Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

bibliotheken

All of the posts under the "bibliotheken" tag.

Een feestje voor de NBD

Dit jaar bestaat NBD Biblion 50 jaar. Daarom delen ze cadeautjes uit en gaan ze in het najaar een feestje vieren. Op hun eigen website staat een filmpje met een terugblik maar dat biedt niet echt veel achtergrondinformatie, daarom voel ik me geroepen om als bijdrage aan de feestvreugde een stukje te schrijven. Een ‘Hup NBD stukje’.

Eerst wat geschiedenis. Zo lang als ik in de bibliotheeksector werk is de NBD er al. Ik ben nog niet zó oud dat ik nog weet dat die werd opgericht, want dat gebeurde dus blijkbaar in 1970. Als Stichting Nederlandse Bibliotheek Dienst, een samenwerkingsverband van uitgevers, boekhandelaren en bibliotheken. Niet alleen heel efficiënt maar ook heel praktisch en uniek in de wereld. Tot die tijd kocht elke bibliotheek zijn eigen boeken bij de boekhandel en werkte die zelf in. Met inwerken bedoelen we in de branche niet alleen het plastificeren van een boek maar ook er voor zorgen dat het in de catalogus terecht komt en dat het in de kast te vinden is. In een heleboel landen in de wereld doet elke bibliotheek dat nog steeds allemaal zelf. Het scheelde een heleboel tijd en werk toen dat centraal ging gebeuren en het kwam het aanbod van de bibliotheek bepaald ten goede. Het heeft er ongetwijfeld aan bijgedragen dat de Nederlandse openbare bibliotheken internationaal worden gezien als voorlopers in de sector. De link van de NBD met de boekhandel is inmiddels een beetje uit beeld verdwenen maar ik weet nog dat toen ik begon, de dozen met nieuwe boeken werden afgeleverd bij de plaatselijke boekhandel. De boekhandelaar kwam die naar de bibliotheek brengen en kreeg een vergoeding, Niet voor dat brengen denk ik, maar het was niet de bedoeling dat boekhandelaren in de financiële problemen kwamen omdat de bibliotheken hun boeken ergens anders kochten, vandaar die compensatie.

In de tussentijd is er een heleboel gebeurd, een van de meest in het oog springende dingen is de fusie met Biblion, de uitgeverij van de voorloper van de branchevereniging VOB, het NBLC (ja sorry, ik heb al die afkortingen en naamswijzigingen ook niet bedacht). Maar het NBLC had dus zelf een uitgeverij, die boeken uitgaf die ontbraken in het aanbod. In mijn herinnering waren dat vooral informatieve jeugdboeken over onderwerpen waar in het onderwijs veel vraag naar was maar waar reguliere uitgevers geen brood in zagen. De boeken van Biblion werden voornamelijk gekocht door openbare en schoolbibliotheken. Omdat het een beetje vreemd is dat een branchevereniging dat doet, ging die uitgeverij op een bepaald moment over naar de NBD. Het bedrijf ging NBD Biblion heten maar in de volksmond bleef het ‘de NBD’. Dus ja, ‘de NBD’ en NBD Biblion is hetzelfde.

Er is de laatste jaren veel gemopperd op de NBD en er zijn een aantal bedrijven op de markt gekomen die ook boeken leveren aan bibliotheken. Vorige week werd ik nog gebeld door zo’n bedrijf dat claimde dat ze sneller en goedkoper boeken konden leveren. Dat zal wel, maar toch heb ik er geen behoefte aan. We hebben al een leverancier, eentje die uit de branche voort komt en die ook (een beetje) van de branche is. Dus waarom zouden we die in de steek laten en ons eigen netwerk verzwakken? Daarnaast steunen we de plaatselijke boekhandelaren, want omdat wij lezen zo belangrijk vinden is het belangrijk dat er goede boekwinkels in de stad zijn en daar draag ik graag een steentje aan bij.

Dat gemopper op de NBD was trouwens niet altijd onterecht want wat in 1970 als stichting was opgericht was in de loop der jaren een soort kerstboom van bedrijfjes geworden waarvan niet meteen duidelijk was hoe het zat. In 2016 is er een commissie ingesteld die adviseerde om de boel transparanter te maken. En dat is inmiddels gebeurd. De kernactiviteiten van NBD Biblion zitten weer in een stichting en de bibliotheken zitten samen met de boekhandelaren en de uitgevers in de Raad van Toezicht.

En even voor de duidelijkheid: ik vind het prima hoor, dat er concurrentie is en bibliotheken moeten vooral doen wat ze zelf het beste vinden. We zijn allemaal onze eigen baas, zeker als het over de collectie gaat. Ik verbaas me er alleen maar over. Waarom zou je iets dat goed is laten liggen? Zeker omdat de NBD niet zomaar een leverancier is maar een bedrijf dat deels van onszelf is en waar we invloed kunnen uitoefenen, o.a. via de klankbordgroepen. En begin nou niet over dat het inbinden van bibliotheekboeken niet nodig is en het allemaal extra duur maakt want dat is onzin. Weet ik uit ervaring, want ik dacht dat ook ooit. Waarom zou je zelf weer het wiel moeten uitvinden als dat al uitgevonden is? Waarom ga je zelf iets doen als je dat samen beter kunt doen? Dat geldt niet alleen voor de NBD trouwens, maar ook voor het CPNB. Daar kun je ook van alles van vinden, maar samen staan we sterker. Zij hebben een netwerk en een slagkracht die ik zelf nog niet in de verste verte heb dus laten we daar vooral zuinig op zijn. Daarom uit de grond van mijn bibliothecarissenhart: Hup NBD Biblion! Hartelijk gefeliciteerd en nog vele jaren!

Disclaimer: dit stukje is niet gesponsord, wel ben ik al meer dan 20 jaar recensent voor de NBD. Ik recenseer voor hen architectuurboeken.

‘Curbside Larry’

Toen de Nederlandse bibliotheken, net zoals zo’n beetje alles, dicht moesten vanwege Corona ontstonden er na een paar weken diverse initiatieven om lezers toch van boeken of ander materiaal te voorzien. Dat werd bijvoorbeeld thuis gebracht of mensen konden het in de bibliotheek komen afhalen. Na twee maanden gingen de meeste bibliotheken weer open, voorzien van looproutes, spatschermen, plastic handschoenen en heel veel desinfectiemateriaal.

In de Verenigde Staten is de situatie heel anders. Op een heleboel gebieden, maar zeker op bibliotheekgebied. Daar verschilt het per staat, in sommige staten zijn bibliotheken wel open maar meestal zonder al die maatregelen die wij getroffen hebben, in andere staten zijn ze nog steeds gesloten. De bibliotheek van Harris County is nog steeds dicht maar heeft wel bij al zijn filialen een afhaalpunt gemaakt. Een curbside pickup, op zijn Amerikaans: je rijdt met je auto naar de bibliotheek, meldt je telefonisch, doet de kofferbak open en de bibliothecaris van dienst zet een tasje met boekje in je achterbak. Om daar reclame voor te maken hebben ze dit filmpje gemaakt, van Curbside Larry. De medewerkers van de bibliotheek waren aan het nadenken over hoe ze reclame konden maken zonder reclamebudget. Zo kwamen ze op de goedkoop aandoende tv-spotjes van tweedehandsautoverkopers die in de VS ’s avonds laat vaak op tv zijn en daar zijn ze op door gaan fantaseren. Wat je er ook van vindt, het is heel effectief want het trekt enorm de aandacht. Het filmpje wordt veel gedeeld op social media en het is besproken in verschillende tv-programma’s. Hier wordt bijvoorbeeld John Schaeffer, de bibliotheekmedewerker die Larry speelt geïnterviewd. Kun je hem ook zonder cowboyhoed zien.

Voor het geval je het nog niet door had: Harris County ligt in Texas, vandaar dat Larry reclame maakt voor de Barbara Bush Branch Library. Dat is geen grapje, die heet echt zo. De Amerikaanse situatie is zoals gezegd heel anders. Daar zijn bibliotheken soms gewoon weer open gegaan zonder dat er andere maatregelen zijn getroffen dan dat mondkapjes verplicht waren. Wat weer tot dramatische verhalen heeft geleid van bezoekers die weigeren een mondkapje te dragen en medewerkers die dringende oproepen doen om vooral niet open te gaan.

Omdat het zo toepasselijk is sluit ik graag af met dit citaat uit Texas Monthly over het filmpje: ‘In times like these, we’ll look for our unlikely heroes wherever they may appear—and when we pull up to the curb, we’ll open the trunks to our hearts, and let them crawl inside.’

Read, my child. Read!

Vrijdag is John Lewis overleden, het Amerikaans congreslid. Voor iedereen die niet op social media zit (vanwege vakantie of vanwege social media) deel ik hier graag dit filmpje, dat nu druk gedeeld wordt op social media, van zijn speech uit 2016 toen hij de National Book Award won. Het is maar een hele korte speech, maar het ontroert me elke keer als ik het zie.

Hij won de National Book Award in de categorie Young People’s Literature voor March: Book three, het derde deel van zijn autobiografisch boek over zijn jeugd, zijn inzet voor de Civil Rights Movement en de burgermarsen waar hij bij betrokken was. Lewis was de laatste nog levende Freedom Rider, een groep van burgerrechtenactivisten waar Martin Luther King er ook een van was. Het bijzondere van March is dat het stripboeken zijn, vandaar die twee mannen die achter hem staan: die hebben zijn verhaal verstript. Lewis had al eens een autobiografie geschreven, maar schrijver Andrew Aydin haalde hem over om zijn bijzondere verhaal om te zetten in een strip

John Lewis houdt echt van bibliotheken en voor wie niet genoeg van hem kan krijgen heb ik hier nog een linkje. Hij was een paar jaar geleden op het congres van de American Library Association, Jeroen de Boer was daar ook en die heeft zijn toespraak toen opgenomen. Zeker even kijken, het is een aanrader. Voor wie het niet wist, de dame die hem introduceert is Carla Hayden, de 14e Librarian of Congress, de directeur van de Nationale bibliotheek. En nou ben ik een beetje jaloers op Jeroen, dat hij daar toen bij was.

Een nieuwe fase in coronatijd

Vandaag is het twee maanden geleden dat we besloten om dicht te gaan. Na een dag vol druk ge-app met collega’s en buur- directeuren (“Wat doen jullie?”) besloten we na de persconferentie van zondagavond 15 maart om de volgende dag niet open te gaan. Het hing al een beetje in de lucht, vrijdags hadden we het Boekenweekbezoek van Peter Buwalda afgezegd omdat de eigenaar van de zaal die we daarvoor gehuurd hadden met hoge koorts in bed lag en we geen risico wilden lopen. Die zondagmiddag kwamen veel leden nog snel even een stapel boeken halen (“want nou kan het nog”) en er heerste een raar soort opgewondenheid. Niet alleen in de bibliotheek, maar overal, ook op straat. Een mengeling van spanning, nieuwsgierigheid en angst. Dat bleef die eerste weken ook zo.

Als ik terug terug kijk naar de afgelopen 8 weken dan lijkt het een soort achtbaan. Maar dan wel een hele rare. Waarin de tijd stil stond en de dagen voorbij vlogen. Ik had het gevoel alsof we in een soort vacuüm in de tijd beland waren, vaak had ik geen idee wat voor dag het was. Toen na een paar weken de kerken begonnen met het luiden van klokken op woensdagavond, als de klokken van hoop, was dat niet alleen een mooi gebaar, maar ook een soort tijdsaanduiding: “Ik hoor klokken. Oh, is het vandaag alweer woensdag?”. En dat was fijn.

Ook mijn gevoel zat in een achtbaan, die schoot niet alleen van nieuwsgierigheid naar angst maar ook van berusting naar optimisme, enthousiasme en daarna weer naar apathie. Niet in chronologische volgorde overigens maar dwars door elkaar. Al moet ik eerlijk zeggen dat de nieuwsgierigheid overheerste. In het begin was het allemaal spannend en nieuw. Op social media circuleerden grapjes over handen wassen, ik heb dat plaatje met die instructie van hoe je je handen moet wassen, voorzien van de beroemdste tekst uit MacBeth (Out damned spot) op het toilet gehangen. Maar toen mijn handen schraal werden van al dat gewas, was de grap er snel af. Ik werd er ook sentimenteel van, van die lockdown. Nou huil ik sowieso snel, maar bij elk opbeurend filmpje dat voorbij kwam, of het nou zingende mensen of toeterende brandweerauto’s waren, schoot ik vol.

Heeft het nou iets opgeleverd, die hele lockdown? En dan bedoel ik niet medisch, want uiteraard heeft het op dat gebied iets opgeleverd. Daar deden we het voor. Maar op andere gebieden. Zo nam ik mezelf in die eerste week voor om een dagboek te gaan bijhouden, want dit is toch een bijzondere tijd, die moet worden vastgelegd voor de geschiedenis. En ik nam me voor om weer lekker veel te gaan lezen, want daar had ik nu tijd voor. Maar helaas, ik heb de afgelopen weken niet opvallend veel meer boeken gelezen dan daar voor. Ik heb ook geen nieuwe hobby gevonden en ik ben zelfs niet gaan klussen in huis. Ik ben meer gaan fietsen langs de Maasplassen, dat wel. Nadat de eerste schrik voorbij was las je steeds vaker dat we beter uit deze crisis zouden komen. Drie weken geleden schreef ik zelf ook nog dat ik hoopte dat het besef zou blijven hangen dat de wereld niet maakbaar is. ‘En dat er meer is dan cijfers, dat er ook nog zoiets bestaat als liefde en toewijding.’ Nu hoop ik dat nog steeds, maar ik denk dat dat veel te optimistisch was. Als ik zie hoe de hardste schreeuwers weer gelijk krijgen, hoe de kunsten worden weg gezet en hoe economische belangen weer met een noodgang voorrang krijgen denk ik dat er straks niet zo veel veranderd zal zijn.

En de branche? Ik denk dat de online bibliotheek er een hoop nieuwe leden bij heeft gekregen, gezien het aantal telefoontjes dat wij daarover kregen. De Thuisbieb was een geweldige actie. Hulde en applaus voor zowel de snelheid als de inhoud. Voor ons imago is dit helemaal geen slechte tijd geweest. Al moest ik de afgelopen weken af en toe wel denken aan de ‘dribbelige bibliothecarissen‘ van Annie M.G. Schmidt. Onze leden zijn denk ik allemaal ontzettend opgelucht dat we binnenkort weer open gaan, want iedereen snakt naar iets normaals. Ik ben benieuwd hoe teleurgesteld mensen zullen zijn als ze merken dat het nog even allesbehalve normaal is in de bieb. Op de korte termijn komen wij hier denk ik prima uit, uit deze lockdown, maar iedereen kan op zijn klompen aanvoelen dat de financiële toekomst van de bibliotheken op de langere termijn een stuk onzekerder wordt. Maar ja, dat is eigenlijk ook niks nieuws.

En dat dagboek dat ik zou gaan bijhouden? Dat is gebleven bij een voornemen. Meermaals gemaakt, dat wel.

Brillen en een bibliotheek

Dit filmpje is reclame voor een brillenwinkel. Het is een tamelijk bizarre video: totaal over de top vormgegeven, een soort mini Wes Anderson film en ik vind het prachtig. En nou niet beginnen over dat het te stereotype is, een bibliothecaresse met een bril of dat je stil moet zijn in de bieb want het is een reclamefilmpje. Dat is altijd cliché. En voor de slogan ‘Eyes say more than words’ vind ik een bibliotheek als locatie goed verzonnen.

Ik had nog nooit van Georgetown Optician gehoord en ik ging er van uit dat het een Amerikaanse versie van de Pearle zou zijn, of in elk geval een brillenwinkelketen. Maar dat is niet zo. Het is een brillenzaak uit Washington DC en ze hebben 4 winkels, allemaal in Washington. Wel met de ‘Best eyewear in Washington’. De film is opgenomen in de George Peabody Library in Baltimore, die staat hoog op mijn lijstje van te bezoeken bibliotheken.

Ze hebben het trouwens eerder gedaan, in 2015 was er een soortgelijk filmpje over de familie die achter deze winkel zit. Daar was de slogan “Our family knows glasses” en daarna nog een filmpje met dezelfde familie waar ze bij oma op bezoek gaan. Allemaal even hysterisch. Ik vind ze geweldig. En wie precies wil weten hoe het zit met die video kan hier alle credits vinden.

Over optimisme en trotser zijn op lezen

Een paar weken geleden had ik weer een reünie van mijn Nieuw Elan klasje. Wie niet weet wat Nieuw Elan is moet hier en hier maar even lezen wat ik eerder schreef over die opleiding en over onze reünies. Dit keer troffen we elkaar in Amsterdam, in de bibliotheek in De Hallen, de oude tramremise die een aantal jaren geleden verbouwd is en nu een bloeiend bestaan kent als cultureel/culinair/winkel centrum. Het mooie is dat de bibliotheek een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van dit hele complex en dat onze gastvrouw Erica Schoen daar een van de voortrekkers van was. We hoorden daarom verhalen uit de eerste hand over hoe dat hele complex tot stand was gekomen, niet alleen van Erica maar ook van de architect André van Stigt die het hele proces bedacht en begeleid heeft.

We werden er allemaal heel vrolijk van, van zoveel mooie verhalen en idealen. Tijdens het bijpraten over wat iedereen gedaan had sinds de vorige reünie bleken we ook allemaal vol optimisme te zitten. De ene wat voorzichtiger dan de ander, want ja er was ook sprake van onbesuisde bezuinigingen maar toch: optimisme. Terwijl sommigen van ons zes jaar geleden, bij onze eerste reünie nog wat voorzichtiger waren. Toen hebben we het serieus gehad over het bestaansrecht van de bibliotheek. Maar daar twijfelde nu niemand meer aan. De tijden zijn duidelijk veranderd. En nou ga ik niet zeggen dat de bibliotheek zichzelf opnieuw heeft uitgevonden want dat is niet alleen een cliché maar ook gewoon niet waar. De branche heeft zich aangepast aan veranderende tijden: we hebben meebewogen met de politieke en maatschappelijke veranderingen en we zijn ingegaan op nieuwe vragen van het publiek. Maar dat is ons vak. Per saldo doen we nog steeds waar we 100 jaar geleden (in ons geval) voor zijn opgericht, namelijk “de verstandelijke ontwikkeling bevorderen onder de inwoners”.

We hebben een periode achter de rug waarin dat niet zo belangrijk werd gevonden: een periode van iedereen voor zichzelf en ‘samen voor ons eigen’. Daarnaast zou het internet het papier overbodig gaan maken dus dat softe gedoe met die boeken en die ontwikkeling stimuleren kon wel weg. Maar nu er alom overeenstemming is dat het Neoliberalisme op zijn retour is en mensen inzien dat papieren boeken ook een heleboel voordelen hebben wordt steeds breder erkend dat bibliotheken er wel degelijk toe doen. Natuurlijk ook omdat we ons bestaansrecht de afgelopen jaren volop bewezen hebben. Mijn collega Mark Deckers schreef onlangs over de maatschappelijk-educatieve bibliotheek versus de klassieke bibliotheek maar dat vind ik een lastige tegenstelling, want in mijn ogen is de klassieke bibliotheek sowieso maatschappelijk-educatief. Dat maatschappelijk-educatieve legt elke bibliotheek op een andere manier uit. En dat lijkt me heel verstandig, want elke bibliotheek heeft te maken met een andere omgeving en met andere gemeentes. Wat mij betreft ligt de nadruk vooral op lezen en leesbevordering. Uiteraard omdat je goed moet kunnen lezen om volwaardig mee te kunnen doen in deze maatschappij. Maar lezen is zoveel meer: het is literatuur, je kunt je beter inleven dus je wordt er socialer van, een beter mens zelfs en soms is het ook gewoon ontspannend. Dus die platgeslagen definitie van leesbevordering ten dienste van maatschappelijke weerbaarheid trek ik graag wat breder. Wat mij betreft is leesbevordering een doel op zich voor de bibliotheek. Wij hebben verstand van lezen en van boeken en soms denk ik dat we daar best wat trotser op mogen zijn.

De film “Free for all”

Free for All is een film over het belang van de openbare bibliotheek, gemaakt door een aantal gerenommeerde Amerikaanse documentairemakers. Bijna vijf jaar geleden schreef ik er al eens over, toen was men druk bezig met filmen en vooral met het zoeken van financiering. Nu is hij dan eindelijk bijna af. Omdat ik een bijdrage heb gedaan aan de crowdfunding kreeg ik de afgelopen jaren af en toe een mailtje om me op de hoogte te houden al bleef ’t het afgelopen jaar erg stil. Aan deze trailer te zien hebben ze echter allesbehalve stilgezeten. Van een film die in beeld brengt wat de openbare bibliotheek betekent voor individuele mensen is hij zo te zien nu uitgebreid met een flink deel bibliotheekgeschiedenis en recente ontwikkelingen op financieel en politiek gebied.

Het is me nog niet helemaal duidelijk wanneer de film precies uitkomt, maar als het zover is kan de VOB deze film misschien ook naar Nederland halen want volgens mij gaan we hier allemaal erg vrolijk van worden. Zo te zien staan ze daar zeker voor open want ze willen hun activistische boodschap graag zo breed mogelijk verspreiden. De situatie van Nederlandse bibliotheken is alleen heel anders dan in de Verenigde Staten: alleen al omdat de financiering heel anders geregeld is en de relatie met de overheid nogal verschilt. En ja, dáár is de bibliotheek gratis, dus letterlijk altijd Free for all.

Een bibliotheek gaat wél over boeken

Het begint een traditie te worden: Mark Deckers die aan het knutselen slaat met de cijfers die de Koninklijke Bibliotheek jaarlijks publiceert over de Nederlandse openbare bibliotheken. Twee jaar geleden schreef ik daar ook al eens een stukje over, toen omdat we op nummer 1 stonden in de categorie “bibliotheek met het jongste personeel”. Ik vind nog steeds dat je al die cijfers en vergelijkingen niet al te serieus moet nemen en ik vind nog steeds dat het verhaal belangrijker is dan de cijfers. Want het blijven appels en peren die je met elkaar vergelijkt, elke bibliotheek heeft een ander werkgebied, een andere geschiedenis en een andere achtergrond. Maar inmiddels begin ik wel de lol van die al die vergelijkingen in te zien. En ok, het helpt dat Mark zijn verzameling de Deckers-index noemt. Vind het geweldige naam die we er maar in moeten houden.

Ook dit keer neemt de bibliotheek Bibliorura weer een opvallende plaats in op de lijst. We komen zelfs twee keer in Marks’ lijstjes voor, een maal op nummer 15 in de lijst van best bezochte bibliotheekwebsites en we zijn de hoogste nieuwe binnenkomer in de lijst van bibliotheken waar het meest wordt uitgeleend per lid. Waar de leden het meest lenen dus. Dat verbaasde me in eerste instantie zeer, want zo spectaculair waren onze uitleencijfers toch niet gestegen? Maar een vergelijking van de lijst van dit jaar met die van twee jaar geleden maakte een hoop duidelijk. Om te beginnen was het toen een top 10 en maakte Mark nu een top 15. Waarschijnlijk bungelden wij in 2015 ergens onder die nummer 10. Maar de voornaamste reden is dat onze uitleencijfers in 2017 zijn gestegen en de uitleningen van andere bibliotheken zijn gedaald. Daarom komen wij opeens als hoogste stijger binnen op deze lijst. Mark zegt het zelf al: het gemiddeld aantal uitleningen is gedaald, van 20,7 in 2015 naar 19,7 in 2017. En daar ben ik blij mee, dat onze uitleningen zijn gestegen, daar hebben we met zijn allen ook ons best voor gedaan.

Ik weet dat een aantal collega’s het niet zo’n probleem vindt, dat de uitleningen dalen, want het gaat in de bibliotheek immers niet om boeken en uitleningen maar om bereik? Om hoeveel mensen je bereikt? En veel mensen leggen dat dan uit als in hoeveel activiteiten je organiseert. Boeken zijn voor hen maar een bijproduct. Het voelt een beetje vreemd om, na meer dan 10 jaar op mijn blog te schrijven dat openbare bibliotheken een grotere maatschappelijke rol moeten gaan spelen, opeens te gaan pleiten voor meer aandacht voor de collectie maar dat ga ik nu toch doen. Want ik word er een beetje verdrietig van als ik sommige bibliotheken binnenkom, waar het lijkt alsof de boeken meer decorstuk zijn dan pronkstuk. Ik krijg soms het gevoel dat ze meer op een Volksuniversiteit willen lijken dan op een bibliotheek. Maar we zíjn geen Volksuniversiteit, we zijn een BIBLIOtheek, de naam zegt het al, we gaan over boeken. En over lezen en leesbevordering en (daarmee) over het bestrijden van laaggeletterdheid. En om effectief aan leesbevordering te doen heb je een goede collectie nodig. Dat is nota bene ons argument bij de Bibliotheek op School: laat ons je collectie maar verzorgen want je hebt een goede, gevarieerde collectie nodig om kinderen aan het lezen te krijgen. En wat voor kinderen geldt, gaat ook op voor volwassenen. Als je het lezen wil bevorderen moet je zorgen voor een goede collectie.

En ik weet het, kennis en informatie zit in meer dan alleen boeken, die kun je ook op andere manier delen. En ja, bibliotheken zijn méér dan alleen boeken. Maar boeken blijven een belangrijk bezit. En de collectie verdient dus veel aandacht. En ik weet ook dat ik makkelijk praten heb, want ik heb maar één vestiging. Dus ik hoef het collectiebudget niet te verdelen maar ik kan het helemaal in die ene vestiging stoppen. Dat scheelt een heleboel verdubbelingen en dus kunnen de collectioneurs meer aandacht besteden aan verdieping van de collectie. En daarmee trekken we weer extra lezers.

De afgelopen jaren werden we platgegooid met verhalen over het boek dat zou verdwijnen en over ontlezing en we zagen het aantal uitleningen allemaal dalen. Maar ik zie een kentering: het lezen komt terug. En dan niet alleen omdat wij als bibliotheken daar allemaal ons stinkende best voor aan het doen zijn maar omdat ik steeds vaker mensen hoor zeggen dat ze meer willen gaan lezen, of eindelijk weer eens tijd gaan maken om te lezen, of dat ze een account gaan aanmaken bij Goodreads omdat ze een stok achter de deur willen om meer te lezen. En ja, dat betekent nog niet meteen dat iedereen ook echt meer gaat lezen, maar het is in elk geval weer een nieuw geluid. En daarom ben ik blij dat onze uitleencijfers stijgen. Want ik ben klaar voor die nieuwe trend.

Lezen op het strand, Franse strandbibliotheken

Vorige week was ik Normandië, op vakantie. In ons hotel vond ik een folder van Lire à la plage, de Franse versie van de strandbibliotheek.  (Voor wie zich afvraagt wat ik met strandbibliotheken heb is hier een linkje naar hoe dat ooit begon) In Nederland zijn de meeste strandbibliotheken weer verdwenen, alleen Makkum houdt dapper stand, dus ik was aangenaam verrast dat ze in Frankrijk nog steeds bestaan. Al sinds 2006 zijn ze daar bezig. Ik heb er veel foto’s van gezien maar weinig over gehoord dus ik wilde er nu graag eens een in het echt zien.

Zelfs als ik niet gewaarschuwd was door die folder had ik de bibliotheek op de boulevard van Étretat waarschijnlijk snel gevonden, want het stond op een tamelijk prominente plek. Zoals dat hoort. En het was zeer herkenbaar, niet alleen omdat er met grote letters Lire à la plage op stond maar ook vanwege de herkenbare kleuren. In tegenstelling tot “onze” strandbibliotheken hebben ze er in Frankrijk voor gekozen om alle bibliotheken er precies hetzelfde uit te laten zien. En als ik het filmpje zo bekijk geldt dat niet alleen voor de buitenkant (allemaal precies dezelfde huisjes, met allemaal rechts van de ingang een leesterras met precies dezelfde strandstoelen) maar ook voor de binnenkant. Want die in Étretat zag er van binnen precies zo uit als die hierboven. Die eenheid komt waarschijnlijk (ook) omdat het één groot project is, van het departement Seine-Maritime dus ik ga er van uit dat alles gewoon centraal geregeld wordt. Wat me opviel is dat ze zichzelf geen bibliotheek noemen. De collectie bestaat ook niet uit bibliotheekboeken maar uit niet-ingewerkte winkelexemplaren en er is niets dat lijkt op een uitleensysteem. Het meisje dat de “bibliotheek” beheerde reageerde dan ook heel verbaasd op mijn vraag of ze met de plaatselijke bibliotheek samenwerkten. “Nee, we zijn van het departement. We hebben niets met de bibliotheek te maken.” Een paar klikken op het internet leert dat er in het verleden wel degelijk werd samengewerkt met gemeentelijke bibliotheken, maar dat was ongetwijfeld vóór de tijd van deze (neem ik aan) werk-studente. Die vertelde dat ze elke dag open zijn, van 14 tot 19 uur. Ook als het slecht weer is.

Er worden mondjesmaat activiteiten georganiseerd, voornamelijk gericht op lezen en taal. Het leek allemaal tamelijk simpel: een leuk huisje met (1000) boeken en een gezellig terras. Zet de deur maar open en ga je gang. Niks ingewikkelds of hoogdravends, gewoon: lezen. Op het strand. Want daar gaat het om, bij Lire à la plage.

PS. Ook als je Frans niet al te best is: kijk het filmpje toch maar. Is leuk. En de plaatjes zeggen genoeg.

Terugkeer van de melkboer

Sinds afgelopen vrijdag is de melkboer weer terug in Amsterdam. Geen gewone melkboer maar een bevlogen ondernemer/actievoerder die “het contact tussen het platteland en de stad wil herstellen” door eigenhandig melk van boeren uit de omgeving naar Amsterdam te brengen. In bovenstaand filmpje is te zien hoe hij zijn producten aflevert bij restaurants en ondernemers en nu verkoopt hij dus ook aan de gewone Amsterdammers. In dit nieuwsbericht van AT5 zie je hem gratis melk uitdelen in de Amsterdamse Pijp vanuit zijn schattige autootje. Zijn bedrijf heet MOMA (More than Milk Amsterdam) en dat staat voor “meer dan melk. Melk is voor ons Liquid Landscape; een vloeibaar stukje landschap”. Op zijn website is meer achtergrondinformatie te vinden en daar staat ook een kaartje van de stad met daarop de locaties en de routes die hij met dat autootje rijdt, inclusief een tijdschema.

Leuk!

Wie dit blog al langer volgt of wie mij een beetje kent voelt hem al aankomen:

Als de melkboer weer terug komt is de tijd rijp om ook de bibliobus weer te laten terugkomen. Nee, de bibliobus is nooit helemaal verdwenen uit Nederland. In Zeeland rijden de Onderwijsbus en de Servicebus op volle toeren en in o.a. Arnhem en Emmen rijdt de bus ook nog steeds tot ieders tevredenheid. Maar in de afgelopen 10 jaar is het aantal bibliobussen drastisch afgenomen vanwege “veel te duur”. Ik wil de discussie over dat argument hier nu niet overdoen, want dat is relatief, het is maar net waar je die kosten mee vergelijkt. Een belangrijke reden voor het opheffen van de bussen was ook een gevoel: die bibliobus is ouderwets, dat is iets van vroeger en tien jaar geleden waren bibliotheken vooral bezig met aantonen dat ze niet van vroeger waren maar juist heel erg van nu. Dus veel bestuurders wilden niet met zo’n stereotypebevestigend iets geassocieerd worden.

Inmiddels begint het tij langzaam te keren. De Zeeuwen gingen voorop bij het innoveren van de bibliobus maar een belangrijke stap is toch zeker gemaakt door de mannen van het Frysklab. Dit mobiele bibliotheeklab is innovatief en hip en wordt internationaal geroemd, juist vanwege het mobiele element. Vanwege het busgedeelte zeg maar. Het Friese makerlab krijgt her en der in het land navolging en ook iets ludieks als Blikkie het voorleesbusje uit Helmond is een groot succes. Terecht. Want het is superhandig dat je je activiteit (welke dan ook) heel eenvoudig op verschillende locaties kunt uitvoeren. Het enige dat je nodig hebt is een parkeerplaats die groot genoeg is. Een bibliobus is super laagdrempelig en je kunt letterlijk de mensen opzoeken. En nee, ik zeg niet dat je die oude bussen terug moet halen maar als het gaat over spreiding en het bereiken van doelgroepen dan is een bus daarvoor het aangewezen middel. Nu alleen nog hip worden.

get_footer() ?>