Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

bibliotheken

All of the posts under the "bibliotheken" tag.

Het KNVI congres

tiny grassOok zo onder de indruk van David van Reybrouck in Zomergasten afgelopen zomer? En ook zo benieuwd hoe dat nou werkt, zo’n G1000, zo’n burgertop zoals Van Reybrouck het heeft bedacht? Op het komende KNVI congres kun je daar een soort van voorproefje krijgen. In Track 6 – Delen en inspireren, Informatie in de netwerkmaatschappij.

Het initiatief voor deze track ligt bij Jeroen de Boer, Marlies de Vet en Elvira Caneda Cabrera. Zij benaderden mij dit voorjaar met de vraag of ik wilde meedenken over een track die ze van plan waren te organiseren. Uitgangspunt voor die track zouden de blogs van Jeroen zijn over Bibliotheekwerk in transitie, een serie die hij geschreven heeft naar aanleiding van een presentatie van Rob Bruijnzeels over datzelfde onderwerp. Het lag voor de hand om Rob te vragen om een workshop te geven over dit thema, dus dat is de ene helft van onze track. Rob’s workshop zal o.a. gaan over de transitie in het menselijk contact: over vragen als hoe zit het met eigenaarschap van kennis en hoe is de interactie tussen mensen in deze verandering? 

Over de invulling van de andere helft hebben we wel even zitten piekeren: hoe gaan we dat doen? Nog iets over bibliotheken of juist niet? Al doorpratend over de vraag hoe je mensen het beste kunt betrekken bij je activiteiten viel de naam van David van Reybrouck en toen waren we er snel uit. Want daar werden we allemaal enthousiast van. We wisten dat er in Nederland een burgertop in voorbereiding was dus toen was het contact met Harm van Dijk snel gelegd. Hij was direct enthousiast en graag bereid om zijn ervaringen bij het organiseren van de burgertop in Amersfoort met ons te delen.

Track 6 zijn dus geen lezingen, maar workshops. Waar je actief bezig moet zijn. Wij denken dat het onontkoombaar is om als informatieprofessional je gebruikers/klanten/leden serieus te nemen en ze te betrekken bij waar je mee bezig bent. Dat geldt voor openbare bibliotheken net zo als voor wetenschappelijke bibliotheken als archieven. Dat is niet eenvoudig, want waar moet je beginnen? Wij denken dat je het beste bij jezelf kunt beginnen, dus vandaar deze track.

Waarom de track zo’n suffe titel heeft weten we eigenlijk geen van allen meer, maar omdat we geen betere weten laten we het maar zo.

Stemmen voor de IVI Award

IVI awardZoals ik al eens eerder schreef zit ik in het bestuur van de Stichting IVI Award. Voor wie dat gemist heeft: dat is een nieuwe prijs die in het leven is geroepen om “innovatie in de informatiebranche” te stimuleren. De prijs is een initiatief van Huub van Dommelen, hier legt hij uit hoe hij op het idee voor die prijs kwam en daarmee ook hoe ik bij de prijs betrokken raakte.

Organisaties konden zichzelf of hun projecten aanmelden voor de prijs tot 30 september jl. Daarna heeft een jury van deskundigen een shortlist samengesteld. Een hele interessante shortlist mag ik wel zeggen, de jury koos voor: Frysklab, De Kennismakerij van de Bibliotheek Midden-Brabant en de website van het Brabants Historisch Informatie Centrum. Heel verschillende projecten, de jury ziet als gemeenschappelijk kenmerk accenten op moderne technologie, op de informatiefunctie en op het concept van een nieuwe bibliotheek. Ik vind ze alle drie heel interessant, ik ben blij dat ik niet hoef te beslissen wie er gaat winnen.

De winnaar wordt aangewezen door de jury, maar op de website van de IVI Award kan iedereen (dus jij ook) zijn mening geven over de nominaties. De jury neemt de reacties van het publiek mee in zijn beslissing, dus het kan de moeite waard zijn om te reageren. Voor alle duidelijkheid: het is geen publieksprijs, het is geen kwestie van meeste stemmen gelden. De jury beslist. Maar de jury kan wel beïnvloed worden, dus ga je gang. Ze neemt alleen de gemotiveerde stemmen mee want nogmaals: het is geen publieksprijs. Hoe vaak krijg je nou de kans om een jury te beïnvloeden? Grijp die kans, zou ik zeggen!

Over hoe fout de e-book posters zijn

campagne ebooksDe afgelopen weken heb ik me enorm gestoord aan het e-books campagnemateriaal van Bibliotheek.nl. Had er iets over willen schrijven, maar ach, Wim Keizer heeft dat al op een luchtige manier gedaan in zijn WWW. En Rob Bruijnzeels heeft zich in zijn column op de site van Bibliotheekblad (dankzij Wim deels hier te lezen) heel boos gemaakt dus er is misschien wel genoeg over gezegd. Maar ik kan het toch niet laten, al is de campagne inmiddels afgerond. Ja toch?

Dat ik persoonlijk voor andere slogans of een ander soort campagne gekozen zou hebben is niet zo interessant, dat is een kwestie van smaak. Je kunt het nou eenmaal niet iedereen naar de zin maken met dit soort zaken. Maar wat ik me nou al die weken al afvraag is wat de makers bezielde bij het bedenken van die ene slogan Na het lezen gooi ik mijn boeken gewoon weg. Die is namelijk op zoveel manieren fout dat ik bijna ga twijfelen aan de goede bedoelingen van de campagnemakers. Wat er dan zo fout aan is?

Om te beginnen klopt hij gewoon niet. Want die e-books die gooi je niet weg, die verdwijnen vanzelf van je apparaat na 4 weken. En zelfs al je ze verwijdert, dan gooi je ze nog niet weg want weggooien impliceert dat het iets fysieks is. En een e-book is geen fysiek boek maar een dienst. Daar is dat hele gedoe met Bibliotheek.nl nou net om begonnen. Een dienst gooi je niet weg, die beëindig je. Dus de slogan is feitelijk en grammaticaal onjuist.

Daarnaast kun je bibliotheken zoiets absoluut niet laten zeggen. Bibliotheken zijn er om het boek te promoten (onder andere) en bibliothecarissen houden van boeken. In elke vorm, dus ook digitaal. Het zijn geen bibliofielen, maar zoiets lomps als een boek weggooien als je er klaar mee bent kan echt niet. Dat is bijna heiligschennis. Boeken gooi je niet weg, daar ga je zorgvuldig mee om, daar ben je voorzichtig mee. Er zijn veel bibliotheken die deze poster niet hebben opgehangen omdat ze het anti-reclame vinden: iets waar je waarde aan hecht, iets dat je belangrijk vindt gooi je niet zomaar weg. Waarschijnlijk was dat ook de bedoeling van de bedenkers: gooi er iets onverwachts in, iets om de aandacht te trekken, een dubbele bodem. Grapje! Maar dit is het nét niet. Wat zeg ik, dit is het helemaal niet. Het is niet grappig en het is ongepast.

Het argument van Rob Bruijnzeels had ik zelf niet zo bedacht, maar hij heeft wel een punt: deze campagne onderschat de gebruiker. Die gaat er van uit dat mensen alleen maar aan hun eigen gemak en hun eigen portemonnee denken. Hoeveel mensen zouden dat nou echt willen, boeken weggooien als je ze uit hebt? Waarom groeien die Little Free Libraries zo hard? En waarom puilen de boekenafdelingen van de Kringloopwinkels uit? Omdat mensen de boeken die ze uit hebben een mooi plekje willen geven, omdat ze er iemand anders blij mee willen maken, niet omdat mensen hun boeken weggooien. De slogan past dus ook niet bij de doelgroep.

“Maar Tenaanval, dat is maar één poster, dan hang je die toch niet op?” Ja, dat is nou net het erge: er is een set van verschillende posters en daarnaast heeft elke bibliotheek een banier gekregen. Om extra aandacht te vestigen op de campagne. Twee keer raden welke slogan er op dat banier staat…. Wie heeft dat bedacht? En waarom? Wat ik me steeds afvraag is waarom er in het hele traject nou niemand gezegd heeft: “alles goed en wel, maar dit gaan we dus niet doen”. Dat een reclamebureau met zoiets komt snap ik nog wel, vind het een beetje onzorgvuldig maar dat was misschien ook wel de opdracht. Maar gaandeweg het traject moet er toch ergens iemand zijn geweest die bedenkingen had? Die aanvoelde dat bibliotheken die niet vinden kunnen? Had echt niemand door hoe dom deze slogan was? Of hebben ze expres hiervoor gekozen om die suffe bibliothecarissen eens een beetje op de kast te jagen? Ik weet niet welke van de twee redenen ik erger zou vinden.

Op het congres Collectie in Context heb ik eens rondgevraagd of ik de enige was die hier last van had. Het oordeel was unaniem, ik heb werkelijk niemand gesproken die dit een leuke campagne vind. Veel bibliotheken hebben het banier meteen weggegooid hoorde ik. Zijn wij dan echt zulke zeurpieten? Vandaag las ik in de krant dat een aantal Amsterdamse musea erg ongelukkig zijn met de posters voor de komende Museumnacht. Het thema is Art sells, sex sells. Mooie posters, met foto’s van een bekende fotograaf maar ze slaan de plank mis: musea gaan niet altijd over kunst. Het Anne Frank Huis niet en Nemo ook niet. Dus het thema klopt niet en de foto’s al helemaal niet. De Amsterdamse musea gaan het aankaarten in het volgende museumoverleg, kunnen de bibliotheken deze campagne ook ergens aankaarten?

Hanenkammen voor uitleningen

Een week geleden lieten vijf Amerikaanse bibliothecarissen zich, samen met hun directeur, een hanenkam aanmeten. Midden in de bibliotheek. Dat was het gevolg van een weddenschap van de directeur: hij had die vijf daartoe uitgedaagd als de bibliotheek een miljoen uitleningen zouden halen. Blijkbaar zaten ze de afgelopen jaren steeds tegen het miljoen aan en hebben ze de laatste weken actie gevoerd om het aantal uitleningen op te krikken. Het jaar loopt in de Verenigde Staten blijkbaar van 1 juli tot en met 30 juni, vandaar dat ze dat in juli afrekenen. In het filmpje hieronder zie je hoe dat in zijn werk ging.

Het is een mooie prestatie om meerdere redenen: 1 miljoen uitleningen is een prachtig aantal voor een bibliotheek in een stad met ruim 90.000 inwoners. Maar ik vind de manier waarop ze het aangepakt hebben nog veel mooier: om het aantal uitleningen op te krikken hebben ze er geen marketingactie tegen aan gegooid, maar hebben ze een beroep gedaan op de gemeenschap. Ze hebben het persoonlijk gemaakt: ze hebben duidelijk gemaakt dat de bibliothecarissen het belangrijk vonden en dat ze bereid waren om er zelf iets tegenover te zetten. Als je het zo persoonlijk maakt is het logisch om de afrekening ook in het openbaar te doen: op een podium midden in de bibliotheek. Terwijl er een grote massa mensen zit toe te kijken.

Waarom vinden ze het in San Diego County nou zo belangrijk om 1 miljoen uitleningen te halen? “We want our community to be well-­informed and we hope this campaign will encourage people to read and bring attention to the great resources available through San Diego County Library.” Ik vind het geweldig. Die actie dan. Die kapsels vind ik wat minder.

9 jaar strandbibliotheek

“De gedeputeerde van Zuid-Holland wil bibliotheken op het strand. Wat vind jij daar van?” Mijn directeur hing grijnzend tegen de vensterbank. Zonder er lang over na te denken zei ik: “Wat een goed idee!”. “Mooi, dan mag jij het gaan regelen. Het moet deze zomer nog open en ze hebben al drie bibliotheken gevonden die willen meedoen.”  Hij stoof mijn kamer weer uit. En dus zat ik een week of drie later op het Provinciehuis in Den Haag namens ProBiblio als hoofd van de afdeling bibliobussen in een grote vergaderzaal voor een eerste bespreking. Dat is alweer negen jaar geleden.

De toenmalige gedeputeerde was niet alleen verantwoordelijk voor bibliotheekzaken, maar ook voor de kust en voor toerisme. Met het maken van bibliotheken op het strand wilde hij een aantal van zijn portefeuilleonderdelen combineren en dus was er een breed scala van organisaties uitgenodigd om mee te denken over het onderwerp. Heel leerzaam maar ook heel erg onhandig, want iedereen had wel een mening over een bibliotheek op het strand. De VVV-kantoren vonden het een belachelijk idee, die zagen de bibliotheek als regelrechte concurrent bij het verstrekken van informatie. Behalve de dame van de VVV Hoek van Holland, die was laaiend enthousiast over onze komst. Andere organisaties vroegen zich hardop af wat de bibliotheek te zoeken had op het strand “want wie leest er nou nog?” en sommige mensen waren alleen maar naar die bijeenkomst gekomen om de kat uit de boom te kijken en lieten daarna nooit meer iets van zich horen. Maar op die eerste bijeenkomst leerden wij als bibliotheken al heel veel: het belangrijkste was dat je op het strand aan nog strengere regels gebonden bent dan op straat. Iets waar ik nog nooit zo bij had stil gestaan. Provincie, gemeente, Rijkswaterstaat: iedereen heeft zo zijn eigen regels waar je rekening mee moet houden. Flyeren op het strand mag niet. Nooit. Niet in Zuid-Holland in elk geval. In verband met vervuiling. Auto’s of andere voertuigen op het strand mag bijna nooit, dus het idee om met een karretje langs de vloedlijn te gaan rijden en boeken uit te delen viel meteen af. Helaas. Lijkt me geweldig om dat ooit nog eens te gaan doen.

Maar we leerden dus veel, niet alleen tijdens die eerste bijeenkomst, maar in het hele proces van het maken van de strandbibliotheek. We verdiepten ons in tijdelijke huisvesting en we legden nieuwe contacten in voor ons compleet nieuwe werelden. We gingen nadrukkelijk niet alleen boeken uitlenen maar ook activiteiten organiseren want we wilden graag laten zien dat de bibliotheek meer is dan alleen maar een uitleenfabriek. Gaande het seizoen leerden we ook dat elk strand anders is, met een eigen publiek. Dat wat in Katwijk een succes werd in Scheveningen totaal niet liep. En dat het dus geen zin had om een format te verzinnen maar dat we alleen de grote lijnen moesten vastleggen. We probeerden wat uit en leerden van elkaars ervaringen.

Dat eerste jaar was een heel spannend jaar, waarin we als bibliotheken veel hebben moeten knokken. Soms met elkaar maar vooral met de mensen van de provincie. Die hadden zo hun eigen ideeën over een strandbibliotheek en stelden vaak strakke eisen, zeker op het gebied van resultaten. Begrijpelijk, want het hele project werd betaald met provinciaal geld en als het zou mislukken (omdat bijvoorbeeld alle boeken gejat zouden worden) zou het heel makkelijk zijn om het idee af te branden. We zagen de krantenkoppen al voor ons: “Provincie gooit bibliotheeksubsidie in het water”. Maar toen in een vergadering met 6 bibliotheekmensen en 9 provinciemensen, waaronder medewerkers van 3 verschillende provinciale communicatieafdelingen, de persoonlijk assistent van de gedeputeerde opmerkte dat wij misschien onze boeken konden plastificeren om ervoor te zorgen dat ze niet smerig werden op het strand was de maat wel een beetje vol. En was ik heel blij dat Hanke Roos van de DOB zeer tactisch maar beslist duidelijk maakte dat ze de boeken met een gerust hart aan ons konden overlaten. Aan de andere kant zorgden al die communicatiemensen er wel voor dat er een prachtig logo werd ontworpen voor de strandbibliotheken en dat Jules Deelder een speciaal gedicht schreef ter gelegenheid van de opening.

Op het idee van een strandbibliotheek werd in dat eerste jaar niet door iedereen positief gereageerd, to put it mildly. We hebben ons de blaren op de tong gepraat: “Ja hoor, die boeken komen heus wel terug.” “Nee hoor, dat zal vast wel meevallen, met dat zand tussen de boeken.” “Ja natuurlijk willen mensen wel lezen op het strand. Dat doen ze nu toch ook?” Daardoor smaakte het succes van de strandbibliotheek extra zoet. Veel aandacht van de pers, enthousiaste reacties van bezoekers en een mailtje uit Friesland, dat ze volgend jaar ook graag een strandbibliotheek wilden. Het aantal strandbibliotheken werd in de jaren daarna uitgebreid: niet meer alleen in Zuid-Holland, maar ook in Noord-Holland en die ene in Makkum dus. We legden nieuwe contacten, vonden bedrijven die ons wilden sponsoren en werden door onze omgeving opeens met hele andere ogen bekeken. Reageerden in sommige gemeentes de strandtentexploitanten in eerste instantie ronduit negatief op onze komst, het jaar daarop waren ze boos op de gemeente omdat die de bibliotheek niet hadden uitgenodigd voor een vergadering over het nieuwe strandseizoen.

Jammer genoeg hielden de provinciale subsidies (waarvan vanaf het begin duidelijk was dat ze tijdelijk waren) op rond de tijd dat de grote bezuinigingen bij de gemeentes toesloegen. Dus van de 15 strandbibliotheken uit de hoogtijdagen zijn op dit moment alleen die in IJmuiden en Makkum nog open. Zonde. Maar we hebben er veel lol mee gehad. We hebben veel gespeeld en er veel van geleerd. Bibliotheken ontwikkelden een nieuw soort zelfbewustzijn binnen hun gemeente en dankzij het succes van de strandbibliotheek zijn we gaan nadenken over andere vormen van bibliotheekwerk. Dat leidde onder andere tot de Bibliotheek op het station en de Airport Library. Echt wel bibliotheekvernieuwing dus. We zijn nu bijna tien jaar verder, hoog tijd voor weer een ander groot idee.

Bibliotheek kitsch

pinterest4 pinterest1

Op Pinterest volg ik een paar mensen die covers van oude, vaak Amerikaanse, pulpboekjes pinnen. Van die boekjes die ik vroeger nog wel eens bij een tante op zolder vond met de meest geweldige, ontzettend seksistische, plaatjes op het omslag. Misschien dat ik  daarom niet meteen door had dat er opeens wel hele bijzondere boekomslagen gepind werden. Met titels die wel heel direct verwezen naar de dagelijkse bibliotheekpraktijk, zoals je er hier een paar ziet. Ze worden allemaal gepind onder de noemer Professional Library Literature en blijken bij nader onderzoek allemaal afkomstig te zijn uit dit boekje met die titel. Het hoe en waarom van de verzameling is me niet helemaal duidelijk, maar ik krijg de indruk dat Amerikaanse bibliothecarissen dit soort dingen in elkaar knutselen tijdens congressen en conferenties, waarschijnlijk als de meligheid toeslaat of om de aandacht erbij te houden. Onder de noemer “vakliteratuur die eigenlijk zou moeten bestaan”. En iemand heeft de moeite genomen om al die plaatjes nou eens bij elkaar in een boekje te zetten. Vorig jaar heeft iemand (anders?) al een verzameling op Slideshare gezet, maar die zijn kwalitatief een stuk slechter. Ze doen het trouwens  niet alleen met boekcovers maar ook met andere plaatjes, die ze van bijdehante teksten voorzien.  

Ik vind het prachtig.

En nog even mijn favoriet: pinterest3

Ik wil ook een Nationale Bibliotheek Week

Gosling National Library weekDeze week is het National Library Week in de Verenigde Staten. Een initiatief van de American Library Association die dit al sinds 1958 organiseert. It is a time to celebrate the contributions of our nation’s libraries and librarians and to promote library use and support. All types of libraries — school, public, academic and special — participate. 

De ALA bedenkt een thema, zorgt voor een aansprekende ambassadeur en voor promotiemateriaal. Het thema is dit jaar Lives change @ your library en de ambassadeur is schrijfster Judy Blume, die ik alleen kende van haar Young Adult boeken uit mijn jeugd maar die zich tegenwoordig ook stellig uitspreekt tegen censuur. Binnen de National Library Week zijn er verschillende themadagen: National Library Workers Day, National Bookmobile Day en Celebrate Teen Literature Day. Overal in het land worden activiteiten georganiseerd en er is de hele week veel media aandacht voor bibliotheken.

En dat wil ik ook wel. Ik wil ook een Nationale Bibliotheek Week. Of een Nationale Bibliotheek Dag. En ja, we worden al dood gegooid met al die verschillende dagen: de dag van het brood, van de zorg, van het schaap en van het levenslied. Maar toch denk ik dat het een goed idee is om eens op een positieve manier de publiciteit te zoeken. En dan niet op dat verongelijkte Calimero toontje van “we zijn heus wel belangrijk hoor”. Maar naar analogie van de Amerikanen: laten we vieren dat we er zijn. Laten we positieve aandacht vragen voor ons vak, voor de bijdrage die we leveren aan de samenleving en voor het plezier dat onze bezoekers hebben.

Dan wil ik bibliotheken in het Journaal zien en bij Hart van Nederland, bibliothecarissen aan tafel bij Umberto Tan, een clubje middelbare scholieren die bij Matthijs van Nieuwkerk vertellen over hun favoriete boek, onder aanvoering van Joost Zwagerman en een groot interview in de Linda met een van de drie beste bibliothecarissen van Nederland. Of misschien met alledrie. Inclusief sexy fotoreportage. Dan nodigen we de voltallige gemeenteraad uit om die dag in de bieb te komen openen met een Nationale Bibliotheekdag Ontbijt. Dan lezen alle prinsessen van Oranje voor in hun lokale bibliotheekfiliaal en komen schoolkinderen tekeningen brengen om de bibliotheek mee te versieren. Geweldige actie lijkt me dat. Ik zie het helemaal voor me. Heb er nu al zin in.

Over de commerciële bibliotheek

museum-delfshaven-bibl

Even voor alle duidelijkheid: commerciële openbare bibliotheken bestaan niet. Ja, er is nu een commercieel bedrijf op de markt dat bibliotheken exploiteert. Maar een commerciële openbare bibliotheek bestaat net zo min als een commerciële openbare school bestaat. Je kunt een school op commerciële basis runnen, maar dan begeef je je op de niche markt van het particulier onderwijs. Op commerciële basis een reguliere school organiseren kan niet, daarvoor zijn de kosten te hoog, je publiek te arm en zijn er teveel regels waar je je aan moet houden. Een school kost geld.

Dat geldt voor bibliotheken ook: een openbare bibliotheek kost geld. Het is een investering die je als gemeente doet, niet voor de gezelligheid maar omdat het je iets oplevert. Namelijk een beter toegeruste bevolking: burgers die zich beter kunnen redden in de samenleving omdat ze beter kunnen lezen/hoger opgeleid zijn/digitaal vaardiger zijn/meer inlevingsvermogen hebben dan zonder openbare bibliotheek. Als je als gemeente vindt dat je dat geld beter aan iets anders kunt besteden is dat uiteraard je goed recht, het is jouw geld. En er is ook niks mis met commerciële bedrijven: Karmac heeft heel slim een niche gevonden bij gemeentes waar ze in is gesprongen. Zij leveren een boekenmagazijn en dat zal zeker aan een bepaalde vraag voldoen. Maar daar krijgen ze gewoon subsidie voor, net als die stichtingen die de bestaande bibliotheken exploiteren. De term commerciële bibliotheek suggereert iets heel anders: namelijk dat het een bibliotheek is zonder subsidie. Zoals Joop van den Ende op commerciële basis theaters uitbaat: zonder subsidie maar door een goede programmering mensen verleiden om een ongesubsidieerd, duur, kaartje voor het theater te kopen.  Daarvan is in het geval van bibliotheken geen sprake: hierbij wordt het geld van de gemeenschap doorgesluisd naar een commerciële partij. Als dat zo moet zijn dan is dat maar zo. Maar dat mag je geen commerciële bibliotheek noemen, zoals op dit moment veel in de pers gebeurd. Ik begrijp dat Karmac zichzelf graag profileert op die manier, het is een heel slim geval van framing van ze. Maar het klopt niet. Het is een commerciële partij die met gemeentelijke subsidie een bibliotheek exploiteert. Als ze echt een commerciële bibliotheek zouden zijn dan zouden ze dat zonder subsidie doen. Nu is het mooi weer spelen met gemeentegeld over de rug van de bestaande bibliotheek.

Ja maar, als gemeentes dat nou willen: alleen een uitleenfunctie voor de bibliotheek? Dan moeten ze dat toch zelf weten? Dat argument doet me denken aan die moeder die haar kind alleen maar hamburgers en friet laat eten “want hij lust niks anders”. Dat is kiezen voor de gemakkelijkste weg, voor een oplossing op de korte termijn. Daar krijg je op de lange termijn problemen mee. Maar he, wie dan leeft, die dan zorgt.

Commerciële bibliotheken werden in de 18e eeuw al opgericht in Nederland, door boekhandelaren die vanuit hun winkel boeken gingen uitlenen. Dat noemden we toen winkelbibliotheken. Dat waren oprecht commerciële bibliotheken: daar zat geen idieële bedoeling achter maar het was een mooie bijverdienste voor de boekhandelaar. Die winkelbibliotheken zijn na de oorlog langzaam verdwenen in Nederland, met de professionalisering van ons vak stierven ze langzaam uit. Zelfs de leesbibliotheek in het museum in Rotterdam hierboven is niet meer te bezoeken. Misschien is de tijd nu wel weer rijp voor een nieuwe vorm van winkelbibliotheek. Maar laat de ondernemer die dat gaat opzetten dat dan doen met zijn eigen geld, zodat het ook een echte commerciële bibliotheek kan zijn. Niet een gesubsidieerde bibliotheek die zichzelf commercieel noemt. Dat is vals spelen.

Warmte en menselijk contact

Ja, dit is er weer een. Een reclamecampagne waar je blij van wordt.

Hartje winter in Canada. Polar Vortex. Het is min 25 en je staat op de bus te wachten. Maar gelukkig sta je in een bushokje dat is omgebouwd door Duracell. Zodat je alleen maar de hand van een mede koulijder hoeft vast te houden om het circuit tussen de negatieve en de positieve pool van de constructie compleet te maken waardoor er een kacheltje aangaat.

Jammer genoeg vertelt het verhaal niet hoe veel gebruik hier van is gemaakt: wilden mensen elkaars hand wel vasthouden? En wat als je buurman nou net een lelijke, stinkende zwerver is? Geef je die ook een hand? En zijn hier nog mooie nieuwe vriendschappen uit ontstaan? Uit dit handen-vasthouden-van-een-vreemdeling? Ben ik eigenlijk wel benieuwd naar.

De link met bibliotheken leggen jullie zelf wel he? Over een plek die je warmte en menselijk contact biedt in barre tijden. Die je beschermt tegen de elementen. En die je helpt jezelf te helpen.

Bibliotheekplaza 2014, waarom zat de zaal niet vol?

plaza
Nee, geen verslag van bibliotheekplaza, de mensen die een verslag zoeken verwijs ik graag naar Mark Deckers die gedurende de dag weer een prima liveblog heeft bijgehouden waar de verschillende presentaties volgens mij goed op te volgen zijn. Respect! Ik zou het niet kunnen, luisteren en bloggen tegelijkertijd.

Ik wil hier even kort terugkomen op bibliotheekplaza omdat het me zo verbaasde dat de zaal niet vol zat. Wat was daar de reden voor? Er was afgelopen jaar geen Bibliotheek tweedaagse, dus van keuzestress kan geen sprake zijn. Bezuinigingen? Volgens mij ben je volgens de CAO nog steeds verplicht om 2% van je personeelsbudget te besteden aan scholing. Of wordt al dat geld besteed aan cursussen klantcontacten? Lag het soms aan het programma? Was dat niet interessant genoeg? OK, Mikpunten of mist is misschien een beetje een ongelukkig titel, zoals Mark al uitlegde (of je nou het mikpunt bent of in de mist rondloopt, je bent in beide gevallen de pineut) maar ik vraag me af hoeveel mensen zich bewust waren van die titel voordat ze in die grote zaal van de Meervaart plaatsnamen en hem levensgroot geprojecteerd zagen. Het thema was toch interessant? Hebben we één stip aan de horizon nodig voor het werk van Openbare Bibliotheken? Of kunnen we voort met meerdere visies? Want hoe verhoudt de landelijke visie zich tot de lokale realiteit. Aan de sprekers kan het ook niet gelegen hebben lijkt me: maar liefst twee futurologen, het hoofd communicatie van Microsoft, schrijver F. Thomése en een bedrijfsverloskundige. Ja ok, dat laatste klinkt misschien een beetje vreemd, maar het was ook beetje een vreemde presentatie. Zeer entertainend, dat wel.

Had de niet volle zaal misschien te maken met de behoefte van mensen uit de branche aan duidelijkheid? Aan concrete, toepasbare dingen? Maar daar zijn de kenniscirkels voor, daar worden ervaringen uitgewisseld en praktische tips gedeeld. Je moet je horizon toch ook af en toe verbreden, toch ook af en toe eens verhalen horen die je nog niet kent, je af en toe laten verrassen. Maar goed, daar heb ik me al eens eerder kwaad over gemaakt, over die inertie als het gaat om studiedagen en de bereidheid om in het onbekende te stappen.

Ik vond niet alle presentaties even goed, maar na de fantastische opening van F. Thomése kon de dag voor mij eigenlijk al niet meer stuk. En aan degenen die het nodig vonden om meewarig te twitteren over zijn lezing: het is literatuur! Hij bedoelt dat niet allemaal letterlijk. Dat heet humor! En kunst! Ik vond het een schitterend verhaal, ik hoop dat dat ergens gepubliceerd gaat worden. In Bibliotheekblad misschien?

Wat ik wel jammer vond was dat er niet echt een link gelegd werd tussen de verschillende lezingen. Jacobine Geel was een zeer professionele dagvoorzitter die erg haar best deed om discussie met de zaal op te wekken. Iets te veel haar best zelfs wat mij betreft, soms is een verhaal gewoon duidelijk. Maar wat ontbrak was een overkoepelend verhaal, iets dat de hele dag bij elkaar bond. Nu bleef het een beetje los zand. Heel flauw ook dat ze met dat verhaal aankwam dat de meest gestelde vraag in openbare bibliotheken is waar het toilet is. Dat was het argument van Stef van Breughel om de hbo-functie uit de directe dienstverlening te halen. Ergens in 1821 of zo. Dat was toen volgens mij al niet helemaal waar en nu al helemaal niet meer. Het is een hele flauwe opmerking , bedoeld om meewarig te doen over het “handwerk” in de uitlening. Daarom vind ik het erg geestig dat Richard Watson op zijn blog juist die opmerking noemt als hij het over zijn optreden op plaza heeft en dat een hele legitieme vraag vindt. En een prima gebruik van de bibliotheek.

Ik hoop dat ProBiblio zich door de tanende belangstelling niet laat weerhouden om de bibliotheekplaza traditie voort te zetten. Een thema voor volgend jaar hebben we al.

get_footer() ?>