Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

bibliotheken

All of the posts under the "bibliotheken" tag.

Nóg een bibliotheekfilm

Afgelopen donderdag maakte de voorzitter van de VOB, aan het einde van de ALV, bekend dat de VOB vertoningen gaat regelen van Ex Libris – The New York Public Library  van Frederick Wiseman, de documentaire die een paar weken geleden zoveel indruk maakte tijdens het IDFA. Hij duurt drie uur maar die uren schijnen voorbij te vliegen. Bart Janssen beschrijft de film in het Bibliotheekblad als een drie uur durende lofzang op de bibliotheek, maar meer nog is het misschien wel een ode aan New York en aan zijn inwoners, die de bibliotheek maken tot wat zij is.

Geweldig idee. Er is nog niks concreet maar ik begreep dat ze van plan zijn om de film op verschillende plekken in het land te vertonen, voor iedereen die er belangstelling voor heeft. Inmiddels heb ik ook begrepen dat er meerdere plannen zijn, o.a. van het Filmhuis in Den Haag. Helemaal goed. Op hoe meer plaatsen die film te zien is, hoe beter. Ik verheug me er al helemaal op. Liefst met een nazit met borrel en een goed gesprek, maar zonder dat vind ik het ook leuk.

En nou kwam Patrick vanochtend op Twitter met een film waar ik ook helemaal vrolijk van wordt. Misschien nog wel vrolijker. Want over 6 weken gaat in de Verenigde Staten de film The Public in première. Een film van Emilio Estevez. Hij schreef en regisseerde de film en speelt een belangrijke rol, namelijk die van directeur van de openbare bibliotheek van Cincinnati. Tijdens extreme weersomstandigheden wordt die bibliotheek bezet door daklozen. Geen idee of het een goede film is maar het gaat in elk geval over een échte bibliotheek en de trailer vind ik al geweldig. Kijk zelf maar.

De film is opgenomen in Cincinnati en ik vermoed deels ook in de plaatselijke bibliotheek. Dat, of ze hebben echt een superfantastische decorbouwer. De film gaat in première op het filmfestival van Santa Barbara, op 31 januari as. en gaat daarna de bioscopen in. In de Verenigde Staten dan, maar ik hoop dat het niet heel erg lang duurt voordat de film deze kant op komt. Misschien helpt het als de VOB tegen die tijd ook nog eens een telefoontje pleegt?

Voor wie zich afvraagt wie Emilio Estevez ook alweer is, of waarom we hem al een poosje niet meer gezien hebben, kijk even deze film. Hij heeft het de laatste tijd o.a. nogal druk gehad met zijn vader en zijn broer, respectievelijk Martin en Charlie Sheen. En nou ik jullie toch tips aan het geven ben: lezen jullie allemaal al De Bieb Letter van Patrick? Want daar verzamelt hij wekelijks bibliotheeknieuws en ook nog leuke feitjes, zoals deze trailer. Bedankt nog Patrick!

Een boekenpoetsmachine

“A behind-the-scenes look at how we remove dust from our books. It’s like a mini car wash for books, minus the water!” twitterde de Boston Public Library onlangs. Fascinerend en ook wel een beetje bizar. Ik kan er in elk geval uren naar kijken: naar deze afstofmachine voor boeken. Ik weet niet of alle boeken die in Boston worden teruggebracht door deze machine gaan of dat ze hem alleen gebruiken om de collectie in het magazijn af en toe op te frissen. Openbare bibliotheken hebben in de Verenigde Staten vaak een ander soort collectie dan wij in Nederland, in elk geval die in de steden. Onze Amerikaanse collega’s combineren het vaak met een archief- of bewaarfunctie. En ja, boeken kunnen stofnesten zijn als je ze niet goed bewaard.

Twitter verwees mij ook naar een artikel in het Library Journal, het Amerikaanse vakblad, over book cleaning products. Daar blijkt een hele wereld achter te zitten van apparaten en hulpstukken en technieken. Vooral de filmpjes op youtube opende nieuwe werelden voor me: er zijn speciale stofzuigers waarmee je de bovenkanten van boeken kunt zuigen en verrijdbare schoonmaakmachines waarmee je voor de kast kunt gaan staan en zelfs schudmachines die de bladzijdes laten wapperen. De filmpjes zijn in het algemeen al wat ouder en daarom een beetje traag en pompeus, maar daarom des te hilarischer. Vind ik dan.

Overigens denk ik niet dat ze in Boston de boeken die worden teruggebracht door dit apparaat halen: boeken die zijn uitgeleend zijn juist niet stoffig. Nat soms of plakkerig, dat wel. Dat probleem hebben ze in wetenschappelijke bibliotheek dan waarschijnlijk weer minder: zand tussen de bladzijden, of restjes shag en dode muggen. En limonade of kauwgom op het omslag. Dat los je met een beetje wapperen niet op. Daar heb je een fles glassex voor nodig. Of erger. In ieder geval een fanatieke bibliotheekmedewerker. Het lijkt me niet iets waar je een machine voor kunt bouwen. Maar ik verbaas me nergens meer over.

Het Museum van mislukkingen

Iedereen die het bericht van gisteren in het NRC gemist heeft stel ik graag voor aan het Museum of Failure in Helsingborg, Zweden. Een initiatief van Samuel West, organisatiepsycholoog en innovatieonderzoeker. In zijn museum verzamelt hij mislukkingen, of beter gezegd: hij verzamelt mislukte producten. West is het museum begonnen omdat hij het zat is dat iedereen zo geobsedeerd is door succes, volgens hem zijn mislukkingen veel interessanter.  Every failure is uniquely spectacular, says West, while success is nauseatingly repetitive. In zijn verzameling zitten technische mislukkingen maar ook dingen waarvan je je niet kunt voorstellen dat er in het productieproces echt niemand heeft gezegd “jongens, moeten we dit wel doen?” (de Bic-pen voor vrouwen!). In dit filmpje laat hij een paar voorbeelden zien. Ik vind het leuk.

Waarschijnlijk sloeg ik aan op het krantenbericht omdat ik eerlijk gezegd een beetje genoeg begin te krijgen van succesverhalen. En van innovatie. Ik kan dat woord niet meer horen, zeker niet in bibliotheekverband. Noem het innovatie of innovatief en je krijgt applaus en je idee wordt omarmd. Je kunt er subsidie voor krijgen en prijzen mee winnen. Voldoet het aan een behoefte? Lost het een probleem op? Is het effectief? Nee, maar het is wel innovatief, dus hoera. Hou daar eens mee op. Ga gewoon eens je werk doen en kijk of je dat nog beter kunt doen. Of je je klanten/gebruikers/lezers nog beter kunt helpen. En of er misschien nog nieuwe doelgroepen te bereiken zijn. En nee, dat gaan we dan niet innovatief noemen, dat heet gewoon “invulling geven aan je taak” of “beleid uitvoeren”. Ik vraag me af hoeveel uur de gezamenlijke Nederlandse bibliotheken extra open zouden kunnen gaan als al die landelijke en provinciale subsidies niet in innovatie zouden worden gestopt maar gewoon rechtstreeks in dienstverlening.

En voordat iemand zich nu geroepen voelt om me te gaan uitleggen dat innovatie noodzakelijk is om te overleven en dat reguliere diensten ook vernieuwd moeten worden: dat weet ik heus wel. Maar daar hoef je echt niet zó veel tijd en geld in te steken. Of je moet natuurlijk je eigen dienstverlening zo slecht vinden dat het allemaal anders moet. Maar volgens mij heb je dan een heel ander probleem. En wat betreft de mantra dat je constant moet innoveren, dat je in beweging moet blijven omdat stilstand achteruitgang is: duh, natuurlijk moet dat. Maar daar heb je geen speciale innovators voor nodig, dat is onderdeel van je werk. Iedereen moet kritisch blijven kijken naar mogelijke verbeteringen binnen zijn eigen taak, als het goed is staat dat in je functieomschrijving. Dus hou eens op met die flauwekul.

Helaas is innovatie ook de achterliggende gedachte van het Museum of Failure, hun motto is Learning is the only way to turn failure into success. Want de bedoeling van het museum is dat bezoekers leren van de mislukkingen van anderen. Ze hebben een pop-up museum waarmee ze door Europa reizen en ze zijn van plan om activiteiten te gaan organiseren rondom mislukkingen: een menu vol mislukte gerechten in een chic restaurant of een bierproeverij van mislukte bieren. The crazier the better… Dat vind ik dan toch wel weer erg sympathiek. Overigens kwam West op het idee voor zijn museum toen hij in Los Angeles het Museum of Broken Relationships zag. Ben ik ook wel benieuwd naar.

Hoe het vak uit de branche verdween

Het waren twee heel verschillende dingen die me aan het denken zetten. Of eigenlijk drie. Het begon met een opmerking naar aanleiding van een artikel dat ik had getwitterd over waarom president Trump een privé-bibliothecaris nodig heeft (een leuk artikel, lees het vooral). Naar aanleiding daarvan was ik opeens aan het uitleggen wat het verschil is tussen een classificatie- en een plaatsingssysteem. En terwijl ik twitterde dat meneer Goossens (docent Documentaire Informatiesystemen) trots op me zou zijn schoot me een opmerking van een collega-directeur te binnen die onlangs over een van de huidige bibliotheektrainingen zei dat het een waardeloze opleiding was want “daar leren ze titelbeschrijven”.

Toen realiseerde ik me waarom ik mij steeds zo opwind over het verdwijnen van de bibliothecaris uit de bibliotheek: omdat dit soort basiskennis van het vak uit de branche dreigt te verdwijnen als we niet oppassen. En ja dat is erg. Nee, zeker niet iedereen die in een openbare bibliotheek werkt hoeft te kunnen titelbeschrijven. En nee, ook niet iedereen hoeft te weten hoe je een catalogus opbouwt of hoe je de IFLA regels voor de ISBD toepast. Maar er moeten in elke organisatie een paar mensen zijn die dat wel weten. Die van de hoed en de rand weten. En niet omdat iemand ze snel even de grote lijnen heeft uitgelegd maar omdat ze echt weten waar ze het over hebben. Het hoeven geen specialisten te zijn, die zitten bij de NBD en de KB. Maar in je eigen organisatie heb je mensen nodig die met die specialisten kunnen praten en die ze kritisch kunnen volgen. Is dat een dagtaak? Nee zeker niet, althans niet in de gemiddelde openbare bibliotheek, maar het is wel een belangrijke taak. Dat geldt niet alleen voor titelbeschrijven maar ook voor andere basis bibliotheekprincipes. Wat is het verschil tussen een trefwoord en een hoofdwoord? En tussen een trefwoord en een classificatienummer? Waarom is Siso een classificatie- én plaatsingssysteem en Pim alleen een plaatsingssysteem? En waarom is het ene wel of niet beter dan het andere? Allemaal heel erg on-sexy vragen. En je stelt ze zeker niet elke dag en zelfs niet elk jaar; maar dat maakt ze niet minder belangrijk, want principieel. Omdat we het over dat soort principiële dingen nog maar zelden hebben in de openbare bibliotheekwereld (want hoera, NBDbiblion regelt dat voor ons) realiseren veel mensen in de branche zich niet welke systemen en structuren de grondslag vormen van het bibliotheekwerk. Dát er überhaupt meer systemen zijn dan je op het eerste gezicht ziet. Met als gevolg dat als er eens een discussie over gevoerd moet worden dat al snel wordt afgedaan als geneuzel “want waar hebben we het eigenlijk over?”. Inderdaad: jij weet niet waar deze discussie over gaat maar dat wil niet zeggen dat het niet belangrijk is.

Voor alle duidelijkheid: ik had een hekel aan het vak Documentaire informatiesystemen. Ik vond het ontzettend saai en ik zag er absoluut het nut niet van in. Net zoals ik ook niet begreep waarom meneer Van Nistelrooij zo enthousiast werd van het uitleggen van het UDC. Al was dat enthousiasme wel heel aandoenlijk. Maar ik was 18 toen en het personeelsbestand van openbare bibliotheken bestond voor meer dan de helft uit mensen met een bibliotheekopleiding. Tijdens werkoverleggen, of zelfs tijdens koffiepauzes, werd er soms eindeloos gediscussieerd over de catalogus, over trefwoorden en over wel of geen dubbelplaatsing. Bij dat soort discussies haakte ik meestal snel af. Dat mocht, want ik was de jeugdbibliothecaris dus ik had een andere taak. Maar ik snapte de discussie wel en ik kon (als het moest) ook meepraten want er was genoeg blijven hangen van wat ik op de bibliotheekacademie had geleerd. Als over 20 jaar de laatste mensen met pensioen gaan die nog een klassieke bibliotheekopleiding hebben gehad is er niemand meer over die dat nog kan. Althans: zolang er geen nieuwe opleiding terug komt.

Maar is dat eigenlijk niet ontzettend achterhaald allemaal? Als die nieuwe bibliotheekopleiding op hbo-niveau er ooit komt, moet al dat gedoe dan nog onderwezen worden? Die bibliotheken die bestaan nou toch gewoon? En het gaat toch goed? En er zijn toch veel belangrijkere zaken waar je je als bibliotheek mee moet bezig houden dan de catalogus en titelbeschrijvingen? Het sociaal domein, laaggeletterdheid en educatie bijvoorbeeld? Ja, dat zijn belangrijke onderwerpen waar we zeker veel energie in moeten stoppen, maar we moeten de basis niet vergeten. De bibliothecaris in het artikel dat ik hierboven noemde benadrukt het belang van een classificatiesysteem nog eens. In de Verenigde Staten is Information Resources onderdeel van het curriculum van de studie Library en Information Sciences en dat vak gaat onder andere over: standards for information organization and access, including cataloging rules and formats, content analysis, indexing, classification. Het is maar een van de vele vakken binnen de studie en ik wil zeker niet beweren dat in een nieuwe Nederlandse bibliotheekopleiding net zo veel uur besteed moet worden aan Classificeren, Sorteren en Documentaire Informatie als in onze tijd, want wij hadden die vakken een heel jaar lang, soms zelfs twee jaar. Maar dat er structurele aandacht voor moet zijn staat wat mij betreft buiten kijf. En dat we zuinig moeten zijn op de mensen in de branche die nog over dit soort basiskennis beschikken ook.

En voor wie het niet herkend had: het plaatje hierboven is de klassieke beginscene van Ghostbusters, in de New York Public Library.

Cijfers vertellen geen verhaal

 

Aan de hand van de cijfers over bibliotheken die het Ministerie van OCW onlangs heeft gepubliceerd heeft Mark Deckers de afgelopen weken op zijn blog een aantal lijstjes gepubliceerd. Hij heeft cijfers met elkaar vergeleken en aan de hand daarvan heeft hij overzichtjes gemaakt van o.a. welke bibliotheek in Nederland de meeste materialen heeft uitgeleend, welke de meeste activiteiten heeft georganiseerd en wie de meeste bezoekers heeft gehad. In het eerste deel uit de serie roept hij bibliotheken op om zich in de cijfers te verdiepen want voordat je het weet wordt je met die cijfers door iemand om de oren geslagen. Naar aanleiding van zijn laatste exercitie werd ik door verschillende mensen gefeliciteerd, want in het lijstje van bibliotheken met de jongste medewerkers stonden Bibliotheek Bibliorura op de eerste plaats. Het is altijd leuk om ergens nummer 1 te zijn en als “petemoei van het Jonge Bibliothecarissen Netwerk” vind ik het natuurlijk extra leuk om nou net in dit lijstje bovenaan te staan. Maar het slaat natuurlijk nergens op.

Sorry Mark.

Die cijfers zullen ongetwijfeld kloppen. En die vergelijking ook. Maar zijn wij de bibliotheek met de jongste bibliothecarissen? Want dat zegt de kop boven het stuk. Het antwoord is: nee dat klopt niet.  In het overzichtje waar wij op nummer 1 staan is het al beter verwoord: wij hebben het jongste personeel. Althans: wij hebben het hoogste percentage medewerkers onder de 30 jaar. Maar wat zegt dat? Dat wij hipper zijn? Of moderner of beter de vinger aan de pols houden bij de jeugd? Zo’n cijfer zegt helemaal niks. Het zijn appels en peren die je in zo’n lijstje met elkaar vergelijkt. Ik ben niet de eerste die dat zegt, bij verschillende van Mark’s stukjes staan al reacties met die strekking. Maar daar wordt ook weer aandacht gevraagd voor het project Effectmeting van de VOB. En daar word ik dan weer een beetje zenuwachtig van.

Er is niks mis met meten en ook niet met het meten van effecten. Maar ik wil juist zo graag weg van die focus op getallen, van dat afrekenen aan de hand van cijfers. Ik wil praten met gemeentes: wat willen jullie? Waar worden jullie blij van? Waar heeft deze gemeente behoefte aan, wat gaat hier werken? Daar gaat het mij om. Dat is voor mij het allerbelangrijkste. En dat staat helemaal los van wat er bij de KB of bij de VOB bedacht wordt aan acties en campagnes. Met die insteek hebben wij een aanbesteding gewonnen. Niet met cijfers. De enige cijfers die in ons aanbestedingsstuk stonden waren financiële cijfers. Het had geen SMART geformuleerde doelen maar een goed verhaal. We schetsten een duidelijk beeld van de toekomst dat aansloot bij wat er leefde in de verschillende kernen van de gemeente. Dáár wonnen we mee.

Cijfers zeggen helemaal niks. Als je kijkt naar het overzicht van actieve bibliotheken zie je dat er  gemiddeld 496 activiteiten per jaar worden georganiseerd. Om wat voor soort activiteiten gaat het dan en hoe tellen ze dat? Wij hebben maar één vestiging, zelfs als ik elke dag van het jaar een activiteit in de bibliotheek zou organiseren haal ik het landelijk gemiddelde niet, en wij zijn 360 dagen per jaar open. Of mag ik de boekenkringen die onze leesconsulenten op scholen organiseren ook  meetellen? Dan schiet ik al een heel eind richting de top 10. Ben ik dan niet actief? Omdat ik het landelijk gemiddelde niet haal? Of ben ik juist heel actief omdat ik met mijn leesconsulenten op bijna alle basisscholen in het werkgebied zit?

Ik snap heel goed dat Mark ons met zijn blogs wil voorbereiden op het volgende commerciële bedrijf dat met die cijfers aan de slag gaat. Dat met wat makkelijke staatjes ons of onze gemeentes gaat benaderen om te roepen dat het allemaal efficiënter/beter/goedkoper/makkelijker kan als we het lot van de bibliotheek maar in hun handen leggen. Maar ik ga er van uit dat we dat stadium inmiddels voorbij zijn en dat niemand daar meer in trapt. De meeste gemeentes hebben dat soort brieven de afgelopen jaren opzij gelegd, al dan niet na een telefoontje met hun bibliotheekdirecteur. Soms grinnikend, soms zuchtend en soms leidde dat tot indringende gesprekken en/of discussies. En ja, een paar gemeentes zijn wel in het verkooppraatje getrapt dat ze hetzelfde kunnen krijgen als ze al hadden voor minder geld. In een enkele gemeente heeft het zelfs grote politieke consequenties gehad voor de wethouder in kwestie. Maar in het algemeen leidde deze benadering tot niets. Want de waarde van de bibliotheek is heel lastig uit te drukken in cijfers.

Dat wil uiteraard niet zeggen dat je geen cijfers nodig hebt: tuurlijk, prima dat ze er zijn. Handig hulpmiddeltje. Nogmaals: ik zeg niet dat we niet moeten meten en rekenen, maar laten we daar alsjeblieft niet al te veel energie in stoppen. Want het gaat niet om cijfers, het gaat om het verhaal dat je vertelt. Ik ben zo bang dat we zo meteen de ene set cijfers door de andere gaan vervangen. Dat we ons in plaats van op uitleencijfers gaan laten afrekenen op het aantal activiteiten dat we organiseren. Het straalt iets wanhopigs uit: “we doen er echt wel toe hoor. Kijk maar: we hebben cijfers.” Maar we hebben een verhaal en dat is veel beter dan cijfers.

Om nog even terug te komen op onze eigen nummer 1 notering: bij ons is meer dan 37% van het aantal medewerkers onder de 30 jaar. Dat hoge percentage komt deels omdat onze opruimhulpen bij ons in dienst zijn en die zijn allemaal jonger dan 23 jaar. Zoiets suggereerde Mark al. Maar zoveel opruimers hebben we niet dus dat is niet de belangrijkste oorzaak. Wij hebben de afgelopen jaren vol ingezet op de Bibliotheek op School en onze leesconsulenten zijn op één na allemaal jonger dan 30 jaar. En bij zo’n relatief kleine organisatie als de onze is zo’n percentage dan al snel hoog. Bij ons is 42% van de medewerkers ouder dan 50 jaar, landelijk is dat gemiddeld 64%. Dus ja, wij hebben een relatief jong personeelsbestand. Voor wat dat waard is.

De (Amerikaanse) verkiezingen en de openbare bibliotheek

Een historische verkiezing was het gisteren. Speciaal voor de verkiezingsdag hebben de makers van Free for all, de film ‘in the making’ over wat de openbare bibliotheek betekent voor mensen een korte video samengesteld over de link tussen bibliotheken en democratie. Ze mailden hem gisteren naar al hun supporters op Kickstarter, “met ingehouden adem”.

Ze zullen nogal teleurgesteld zijn in de uitslag vrees ik. Zoals een heel groot deel van de Nederlanders ook teleurgesteld zijn. Laten we er maar het beste van hopen. “The forgotten men and women of our country will be forgotten no longer” zei Trump in zijn acceptance speech. Dat lijkt me toch een mooi streven. En dat past ook wel bij de openbare bibliotheek, toch?

De Librarian of Congress is een jeugdbibliothecaris

Elke bibliothecaris die zijn vakliteratuur een beetje heeft bijgehouden weet dat in de Verenigde Staten vorige week een nieuwe Librarian of Congress is ingezworen. Dat is bijzonder want het is pas de 14e Librarian of Congress sinds 1800, het jaar waarop de Library of Congress werd opgericht. Maar dit keer is het extra bijzonder want het is voor het eerst een vrouw en niet alleen dat, Carla Hayden is een zwarte vrouw.

Er is van alles te zeggen over het historisch belang van deze benoeming en over hoe erg het is dat er nu pas een vrouw is benoemd op de belangrijkste post in de Amerikaanse bibliotheekwereld. Maar het enige wat ik hier nu wil doen is dit filmpje laten zien. Het is een extraatje dat hoort bij een portret dat PBS Newshour een paar dagen geleden uitzond. Ze praat hier over het favoriete boek uit haar jeugd. Leuk. Maar wat mij aan dit beeld meteen opviel is hoe ze dat boek vasthoudt. Daaraan kun je zien dat ze dat vaker gedaan heeft, ze is duidelijk gewend om een boek te showen. Wat blijkt: ze is een jeugdbibliothecaris! Het wordt in haar officiële cv niet genoemd, maar ze noemt zichzelf in dit fragment wel zo. Dus dan is het zo.

Wat fijn: de directeur van de op een na grootste bibliotheek ter wereld is een jeugdbibliothecaris! Ze is veel meer dan dat, ze heeft een indrukwekkend cv (bibliotheekdirecteur, voorzitter van de ALA, gaf les aan de universiteit) maar toch: een jeugdbibliothecaris. Vind ik leuk.

Overigens: haar voorganger kreeg veel kritiek omdat hij veel te weinig deed om de bibliotheek te digitaliseren. Hayden zit (sinds haar benoeming) op Twitter. En dat doet ze heel aardig. 

Pokémons in de bibliotheek of juist niet?

pokemon nogo

De Pokémon GO hype is nu een kleine zes weken oud. Het is een grotere hype dan ik ooit voor mogelijk had gehouden, maar dat ligt uiteraard geheel aan mijn gebrek aan fantasie. De verhalen over invasies van Pokémonspelers zijn legio en inmiddels zijn er ook al een aantal bibliotheken op de hype ingesprongen. Leek me wel een goed idee want ik stel me zo voor dat je op die manier weer een heel nieuw publiek in je bibliotheek krijgt en dat wil toch iedereen.

Maar in de bibliotheek van het Duitse Nordenham denken ze daar heel anders over: daar hebben ze de bibliotheek tot Pokémon-vrije zone uitgeroepen, het is er verboden om Pokémons te vangen. Niet omdat ze in die bibliotheek niet van spelletjes houden of omdat ze iets tegen het digitale hebben: ze lenen er gewoon games uit. Maar directeur Jochen Dudeck vindt dat je niet zomaar, zonder er bij na te denken met deze hype moet meegaan. Hij vindt dat er een discussie nodig is over de vraag of het zomaar kan dat een commercieel bedrijf, zonder het te vragen en zonder overleg de openbare ruimte claimt en tot speelveld uitroept.

Nog even los van wat je antwoord is op die vraag vind ik het feit dat iemand daar überhaupt bij stil staat heel goed. Ik was er niet opgekomen en ik vraag me af hoeveel bibliotheken die met Pokémon GO aan de slag zijn gegaan daar wel aan hebben gedacht. Het is een interessante vraag. Op hun Facebookpagina verwoordt de bibliotheek Nordenham het zo: Wir möchten damit zur Diskussion über diesen Hype anregen! Dieses Spiel ist Beispiel für die durchgängige Kommerzialisierung des öffentlichen Raums. Wenn wir uns als “Dritter Ort” neben privaten Räumen und Verkaufsflächen begreifen, sollten wir das auch deutlich machen. “Fun” ist nicht alles! En daar hebben ze natuurlijk wel een punt. Als een bibliotheek een andere commerciële partij zou binnenhalen (als sponsor bijvoorbeeld) zou daar eerst een stevige (of minder stevige) discussie over gevoerd zijn. En als een bedrijf zonder het te vragen opeens folders zou gaan uitdelen in de bibliotheek zou daar ook een hartig woordje over gesproken worden. Dus dat je misschien even stil moet staan bij het feit dat je opeens een commerciële partij binnen haalt is zo gek nog niet.

Daarbij is er ook enige ophef rondom de privacysettings van Pokémon GO, terecht of niet, maar dat lijkt me een extra reden om even goed na te denken wat je precies wil gaan doen voordat je begint. Zeker als bibliotheek, waar we toch een zelfopgelegde opdracht hebben om mensen mediawijzer te maken en hen iets te leren over privacy op het internet. Dat geldt overigens niet alleen voor bibliotheken maar ik vraag me ook af hoe doordacht de actie van de politie is om Pokémon GO in te zetten bij het voorkomen van criminaliteit. En even voor alle duidelijkheid: ik vind niet dat bibliotheken zich niet met Pokémon GO zouden moeten bezighouden, maar ik vind wel dat ze moeten stilstaan bij de voors en tegens van het spel. Zich niet blind van enthousiasme in iets moeten storten zonder er even goed over na te denken. Maar misschien hebben al die bibliotheken met een Pokémon Stop dat ook wel gedaan voordat ze begonnen. Dat kan natuurlijk.

In Duitsland krijgt de bibliotheek van Nordenham weinig bijval, hun Facebookpagina staat vol reacties van mensen die het onzin vinden. Zo te zien roeren zich daar vooral veel vakgenoten. Van enige discussie is nauwelijks sprake want er wordt stevig uitgehaald: discriminatie van de gamerscultuur, het zijn technofoben, ze zijn ouderwets, het is betuttelend, het bevestigt het cliché van de bibliotheek als stoffige boekenruimte en nog zo wat kreten. Al is er ook wel bijval, maar dan vooral van mensen die van stilte in de bibliotheek houden. Er is in elk geval één blogger die het voor de bibliotheek opneemt en positie kiest in dit hele verhaal met een uitgebreid stuk waarin hij niet schroomt om namen te noemen en waar dan ook weer op gereageerd wordt.

Zo te zien bestaat er in Duitsland een levendige discussiecultuur in de bibliotheekbranche. Mooi. Heel anders dan bij ons waar toch vooral in de wandelgangen wordt gediscussieerd. En waar een discussie in het openbaar al snel gesmoord wordt met sussende woorden “uit het land”. Jammer. Want je ziet hier dat een stevige discussie echt iets op kan leveren. Als het tenminste op een nette manier gebeurd. Wat hier niet echt het geval lijkt te zijn: Ducek heeft in elk geval over een Shitstorm en over eigenartiger Aggressivität. Dat is natuurlijk ook weer niet de bedoeling. Maar een inhoudelijke discussie op zijn tijd lijkt mij heel nuttig. Zou willen dat zoiets in Nederland ook kon.

Een principiële discussie of liever iets gezelligs

Afgelopen weekend viel ik op Twitter midden in een discussie over de branche. Blijkbaar hadden collega’s het daar met elkaar gehad over een paar verbeterpunten van de landelijke ebooks collectie, een gesprek dat niet goed viel bij een aantal mensen. Want openlijk kritiek leveren is “niet slim” en “medewerkers van Nike zeggen ook niet dat hun shirtjes slecht zijn”. Over die opmerkingen valt zoveel te zeggen dat mijn hoofd bijna uit elkaar spatte van frustratie maar ik kwam net terug van vakantie en ik moest nog wasjes draaien en de plantjes op mijn balkon hadden dringend behoefte aan water en lieve woordjes dus liet ik het er maar even bij zitten. Maar ik nam me voor om een stuk te gaan schrijven over hoe dit het zoveelste bewijs was van de arrogantie van sommige medewerkers van landelijke en provinciale organisaties en van hoe slecht ze daar snappen hoe de verhoudingen horen te liggen. Dat “het land” niet bepaalt maar de regio en dat “het land” eens moet ophouden met denken dat zij iedereen kunnen voorschrijven hoe het moet. En dat ze daar vooral eens moeten ophouden met alles achter slotjes te stoppen want dat slotjes het gesprek ernstig beperken. En dat slotjes sowieso niet passen bij een branche die als kernfunctie het delen van informatie heeft.

Inmiddels ben ik alweer bijna een week terug. De planten leven weer min of meer en de wasmand is weer vol met nieuwe was. En dat stuk? Ach ja, hoeveel zin heeft dat eigenlijk? Ik heb er vaker over geschreven en dan kreeg ik reacties van nou net die mensen die het wel snappen maar die zich toch aangesproken voelen. De mensen die ik zou willen bereiken lezen het niet, of trekken zich er niks van aan, vol als ze zijn van hun eigen gelijk. Trouwens: het is vakantie, wie zit er te wachten op zo’n principiële discussie? Daarom deel ik hier liever een mooi filmpje. Eentje waar je wel vrolijk van wordt.

Acteur Ian McKellen leest twee brieven voor die Roald Dahl in 1967 schreef aan Elizabeth, een meisje dat haar favoriete auteur had geschreven dat ze zo moeilijk kon wennen op haar nieuwe school. En laat het maar aan Dahl over om zo’n meisje op te beuren.

McKellen las die brieven overigens voor tijdens Letters Live een schrijversfestival en A celebration of the enduring power of literary correspondence. Word ik ook vrolijk van, van het feit dat iemand zoiets verzint.

Een kijkje in andermans keuken

tot hier

Afgelopen maandag was ik op een bijeenkomst, georganiseerd door Cubiss, met als titel “Aan de slag! met internationalisering”. Een interessante middag, al had ik gedacht dat het zou gaan over internationalisering in het algemeen. Ik was wel benieuwd of ik nog nuttige tips zou krijgen over hoe ik het beste de samenwerking kan zoeken met mijn Duitse buren. Maar eigenlijk ging de middag over hoe nuttig het is om op excursie naar het buitenland te gaan en over hoe je daar een subsidie voor kunt aanvragen bij Erasmus. Oneerbiedig samengevat dan.

En ja natuurlijk is het nuttig om buitenlandse voorbeelden te gaan bekijken. Het is altíjd nuttig om af en toe eens verder te kijken dan je eigen neus lang is. Maar stiekem denk ik soms ook dat zo’n reisje ter inspiratie vooral een leuk reisje is. Daar is helemaal niks mis mee en je steekt er toch altijd iets van op, van zo’n reisje, al is het maar van de verhalen uit de bus. Maar zoals iemand tijdens de bijeenkomst opmerkte: waarom moet dat altijd naar het buitenland? Er is in Nederland toch ook van alles te zien? Alleen weten we niet precies wie wat doet. Ja, de spectaculaire, prijswinnende nieuwe gebouwen, die kennen we allemaal wel en daar gaat iedereen zo voor en zo na wel naar toe. Maar moeten we echt naar het buitenland om te zien hoe een taalcafé werkt? Of wat een fablab is? Die hebben we hier ook, alleen zijn die misschien niet zo gemakkelijk te vinden. Nou ja, voor een Fablab bel je natuurlijk gewoon even naar Friesland. Maar weet jij precies waar je buren mee bezig zijn? Of de buren van je buren? Want daar is ook vast een heleboel inspiratie te halen. Maar op ander gebied misschien.

Een voordeel van kijken bij de buren is dat je bij zo’n excursie al je collega’s kunt meenemen. Want zo’n buitenlands reisje is toch meestal alleen weggelegd voor leidinggevenden. Ja, toen ik in Londen de Idea stores ging bekijken had ik ook geen collega’s bij me. Terwijl dat toch vaak heel leerzaam is: met zijn allen ergens naar toe. Ik herinner me de uitstapjes toen we (jaáááren geleden) in de Bollenstreek overstapten op selfservice. Om iedereen daar op voor te bereiden moesten alle collega’s uit de frontoffice verplicht mee op excursie naar een van de bibliotheken in de omgeving om te zien hoe de zelfbediening daar werkte en om van andere collega’s te horen hoe het beviel. Dat was heel geruststellend en heel leerzaam. Maar wat opviel was dat veel collega’s met verhalen over andere zaken terugkwamen: hoe in bibliotheek X de gereserveerde boeken op zo’n onhandige plek stonden, hoe slim dat ene bordje bij de balie van bibliotheek Y was en dat we nooit, nee echt nooit die lelijke bedrijfskleding van bibliotheek Z zouden willen dragen. En we sleepten stapels folders mee als voorbeeld van hoe wij het ook wilden in de toekomst.

Reisjes naar het buitenland zijn leuk en als ze goed georganiseerd worden (zoals de Roguesreisjes bijvoorbeeld) kom je ook echt met nieuwe inzichten thuis. Dat soort excursies zijn belangrijk als het gaat over de grote lijnen en de lange termijn want dan is het goed om alles weer eens van een afstandje te bekijken. Maar om geïnspireerd te worden hoef je echt niet naar het buitenland. En het is voor iedereen nuttig om eens bij iemand anders in de keuken te kijken, dat hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Het enige probleem is dat je niet alle interessante ontwikkelingen weet te vinden in het land. Als je een hele gerichte vraag hebt (wie heeft ervaring met..) volstaat een rondje bellen of een oproepje op Biebtobieb meestal wel maar als je niet weet dat iets bestaat kun je er ook niet naar vragen. Wist je bijvoorbeeld dat er in Nederland ook een bibliotheek is met een voorleeshond? Ik bedoel maar. Er zou een soort uitzendbureau moeten zijn waar ze dit soort leuke dingetjes wel weten. Waar ze je niet alleen precies kunnen vertellen welke bibliotheek dat is met die hond, maar ook waar de dichtstbijzijnde bibliotheek is met voorleesvrijwilligers of waar ze ook aan het worstelen zijn met een nieuwe meerjarenvisie. Handig lijkt me dat. Dat zou volgens mij een mooie impuls geven aan netwerkvorming en kennisdeling.

Dat we niet per se naar het buitenland hoeven voor inspiratie bewijst De Queeste, een reis die Brabantse bibliotheekdirecteuren dit najaar gaan maken. Hun motto is: de toekomst van de bibliotheek in Nederland ligt in je achtertuin. En zo is het maar net.

Overigens is deze foto hierboven de ene helft van een kunstwerk aan de Lek. De andere helft (aan de overkant) is er nooit gekomen. Welk verhaal daar bij hoort lees je hier.

get_footer() ?>