Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

gemeentes

All of the posts under the "gemeentes" tag.

Over de commerciële bibliotheek

museum-delfshaven-bibl

Even voor alle duidelijkheid: commerciële openbare bibliotheken bestaan niet. Ja, er is nu een commercieel bedrijf op de markt dat bibliotheken exploiteert. Maar een commerciële openbare bibliotheek bestaat net zo min als een commerciële openbare school bestaat. Je kunt een school op commerciële basis runnen, maar dan begeef je je op de niche markt van het particulier onderwijs. Op commerciële basis een reguliere school organiseren kan niet, daarvoor zijn de kosten te hoog, je publiek te arm en zijn er teveel regels waar je je aan moet houden. Een school kost geld.

Dat geldt voor bibliotheken ook: een openbare bibliotheek kost geld. Het is een investering die je als gemeente doet, niet voor de gezelligheid maar omdat het je iets oplevert. Namelijk een beter toegeruste bevolking: burgers die zich beter kunnen redden in de samenleving omdat ze beter kunnen lezen/hoger opgeleid zijn/digitaal vaardiger zijn/meer inlevingsvermogen hebben dan zonder openbare bibliotheek. Als je als gemeente vindt dat je dat geld beter aan iets anders kunt besteden is dat uiteraard je goed recht, het is jouw geld. En er is ook niks mis met commerciële bedrijven: Karmac heeft heel slim een niche gevonden bij gemeentes waar ze in is gesprongen. Zij leveren een boekenmagazijn en dat zal zeker aan een bepaalde vraag voldoen. Maar daar krijgen ze gewoon subsidie voor, net als die stichtingen die de bestaande bibliotheken exploiteren. De term commerciële bibliotheek suggereert iets heel anders: namelijk dat het een bibliotheek is zonder subsidie. Zoals Joop van den Ende op commerciële basis theaters uitbaat: zonder subsidie maar door een goede programmering mensen verleiden om een ongesubsidieerd, duur, kaartje voor het theater te kopen.  Daarvan is in het geval van bibliotheken geen sprake: hierbij wordt het geld van de gemeenschap doorgesluisd naar een commerciële partij. Als dat zo moet zijn dan is dat maar zo. Maar dat mag je geen commerciële bibliotheek noemen, zoals op dit moment veel in de pers gebeurd. Ik begrijp dat Karmac zichzelf graag profileert op die manier, het is een heel slim geval van framing van ze. Maar het klopt niet. Het is een commerciële partij die met gemeentelijke subsidie een bibliotheek exploiteert. Als ze echt een commerciële bibliotheek zouden zijn dan zouden ze dat zonder subsidie doen. Nu is het mooi weer spelen met gemeentegeld over de rug van de bestaande bibliotheek.

Ja maar, als gemeentes dat nou willen: alleen een uitleenfunctie voor de bibliotheek? Dan moeten ze dat toch zelf weten? Dat argument doet me denken aan die moeder die haar kind alleen maar hamburgers en friet laat eten “want hij lust niks anders”. Dat is kiezen voor de gemakkelijkste weg, voor een oplossing op de korte termijn. Daar krijg je op de lange termijn problemen mee. Maar he, wie dan leeft, die dan zorgt.

Commerciële bibliotheken werden in de 18e eeuw al opgericht in Nederland, door boekhandelaren die vanuit hun winkel boeken gingen uitlenen. Dat noemden we toen winkelbibliotheken. Dat waren oprecht commerciële bibliotheken: daar zat geen idieële bedoeling achter maar het was een mooie bijverdienste voor de boekhandelaar. Die winkelbibliotheken zijn na de oorlog langzaam verdwenen in Nederland, met de professionalisering van ons vak stierven ze langzaam uit. Zelfs de leesbibliotheek in het museum in Rotterdam hierboven is niet meer te bezoeken. Misschien is de tijd nu wel weer rijp voor een nieuwe vorm van winkelbibliotheek. Maar laat de ondernemer die dat gaat opzetten dat dan doen met zijn eigen geld, zodat het ook een echte commerciële bibliotheek kan zijn. Niet een gesubsidieerde bibliotheek die zichzelf commercieel noemt. Dat is vals spelen.

De VNG nog korter door de bocht dan de Telegraaf

De site van de VNG besteedt vandaag aandacht aan het artikel in de Telegraaf over de Bieb in de supermarkt. Over dat artikel is al veel gezegd en geschreven en het is ook al uitgebreid genuanceerd door de VOB. Maar de VNG doet blijkbaar niet aan nuance.

De VNG schrijft liever een flauw stukje op zijn site. Het gekruidenier van de gemeentes druipt er van af. Geen visie, geen flauw benul maar wel voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten. Bibliotheken kosten geld en dat is een probleem. Het mag weer eens niks kosten en dus verwijzen ze naar een afstudeerscriptie over bibliotheken die zonder subsidie draaien. Die bestaan niet. Bibliotheken kosten geld. PUNT Als gemeentes dat geld er niet over hebben dan houdt het op, dan sluiten ze de bieb gewoon.

Het is ook nog eens een heel slordig stukje. Degene die dit geschreven heeft heeft duidelijk niet eerst gekeken naar het artikel in de Informatieprofessional waarnaar verwezen wordt voordat de verwijzing gemaakt werd. Die site verwijst namelijk helemaal niet naar een afstudeerscriptie, hij verwijst naar een artikel over een onderzoekje dat een aantal studenten hebben gedaan naar de financiering van bibliotheken. Daarin hebben ze ook een aantal nieuwe concepten verzonnen, maar voor zover ik kan zien gaat geen van die concepten er van uit dat een bibliotheek zonder subsidie zou kunnen. Laat staan dat zo’n bibliotheek al bestaat, zoals de VNG suggereert.

Het was een interessante oefening van die 4e jaars studenten. Een nuttige oefening ook, maar het is van de zotte dat de VNG die nu als serieus voorbeeld noemt. Het is wel duidelijk dat er bij de VNG niemand rondloopt met enige actuele kennis van het werkveld. Dat is al erg genoeg, maar om die onkunde nou zo te etaleren op hun site is tamelijk sneu. En onhandig ook, want zo brengen ze gemeentes ook nog eens op ideeën die niet uitvoerbaar zijn en waar ze dus niks aan hebben.

De strijd tegen het korten op kunstsubsidies

In het NRC van zaterdag staat een paginagroot artikel over gemeentes en hun rol als subsidiënt van de kunsten. In het kader van de gemeente raadsverkiezingen, omdat gemeentes (behalve voor de beeldende kunsten) de belangrijkste subsidieverstrekkers op het gebied van cultuur zijn.

Het is een interessant artikel waarin heel aannemelijk wordt gemaakt dat kunst belangrijk is. Er wordt nauwelijks gesproken over de intrinsieke waarde van kunst maar de nadruk ligt op de niet onaanzienlijke bijdrage die kunst levert aan de economie van een gemeente. Heel verrassend, want dat is in tegenspraak met het gemakkelijke cliché dat kunst niks oplevert en alleen maar geld kost. Onderzoeker Gerard Marlet legt uit dat gemeentelijke bestuurders cultuur niet moeten zien als slagroom op de taart of als speeltje voor de elite. Hij sprak eerder op het Symposium Gemeentelijke Cultuurpolitiek en daar legde hij uit dat de aanwezigheid van cultuur een gunstig effect heeft op de plaatselijke economie omdat het hoog opgeleide bewoners aantrekt die hun geld ook weer in hun eigen gemeente besteden. Daar geeft hij harde cijfers bij: Muziekcentrum Vredenburg kost elke inwoner van Utrecht 25 euro per jaar, maar het levert gemiddeld 250 euro per inwoner op. Dat klinkt heel stoer en als een hard gegeven maar helemaal snappen doe ik het niet. Ik ga toch eens op zoek naar zijn boek want ik vind het fascinerende informatie. 

Dat soort argumenten zijn geweldige munitie in de strijd tegen kortzichtige politici die kunstsubsidies “stelen van de armen en schenken aan de rijken” vinden zoals Han ten Broeke of die vinden dat de prijs van een entreekaartje wel omhoog kan want “ik zie bezoekers van het Residentieorkest eerst voor 200 euro eten en vervolgens 20 euro voor een kaartje betalen” aldus (wethouder!) Sander Dekker. Nog afgezien van dat dat volgens mij alleen al praktisch onmogelijk is (een concert begint om half 9 en als je voor 200 euro wil eten zit je toch al gauw een uurtje of 2 á 3 in een restaurant, maar misschien is dat anders in Den Haag) moet je die 200 euro voor dat diner dus zien als een investering in de stad. Lijkt me nog lastig om die boodschap tussen de oren van onwillende politici te krijgen.

In het krantenartikel wordt geschetst hoe verschillend er binnen gemeentes gereageerd wordt op dreigende bezuinigingen. In Leeuwarden verstuurden de culturele instellingen heel voorspelbaar een brandbrief waarin ze hun nood klaagden en de reactie van de politiek daarop was even voorspelbaar: er moeten nou eenmaal keuzes gemaakt worden etc. etc. Beide partijen betrekken hun stellingen en ik schat zo in dat ze er in Leeuwarden voorlopig nog niet uit zijn. De reactie van de directeuren van de Haagse instellingen vond ik veel verstandiger. Die zijn ook niet erg blij denk ik, maar de directeur van het Gemeentemuseum proeft strijdbaarheid, omdat ze weer eens de gelegenheid krijgen om uit te leggen waarom ze subsidie ontvangen.

Kritiek is toch een kans? Dat wordt ons toch altijd voorgehouden? Nou, grijp die kans zou ik zeggen.

Overigens is het artikel verlucht met een aantal fijne diagrammetjes (het artikel is niet digitaal maar Ingmar heeft ze overgenomen in zijn blog) waarop duidelijk wordt gemaakt dat bibliotheken een groot deel van alle kunstsubsidies ontvangen. Is dat een bedreiging of een compliment?

Er is voor zover ik weet nog geen sprake van massale bezuinigingen op het openbare bibliotheekwerk. Af en toe komt er wel een dreigende bezuiniging voorbij en veel directeuren vrezen de toekomst, maar echt concreet is het allemaal nog niet. Er blijft altijd reden voor bezorgdheid maar laten we vooral optimistisch en strijdbaar blijven. De PVV wil bezuinigen op alle culturele instellingen, behalve op bibliotheken, dus van die kant komt de bedreiging niet. En nou de VOB ook nog filmpjes heeft gemaakt om te gebruiken voor nieuwe politici moet dat toch helemaal goed komen?

Bibliotheek Encyclopedie

Encyclopædia Britannica, Eleventh Edition (1911)  Originally uploaded by Stewart

De VNG heeft vorige week een Encyclopedie voor Openbaar Bibliotheekbeleid uitgebracht, zelfs officieel overhandigd aan de minister.

De encyclopedie ziet er prachtig uit, met mooie glamourfoto’s van bibliotheken uit het hele land, het lijkt me een heel handig en werkbaar boekwerk. In alfabetische volgorde (moet wel als het over bibliotheekzaken gaat natuurlijk) worden de belangrijkste begrippen uit de branche behandeld: van basisbibliotheek, collectievorming en koepelconvenant tot vrijwilligers en zwaartepuntbibliotheken (zie WSF). De verschillende lemma’s worden afgewisseld met voorbeelden van vernieuwingsprojecten uit de branche als Biebsearch en WMO loket. En in de bijlagen staan handzaam een aantal stukken bij elkaar: de tekst van de wet op het cultuurbereik, de bestuurlijke afspraken, het innovatieprogramma, de certificeringsnorm, zelfs een format voor de lokale vernieuwingsagenda en verschillende organisatiemodellen voor basisbibliotheken. Kortom: heel volledig en alles bij elkaar.

Maar wel een beetje laat eigenlijk, dit handboek. Volgens mij zijn zelfs de meest hardnekkige besturen nu wel zo’n beetje klaar met de vorming van basisbibliotheken, die hadden dit waarschijnlijk een heel handig boekje gevonden tijdens het fusieproces. En over de bibliobussen wordt o.a. het volgende gezegd: De VNG ziet de bibliobus als een voorbeeld van een voorziening die voor individuele gemeenten niet betaalbaar te realiseren is. Daarmee heeft de bibliobus een typisch bovenlokaal karakter.(..) Bovendien betreurt de VNG het dat deze voorziening in de ene provincie wel en in de andere niet wordt ondersteund. Er ontstaat hierdoor een situatie van rechtsongelijkheid voor gemeenten. Het kalf is verdronken, de put is gedempt en nu betreurt de VNG het dat de provincies geen eenvormig beleid voeren. Slap gedoe. Toen de discussie rondom de bussen op zijn hoogst was heb ik nog wel eens geprobeerd het gesprek aan te gaan met de VNG maar meer dan een hulpeloos schouderophalen kon er niet af.

En nou ik toch bezig ben: kunnen we eens ophouden met die hele cultuur van afrekenen op cijfers? Ik begrijp best dat gemeentes en provincies willen weten wat met hun gemeenschapsgeld gebeurd maar inmiddels zijn er zoveel procedures en formulieren verzonnen dat je er gek van wordt. Hier ook weer: in de bijlagen eindeloze voorbeelden van verantwoordingsmodellen en kostentoerekening naar de verschillende kernfuncties. Een kleine bibliotheek mag per jaar 35.000 euro uitgeven aan de kernfunctie ontmoeting en debat, waarvan 20.000 aan personeelskosten en 15.000 aan materiële kosten. Waarom mag een bibliotheek dat bedrag niet zelf vaststellen? De bedragen zijn uit de richtlijnen gehaald (en die zijn volgens mij door ons zelf vastgesteld) dus het zal wel redelijk zijn, maar door het zo in deze encyclopedie op te nemen krijgen ze toch min of meer de status van voorschrift. De reactie van de VNG zal ongetwijfeld zijn dat dit maar een handreiking is en dat gemeentes hiermee het gesprek moeten aangaan met de bibliotheek om sámen vast te stellen wat lokaal gewenst is. Maar volgens mij overschat de VNG hiermee op een enorme manier zijn eigen leden.

Dit slaat elk initiatief dood en het vreet energie die niet ergens aan besteed kan worden. Vaak zijn dit soort situaties eindeloze papierschuiverij, niet bedoeld om inhoudelijk iets toe te voegen maar om de illusie te hebben dat er controle mogelijk is. (zoals een oud-directeur van mij ooit zei “als de ambtenaren bedrogen willen worden, dan bedriegen we ze toch gewoon?”) Maar er staat een jubelend verhaal in over de 3B-bibliotheek die gericht prestaties levert aan de gemeente, dus daar werkt het blijkbaar. Het zal wel persoonlijk zijn, ik gruwel er van.

Maar goed: een leuk boekje en ik zou het graag willen hebben voor mijn verzameling boeken over de geschiedenis van het openbare bibliotheekwerk. Heb geïnformeerd bij de VNG maar ze zijn op (ook raar voorraadbeheer overigens). Ze denken pas aan bijdrukken als de vraag ernaar overweldigend is. Dus als iedereen nou even gaat bellen….

get_footer() ?>