Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

directeur

All of the posts under the "directeur" tag.

Hoe het bevalt in het Zuiden

“En, hoe bevalt het in het Zuiden?” Die vraag wordt me de laatste tijd vaak gesteld. Begrijpelijk. Mijn standaardantwoord is altijd: “goed. Het bevalt me heel erg goed”. En dat is ook zo. Voor iedereen die ik de afgelopen maanden niet ‘in het echt’ heb ontmoet hierbij een iets uitgebreider antwoord op die vraag, in al zijn variaties. Mijn eerste honderd dagen zijn  inmiddels achter de rug dus dit lijkt me daar wel een goed moment voor.

Hoe is het om terug te zijn in Limburg?

Leuk. Vreemd, maar fijn vreemd. Ik ben geboren en opgegroeid in Limburg en al mijn familie woont in deze provincie dus voor mijn gevoel was ik er nooit weg. Ik woonde alleen vanaf mijn 17e ergens anders. Wat heel erg wennen is dat je de hele dag, met iedereen, Limburgs kunt praten. Dus ook op je werk. En dat is onverwachts fijn. Want Limburgs praten is toch “als mezelf praten”, zoals een nichtje dat als expatkind van Limburgse ouders in Azië opgroeide dat ooit noemde.

Hoe bevalt Roermond?

Heel goed. Het is een mooie stad en redelijk overzichtelijk. Ik kende er niemand en daarom ben ik me vanuit mijn nieuwe functie aan iedereen gaan voorstellen. Ik ga overal op bezoek om met zoveel mogelijk mensen kennis te maken dus zo leer ik ook meteen de stad kennen. Ik heb bij de gemeentearchivaris gezeten, de theaterdirecteuren, de burgemeester, de Deken en bij de winkeliers in de straat. Eerlijk gezegd kende ik de stad alleen als toerist (als geboortestad van Pierre Cuypers, en van de kathedraal en de Munsterkerk) maar het is ook de stad van de grootste outlet van Europa en ja, ook de stad van Jos van Rey. Met andere woorden: het is hier niet saai.

Hoe gaat het met de bibliotheek?

De bibliotheek van Roermond is een prachtig gebouw (het heeft niet voor niets ooit een architectuurprijs gewonnen) midden in de stad, met een prachtige collectie en we zijn stevig aanwezig op alle scholen in ons werkgebied via de Bibliotheek op School. De zaken zijn prima op orde. De basisbibliotheek Bibliorura werkt voor twee gemeentes: Roermond en Roerdalen, die laatste is een plattelandsgemeente en is zijn bibliotheekbeleid aan het herzien dus de komende tijd wordt het erg spannend.

Mis je Amsterdam niet?

Nee, ik mis Amsterdam niet. Ik mis mijn vrienden wel. En ik mis de culturele voorzieningen, want er zijn weliswaar twee theaters in Roermond maar daar is weinig toneel te zien. Inmiddels heb ik de programmeurs van beide theaters ontmoet (het voordeel van zo’n kleine stad) dus wie weet komen er in de toekomst wat meer toneelvoorstellingen naar de regio? In de omgeving zijn meer theaters, dat van Weert ligt een half uurtje rijden hier vandaan. Om het in perspectief te plaatsen: in Amsterdam deed ik er vanaf mijn huis bijna drie kwartier over om op de fiets naar Amsterdam-Noord te komen. Dus dat valt wel mee.

Hoe bevalt het om directeur te zijn?

Goed. Het is een hele nieuwe ervaring en dat was de bedoeling. Het was wennen om opeens niet meer in de uitvoering te zitten, maar de regie hebben begint steeds beter te bevallen. Daarbij helpt het enorm dat de collega’s van de bibliotheek allemaal zo aardig en welwillend zijn. Bijkomend voordeel van de functie is dat ik nu wordt uitgenodigd voor allerlei interessante gelegenheden, zoals de ledenvergadering van de VOB en de adviescommissie over het omslagstelsel van NBD biblion.

 

Hier is het de laatste maanden een stuk stiller. Deels omdat ik het erg druk heb gehad met verhuizen en het inrichten van mijn nieuwe huis maar ook omdat mijn hoofd niet echt naar bloggen staat. En ook wel omdat ik in mijn nieuwe functie voorlopig wat meer op mijn woorden wil passen. Voorlopig he, dus ik beloof niks. Maar om dat een beetje goed te maken hierbij een filmpje van een bekende Roermondenaar, die ik regelmatig door de stad zie fietsen. Om een beetje in de stemming te komen:

“Wat doet u eigenlijk?”

image“Dus u bent de nieuwe directrice van de bibliotheek? Wat betekent dat eigenlijk? Ik bedoel, wat doet een directrice eigenlijk?” Terwijl ze dat zei pakte het meisje een broodje van de schaal die de serveerster even daarvoor op tafel had gezet. “Het is misschien een beetje een onbeschofte vraag maar ik ben gewoon heel benieuwd want ik kan me dat niet voorstellen.”

“Nou, ik ben natuurlijk pas twee weken directeur dus precies weet ik het ook nog niet. Maar ik kan vertellen wat ik de afgelopen dagen gedaan heb: ik heb gesprekken gevoerd met de gemeentes: met ambtenaren en met de wethouders. Die zijn heel belangrijk, want de gemeente betaalt de bibliotheek en als zij besluiten om ons geen subsidie meer te geven dan houdt alles op. Dan moeten we sluiten”

“Gut ja. Dat zou erg zijn.”

“Verder heb ik de afgelopen weken overleg gehad met de accountant en met de Raad van Toezicht over de jaarrekening, over geld dus. En ik ben druk bezig met kennis maken met alle medewerkers, dan hebben we het onder andere over het beleid van de bieb, over de Bibliotheek op School bijvoorbeeld. En als directeur mag ik natuurlijk ook bij dit soort dingen als deze prijsuitreiking aanwezig zijn, als boegbeeld van de bibliotheek.”

“Interessant zeg. Dat realiseer je je helemaal niet. Al mijn hele leven is de bieb er gewoon, daar kun je altijd naar toe als je dat wil. Ik kan me niet voorstellen dat die er niet zou zijn, dat zou een ramp zijn. Maar zoiets gaat natuurlijk niet vanzelf snap ik nu. Wat een interessante baan heeft u zeg.”

Daarna legde zij uit hoe de leerlingen van het Broekhin college betrokken waren geraakt bij de Halewijnprijsde literaire prijs van de stad Roermond, en hoe zij uit de genomineerden voor die prijs een winnaar van de Reinaerttrofee gekozen hadden. Het werd een bijzonder etentje, na afloop van de prijsuitreiking, met de winnaars en de jury. Met geweldig eten. Dat is overigens wel het meest in het oog springende verschil met werken in de Randstad: de kwaliteit en de kwantiteit van de catering. Maar dat had ik kunnen weten.

Welkom bij de club!

Sinds vandaag is Maaike Deckers de nieuwe directeur van de Bibliotheek Hoorn.

Mede namens Mark Deckers wil ik haar bij deze van harte welkom heten in onze branche. De bibliotheekbranche is een interessante branche, waar af en toe veel reuring is. Meer dan het cliché wellicht zou doen vermoeden. Er zijn soms heftige discussies en we zijn het niet altijd met elkaar eens maar er gebeuren mooie dingen. Fijn dat we nu weer een nieuw gezicht in ons midden kunnen verwelkomen.

En ook fijn dat er weer een nieuwe Deckers is toegevoegd aan de branche. Misschien kunnen we een clubje vormen: Mark, jij en ik? Club Deckers? Laten we om te beginnen eens een keer met zijn 3-en ergens een hapje gaan eten of samen gaan lunchen. Om te zien of we meer met elkaar gemeen hebben dan een achternaam. Mark en ik hebben er zin in.

Maar los daarvan: hartelijk welkom in de branche!

Dag Rob,

rob2Twee weken geleden spraken we elkaar nog, op het feest van de Bibliotheektweedaagse in Middelburg. Over de reunie die we wilden gaan organiseren van ons Nieuw Elan-klasje. “Ja goed idee! Het kan wel bij mij, in het zaaltje. Ruimte genoeg. Maar als jullie het ergens anders gaan organiseren is dat ook prima hoor. Laat maar weten, ik kom. Leuk!”

Het Bibliotheekblad noemt je een aimabel persoon en respecteert je gedegen vakmanschap. En daar heeft het Bibliotheekblad gelijk in. Maar voor mij blijf je vooral de man die zijn eigen gang ging. Die in de gaten hield wat er om hem heen gebeurde maar daar zeer kritisch naar bleef kijken. Die zeker niet met iedere trend mee liep. “Ach, dat is allemaal flauwekul joh.”

Dwars is het verkeerde woord, want daarvoor was je veel te aardig. Maar eigenwijs was je zeker. Als filmfanaat regelde je je eigen filmcollectie en toen de bioscoop in Wassenaar gesloten werd zorgde je er voor dat er in je nieuwe bibliotheek een filmhuis kwam. Een van de redenen waarom je bibliotheek in 2010 werd uitgeroepen tot beste bibliotheek van Nederland. Waar je toen oprecht verrast door was.

Die nuchterheid en jouw kritische blik moeten we nu missen.

Dag Rob.

Personeel een remmende factor?

ANP-888876

In het zomernummer van Bibliotheekblad (nr. 16/17) staat een opiniestuk van Willem Huberts over bibliotheekvernieuwing en personeel. Zo op het eerste gezicht een aardig artikeltje over de personeelsproblemen waar onze sector mee kampt, maar hoe langer ik het stuk op me laat inwerken hoe geïrriteerder ik raak.

Om te beginnen ziet voor Huberts de bibliotheekwereld er wel erg eenvoudig uit: je hebt bibliotheekvernieuwing aan de ene kant, dat is abstract en theoretisch en goed en je hebt medewerkers aan de andere kant en dat is praktisch en moeilijk en daarom slecht. Eerst beschrijft hij een aantal reële problemen waar de sector mee kampt: vergrijzing, gebrek aan allochtonen en een overschot aan vrouwen (dat laatste vind ik overigens een vreemd probleem maar dat laat ik nu buiten beschouwing). Huberts voegt daar nog twee problemen aan toe: hij vindt dat medewerkers niet mobiel genoeg zijn en dat ze niet veranderingsgezind genoeg zijn. Dat lijkt mij twee keer hetzelfde probleem want als medewerkers mobiel zijn (dwz regelmatig van baan veranderen) zijn ze automatisch ook veranderingsgezind.

Over het vermeende gebrek aan veranderingszin heb ik al vaker geblogd, dat hangt ook samen met de bestaande (gedeeltelijk correcte) stereotypen die er over bibliotheekmensen bestaan. Maar ik vind het echt te simpel om alle schuld bij medewerkers te leggen: Huberts geeft hiermee een brevet van onvermogen af, hij profileert zich als een een falende leider: “ze doen niet wat ik wil en dat ligt aan hen”. Dit type manager komt in onze branche erg veel voor: een directeur (over het algemeen) laat zich meeslepen door een aantal mooie vergezichten en gaat ver voor de troepen uithollen. En door hard te roepen dat iedereen mee moet denkt hij (of zij) dat mensen vanzelf wel zullen volgen. Maar zo werkt dat nou eenmaal niet. Een goede leider weet zijn mensen te motiveren en aan zich te binden, de kern van succesvol leiderschap is (vlgs. Schouten & Nelissen) het inzicht dat je als leidinggevende afhankelijk bent van je mensen. Dat gaat niet vanzelf, daar moet je wat voor doen als manager, dat kost tijd en moeite en veel energie. Hardop roepen dat “ze” niet willen lijkt me niet de meest motiverende manier om mensen in beweging te krijgen.

Huberts sluit het artikel af door te zeggen dat hij tegenwoordig expres mensen aanneemt die afwijken van het bestaande team om voor variëteit te zorgen. Ik hoop voor hem dat hij dat wel in overleg met het betreffende team doet want anders lijkt me dat erg sneu voor zowel de nieuwe medewerkers als de bestaande teams. Dat raakt een ander punt dat hij niet expliciet noemt maar dat wel in een ander artikel in hetzelfde nummer van Bibliotheekblad wordt genoemd: namelijk het nadrukkelijk werven buiten het vakgebied. Daar is op zich niet zo veel mis mee (leve de diversiteit) maar ik krijg soms de indruk dat mensen juist vanwége hun gebrek aan ervaring worden aangenomen. Want we zijn zo lekker open als branche….. In elke andere branche wordt juist heel nadrukkelijk gekeken naar het netwerk dat een kandidaat heeft waarvan  je als werkgever in de toekomst zou willen profiteren. Wij zien dat netwerk juist als ballast. Heel vreemd.

Overigens vind ik het een gotspe dat het Bibliotheekblad dit artikel van Huberts plaatst zonder enige verwijzing naar de bestuurlijke crisis waarin de Bibliotheek Gelderland Zuid zich bevindt, juist rondom dit thema, waarin Huberts een belangrijke rol heeft gespeeld. Voor alle duidelijkheid: ik ken Willem Huberts niet persoonlijk, noch iemand in de bibliotheek Gelderland Zuid dus dit is geen persoonlijke afrekening. Dit is alleen mijn visie op leidinggeven aan verandering, met name bij bibliotheekmensen.

Naschrift 10/9/14: Bovenstaand artikel is inmiddels 5 jaar oud.  De heer Huberts heeft mij onlangs laten weten dat hij nu een andere visie op personeelsbeleid heeft en dat het bovenstaande zijn huidige mening niet meer op de juiste wijze weergeeft.   

get_footer() ?>