Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

bibliotheken

All of the posts under the "bibliotheken" tag.

Een plekje in de bibliotheekgeschiedenis

Na zijn speurtocht naar de oorlogsdagboeken van de Bibliotheek Deventer had Mark Deckers blijkbaar de smaak te pakken want nu heeft hij uitgezocht wat er gebeurd is met de 11 Joodse medewerkers van Nederlandse openbare bibliotheken die eind 1940 uit hun functie gezet en later ontslagen werden omdat ze Joods waren. Het boek dat hij over hen schreef werd twee weken geleden gepresenteerd in de bibliotheek van Hilversum.

Het is een heel mooi boekje geworden. Dat is een cliché en dat bedoel ik niet letterlijk, maar Mark heeft die verdwenen bibliotheekmedewerkers weer een gezicht gegeven, hij heeft van een getal op een lijstje weer mensen gemaakt en dat vind ik mooi. Hij heeft enorm zijn best gedaan om ze allemaal recht te doen en om van iedereen zo veel mogelijk te weten te komen: van de directeur uit Groningen net zo veel als van de zaalwacht uit Dordrecht. Het is een gevarieerd gezelschap: hele jonge, of juist wat oudere ongetrouwde vrouwen naast die Groningse directeur die een nogal flamboyant type was en botste met zijn bestuur dat vond dat hij administratieve gaven miste. Ook wat er gebeurd is met de mensen nadat ze ontslagen zijn verschilt nogal: ze duiken onder, gaan in het verzet of komen in kampen terecht, ze overleven een kamp of worden al heel snel vermoord.

Op de site van het Bibliotheekblad staat een verslag van de boekpresentatie en daar staat ook de tekst van de toespraak die Anne Rube, voorzitter van de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB), bij die presentatie hield. Zij gaat in op de rol van de Centrale Vereniging, de voorganger van de VOB, in het proces. Hoe die aan de ene kant wel heel erg getrouw meewerkte met de bezetter maar aan de andere kant ook zorgde voor een compensatieregeling voor de ontslagen medewerkers. Het is gemakkelijk om vanuit het nu terugkijkend te roepen dat het anders had gemoeten, maar je krijgt af en toe wel buikpijn tijdens het lezen van Marks boek. Bijvoorbeeld als je leest over het bestuur van de bibliotheek van Steenwijk, dat in financiële problemen komt vanwege de tegemoetkoming die ze aan de ontslagen bibliotheekdirecteur betalen. En dan in de bestuursvergadering verklaart dat ‘Het belang van de leeszaal gaat boven dat van mej. De Vries.’ Het is heel pijnlijk maar wel heel goed voorstelbaar.

In sommige details komt het bibliotheekwerk opeens heel dichtbij, bijvoorbeeld in de discussie uit 1939 in het bestuur van de bibliotheek Hilversum over of ze een abonnement op het NSB-blad moeten nemen of niet, want alle stromingen moeten immers vertegenwoordigd zijn. En ik moest een beetje grinniken toen ik las over die bibliotheekopleiding die was ondergebracht bij de opleiding voor Maatschappelijk werk.

Kortom: verplichte kost voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van het bibliotheekwerk. Of eigenlijk ook voor iedereen die daar niet in geïnteresseerd is, want ik vind het een must om iets te weten over de geschiedenis van je eigen vak. Het allesomvattende boek van Paul Schneiders over de Nederlandse bibliotheekgeschiedenis herinner ik me als vrij afstandelijk, Mark brengt met dit boek die geschiedenis heel dichtbij. Niet alleen dat, hij geeft die 11 medewerkers de plek in de geschiedenis die ze verdienen.

Een AI is geen recensie

Nu zelfs Frits Spits (die ik hoog heb zitten) niet schijnt te begrijpen hoe Nederlandse openbare bibliotheken hun boeken aanschaffen voel ik me geroepen om dat hier uit te leggen. Want ook hij heeft een heel romantisch, maar zeer achterhaald en eenzijdig beeld van hoe bibliotheken collectioneren.

Voor wie het gemist had: NBD Biblion gaat de AI’s voortaan geautomatiseerd opstellen, met behulp van de artificial intelligence van Bookarang; dat programma bieden ze ook aan als selectiehulp voor lezers. Dat doet NBD biblion o.a. omdat ze een boek daarmee veel eerder kunnen aanbieden aan de bibliotheken: normaal gesproken wordt elk boek eerst naar een recensent gestuurd, die krijgt twee tot drie weken de tijd om daar een recensie van te maken en dan pas gaat het boek het aanbodproces in, dat ook een paar weken duurt. De bibliotheken zijn over deze verandering al geïnformeerd, zowel de directies als de collectiemedewerkers. In het verleden hebben de bibliotheken veel geklaagd over de dienstverlening van de NBD (zoals ik hen voor het gemak maar even blijf noemen) en dan met name over dat het zo lang duurde voordat nieuwe titels werden aangeboden. Er zat soms wel twee maanden tussen het moment dat een boek uitkwam en het moment dat het daadwerkelijk in de bibliotheek stond. Dat is vaak niet zo’n probleem maar bij bestsellers is het heel vervelend om steeds aan de lezers te moeten uitleggen dat nee helaas, het boek nog niet binnen is.

De bibliotheken wisten dit dus al maar de recensenten nog niet. Die kregen afgelopen maandag een mailtje van de NBD dat hun diensten erg gewaardeerd werden maar dat ze er mee gaan stoppen. Ik kreeg ook zo’n mailtje, want ik schrijf ook af en toe een recensie. Over architectuurboeken. Dat mailtje kwam voor een heel groot deel van de recensenten nogal uit de lucht vallen en een aantal van hen zocht woedend de publiciteit op. Met name het weblog Tzum, dat al eerder over deze plannen had geschreven, stookte het vuurtje graag op. Vanochtend zat Nina Nannini, de directeur van de NBD in het radioprogramma van Frits Spits, de Taalstaat, om hier over te praten. Dat fragment kun je hier terugzien. Frits Spits vraagt zich op een gegeven moment vol afgrijzen af of er dan geen enkele bibliotheekdirecteur is die zegt “Ik heb verstand van boeken en IK bepaal hier welke boeken wij aanschaffen.” Het is bijna aandoenlijk hoe naïef dat is. Dus daarom, speciaal voor Frits Spits, een toelichting:

Ik ben een bibliotheekdirecteur die van boeken houdt. Maar gelukkig heb ik een paar collega’s die veel meer verstand van boeken hebben dan ik en die ook beter weten wat er allemaal wel en niet in onze collectie staat. Die collega’s bekijken elke week een heel pak recensies van de NBD, van alle nieuwe boeken die in de afgelopen periode zijn uitgekomen. Let wel: ALLE nieuwe boeken. Dus niet alleen Nederlandse literatuur, maar ook kinderboeken, eerste leesboekjes, boeken over sport en mindfullness en autotechniek en postzegelalmanakken. En herdrukken en reisgidsen en oh ja, ook nog een heleboel vertalingen van thrillers en nieuwe uitgaves van de Zeven Zussen. Uit dat hele pakket (geen idee hoeveel boeken dat per week zijn maar het zijn er echt heel veel) maken die collega’s elke week een keuze. Bij het maken van die keuze spelen een aantal dingen mee: hoe past dit in de collectie, hebben we er al iets over, voegt dit iets toe, hoe is de kwaliteit, is het een bekende schrijver, gaat dit uitgeleend worden? Vooral bij die laatste vraag speelt de publiciteit een rol: zijn er al goede recensies over geschreven of is het op tv geweest? Als het goed is helpt de tekst van de recensie van de NBD bij het beantwoorden van die vragen. Maar het is dus niet zo dat als een recensent van de NBD iets een goed boek vindt, het automatisch wordt aangeschaft. Want er is maar beperkt behoefte aan boeken over het houden van kippen of het bakken van taarten dus als we daar voldoende, kwalitatief goede, boeken over hebben dan wordt het boek niet aangeschaft. We hebben maar een beperkt collectiebudget en ook maar beperkt ruimte in onze boekenkasten dus er moeten keuzes gemaakt worden.

Hierboven zie je een recensie van het laatste boek van Ronald Giphart. Deze werd gebruikt als voorbeeld van hoe zo’n ‘recensie door een computer’ er uit ziet. Voor de aardigheid heb ik afgelopen week eens aan mijn collega Louise (een van onze collectioneurs) gevraagd wat zij doet als er een nieuw boek van Ronald Giphart uitkomt. “Nou, dan bel ik eerst de boekhandel. Dan hebben we meteen één exemplaar zodra het uitgekomen is en als het dan wordt aangeboden bij de NBD dan bestel ik er nog twee of drie, een beetje afhankelijk van hoe de recensies in de krant waren. Want Giphart wordt hier in Roermond niet zo heel goed gelezen dus daar bestel ik er niet zo veel van.”* Ik heb er nog even nadrukkelijk naar gevraagd, maar in dit geval leest ze de recensie van de NBD inderdaad niet. Want Louise hoeft in dit geval niet te weten wat de mening van een redelijk anonieme recensent is, ze vertrouwt de literaire recensenten van de kranten.

Volgens mij is een van de oorzaken van de verwarring het gebruik van het woord recensie en recensent. Daarmee krijgen veel buitenstaanders meteen die associatie van een inhoudelijk kwaliteitsoordeel en hoge kunst. Maar deze recensies heten niet voor niks ‘aanschafinformatie’, in de branche afgekort tot AI. Deze recensies moeten vooral iets zeggen over de bruikbaarheid van het boek voor de openbare bibliotheken. Ik kan, als architectuurhistoricus, heel erg enthousiast zijn over een boek dat ik gelezen heb (bijvoorbeeld over architect Jan Sterenberg) maar ik wéét, als bibliothecaris, dat dit boek weinig uitgeleend gaat worden omdat de paar mensen die hier in geïnteresseerd zijn het boek zelf kopen. Dus ik doe mijn best om in 1100 posities te beschrijven dat het een belangrijk boek is, vanwege de architect en zijn positie in de Nederlandse architectuurwereld, maar ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat er niet veel bibliotheken zijn die dit boek zullen aanschaffen.

Afgelopen week vroeg een journalist me of ik onze collectievorming in zijn geheel aan een computer zou uitbesteden en mijn antwoord was heel nadrukkelijk “Nee”. Want de ervaring en de kennis van onze collectioneurs is onmisbaar. Op dit moment althans. Ik sluit niet uit dat dat in de toekomst ooit gaat veranderen maar als het aanschafproces helemaal geautomatiseerd wordt: wie loopt er dan naar de kast om te kijken hoe het boek er uit ziet, waarvan een herdruk wordt aangeboden? En wie ziet er dan dat op het boek dat volgens het systeem pas 10 keer is uitgeleend een lelijke koffievlek zit zodat er toch een lekker fris nieuw exemplaar wordt aangeschaft? Ik weet het niet hoor, voorlopig blijven mensen bij ons de aanschaf doen. Binnenkort dan alleen wel op basis van informatie die door een computer is aangeleverd.

*Voor het geval Ronald Giphart dit zelf leest: sorry

Stephen King en het verbieden van boeken

Afbeelding

Dit plaatje deelde ik vorige week al op Twitter en omdat het zo’n goed advies is van Stephen King deel ik het hier graag nog een keer. Ik kwam het tegen naar aanleiding van de berichten over die school in Tennessee waar het boek Maus op verzoek van de ouders uit de schoolbibliotheek werd gehaald en dat het naar aanleiding daarvan een bestseller op Amazon werd.

Dat in Amerikaanse scholen boeken verboden worden is niks nieuws, daar heb ik al vaker over geschreven. Het is in de Verenigde Staten zelfs zo’n bekend fenomeen dat ze al sinds 1982 jaarlijks een ‘banned books week‘ organiseren, in de laatste week van september. Dan vragen schrijvers, boekhandelaren en bibliotheken aandacht voor de boeken die het afgelopen jaar verwijderd werden uit bibliotheken op scholen. Want daar gaat het meestal om: ouders die actie voeren om te voorkomen dat hun kinderen kennis nemen van bepaalde boeken. Nou kan ik me dáár eerlijk gezegd nog wel iets bij voorstellen, maar het akelige van boeken uit een bibliotheek halen is dat die boeken daardoor door helemaal niemand meer gelezen kunnen worden. Al is dat misschien ook de bedoeling.

Uit mijn tijd bij de bibliobussen herinner ik me mijn gesprekken met die directeur van de reformatorische school die geen gebruik maakte van de bibliobus ondanks het feit dat we onder schooltijd zo’n beetje bij hem om de hoek stonden. Pas toen ik uitlegde dat we heus alle kinderboeken van de christelijke uitgeverijen aan boord hadden kreeg hij er belangstelling voor. Of ik dan kon zorgen dat er alleen christelijke boeken in die bus stonden? Nee? Of ik dan kon zorgen dat het personeel alleen de juiste boeken uitleende aan zijn leerlingen? “Nee ook niet. Wij gaan niks verbieden, van ons mag iedereen alles lezen. Maar als de leerlingen onder schooltijd naar de bibliobus komen dan is het uiteraard de verantwoordelijkheid van de school wat kinderen lezen. Dus als kinderen van een leerkracht een bepaald boek niet mogen lenen (om welke reden dan ook) dan vind ik dat prima.” Ik kreeg de indruk dat die directeur dat dan weer een heel raar uitgangspunt vond maar het hielp wel want de school kwam en ging driftig gebruik maken van de bus. Elk kind moest eerst zijn boeken aan de leerkracht laten zien voordat ze uitgeleend werden en alle Harry Potters werden linea recta terug gestuurd “Nee, je wéét dat wij dit soort boeken niet lezen.” Daar kun je het mee eens zijn of niet: het kind had het boek intussen wel in handen gehad en kwam soms na schooltijd terug om het alsnog te lenen. Of staande in de bus te lezen, als ze het ook van hun ouders niet mee mochten nemen. Zo’n beetje wat Stephen King hierboven aanraadt.

Dat ouders of leerkrachten niet willen dat hun kinderen Harry Potter lezen kan ik nog enigszins begrijpen want tovenarij is de duivel en zo. En als die ouders in Tennessee niet zouden willen dat hun kinderen Maus lezen omdat de Holocaust een heel gruwelijk gegeven is zou ik het ook nog snappen maar ze wilden het boek verbieden omdat er in gevloekt wordt en er een plaatje van een blote vrouw in staat. Ja daar vallen mijn schoenen wel van uit. De top 10 van boeken die in 2020 het vaakst uit bibliotheken of van literatuurlijsten gehaald zijn is sowieso een verbazingwekkende lijst: daar staan niet alleen boeken op waar sex in voorkomt maar ook To kill a mockingbird en Of mice and men vanwege ‘racial slurs and a negative effect on students’. Alsof het verbieden van boeken nog niet genoeg is las ik gisteren dat ze in Tennessee nu ook boeken aan het verbranden zijn. Dat is in de Verenigde Staten niet eens meer zo bijzonder, daar hebben ze al vaker boeken (en dvd’s) van Harry Potter verbrand. En ja, het zijn een paar gekkies die dat doen, maar ik blijf het vreselijke beelden vinden.

“Dort wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen” is een quote van Heinrich Heine die in dit verband vaak gebruikt wordt. Dat schreef hij in 1823. Het heeft nog 110 jaar geduurd maar uiteindelijk heeft hij wel gelijk gekregen. Laten we het maar op gebrek aan historisch besef houden. Rare jongens, die Amerikanen.

De nieuwe staatssecretaris van digitalisering

Volgende week wordt het nieuwe kabinet officieel beëdigd. Een van de nieuwe functies in dat kabinet is de staatssecretaris voor Koninkrijksrelaties en Digitalisering. Het is nog niet duidelijk waar die zich precies mee gaat bezig houden, behalve met de Antillen, maar in het coalitieakkoord is een paragraaf gewijd aan digitalisering dus dat geeft een idee van de invulling van de andere helft van de portefeuille. Die paragraaf staat vol ronkende teksten over hoe Nederland de kansen die digitale technologie biedt wil gaan verzilveren maar er staat ook: “Iedereen krijgt de kans om mee te komen door digitale kennis- en vaardigheden aan te bieden in het onderwijs en via om- en bijscholing. We pakken digibetisme gericht aan via een publiekprivate strategie voor digitale geletterdheid en we verbeteren de toegankelijkheid van digitale overheidsdiensten, met behoud van alternatieven voor digitale overheidscommunicatie.”

Dat laatste vind ik een geruststellende mededeling. Het komt ook overeen met de belofte na de evaluatie van de toeslagenaffaire dat wie nu in de problemen raakt door de overheid, niet meer tegen een muur van bureaucratie oploopt: „Mensen moeten altijd persoonlijk in contact kunnen komen met de overheid.” Dat is dus een breuk met het streven naar een overheid die alleen nog maar digitaal communiceert, zoals dat ooit door minister Plasterk is ingezet. Dat klinkt wat mij betreft te mooi om waar te zijn, maar volgens het NRC loopt als rode draad door het hele coalitieakkoord dat er veel fouten uit het verleden moeten worden hersteld. Daar past ook de mededeling bij dat uitvoeringsorganisaties die rechtstreeks met burgers in contact staan worden versterkt. „De overheid die wij voor ons zien heeft oog voor de menselijke maat, is begrijpelijk, bereikbaar en aanspreekbaar voor inwoners, en herstelt op die manier het vertrouwen.”

En ja, ik wéét het: digitalisering is een heel belangrijk onderwerp met veel uitdagingen, van artificiële intelligentie tot cybercrime en online wangedrag, dat moet serieus worden aangepakt. Maar ik wil hier ook heel graag aandacht vragen voor de mensen die niet mee kunnen, die niet digitaal vaardig zijn en die dat ook nooit zullen worden. Althans, niet voldoende om volwaardig mee te draaien in de snel veranderende maatschappij. Om die mensen te helpen zijn inmiddels in bijna alle openbare bibliotheken in Nederland IDO’s (Informatiepunt Digitale Overheid) geopend waar mensen met vragen terecht kunnen. Hartstikke goed, past bij onze dienstverlening want daar is de bibliotheek voor, om vragen te beantwoorden. Maar het is niet de oplossing. Dat is een doekje voor het bloeden. Ik heb de indruk dat op de plekken waar beleid gemaakt wordt er maar weinig besef is van de omvang van die groep en over wat voor soort mensen het dan gaat. Je merkt het ook in gesprekken “ja maar, wie zijn die mensen dan? Ik ken niemand zonder smartphone. Oh, inderdaad. Mijn oma niet nee.” Realiseer je dat iedereen een oma heeft (meerdere waarschijnlijk) dus dat het om heel veel mensen gaat. En ja, een heleboel oma’s hebben wel een smartphone en kunnen daar wel mee omgaan. Maar veel ook niet. En niet alleen oma’s, ook mensen die nog niet bejaard zijn maar nooit met een computer hebben gewerkt omdat ze bijvoorbeeld met hun handen werken: als bouwvakker of binnenvaartschipper. Het is een illusie om te denken dat we alle Nederlanders voldoende digitaal vaardig kunnen maken. Natuurlijk: ze kunnen allemaal cursussen komen volgen, in de bibliotheek of op andere plekken maar als je er niet dagelijks mee werkt raak je het zo kwijt. Heb je eindelijk door hoe die site van de Belastingdienst werkt, ben je dat het jaar erna weer helemaal kwijt.

Als je als overheid dingen eist van je burgers moet je ook zorgen dat iedereen aan die eisen kan voldoen, dat begint er mee dat iedereen snapt wat de bedoeling is. Dat is niet alleen een kwestie van helder communiceren maar ook van zorgen dat de overheid toegankelijk is. Dat is een verantwoordelijkheid die de overheid zelf moet nemen, dat kun je niet weg organiseren richting bibliotheken of andere clubjes. Want wij zijn geen overheid en ook geen verlengstuk daar van. Dus ik vraag me af hoe ik die publiek-private strategie die in het akkoord genoemd wordt moet lezen. Het bevorderen van digitale vaardigheden (vind ik beter klinken dan ‘bestrijden van digibetisme’) is sowieso een goed idee, maar wees alsjeblieft realistisch en denk niet dat je het definitief kunt uitroeien of dat het vanzelf verdwijnt als over een aantal jaren al die ouwetjes op natuurlijke wijze verdwenen zijn. Want dan is er weer een nieuwe generatie die niet mee kan met de nieuwe ontwikkelingen van dat moment. Dus zorg er voor dat er altijd ergens een echt mens achter een balie of een telefoon zit. Of achter een Antwoordnummer, zoals bij de QR-codes die massaal op papier werden en worden aangevraagd.

De nieuwe staatssecretaris, Alexandra van Huffelen, is nu als staatssecretaris van Financiën nog verantwoordelijk voor de afhandeling van de Toeslagenaffaire dus zij heeft alle ellende van dichtbij gezien en heeft, hoop ik, ook gezien hoe belangrijk het is dat mensen persoonlijk contact kunnen hebben met de overheid. Dus dat het een illusie is dat iedereen alles altijd digitaal kan regelen. Ik hoop dat zij die ervaring in haar achterhoofd houdt in haar nieuwe functie.

We zijn een essentiële dienst

“De nieuwe lockdown gaat in per morgenochtend zondag 19 december 5 uur ’s morgens en duurt in principe tot en met vrijdag 14 januari.” zei de minister-president. Even later: “En ook essentiële diensten als tankstations, bibliotheken en apotheken die blijven geopend.” Tien minuten later deed de minister van Volksgezondheid een dringende oproep om toch vooral een afspraak met de GGD te maken en dan het liefst digitaal. “Bent u niet handig met de computer, vraag dan gerust hulp aan kinderen of aan kennissen of aan buren. Ook bij de bibliotheek zijn mensen die u kunnen helpen.” 

Heel fijn. Eindelijk erkenning: zie je wel, we zijn essentieel. De minister-president zegt het zelf. We zijn belangrijk, hoera. Ik kan nu cynisch gaan doen en zeggen dat we alleen vanwege het IDO open mogen, omdat we mensen kunnen helpen met het maken van een digitale afspraak en dat komt het kabinet wel mooi uit. Maar dat is te gemakkelijk. Want in de vorige lockdown mochten we ook al onder speciale voorwaarden open voor zwakkere doelgroepen, dus er is echt wel iets veranderd aan de manier waarop er tegen de bibliotheken aangekeken wordt. Er komt steeds meer waardering voor onze positie als ‘plek waar iedereen welkom is’. Daar lijkt in deze gepolariseerde tijd steeds meer behoefte aan te zijn. En dat is mooi. Maar voor heel veel mensen is de bibliotheek ook nog steeds een plek waar ze boeken lenen. Ontlezing of niet, zaterdag stond bij ons de telefoon weer roodgloeiend van mensen die wilden weten of we weer dicht gingen en was het weer superdruk met mensen die nog snel leesvoer wilden inslaan. Sommige mensen waren echt in paniek: “hoe moet dat dan, als jullie straks dicht gaan?”.

Ik denk niet dat de bewindslieden die mensen in gedachten hadden toen ze het over een essentiële dienst hadden, maar dat maakt ze niet minder belangrijk. Zoals het voor heel veel mensen essentieel is om cultuur tot zich te nemen. Daarom kan ik er slecht tegen dat alle culturele instellingen zo’n beetje als eerste dicht moeten als er weer eens maatregelen genomen worden. Dat komt omdat de regeringen die we de afgelopen tien jaar hebben gehad kunst en cultuur volstrekt niet serieus namen en er soms zelfs uitgesproken minachtend over deden. Dat deden ze ook over bibliotheken (in mindere mate, want wie heeft er nou een hekel aan de bibliotheek?) maar dat is inmiddels aan het veranderen. Dus misschien komt er met dat nieuwe elan van het nieuwe kabinet ook wel een nieuwe waardering voor kunst en cultuur. Ik hoop het. Want we hebben denk ik met zijn allen wel behoefte aan schoonheid en wat meer ‘zachte krachten’ zou de boel een stuk prettiger maken. Dat Nieuwsuur aan Ingmar Heytze heeft gevraagd om een gedicht te schrijven over de nieuwe lockdown is misschien ook wel een teken dat er iets aan het veranderen is.

In de tussentijd draag ik graag het ‘Fight evil read books’ mondkapje dat ik afgelopen zomer heb aangeschaft. Het is intussen uitverkocht, maar om toch een idee te krijgen zie je hierboven het t-shirt met hetzelfde plaatje er op. Dat is wel nog te vinden op de site. Ik vind het een mooi motto.

Een rijdende minibieb

Een paar weken geleden las ik dit bericht, over een ‘librarian robot’ die getest zou gaan worden in Zuid-Korea. Het gaat om een karretje dat, gevuld met 100 boeken, op en neer gaat rijden over een wandelpad in een park in Seongnam, een satelietstad van Seoul.

In het bericht werd aangekondigd dat ze op 19 november zouden beginnen met testen, dus ik heb een paar weken gewacht met er over schrijven omdat ik benieuwd was hoe de test zou verlopen en omdat ik verwachtte dat er wel ergens een filmpje zou opduiken. Maar hoe ik ook zoek: ik vind er niks meer over terug. Het enige dat je steeds overal tegenkomt is deze foto met min of meer dezelfde tekst er bij. Waarschijnlijk overgeschreven uit het persbericht. Zelfs op de site van de bibliotheek van Seongnam wordt er niks over gezegd, en nee ook niet op het Koreaanse deel van de website. Voor zover ik kan zien althans. Ik denk daarom dat het initiatief hiervoor niet bij de bibliotheek lag, maar ergens anders. Want in sommige artikelen wordt verwezen naar de bedrijven die betrokken waren bij de ontwikkeling van deze robot. Die hebben al eerder robots ontwikkeld die eten thuis bezorgen of die in een hotel bestellingen afleveren.

Het lijkt me eerder een gevalletje ‘he, zou het niet leuk zijn als..’ tijdens een brainstormsessie van ontwikkelaars dan als een serieuze vraag van de bibliotheek. Hoe schattig het karretje ongetwijfeld ook is, het lijkt me niet dat hiermee een gat in de markt bediend wordt, of zelfs maar een markt gecreëerd wordt. Want 100 boeken is natuurlijk helemaal niks. Hoe groot is de kans dat je aan het wandelen bent, het karretje tegenkomt, onbedwingbare zin in het lezen van een boek krijgt, je toevallig je bibliotheekpasje bij je hebt en dan ook nog tussen die 100 boeken iets vindt dat je wil lezen.

Ja ok, ik denk misschien teveel vanuit de bibliobus, die gemiddeld 5000 banden aan boord heeft en dat is volgens critici veel te weinig. Maar he, ga weg met je 100 banden. Dit is een minibieb. Een hele schattige, en technisch vast heel knap, maar een minibieb.

Waar me dit wel een ideaal ding voor lijkt is voor een Boekendienst aan huis. Dat je van huis uit een boek reserveert en dat het dan fijn thuis bezorgd wordt of dat je het kan afhalen. Zo’n karretje kan dan een hele dag rondrijden met een verzameling gereserveerde boeken er in. Dat kan zelfs op dat wandelpad in het park zijn, want dan weet je tenminste zeker dat er een boek aan boord is dat je wil lezen. Maar goed, waarschijnlijk onderschat ik de Koreanen en voldoet het wel degelijk aan een behoefte. Al ben ik wantrouwend genoeg om uit het feit dat er nog geen jubelende filmpjes over gemaakt zijn af te leiden dat er voorlopig nog niet veel positief nieuws te melden is. Overigens hebben bezorgrobots ook zo hun nadelen, deze in Estland bijvoorbeeld.

Bibliothecarissen, laat je zien!

Wilma van Wezenbeek en ik werden voor de OCLC contactdag geinterviewd door Sander Schimmelpenninck. Na afloop spraken we af dat we daarover samen een blog zouden schrijven, bij deze. Ditzelfde verhaal publiceert Wilma (in het Engels) op haar eigen blog.

Het was leuk om te doen, ook voor ons was het verrassend wat het gesprek met Sander Schimmelpenninck zou opleveren. Bij onze kennismaking vooraf wilde hij dat we niet te veel “kruit zouden verschieten” omdat we dan tijdens ons gesprek/interview geen gespreksstof meer zouden hebben. Dus het was een redelijk spontaan gesprek, waarbij je dan achteraf nog wel eens denkt dat bepaalde dingen niet aan bod zijn gekomen, of niet helemaal goed belicht. Dat hoort er natuurlijk ook bij.

Voor mij, Wilma, was de kennismaking met Jeanine een fijne bijkomstigheid van het gesprek. Een bibliothecaris die net als ik (hoewel ik me altijd directeur noemde) wel houdt van een beetje lef tonen, en dingen doen of waarmaken (en er niet te veel over praten). Wat een mooie voorbeelden noemde Jeanine over haar bibliotheek, en het belang van de sector. Zeker nu we een beetje zijn bekomen van de periodes van lockdown, merken we hoe belangrijk het is om elkaar te ontmoeten, en de bibliotheek is daar een inspirerende plek voor.

Toen ik ons gesprek voorbereidde, dacht ik vooral na over wat ik uit de COVID-19 periode heb geleerd tijdens mijn directeurschap bij Student- en Onderwijszaken bij de VU, en wat daarvoor relevant zou kunnen zijn voor de (universiteits)bibliotheken. We zijn in het onderwijs versneld terechtgekomen in de discussie waar online onderwijs een toegevoegde waarde kan hebben, hoe we ons onderwijs flexibel kunnen inrichten (modulair, voor verschillende doelgroepen), en hoe open we willen of kunnen zijn. Termen als leven lang ontwikkelend activerend blended onderwijs en, zeker bij de VU community service learning en het mixed classroom concept staan stevig op de agenda. Een van de gedachtes die ik daarbij heb is dat als je uitgaat van een leven lang ontwikkelen, je iedereen in feite als een student, beschouwt, en niet alleen die periode telt die je (gemiddeld) tussen je 18de en 24ste doorbrengt als Bachelor- en/of Masterstudent aan een hoger onderwijsinstelling. Er komen (meer, ze zijn er ook al) kortere modules waar je je in een werkzaam leven voor kunt inschrijven, je kunt kiezen om vakken op verschillende instellingen te volgen, en daarbij worden ook de landsgrenzen overschreden. De openbare en universiteitsbibliotheken kunnen de communities van al deze lerende gezamenlijk ondersteunen, in het aanleren van algemene (digitale) vaardigheden, en het bieden van een plek om elkaar te inspireren, omdat dé campus minder gelinkt zal worden aan dé studie.

Voor mij (Jeanine) was de kennismaking met Wilma heel verrassend omdat je opeens in direct contact komt met iemand uit een heel ander deel van het brede spectrum dat bibliotheekwerk heet. En met iemand aan tafel zitten en verhalen delen is toch heel anders dan tweets voorbij zien komen van mensen die in academische bibliotheken werken. Alleen al het feit dat Wilma mij de aanzet tot dit blog via Sharepoint stuurde is daar een voorbeeld van. Want ik ken niet veel openbare bibliotheken die daar mee werken, voor mij is het althans de eerste keer.  

Wilma had voor dit gesprek / interview een aantal voorwerpen meegenomen, aan de hand waarvan zij haar verhaal rondom de thema’s die OCLC voor de contactdag had vastgesteld wilde vertellen. Daar was ik wel een beetje jaloers op, op die goede voorbereiding, want ik was vooral bang dat ik aan de slag zou moeten met beelden van boetes, strenge biebjuffen en andere persoonlijke associaties uit het verleden. Gelukkig werd het een heel open gesprek waarin Sander nieuwsgierig was en goed luisterde en waarin we onder andere terug keken op de afgelopen periode van aangepaste dienstverlening. Alhoewel die tijd op het eerste gezicht in de academische wereld heel anders verliep dan bij de openbare bibliotheken bleken er bij nader inzien toch veel overeenkomsten te zijn. We moesten allebei dicht, maar de dienstverlening van universiteitsbibliotheken is al voor een belangrijk deel digitaal dus dat vraagt ‘alleen maar’ een andere manier van organiseren. De openbare bibliotheek bestaat bij de gratie van het directe contact (met boek, personeel en andere bezoekers) dus voor ons was het veel meer een zoektocht. Dat resulteerde niet alleen in zaken als de afhaalbieb maar ook in nieuwe vormen van digitale dienstverlening aan bijvoorbeeld scholen en kinderdagverblijven. 

Eén van de pijlers van het thema van de contactdag is Versterken. We denken dat de andere pijlers hiermee onlosmakelijk verbonden zijn. Door onze kennis en die van anderen te delen, kunnen we zorgen voor verbinding. En als we dat op een innovatieve manier doen, versterken we onze positie. Sander vroeg of we niet meer voor onszelf moeten opkomen, of we ons niet te veel op de achtergrond stellen. Dat is natuurlijk niet een oproep aan ons Jeanine en Wilma, maar aan ons allemaal. Show our case!

Overigens is het interview hier terug te kijken.

Weer open

Oh jongens, zijn jullie ook zo blij dat we weer open zijn? Zo fijn dat er weer geroezemoes te horen is in de bibliotheek, dat er weer mensen rondlopen tussen de kasten en dat er weer studenten in de studiezaal zitten. In tegenstelling tot de afgelopen vijf maanden toen de enige geluiden de stofzuiger van de schoonmaker en het gerammel van de boekenkarren van de afhaalbieb waren en de enige mensen die er rondliepen de mannen waren die het sprinklersysteem kwamen controleren of de lift. Dat voelde zo akelig, zo onnatuurlijk, zo’n uitgestorven bibliotheek dus ik ben heel blij dat de mensen weer binnen mogen. En ja, het is gedoe met dat registreren maar hé we zijn een bibliotheek he, dus met registratiesystemen hebben we ervaring. Laat het maar aan ons over om daar een systeempje voor te verzinnen.

Ik ben echt blij dat we weer open mogen, echt waar. Applaus en bloemen voor de lobby die dat voor elkaar heeft gekregen. Maar ik ben ook wel verdrietig dat zo’n lobby nodig was. En dan bedoel ik niet specifiek een lobby voor bibliotheken, maar ik vind het lastig dat nu zo duidelijk wordt dat wij een regering hebben die commerciële belangen boven alles stelt, die zelfs een soort van minachting koestert voor alles wat met cultuur te maken heeft. Volgens Nelleke Noordervliet is het geen minachting, maar angst. Zij schreef dit weekend in het NRC:Kunst is veelvormig en ongrijpbaar” en daar houden Nederlanders niet van. Wij vermijden het liefst ophef en conflicten. “Nederland beheerst zijn angsten met overeenkomsten, afspraken, regels. Het karakter van kunst is nu juist dat ze, op zoek naar de unieke ervaring, regels overtreedt, verandert, herschrijft, bespot.” Mooi stuk, maar het klopt niet. Of het is althans erg overdreven. Dat geeft niet want ik heb het met plezier gelezen. Ik denk dat Sander Schimmelpenninck beter in de buurt kwam in zijn column over de mondkapjeshandel van Sywert van der Linden: “Toch is het logisch dat wij in Nederland inmiddels meer takers dan makers hebben. We hebben deze eeuw immers alleen maar premiers gehad die het verkeerde soort ondernemerschap aanmoedigden. Wie kan verbaasd zijn dat Sywert een bv voor eigen gewin opricht, als we al twee decennia horen dat Nederland óók een bv is?

Als je het land ziet als een bedrijf dan is het niet zo raar dat commerciële belangen altijd voorrang krijgen en dat alles daar ondergeschikt aan wordt gemaakt. Maar goed, wij mogen weer open. Want wij zijn geen cultuur maar we hebben een maatschappelijke functie. Ook best belangrijk.

En voor de degenen die denken dat we de afgelopen vijf maanden alleen maar boeken hebben lopen schuiven in de afhaalbieb: maak je geen zorgen. Die gedwongen sluiting heeft ook mooie dingen opgeleverd: de Boekstartcoaches ontvingen jonge ouders op afspraak in de bibliotheek, er waren spreekuren op afspraak over digitale vaardigheden en de leesconsulenten verzonnen het ene creatieve idee na het andere om leerlingen op afstand aan het lezen te houden. Een aantal van die nieuwe dingen houden we vast. Maar ik ben blij dat mensen de bibliotheek weer in mogen. En onze bezoekers zijn zo mogelijk nog blijer. En daar doen we het voor.

Geletterdheid verandert levens

"Put simply, libraries change lives. Literacy changes lives." - A quote by Cressida Cowell.

De Britse kinderboekenschrijfster Cressida Cowell is de 11e Waterstones Children’s Laureate, een titel die bekende schrijvers krijgen en waarmee ze een periode ambassadeur zijn voor kinderen en lezen. In die rol heeft ze een open brief geschreven aan minister-president Boris Johnson waarin ze hem oproept om structureel jaarlijks 100 miljoen pond te investeren in schoolbibliotheken om zo een einde te maken aan de snel groeiende ongelijkheid in het onderwijs. Want: “Decades of research show a reader for pleasure is more likely to be happier, healthier, to do better at school, and to vote – all irrespective of background.” Het is een mooie open brief, je kunt hem hier terug lezen en het filmpje bekijken waarin Cowell de brief voorleest. Dat filmpje plaats ik hieronder ook.

De open brief is onderdeel van haar project Life-Changing Libraries. Het project is bedoeld om de aandacht te vestigen op de vier pijlers van een succesvolle schoolbibliotheek, zoals zij het noemt, een ‘gold standard’ schoolbibliotheek. Die vier pijlers zijn: space – book provision, expertise, and whole-school and community involvement. Volgens de website van BookTrust, waar ze dit initiatief introduceert zijn deze vier pijlers o.a. gebaseerd op de ervaring die Cowell heeft opgedaan in de 22 jaar dat ze scholen heeft bezocht. Heel toevallig zijn deze pijlers ook onderdeel van de bouwstenen die wij in Nederland bij De Bibliotheek op School gebruiken: een actuele collectie, deskundige ondersteuning en actief aandacht voor lezen. Zo toevallig is dat natuurlijk niet, want de Nederlandse bibliotheken baseren zich voor een groot deel op dezelfde internationale onderzoeken als waar BookTrust zich op baseert. Ik ga er althans van uit dat zij hebben meegedacht bij het opstellen van deze pijlers. BookTrust is een Britse liefdadigheidsorganisatie die zich bezig houdt met leesbevordering. Ze zijn o.a. de bedenkers van Bookstart, dat wij hebben overgenomen als BoekStart.

Het project Life-Changing Libraries begint met zes scholen die elk een bibliotheek cadeau krijgen van BookTrust. Op elke school wordt een bibliotheekruimte ingericht en worden 1000 boeken geplaatst, die worden uitgezocht door experts en worden geschonken door de uitgevers. De leerkrachten worden getraind door de School Library Association. In grote lijnen zoals wij dat ook doen als wij weer een dBoS gaan inrichten, alleen net anders: wij zien het niet als liefdadigheid maar als een professionele actie waar structureel geld voor wordt vrijgemaakt en waar we een goede start voor de schoolbibliotheek maken met een eenmalige subsidie.

Dus eigenlijk is dit helemaal niks nieuws wat die Cressida hier doet. Waarom schrijf ik er dan toch over? Omdat het altijd fijn is om je gelijk bevestigd te zien: “zie je wel, zij doen het ook zo”. Maar ook omdat ik die filmpjes van Cowell zo leuk vind: dat ontzettende Engelse van die filmpjes: dat accent, die achtergrond, dat enthousiasme en zelfs dat knullige van het geluid dat eigenlijk niet helemaal goed is. Ja, ik heb een zwak voor de Britten, maar kijk zelf maar even dan zul je het zien. En als laatste: ze zegt het zo mooi. “Bibliotheken veranderen levens”, dat krijgen wij als Nederlanders niet over onze lippen. Ze legt zo plastisch uit waarom lezen belangrijk is, en hoeveel plezier je kunt beleven aan de ‘life-changing magic of reading’. Overigens wil ik hiermee niks onaardigs over onze eigen Kinderboekenambassadeur zeggen, want Manon Sikkel doet ook prachtig werk. Maar ja, ze is niet Brits…

Een feestje voor de NBD

Dit jaar bestaat NBD Biblion 50 jaar. Daarom delen ze cadeautjes uit en gaan ze in het najaar een feestje vieren. Op hun eigen website staat een filmpje met een terugblik maar dat biedt niet echt veel achtergrondinformatie, daarom voel ik me geroepen om als bijdrage aan de feestvreugde een stukje te schrijven. Een ‘Hup NBD stukje’.

Eerst wat geschiedenis. Zo lang als ik in de bibliotheeksector werk is de NBD er al. Ik ben nog niet zó oud dat ik nog weet dat die werd opgericht, want dat gebeurde dus blijkbaar in 1970. Als Stichting Nederlandse Bibliotheek Dienst, een samenwerkingsverband van uitgevers, boekhandelaren en bibliotheken. Niet alleen heel efficiënt maar ook heel praktisch en uniek in de wereld. Tot die tijd kocht elke bibliotheek zijn eigen boeken bij de boekhandel en werkte die zelf in. Met inwerken bedoelen we in de branche niet alleen het plastificeren van een boek maar ook er voor zorgen dat het in de catalogus terecht komt en dat het in de kast te vinden is. In een heleboel landen in de wereld doet elke bibliotheek dat nog steeds allemaal zelf. Het scheelde een heleboel tijd en werk toen dat centraal ging gebeuren en het kwam het aanbod van de bibliotheek bepaald ten goede. Het heeft er ongetwijfeld aan bijgedragen dat de Nederlandse openbare bibliotheken internationaal worden gezien als voorlopers in de sector. De link van de NBD met de boekhandel is inmiddels een beetje uit beeld verdwenen maar ik weet nog dat toen ik begon, de dozen met nieuwe boeken werden afgeleverd bij de plaatselijke boekhandel. De boekhandelaar kwam die naar de bibliotheek brengen en kreeg een vergoeding, Niet voor dat brengen denk ik, maar het was niet de bedoeling dat boekhandelaren in de financiële problemen kwamen omdat de bibliotheken hun boeken ergens anders kochten, vandaar die compensatie.

In de tussentijd is er een heleboel gebeurd, een van de meest in het oog springende dingen is de fusie met Biblion, de uitgeverij van de voorloper van de branchevereniging VOB, het NBLC (ja sorry, ik heb al die afkortingen en naamswijzigingen ook niet bedacht). Maar het NBLC had dus zelf een uitgeverij, die boeken uitgaf die ontbraken in het aanbod. In mijn herinnering waren dat vooral informatieve jeugdboeken over onderwerpen waar in het onderwijs veel vraag naar was maar waar reguliere uitgevers geen brood in zagen. De boeken van Biblion werden voornamelijk gekocht door openbare en schoolbibliotheken. Omdat het een beetje vreemd is dat een branchevereniging dat doet, ging die uitgeverij op een bepaald moment over naar de NBD. Het bedrijf ging NBD Biblion heten maar in de volksmond bleef het ‘de NBD’. Dus ja, ‘de NBD’ en NBD Biblion is hetzelfde.

Er is de laatste jaren veel gemopperd op de NBD en er zijn een aantal bedrijven op de markt gekomen die ook boeken leveren aan bibliotheken. Vorige week werd ik nog gebeld door zo’n bedrijf dat claimde dat ze sneller en goedkoper boeken konden leveren. Dat zal wel, maar toch heb ik er geen behoefte aan. We hebben al een leverancier, eentje die uit de branche voort komt en die ook (een beetje) van de branche is. Dus waarom zouden we die in de steek laten en ons eigen netwerk verzwakken? Daarnaast steunen we de plaatselijke boekhandelaren, want omdat wij lezen zo belangrijk vinden is het belangrijk dat er goede boekwinkels in de stad zijn en daar draag ik graag een steentje aan bij.

Dat gemopper op de NBD was trouwens niet altijd onterecht want wat in 1970 als stichting was opgericht was in de loop der jaren een soort kerstboom van bedrijfjes geworden waarvan niet meteen duidelijk was hoe het zat. In 2016 is er een commissie ingesteld die adviseerde om de boel transparanter te maken. En dat is inmiddels gebeurd. De kernactiviteiten van NBD Biblion zitten weer in een stichting en de bibliotheken zitten samen met de boekhandelaren en de uitgevers in de Raad van Toezicht.

En even voor de duidelijkheid: ik vind het prima hoor, dat er concurrentie is en bibliotheken moeten vooral doen wat ze zelf het beste vinden. We zijn allemaal onze eigen baas, zeker als het over de collectie gaat. Ik verbaas me er alleen maar over. Waarom zou je iets dat goed is laten liggen? Zeker omdat de NBD niet zomaar een leverancier is maar een bedrijf dat deels van onszelf is en waar we invloed kunnen uitoefenen, o.a. via de klankbordgroepen. En begin nou niet over dat het inbinden van bibliotheekboeken niet nodig is en het allemaal extra duur maakt want dat is onzin. Weet ik uit ervaring, want ik dacht dat ook ooit. Waarom zou je zelf weer het wiel moeten uitvinden als dat al uitgevonden is? Waarom ga je zelf iets doen als je dat samen beter kunt doen? Dat geldt niet alleen voor de NBD trouwens, maar ook voor het CPNB. Daar kun je ook van alles van vinden, maar samen staan we sterker. Zij hebben een netwerk en een slagkracht die ik zelf nog niet in de verste verte heb dus laten we daar vooral zuinig op zijn. Daarom uit de grond van mijn bibliothecarissenhart: Hup NBD Biblion! Hartelijk gefeliciteerd en nog vele jaren!

Disclaimer: dit stukje is niet gesponsord, wel ben ik al meer dan 20 jaar recensent voor de NBD. Ik recenseer voor hen architectuurboeken.

get_footer() ?>