Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

bibliotheken

All of the posts under the "bibliotheken" tag.

Een nieuwe fase in coronatijd

Vandaag is het twee maanden geleden dat we besloten om dicht te gaan. Na een dag vol druk ge-app met collega’s en buur- directeuren (“Wat doen jullie?”) besloten we na de persconferentie van zondagavond 15 maart om de volgende dag niet open te gaan. Het hing al een beetje in de lucht, vrijdags hadden we het Boekenweekbezoek van Peter Buwalda afgezegd omdat de eigenaar van de zaal die we daarvoor gehuurd hadden met hoge koorts in bed lag en we geen risico wilden lopen. Die zondagmiddag kwamen veel leden nog snel even een stapel boeken halen (“want nou kan het nog”) en er heerste een raar soort opgewondenheid. Niet alleen in de bibliotheek, maar overal, ook op straat. Een mengeling van spanning, nieuwsgierigheid en angst. Dat bleef die eerste weken ook zo.

Als ik terug terug kijk naar de afgelopen 8 weken dan lijkt het een soort achtbaan. Maar dan wel een hele rare. Waarin de tijd stil stond en de dagen voorbij vlogen. Ik had het gevoel alsof we in een soort vacuüm in de tijd beland waren, vaak had ik geen idee wat voor dag het was. Toen na een paar weken de kerken begonnen met het luiden van klokken op woensdagavond, als de klokken van hoop, was dat niet alleen een mooi gebaar, maar ook een soort tijdsaanduiding: “Ik hoor klokken. Oh, is het vandaag alweer woensdag?”. En dat was fijn.

Ook mijn gevoel zat in een achtbaan, die schoot niet alleen van nieuwsgierigheid naar angst maar ook van berusting naar optimisme, enthousiasme en daarna weer naar apathie. Niet in chronologische volgorde overigens maar dwars door elkaar. Al moet ik eerlijk zeggen dat de nieuwsgierigheid overheerste. In het begin was het allemaal spannend en nieuw. Op social media circuleerden grapjes over handen wassen, ik heb dat plaatje met die instructie van hoe je je handen moet wassen, voorzien van de beroemdste tekst uit MacBeth (Out damned spot) op het toilet gehangen. Maar toen mijn handen schraal werden van al dat gewas, was de grap er snel af. Ik werd er ook sentimenteel van, van die lockdown. Nou huil ik sowieso snel, maar bij elk opbeurend filmpje dat voorbij kwam, of het nou zingende mensen of toeterende brandweerauto’s waren, schoot ik vol.

Heeft het nou iets opgeleverd, die hele lockdown? En dan bedoel ik niet medisch, want uiteraard heeft het op dat gebied iets opgeleverd. Daar deden we het voor. Maar op andere gebieden. Zo nam ik mezelf in die eerste week voor om een dagboek te gaan bijhouden, want dit is toch een bijzondere tijd, die moet worden vastgelegd voor de geschiedenis. En ik nam me voor om weer lekker veel te gaan lezen, want daar had ik nu tijd voor. Maar helaas, ik heb de afgelopen weken niet opvallend veel meer boeken gelezen dan daar voor. Ik heb ook geen nieuwe hobby gevonden en ik ben zelfs niet gaan klussen in huis. Ik ben meer gaan fietsen langs de Maasplassen, dat wel. Nadat de eerste schrik voorbij was las je steeds vaker dat we beter uit deze crisis zouden komen. Drie weken geleden schreef ik zelf ook nog dat ik hoopte dat het besef zou blijven hangen dat de wereld niet maakbaar is. ‘En dat er meer is dan cijfers, dat er ook nog zoiets bestaat als liefde en toewijding.’ Nu hoop ik dat nog steeds, maar ik denk dat dat veel te optimistisch was. Als ik zie hoe de hardste schreeuwers weer gelijk krijgen, hoe de kunsten worden weg gezet en hoe economische belangen weer met een noodgang voorrang krijgen denk ik dat er straks niet zo veel veranderd zal zijn.

En de branche? Ik denk dat de online bibliotheek er een hoop nieuwe leden bij heeft gekregen, gezien het aantal telefoontjes dat wij daarover kregen. De Thuisbieb was een geweldige actie. Hulde en applaus voor zowel de snelheid als de inhoud. Voor ons imago is dit helemaal geen slechte tijd geweest. Al moest ik de afgelopen weken af en toe wel denken aan de ‘dribbelige bibliothecarissen‘ van Annie M.G. Schmidt. Onze leden zijn denk ik allemaal ontzettend opgelucht dat we binnenkort weer open gaan, want iedereen snakt naar iets normaals. Ik ben benieuwd hoe teleurgesteld mensen zullen zijn als ze merken dat het nog even allesbehalve normaal is in de bieb. Op de korte termijn komen wij hier denk ik prima uit, uit deze lockdown, maar iedereen kan op zijn klompen aanvoelen dat de financiële toekomst van de bibliotheken op de langere termijn een stuk onzekerder wordt. Maar ja, dat is eigenlijk ook niks nieuws.

En dat dagboek dat ik zou gaan bijhouden? Dat is gebleven bij een voornemen. Meermaals gemaakt, dat wel.

Brillen en een bibliotheek

Dit filmpje is reclame voor een brillenwinkel. Het is een tamelijk bizarre video: totaal over de top vormgegeven, een soort mini Wes Anderson film en ik vind het prachtig. En nou niet beginnen over dat het te stereotype is, een bibliothecaresse met een bril of dat je stil moet zijn in de bieb want het is een reclamefilmpje. Dat is altijd cliché. En voor de slogan ‘Eyes say more than words’ vind ik een bibliotheek als locatie goed verzonnen.

Ik had nog nooit van Georgetown Optician gehoord en ik ging er van uit dat het een Amerikaanse versie van de Pearle zou zijn, of in elk geval een brillenwinkelketen. Maar dat is niet zo. Het is een brillenzaak uit Washington DC en ze hebben 4 winkels, allemaal in Washington. Wel met de ‘Best eyewear in Washington’. De film is opgenomen in de George Peabody Library in Baltimore, die staat hoog op mijn lijstje van te bezoeken bibliotheken.

Ze hebben het trouwens eerder gedaan, in 2015 was er een soortgelijk filmpje over de familie die achter deze winkel zit. Daar was de slogan “Our family knows glasses” en daarna nog een filmpje met dezelfde familie waar ze bij oma op bezoek gaan. Allemaal even hysterisch. Ik vind ze geweldig. En wie precies wil weten hoe het zit met die video kan hier alle credits vinden.

Over optimisme en trotser zijn op lezen

Een paar weken geleden had ik weer een reünie van mijn Nieuw Elan klasje. Wie niet weet wat Nieuw Elan is moet hier en hier maar even lezen wat ik eerder schreef over die opleiding en over onze reünies. Dit keer troffen we elkaar in Amsterdam, in de bibliotheek in De Hallen, de oude tramremise die een aantal jaren geleden verbouwd is en nu een bloeiend bestaan kent als cultureel/culinair/winkel centrum. Het mooie is dat de bibliotheek een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van dit hele complex en dat onze gastvrouw Erica Schoen daar een van de voortrekkers van was. We hoorden daarom verhalen uit de eerste hand over hoe dat hele complex tot stand was gekomen, niet alleen van Erica maar ook van de architect André van Stigt die het hele proces bedacht en begeleid heeft.

We werden er allemaal heel vrolijk van, van zoveel mooie verhalen en idealen. Tijdens het bijpraten over wat iedereen gedaan had sinds de vorige reünie bleken we ook allemaal vol optimisme te zitten. De ene wat voorzichtiger dan de ander, want ja er was ook sprake van onbesuisde bezuinigingen maar toch: optimisme. Terwijl sommigen van ons zes jaar geleden, bij onze eerste reünie nog wat voorzichtiger waren. Toen hebben we het serieus gehad over het bestaansrecht van de bibliotheek. Maar daar twijfelde nu niemand meer aan. De tijden zijn duidelijk veranderd. En nou ga ik niet zeggen dat de bibliotheek zichzelf opnieuw heeft uitgevonden want dat is niet alleen een cliché maar ook gewoon niet waar. De branche heeft zich aangepast aan veranderende tijden: we hebben meebewogen met de politieke en maatschappelijke veranderingen en we zijn ingegaan op nieuwe vragen van het publiek. Maar dat is ons vak. Per saldo doen we nog steeds waar we 100 jaar geleden (in ons geval) voor zijn opgericht, namelijk “de verstandelijke ontwikkeling bevorderen onder de inwoners”.

We hebben een periode achter de rug waarin dat niet zo belangrijk werd gevonden: een periode van iedereen voor zichzelf en ‘samen voor ons eigen’. Daarnaast zou het internet het papier overbodig gaan maken dus dat softe gedoe met die boeken en die ontwikkeling stimuleren kon wel weg. Maar nu er alom overeenstemming is dat het Neoliberalisme op zijn retour is en mensen inzien dat papieren boeken ook een heleboel voordelen hebben wordt steeds breder erkend dat bibliotheken er wel degelijk toe doen. Natuurlijk ook omdat we ons bestaansrecht de afgelopen jaren volop bewezen hebben. Mijn collega Mark Deckers schreef onlangs over de maatschappelijk-educatieve bibliotheek versus de klassieke bibliotheek maar dat vind ik een lastige tegenstelling, want in mijn ogen is de klassieke bibliotheek sowieso maatschappelijk-educatief. Dat maatschappelijk-educatieve legt elke bibliotheek op een andere manier uit. En dat lijkt me heel verstandig, want elke bibliotheek heeft te maken met een andere omgeving en met andere gemeentes. Wat mij betreft ligt de nadruk vooral op lezen en leesbevordering. Uiteraard omdat je goed moet kunnen lezen om volwaardig mee te kunnen doen in deze maatschappij. Maar lezen is zoveel meer: het is literatuur, je kunt je beter inleven dus je wordt er socialer van, een beter mens zelfs en soms is het ook gewoon ontspannend. Dus die platgeslagen definitie van leesbevordering ten dienste van maatschappelijke weerbaarheid trek ik graag wat breder. Wat mij betreft is leesbevordering een doel op zich voor de bibliotheek. Wij hebben verstand van lezen en van boeken en soms denk ik dat we daar best wat trotser op mogen zijn.

De film “Free for all”

Free for All is een film over het belang van de openbare bibliotheek, gemaakt door een aantal gerenommeerde Amerikaanse documentairemakers. Bijna vijf jaar geleden schreef ik er al eens over, toen was men druk bezig met filmen en vooral met het zoeken van financiering. Nu is hij dan eindelijk bijna af. Omdat ik een bijdrage heb gedaan aan de crowdfunding kreeg ik de afgelopen jaren af en toe een mailtje om me op de hoogte te houden al bleef ’t het afgelopen jaar erg stil. Aan deze trailer te zien hebben ze echter allesbehalve stilgezeten. Van een film die in beeld brengt wat de openbare bibliotheek betekent voor individuele mensen is hij zo te zien nu uitgebreid met een flink deel bibliotheekgeschiedenis en recente ontwikkelingen op financieel en politiek gebied.

Het is me nog niet helemaal duidelijk wanneer de film precies uitkomt, maar als het zover is kan de VOB deze film misschien ook naar Nederland halen want volgens mij gaan we hier allemaal erg vrolijk van worden. Zo te zien staan ze daar zeker voor open want ze willen hun activistische boodschap graag zo breed mogelijk verspreiden. De situatie van Nederlandse bibliotheken is alleen heel anders dan in de Verenigde Staten: alleen al omdat de financiering heel anders geregeld is en de relatie met de overheid nogal verschilt. En ja, dáár is de bibliotheek gratis, dus letterlijk altijd Free for all.

Een bibliotheek gaat wél over boeken

Het begint een traditie te worden: Mark Deckers die aan het knutselen slaat met de cijfers die de Koninklijke Bibliotheek jaarlijks publiceert over de Nederlandse openbare bibliotheken. Twee jaar geleden schreef ik daar ook al eens een stukje over, toen omdat we op nummer 1 stonden in de categorie “bibliotheek met het jongste personeel”. Ik vind nog steeds dat je al die cijfers en vergelijkingen niet al te serieus moet nemen en ik vind nog steeds dat het verhaal belangrijker is dan de cijfers. Want het blijven appels en peren die je met elkaar vergelijkt, elke bibliotheek heeft een ander werkgebied, een andere geschiedenis en een andere achtergrond. Maar inmiddels begin ik wel de lol van die al die vergelijkingen in te zien. En ok, het helpt dat Mark zijn verzameling de Deckers-index noemt. Vind het geweldige naam die we er maar in moeten houden.

Ook dit keer neemt de bibliotheek Bibliorura weer een opvallende plaats in op de lijst. We komen zelfs twee keer in Marks’ lijstjes voor, een maal op nummer 15 in de lijst van best bezochte bibliotheekwebsites en we zijn de hoogste nieuwe binnenkomer in de lijst van bibliotheken waar het meest wordt uitgeleend per lid. Waar de leden het meest lenen dus. Dat verbaasde me in eerste instantie zeer, want zo spectaculair waren onze uitleencijfers toch niet gestegen? Maar een vergelijking van de lijst van dit jaar met die van twee jaar geleden maakte een hoop duidelijk. Om te beginnen was het toen een top 10 en maakte Mark nu een top 15. Waarschijnlijk bungelden wij in 2015 ergens onder die nummer 10. Maar de voornaamste reden is dat onze uitleencijfers in 2017 zijn gestegen en de uitleningen van andere bibliotheken zijn gedaald. Daarom komen wij opeens als hoogste stijger binnen op deze lijst. Mark zegt het zelf al: het gemiddeld aantal uitleningen is gedaald, van 20,7 in 2015 naar 19,7 in 2017. En daar ben ik blij mee, dat onze uitleningen zijn gestegen, daar hebben we met zijn allen ook ons best voor gedaan.

Ik weet dat een aantal collega’s het niet zo’n probleem vindt, dat de uitleningen dalen, want het gaat in de bibliotheek immers niet om boeken en uitleningen maar om bereik? Om hoeveel mensen je bereikt? En veel mensen leggen dat dan uit als in hoeveel activiteiten je organiseert. Boeken zijn voor hen maar een bijproduct. Het voelt een beetje vreemd om, na meer dan 10 jaar op mijn blog te schrijven dat openbare bibliotheken een grotere maatschappelijke rol moeten gaan spelen, opeens te gaan pleiten voor meer aandacht voor de collectie maar dat ga ik nu toch doen. Want ik word er een beetje verdrietig van als ik sommige bibliotheken binnenkom, waar het lijkt alsof de boeken meer decorstuk zijn dan pronkstuk. Ik krijg soms het gevoel dat ze meer op een Volksuniversiteit willen lijken dan op een bibliotheek. Maar we zíjn geen Volksuniversiteit, we zijn een BIBLIOtheek, de naam zegt het al, we gaan over boeken. En over lezen en leesbevordering en (daarmee) over het bestrijden van laaggeletterdheid. En om effectief aan leesbevordering te doen heb je een goede collectie nodig. Dat is nota bene ons argument bij de Bibliotheek op School: laat ons je collectie maar verzorgen want je hebt een goede, gevarieerde collectie nodig om kinderen aan het lezen te krijgen. En wat voor kinderen geldt, gaat ook op voor volwassenen. Als je het lezen wil bevorderen moet je zorgen voor een goede collectie.

En ik weet het, kennis en informatie zit in meer dan alleen boeken, die kun je ook op andere manier delen. En ja, bibliotheken zijn méér dan alleen boeken. Maar boeken blijven een belangrijk bezit. En de collectie verdient dus veel aandacht. En ik weet ook dat ik makkelijk praten heb, want ik heb maar één vestiging. Dus ik hoef het collectiebudget niet te verdelen maar ik kan het helemaal in die ene vestiging stoppen. Dat scheelt een heleboel verdubbelingen en dus kunnen de collectioneurs meer aandacht besteden aan verdieping van de collectie. En daarmee trekken we weer extra lezers.

De afgelopen jaren werden we platgegooid met verhalen over het boek dat zou verdwijnen en over ontlezing en we zagen het aantal uitleningen allemaal dalen. Maar ik zie een kentering: het lezen komt terug. En dan niet alleen omdat wij als bibliotheken daar allemaal ons stinkende best voor aan het doen zijn maar omdat ik steeds vaker mensen hoor zeggen dat ze meer willen gaan lezen, of eindelijk weer eens tijd gaan maken om te lezen, of dat ze een account gaan aanmaken bij Goodreads omdat ze een stok achter de deur willen om meer te lezen. En ja, dat betekent nog niet meteen dat iedereen ook echt meer gaat lezen, maar het is in elk geval weer een nieuw geluid. En daarom ben ik blij dat onze uitleencijfers stijgen. Want ik ben klaar voor die nieuwe trend.

Lezen op het strand, Franse strandbibliotheken

Vorige week was ik Normandië, op vakantie. In ons hotel vond ik een folder van Lire à la plage, de Franse versie van de strandbibliotheek.  (Voor wie zich afvraagt wat ik met strandbibliotheken heb is hier een linkje naar hoe dat ooit begon) In Nederland zijn de meeste strandbibliotheken weer verdwenen, alleen Makkum houdt dapper stand, dus ik was aangenaam verrast dat ze in Frankrijk nog steeds bestaan. Al sinds 2006 zijn ze daar bezig. Ik heb er veel foto’s van gezien maar weinig over gehoord dus ik wilde er nu graag eens een in het echt zien.

Zelfs als ik niet gewaarschuwd was door die folder had ik de bibliotheek op de boulevard van Étretat waarschijnlijk snel gevonden, want het stond op een tamelijk prominente plek. Zoals dat hoort. En het was zeer herkenbaar, niet alleen omdat er met grote letters Lire à la plage op stond maar ook vanwege de herkenbare kleuren. In tegenstelling tot “onze” strandbibliotheken hebben ze er in Frankrijk voor gekozen om alle bibliotheken er precies hetzelfde uit te laten zien. En als ik het filmpje zo bekijk geldt dat niet alleen voor de buitenkant (allemaal precies dezelfde huisjes, met allemaal rechts van de ingang een leesterras met precies dezelfde strandstoelen) maar ook voor de binnenkant. Want die in Étretat zag er van binnen precies zo uit als die hierboven. Die eenheid komt waarschijnlijk (ook) omdat het één groot project is, van het departement Seine-Maritime dus ik ga er van uit dat alles gewoon centraal geregeld wordt. Wat me opviel is dat ze zichzelf geen bibliotheek noemen. De collectie bestaat ook niet uit bibliotheekboeken maar uit niet-ingewerkte winkelexemplaren en er is niets dat lijkt op een uitleensysteem. Het meisje dat de “bibliotheek” beheerde reageerde dan ook heel verbaasd op mijn vraag of ze met de plaatselijke bibliotheek samenwerkten. “Nee, we zijn van het departement. We hebben niets met de bibliotheek te maken.” Een paar klikken op het internet leert dat er in het verleden wel degelijk werd samengewerkt met gemeentelijke bibliotheken, maar dat was ongetwijfeld vóór de tijd van deze (neem ik aan) werk-studente. Die vertelde dat ze elke dag open zijn, van 14 tot 19 uur. Ook als het slecht weer is.

Er worden mondjesmaat activiteiten georganiseerd, voornamelijk gericht op lezen en taal. Het leek allemaal tamelijk simpel: een leuk huisje met (1000) boeken en een gezellig terras. Zet de deur maar open en ga je gang. Niks ingewikkelds of hoogdravends, gewoon: lezen. Op het strand. Want daar gaat het om, bij Lire à la plage.

PS. Ook als je Frans niet al te best is: kijk het filmpje toch maar. Is leuk. En de plaatjes zeggen genoeg.

Terugkeer van de melkboer

Sinds afgelopen vrijdag is de melkboer weer terug in Amsterdam. Geen gewone melkboer maar een bevlogen ondernemer/actievoerder die “het contact tussen het platteland en de stad wil herstellen” door eigenhandig melk van boeren uit de omgeving naar Amsterdam te brengen. In bovenstaand filmpje is te zien hoe hij zijn producten aflevert bij restaurants en ondernemers en nu verkoopt hij dus ook aan de gewone Amsterdammers. In dit nieuwsbericht van AT5 zie je hem gratis melk uitdelen in de Amsterdamse Pijp vanuit zijn schattige autootje. Zijn bedrijf heet MOMA (More than Milk Amsterdam) en dat staat voor “meer dan melk. Melk is voor ons Liquid Landscape; een vloeibaar stukje landschap”. Op zijn website is meer achtergrondinformatie te vinden en daar staat ook een kaartje van de stad met daarop de locaties en de routes die hij met dat autootje rijdt, inclusief een tijdschema.

Leuk!

Wie dit blog al langer volgt of wie mij een beetje kent voelt hem al aankomen:

Als de melkboer weer terug komt is de tijd rijp om ook de bibliobus weer te laten terugkomen. Nee, de bibliobus is nooit helemaal verdwenen uit Nederland. In Zeeland rijden de Onderwijsbus en de Servicebus op volle toeren en in o.a. Arnhem en Emmen rijdt de bus ook nog steeds tot ieders tevredenheid. Maar in de afgelopen 10 jaar is het aantal bibliobussen drastisch afgenomen vanwege “veel te duur”. Ik wil de discussie over dat argument hier nu niet overdoen, want dat is relatief, het is maar net waar je die kosten mee vergelijkt. Een belangrijke reden voor het opheffen van de bussen was ook een gevoel: die bibliobus is ouderwets, dat is iets van vroeger en tien jaar geleden waren bibliotheken vooral bezig met aantonen dat ze niet van vroeger waren maar juist heel erg van nu. Dus veel bestuurders wilden niet met zo’n stereotypebevestigend iets geassocieerd worden.

Inmiddels begint het tij langzaam te keren. De Zeeuwen gingen voorop bij het innoveren van de bibliobus maar een belangrijke stap is toch zeker gemaakt door de mannen van het Frysklab. Dit mobiele bibliotheeklab is innovatief en hip en wordt internationaal geroemd, juist vanwege het mobiele element. Vanwege het busgedeelte zeg maar. Het Friese makerlab krijgt her en der in het land navolging en ook iets ludieks als Blikkie het voorleesbusje uit Helmond is een groot succes. Terecht. Want het is superhandig dat je je activiteit (welke dan ook) heel eenvoudig op verschillende locaties kunt uitvoeren. Het enige dat je nodig hebt is een parkeerplaats die groot genoeg is. Een bibliobus is super laagdrempelig en je kunt letterlijk de mensen opzoeken. En nee, ik zeg niet dat je die oude bussen terug moet halen maar als het gaat over spreiding en het bereiken van doelgroepen dan is een bus daarvoor het aangewezen middel. Nu alleen nog hip worden.

Bibliothecarissen houden van mensen

De dag na mijn 17e verjaardag reisde ik samen met twee meisjes die ook bij mij op school zaten naar Tilburg voor een toelatingsgesprek op de Bibliotheekacademie. Ja jongens en meisjes, in die tijd kregen ze daar zoveel aanmeldingen dat ze een selectie konden maken.

Aan ons groepje van drie werden nog twee mensen toegevoegd en met zijn vijven kwamen we voor een selectiecommissie te zitten. Ik weet niet meer precies uit hoeveel mensen die commissie bestond maar daarin zat in ieder geval meneer Van Agt, de adjunct-directeur van de school. Die keek ons vriendelijk aan, legde uit wat de bedoeling was vroeg toen plompverloren aan Marloes: “Zo, en vertel eens: waarom wil jij in een bibliotheek gaan werken?” Omdat ze zo van boeken hield, zei Marloes, en omdat ze gek was op lezen. “Dan moet je in een boekhandel gaan werken” zei Van Agt. “Daar zit je de hele dag tussen de boeken” en daarna stelde hij dezelfde vraag aan Coen. “Ik wil in een bibliotheek werken omdat ik graag mensen wil helpen en vragen wil beantwoorden” antwoorde die. Dat vond ik zelf een hele snelle actie en slim bedacht maar meneer Van Agt was niet onder de indruk. “Dan moet je bij de NS gaan werken” zei hij, “achter het loket. Kun je de hele dag vragen beantwoorden.” En toen wij in koor protesteerden dat dat heel iets anders was dan in een bibliotheek omdat je daar steeds andere vragen krijgt en omdat een bibliotheek veel afwisselender is reageerde hij met “Bij de NS krijg je ook steeds andere vragen, want die mensen willen allemaal een kaartje naar een andere bestemming.” Waarschijnlijk keken we daarna allemaal licht wanhopig uit onze ogen: want wat was DAN het goede antwoord? En toen legde de adjunct-directeur van de BDAT uit dat het in een bibliotheek draaide om mensen. Dat je van mensen moest houden als je in een bibliotheek wilde werken. En ja, je moest veel vragen beantwoorden en het was ook handig als je van lezen hield maar het draaide om de mensen. “Dus dat moeten jullie goed onthouden als jullie aan deze opleiding beginnen.”

Hoe dat gesprek verder verliep weet ik niet meer, maar deze opening maakte toen diepe indruk op me. Waarschijnlijk omdat het de eerste keer was dat ik zo’n retorisch trucje meemaakte. En omdat het heel erg duidelijk maakte wat de bedoeling was.

Ik weet niet of er ooit mensen werden afgewezen na zo’n gesprek. Misschien was dat alleen bedoeld als drempel om te voorkomen dat mensen zich al te gemakkelijk aanmeldden en vervolgens niet kwamen opdagen als het studiejaar begon. Wij werden in elk geval alle vijf aangenomen en kwamen bij elkaar in de klas. Met een van die meisjes raakte ik bevriend en zij is nu nog steeds mijn beste vriendin.

Waarom ik dit verhaal nu oprakel is om aan te geven dat het bepaald niet nieuw is dat je van mensen moet houden om in een bibliotheek te werken. Want dat hoor ik de laatste tijd wel eens. Dat je vroeger van boeken moest houden als je in een bibliotheek wilde werken en dat het nu om de mensen draait. Maar dat is dus niet zo. Al is dat wel een poosje wat minder gebruikelijk geweest in de branche. Zo was daar de directeur die tegen gezellige praatjes aan de balie was: “We zijn geen buurthuis! Voor de gezelligheid hoeven ze hier niet te komen”. Maar het draaide in de bibliotheek altijd om wat je voor “de mensen” kon betekenen. Die stonden voorop. En niet de boeken.

Hoe Ex Libris (de film) was

De VOB en ProBiblio organiseren deze week speciale vertoningen van Ex Libris, de veel geprezen en bekroonde film van regisseur Frederick Wiseman. Alleen toegankelijk voor bibliotheekmensen en hun gasten. Vanavond was ik bij de eerste vertoning in Sittard en ik heb genoten. De reacties om me heen waren gemengd: ik hoorde vooral dat mensen sommige stukken veel te langdradig vonden. “Die film had een stuk korter gekund.”

Ja dat klopt, die film had heel veel korter gekund, je had er makkelijk een documentaire van een uurtje van kunnen maken. Met een voice-over en de vermelding van namen en functies bij de diverse mensen die in beeld komen. En in plaats van de tijd nemen om de omgeving van een filiaal uitgebreid in beeld te brengen voordat de camera naar binnen gaat had Wiseman ook best even de vermelding Filiaal in Harlem kunnen maken. Maar zo’n soort film is het dus niet. Dit is een hele andere film. In de Chinese wijk filmt hij uitgebreid de vlaggenlijnen met alternerende Chinese en Amerikaanse vlaggetjes die symmetrische lijnen over de straat trekken, in de Bronx zie je de bibliotheek bijna niet liggen tussen alle schreeuwerige winkelpuien en de straat voor de New York Public Library for the Performing Arts is steeds weer opvallend leeg (en schoon).

Ik vond het een prachtige film, een echte aanrader. Als je je nog niet hebt aangemeld: snel doen. Hij draait nog op verschillende plekken, tot en met zondag. Als je eigenlijk te moe bent: toch gaan. Want de film is ook een soort van meditatie. Probeer vooral niet alle gesprekken te volgen want ruim 3 uur bij de les blijven en die soms hoog-intellectuele gesprekken in het Engels volgen is niet te doen. Maar laat je meevoeren met de beelden en kijk naar al die bijzondere mensen die in beeld komen. En ga je vooral niet ergeren aan het feit dat niemand benoemd wordt, dus dat je geen idee hebt wie daar allemaal aan het woord zijn. Het eerste half uur was ik een beetje jaloers: wat doen ze daar veel mooie dingen en wat organiseren ze dat goed. Totdat ik me realiseerde dat er in New York meer dan 100 keer zoveel mensen wonen als in Roermond en dat dus elke vergelijking mank gaat. Toen kon ik gewoon genieten van de betrokkenheid en gedrevenheid van iedereen die bij de bibliotheek betrokken is en bewonderde ik de strategische overleggen van het MT. Wellicht ten overvloede: het is dus geen bibliotheekfilm. Althans, geen film die haarfijn uitlegt hoe het er in een bibliotheek aan toe gaat. Het is een film die “toevallig” is opgenomen in de bibliotheek. Hij gaat net zoveel over de stad New York als over de NYPL.

Vandaag publiceerde de VOB een kijkwijzer op de site. Maar die las ik daarnet pas, na afloop dus. En gelukkig waren ze in Sittard eigenwijs en hadden ze daar toch een korte pauze ingelast. Goed idee Liesbeth. Want dat drankje tussendoor was wel heel fijn.

10, 10, 10, 10!

Vandaag bestaat mijn blog precies 10 jaar. Op 22 januari 2008 maakte ik een blog aan in WordPress en schreef ik daar een stukje over, als eerste opdracht van de 23 dingen. Dat ik de neiging heb om uit te gaan leggen wat 23 dingen is geeft al aan dat er sinds die tijd veel gebeurd is. In de wereld en in de branche en ook op dit blog. Wat begon als huiswerk bij een cursus werd een uitlaatklep voor mijn ergernissen en een verzamelpunt voor alle leuke dingetjes die ik tegenkwam tijdens mijn omzwermingen in de sociale media. Van een WordPress blog werd het een WordPress website (die ik nog steeds niet echt in de vingers heb) en het schrijven ging van eens per week via twee keer per week terug naar eens per maand. In het begin werd ik alleen gelezen door een handjevol directe collega’s, daarna kwamen daar andere collega’s uit de branche bij en inmiddels heeft mijn publiek zich ook uitgebreid tot buiten de branche. Raar hoor, om in de rij te staan bij een receptie en door een wildvreemde te worden aangesproken met “he, ik ken jou! Jij bent Tenaanval! Hoe heet je ook alweer echt?”. Ok., dit was een archivaris, dus dat is niet zo’n hele grote stap, maar toch. (Ik bleek Maartje trouwens ook te lezen. Kan ik jullie aanraden.)

Tien jaar geleden werkte ik bij ProBiblio en was ik hoofd van de afdeling Flexibele Bibliotheek. Vijf weken nadat ik dit blog had aangemaakt viel het besluit om de bibliobussen die bij mijn afdeling hoorden op te heffen. Het was een hele andere tijd. Een tijd waarin de term bibliotheekvernieuwing een toverwoord was. Een tijd waarin sommige bibliotheken zoveel mogelijk op boekwinkels wilden lijken, waar alles draaide om zo hoog mogelijke uitleencijfers. Er waren collega’s die concepten en formules verzonnen zodat alle bibliotheken in het hele land er hetzelfde uit zouden gaan zien want dat verhoogde de herkenbaarheid. Of ze bedachten dat de bibliotheek wel dicht kon “want het gaat om de functie en niet om het gebouw”. Daarna brak de strijd los tegen het negatieve toekomstbeeld voor bibliotheken in de buitenwereld. Die worsteling hebben we ook overleefd en gelukkig hoor je nog maar zelden: “waar hebben we nog een bibliotheek voor nodig want alles staat toch op het internet?”. De enkeling die dat nog wel eens zegt (standaardreactie bij een krantenartikel op het web over bibliotheken) wordt meestal snel gecorrigeerd door andere lezers. Er is een Bibliotheekwet gekomen en we hebben e-books. Er is de Bibliotheek op School, Digisterker en er zijn FabLabs in bibliotheken.

Kortom: er is veel gebeurd. Ook met mijzelf: na de bibliobussen en de Strandbibliotheek kwam de Airport Library en de Stationsbibliotheek. Ik ging naar de Bollenstreek waar ik leerde hoe het er echt aan toeging in de bibliotheekwereld en daarna kwam ik naar Roermond. Toen ik met dit blog begon dacht ik dat het maar voor een paar weken zou zijn, ik had nooit gedacht dat ik het zo lang vol zou houden. Ik heb in al die jaren heel veel nieuwe mensen ontmoet, virtueel en in het echt. Sommige mensen was ik misschien op een andere manier ook wel tegen gekomen, maar heel veel mensen ken ik toch echt dankzij Twitter en de sociale media. En dat maakte alles net een beetje leuker. Dus hartelijk bedankt voor de aandacht, de reacties, alle aardige woorden en de discussies die ik heb mogen voeren in de afgelopen 10 jaar. Het was leuk! Voorlopig dobber ik nog wel een beetje verder, in die grote digitale oceaan. Eens kijken hoe lang ik het nog vol hou.

 

Voor wie meer wil weten over de achtergronden van dit blog moet maar even de terugblikken lezen die ik o.a. schreef toen ik drie jaar bestond, of bij mijn eerste lustrum en bij mijn zesde verjaardag.

get_footer() ?>