, waarom veel mensen het een soort van minderwaardig bibliotheekwerk vinden. Of ik begrijp het wel: als je alleen in aantallen denkt dan is een bibliobus waar “maar” 4000 materialen in staan klein bier. Maar dan zie je niet dat dat vanwege de hoge circulatie in een bus dat elke week 4000 andere materialen zijn. En dan laat je de sociale rol die een bus heeft al helemaal buiten beschouwing. Maar goed, daar heb ik me in het verleden al boos genoeg over gemaakt.

In het buitenland zijn de bibliobussen nog volop in actie, daar wordt het werk nog heel serieus genomen. Want wat is er nou meer Outreach dan een bibliobus die de mensen letterlijk opzoekt?

Ook op een andere manier worden de bussen daar serieus genomen. Op dit moment legt Derek Attig, een historicus, de laatste hand aan zijn proefschrift Here Comes the Bookmobile: Public Culture and the Shape of Belonging. Over de rol die bibliobussen speelden bij de vorming van gemeenschappen in de Verenigde Staten gedurende de 20e eeuw. Over de sociale rol van de bibliobus dus.

In particular, it tells the story of the rise of an idea about community–as a “common consciousness” produced by shared infrastructure–and the fate of that idea in a century often marked by discrimination, dislocaton, and distrust.

Fijn, dat er ook eens iemand van buiten de branche het fenomeen serieus neemt. Die ziet dat een bibliobus meer is dan een rijdende boekenkast. Ik ben erg benieuwd naar dat boek…

Derek houdt ook een blog bij waarin hij interessante of rare verhalen en foto’s deelt die hij bij zijn archiefonderzoek naar bibliobussen tegenkomt. Voor de liefhebbers. En voor de echte liefhebbers verwijs ik ook graag naar de verzameling foto’s van Nederlandse bussen op Flickr.

Waar ik bibliothecaris werd

Gisteravond ben ik uit eten geweest met een aantal ex-collega’s. Ik ben al bijna 11 jaar weg uit de bibliotheek waar we ooit samen werkten maar het blijft leuk om die collega’s weer eens te spreken. Inmiddels werkt bijna iedereen ergens anders (of is gepensioneerd, het is een zeer gemêleerd groepje) maar dat gezamenlijke verleden verbindt ons.

Toen ik naar huis fietste realiseerde ik me opeens waarom die bibliotheek  zo belangrijk is geweest voor me: dáár ben ik een bibliothecaris geworden. Een echte. Toen ik daar begon met werken (eerst als invaller) had ik een bibliotheekdiploma en een paar jaar ervaring op de PBC Noord-Brabant maar wist ik eigenlijk nog niet zo veel over het vak. Ik kon titelbeschrijven en sorteren en ik wist van alles over de geschiedenis van jeugdliteratuur en over documentaire informatie maar de eerste keer dat een oudere meneer mij vroeg “of ik even wilde helpen met het zoeken van een aardig leesboek” had ik daar weinig aan. Met een greep op goed geluk en een beetje hulp van een collega ging die meneer redelijk tevreden de deur uit maar ik realiseerde me dat ik nog veel moest leren.

En dat is ook gebeurd. Van de bevlogen en ervaren bibliothecarissen die daar werkten heb ik in de praktijk het vak echt geleerd. Ze wisten veel en waren streng, vooral als het ging om omgaan met het publiek. Een van de vaste stelregels was: een klant mag nooit met lege handen de deur uit. Al stuur je hem maar weg met een telefoonnummer van een instantie waar ze het antwoord wel weten of met een kopietje uit een encyclopedie (ik heb het over de prehistorie, het internet bestond toen nog maar net…). Het was volstrekt normaal dat er met alle scholen in de gemeente intensief contact was en dat er een groot educatief aanbod was. De scholen voor het speciaal onderwijs kwamen zelfs elke zes weken naar de bibliotheek “want die kinderen hebben dat steuntje in de rug extra hard nodig”. Kinderboekenweekfeesten, Kinderjury, Voorleeswedstrijden, you name it en we deden mee. Uiteraard. Samen met de Schouwburg (voor de centrale) of het buurthuis (voor de filialen), net hoe het uitkwam. Wij vonden de bibliotheek belangrijk en we vonden het werk dat we deden belangrijk en daar was onze omgeving het mee eens. En dat vonden we volstrekt normaal.

Pas toen ik bij ProBiblio ging werken en zag hoe het er in andere bibliotheken aan toe ging kreeg ik door dat lang niet iedereen dat zo normaal vond. Dat het op een aantal plekken heel anders ging. Omdat daar minder geld was en een andere infrastructuur maar vooral omdat daar andere mensen werkten met andere opvattingen over hoe je je als bibliotheek dient op te stellen. Die veel afwachtender waren en veel passiever. Die ook veel minder lol in hun werk hadden. Want wij hadden erg veel plezier in wat we deden (meestal dan).

Ik heb er 9 jaar gewerkt, maar het waren vormende jaren. Dáár ben ik bibliothecaris geworden. Een echte. Een goeie. Al zeg ik het zelf.

Overigens komt de foto hierboven uit het Geheugen van Nederland met deze begeleidende tekst: Dit is het Friese meisje Elsje Klink (12) temidden van haar klasgenoten op de L.T.S. te Sneek. Elsje wil “timmerman”worden en aangezien haar ouders daarmee akkoord gaan staat zij nu als enige vrouw haar mannetje met zaag en hamer. 

Het Rijksmuseum als voorbeeld

De informatie-functie van openbare biblio-theken staat onder druk: voorheen werd die voornamelijk ingevuld door hun non-fictie collectie maar de komst van Google maakte daar vrij hardhandig een einde aan. Met een nieuwe invulling van die functie worstelen de meeste bibliotheken nog.

Een paar weken geleden las ik dat het Rijksmuseum een breimiddag organiseerde naar aanleiding van de tentoonstelling Hendrick Avercamp: IJspret. Klonk op het eerste gezicht heel gekunsteld en tuttig. Maar gisteren las ik in Het Parool hoe die middag verlopen was en toen realiseerde ik me dat dit eigenlijk een nieuwe invulling is van de informatiefunctie van het museum.

Want het was niet zomaar een gezellig breimiddagje. Een van de bijzondere dingen van het werk van Avercamp is dat hij de kijker een blik gunt op de dagelijkse realiteit van de 17e eeuw. Om dat te benadrukken organiseert het museum een aantal activiteiten die een link leggen tussen de huidige tijd en die van toen en deze brei actie was er een van.

En het was ook niet zomaar breien: er werd historisch verantwoord gebreid, o.a. aan de hand van een patroon van de “bekende Britse breister” Sally Pointer, gebaseerd op de muts van een walvisvaarder uit de collectie van het Rijksmuseum. Tijdens het breien werden twee lezingen gegeven door conservatoren van het museum: een over de walvisvaart naar Spitsbergen en de mutsen die daar bij opgravingen zijn gevonden en een over kleding uit de tijd van Avercamp en over de geschiedenis van het breien.

Ter promotie van de middag is een weblog opgezet en via de breicommunity van Nederland werden er deelnemers gezocht. Het liep storm: binnen twee weken zat de inschrijving vol. Een Flickraccount erbij voor de enthousiaste foto’s en hup. Makkie.

Hoezo nu informatiefunctie? Afgelopen zondag hebben 160 mensen rechtstreeks kennis gemaakt met 17e eeuws breiwerk en Hollandse walvisvaarders. Die gaan allemaal met een leuk verhaal (en een muts) naar huis en reken maar dat daar nog lang over nagepraat gaat worden in brede kring. Zowel AT5 als RTV Noord-Holland hebben er gefilmd en diverse kranten hebben er verslag van gedaan. Een heel groot publiek heeft hiermee dus informatie over dit onderwerp tot zich genomen. Als het museum besloten zou hebben om een mooi boek uit te geven en breipatronen in de museumwinkel was gaan verkopen zou dat bereik een stuk kleiner zijn geweest. Dat noem ik een originele invulling van je informatiefunctie. Zouden meer mensen moeten doen.

get_footer() ?>