Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

bibliotheekopleiding

All of the posts under the "bibliotheekopleiding" tag.

Bibliothecarissen houden van mensen

De dag na mijn 17e verjaardag reisde ik samen met twee meisjes die ook bij mij op school zaten naar Tilburg voor een toelatingsgesprek op de Bibliotheekacademie. Ja jongens en meisjes, in die tijd kregen ze daar zoveel aanmeldingen dat ze een selectie konden maken.

Aan ons groepje van drie werden nog twee mensen toegevoegd en met zijn vijven kwamen we voor een selectiecommissie te zitten. Ik weet niet meer precies uit hoeveel mensen die commissie bestond maar daarin zat in ieder geval meneer Van Agt, de adjunct-directeur van de school. Die keek ons vriendelijk aan, legde uit wat de bedoeling was vroeg toen plompverloren aan Marloes: “Zo, en vertel eens: waarom wil jij in een bibliotheek gaan werken?” Omdat ze zo van boeken hield, zei Marloes, en omdat ze gek was op lezen. “Dan moet je in een boekhandel gaan werken” zei Van Agt. “Daar zit je de hele dag tussen de boeken” en daarna stelde hij dezelfde vraag aan Coen. “Ik wil in een bibliotheek werken omdat ik graag mensen wil helpen en vragen wil beantwoorden” antwoorde die. Dat vond ik zelf een hele snelle actie en slim bedacht maar meneer Van Agt was niet onder de indruk. “Dan moet je bij de NS gaan werken” zei hij, “achter het loket. Kun je de hele dag vragen beantwoorden.” En toen wij in koor protesteerden dat dat heel iets anders was dan in een bibliotheek omdat je daar steeds andere vragen krijgt en omdat een bibliotheek veel afwisselender is reageerde hij met “Bij de NS krijg je ook steeds andere vragen, want die mensen willen allemaal een kaartje naar een andere bestemming.” Waarschijnlijk keken we daarna allemaal licht wanhopig uit onze ogen: want wat was DAN het goede antwoord? En toen legde de adjunct-directeur van de BDAT uit dat het in een bibliotheek draaide om mensen. Dat je van mensen moest houden als je in een bibliotheek wilde werken. En ja, je moest veel vragen beantwoorden en het was ook handig als je van lezen hield maar het draaide om de mensen. “Dus dat moeten jullie goed onthouden als jullie aan deze opleiding beginnen.”

Hoe dat gesprek verder verliep weet ik niet meer, maar deze opening maakte toen diepe indruk op me. Waarschijnlijk omdat het de eerste keer was dat ik zo’n retorisch trucje meemaakte. En omdat het heel erg duidelijk maakte wat de bedoeling was.

Ik weet niet of er ooit mensen werden afgewezen na zo’n gesprek. Misschien was dat alleen bedoeld als drempel om te voorkomen dat mensen zich al te gemakkelijk aanmeldden en vervolgens niet kwamen opdagen als het studiejaar begon. Wij werden in elk geval alle vijf aangenomen en kwamen bij elkaar in de klas. Met een van die meisjes raakte ik bevriend en zij is nu nog steeds mijn beste vriendin.

Waarom ik dit verhaal nu oprakel is om aan te geven dat het bepaald niet nieuw is dat je van mensen moet houden om in een bibliotheek te werken. Want dat hoor ik de laatste tijd wel eens. Dat je vroeger van boeken moest houden als je in een bibliotheek wilde werken en dat het nu om de mensen draait. Maar dat is dus niet zo. Al is dat wel een poosje wat minder gebruikelijk geweest in de branche. Zo was daar de directeur die tegen gezellige praatjes aan de balie was: “We zijn geen buurthuis! Voor de gezelligheid hoeven ze hier niet te komen”. Maar het draaide in de bibliotheek altijd om wat je voor “de mensen” kon betekenen. Die stonden voorop. En niet de boeken.

Hoe het vak uit de branche verdween

Het waren twee heel verschillende dingen die me aan het denken zetten. Of eigenlijk drie. Het begon met een opmerking naar aanleiding van een artikel dat ik had getwitterd over waarom president Trump een privé-bibliothecaris nodig heeft (een leuk artikel, lees het vooral). Naar aanleiding daarvan was ik opeens aan het uitleggen wat het verschil is tussen een classificatie- en een plaatsingssysteem. En terwijl ik twitterde dat meneer Goossens (docent Documentaire Informatiesystemen) trots op me zou zijn schoot me een opmerking van een collega-directeur te binnen die onlangs over een van de huidige bibliotheektrainingen zei dat het een waardeloze opleiding was want “daar leren ze titelbeschrijven”.

Toen realiseerde ik me waarom ik mij steeds zo opwind over het verdwijnen van de bibliothecaris uit de bibliotheek: omdat dit soort basiskennis van het vak uit de branche dreigt te verdwijnen als we niet oppassen. En ja dat is erg. Nee, zeker niet iedereen die in een openbare bibliotheek werkt hoeft te kunnen titelbeschrijven. En nee, ook niet iedereen hoeft te weten hoe je een catalogus opbouwt of hoe je de IFLA regels voor de ISBD toepast. Maar er moeten in elke organisatie een paar mensen zijn die dat wel weten. Die van de hoed en de rand weten. En niet omdat iemand ze snel even de grote lijnen heeft uitgelegd maar omdat ze echt weten waar ze het over hebben. Het hoeven geen specialisten te zijn, die zitten bij de NBD en de KB. Maar in je eigen organisatie heb je mensen nodig die met die specialisten kunnen praten en die ze kritisch kunnen volgen. Is dat een dagtaak? Nee zeker niet, althans niet in de gemiddelde openbare bibliotheek, maar het is wel een belangrijke taak. Dat geldt niet alleen voor titelbeschrijven maar ook voor andere basis bibliotheekprincipes. Wat is het verschil tussen een trefwoord en een hoofdwoord? En tussen een trefwoord en een classificatienummer? Waarom is Siso een classificatie- én plaatsingssysteem en Pim alleen een plaatsingssysteem? En waarom is het ene wel of niet beter dan het andere? Allemaal heel erg on-sexy vragen. En je stelt ze zeker niet elke dag en zelfs niet elk jaar; maar dat maakt ze niet minder belangrijk, want principieel. Omdat we het over dat soort principiële dingen nog maar zelden hebben in de openbare bibliotheekwereld (want hoera, NBDbiblion regelt dat voor ons) realiseren veel mensen in de branche zich niet welke systemen en structuren de grondslag vormen van het bibliotheekwerk. Dát er überhaupt meer systemen zijn dan je op het eerste gezicht ziet. Met als gevolg dat als er eens een discussie over gevoerd moet worden dat al snel wordt afgedaan als geneuzel “want waar hebben we het eigenlijk over?”. Inderdaad: jij weet niet waar deze discussie over gaat maar dat wil niet zeggen dat het niet belangrijk is.

Voor alle duidelijkheid: ik had een hekel aan het vak Documentaire informatiesystemen. Ik vond het ontzettend saai en ik zag er absoluut het nut niet van in. Net zoals ik ook niet begreep waarom meneer Van Nistelrooij zo enthousiast werd van het uitleggen van het UDC. Al was dat enthousiasme wel heel aandoenlijk. Maar ik was 18 toen en het personeelsbestand van openbare bibliotheken bestond voor meer dan de helft uit mensen met een bibliotheekopleiding. Tijdens werkoverleggen, of zelfs tijdens koffiepauzes, werd er soms eindeloos gediscussieerd over de catalogus, over trefwoorden en over wel of geen dubbelplaatsing. Bij dat soort discussies haakte ik meestal snel af. Dat mocht, want ik was de jeugdbibliothecaris dus ik had een andere taak. Maar ik snapte de discussie wel en ik kon (als het moest) ook meepraten want er was genoeg blijven hangen van wat ik op de bibliotheekacademie had geleerd. Als over 20 jaar de laatste mensen met pensioen gaan die nog een klassieke bibliotheekopleiding hebben gehad is er niemand meer over die dat nog kan. Althans: zolang er geen nieuwe opleiding terug komt.

Maar is dat eigenlijk niet ontzettend achterhaald allemaal? Als die nieuwe bibliotheekopleiding op hbo-niveau er ooit komt, moet al dat gedoe dan nog onderwezen worden? Die bibliotheken die bestaan nou toch gewoon? En het gaat toch goed? En er zijn toch veel belangrijkere zaken waar je je als bibliotheek mee moet bezig houden dan de catalogus en titelbeschrijvingen? Het sociaal domein, laaggeletterdheid en educatie bijvoorbeeld? Ja, dat zijn belangrijke onderwerpen waar we zeker veel energie in moeten stoppen, maar we moeten de basis niet vergeten. De bibliothecaris in het artikel dat ik hierboven noemde benadrukt het belang van een classificatiesysteem nog eens. In de Verenigde Staten is Information Resources onderdeel van het curriculum van de studie Library en Information Sciences en dat vak gaat onder andere over: standards for information organization and access, including cataloging rules and formats, content analysis, indexing, classification. Het is maar een van de vele vakken binnen de studie en ik wil zeker niet beweren dat in een nieuwe Nederlandse bibliotheekopleiding net zo veel uur besteed moet worden aan Classificeren, Sorteren en Documentaire Informatie als in onze tijd, want wij hadden die vakken een heel jaar lang, soms zelfs twee jaar. Maar dat er structurele aandacht voor moet zijn staat wat mij betreft buiten kijf. En dat we zuinig moeten zijn op de mensen in de branche die nog over dit soort basiskennis beschikken ook.

En voor wie het niet herkend had: het plaatje hierboven is de klassieke beginscene van Ghostbusters, in de New York Public Library.

De wederopstanding van de bibliotheekopleiding. Een pleidooi

steve jobs en bill gates

Afgelopen zomer was het dertig jaar geleden dat ik mijn diploma als Jeugdbibliothecaris kreeg. Ja, reken maar even uit hoe oud ik ben. Hou er wel rekening mee dat ik nog heel jong was toen ik aan de opleiding begon. Echt héél erg jong….

Tegelijk met mij studeerden er nog zeker 40 jeugdbibliothecaressen af aan de Bibliotheek en Documentatieacademie in Tilburg. Daarnaast kregen een stuk of 60 studenten een BD of BOB diploma en ik schat zeker 100 mensen een diploma als assistent-bibliothecaris. Alleen al in Tilburg kwamen er dus zo’n 200 nieuwe bibliothecarissen of documentalisten van de opleiding. En toen waren er ook nog soortgelijke opleidingen in Den Haag, Amsterdam, Groningen, Deventer en Sittard. Geen idee om welke aantallen het daar ging maar ik vermoed dat ik niks raars zeg als ik beweer dat er in 1984 ongeveer 1000 nieuwe bibliothecarissen op de arbeidsmarkt kwamen.

Arbeidsmarkt

Die gingen zeker niet allemaal op zoek naar een baan in een bibliotheek of documentatiecentrum, een aantal mensen ging daarna een andere studie doen. Die waren eerder uitgeloot of mochten van hun ouders niet de studie van hun keuze doen. Of die wisten niet wat ze wilden gaan doen, dan was een paar jaar bibliotheekacademie een prima keuze. De basisopleiding duurde maar twee jaar, dus je verloor er niet al te veel tijd mee en de studie was fantastisch voor je algemene ontwikkeling. Maar een groot deel van die duizend mensen ging wel op zoek naar een baan. En vonden die vervolgens maar mondjesmaat. Want 1984 was de tijd van de grote jeugdwerkeloosheid. Jonge mensen vonden in het algemeen al geen werk maar de bibliotheekbranche zat helemaal op slot. Sommige oud-klasgenoten gingen als vrijwilliger werken in speciale bibliotheken in de hoop na verloop van tijd een voet tussen de deur te krijgen, wat soms lukte maar meestal niet. Anderen gaven het na een paar jaar vruchteloos solliciteren op en lieten zich omscholen. Onder druk van het arbeidsbureau vaak tot ICT-er, een nieuwe branche in opkomst.

Het instorten van de opleiding

In de jaren daarna nam het aantal studenten aan de verschillende bibliotheekopleidingen langzaam af. Volgens mij niet eens vanwege de arbeidsmarkt perspectieven, die waren er sowieso niet, maar vooral omdat de opleiding minder zichtbaar werd. Letterlijk omdat vanwege de fusies in het hoger onderwijs de bibliotheekopleidingen opgingen in grotere hbo-instellingen en ondergesneeuwd werden door hun grotere broers maar ook omdat de opleidingen zelf langzamerhand een duidelijke visie op het vak verloren. Althans, zo lijkt het achteraf gezien. Idealisme werd een vies woord (of in elk geval een beladen woord) dus dat sneuvelde als eerste. Ook de algemene vormende vakken verdwenen langzamerhand onder het mom van “je hoeft het niet te weten, als je het maar kunt opzoeken” en in de plaats daarvan kwam de nadruk steeds meer op techniek en informatica te liggen. Er was allengs minder aandacht voor het openbare bibliotheekwerk op de opleiding want die sector had studenten weinig te bieden. Zoals de opleidingsdirecteur twintig jaar geleden zei: “studenten willen geen stage meer lopen in de ob, want daar moeten ze alleen maar rotklusjes doen. Jullie maken het helemaal niet uitdagend genoeg.” In plaats daarvan ging het steeds meer over informatietechnologie en als ik de verhalen moet geloven meer over technologie dan over informatie.

De basis van het vak

Taaie stof en de vraag was wat je daar in de dagelijkse praktijk aan had, terwijl de basis van het vak toch niet veel veranderd is. De omstandigheden zijn alleen veranderd. Wij leerden dat de belangrijkste taken van de bibliothecaris-documentalist waren: “verzamelen, ontsluiten en beschikbaar stellen” van informatie. Toen werd het “selecteren, organiseren en distribueren”. En tegenwoordig noemen we dat cureren, oftewel: “filteren, organiseren, verrijken en delen”. Ok, dat is niet allemaal precies hetzelfde, maar in grote lijnen komt het wel op hetzelfde neer. Vooral in speciale bibliotheken zijn de principes van het werk hetzelfde gebleven: de vorm is veranderd: informatie is gedigitaliseerd. In plaats van iets op te zoeken in een boek of een almanak zoek je het nu digitaal. In plaats van via papieren circulatielijsten deel je informatie via social media, maar het blijft delen van informatie.

Openbare bibliotheken

In openbare bibliotheken is veel meer veranderd: daar is veel gecentraliseerd met name op het gebied van verzamelen, ontsluiten en distribueren. NBDbiblion en Bibliotheek.nl hebben ons veel werk uit handen genomen. En misschien omdat bibliothecarissen veel van die basiszaken niet meer zelf hoeven doen beginnen ze hun eigen vak overbodig te vinden. Dat lijkt me tenminste de enige verklaring voor het feit dat we onze eigen opleiding zo hebben laten verdwijnen. Openbare bibliotheken vragen in vacatureteksten zelden naar een bibliotheekopleiding. We hebben het zelfs liever niet lijkt het. Althans, die paar jonge mensen die van de opleiding afkomen en in een openbare bibliotheek willen werken klagen dat ze moeilijk aan de bak komen.

Bibliothecarissen zijn zeldzaam masochistisch: ze zijn er ontzettend goed in om hun eigen vak af te kraken. Iedereen kan alles beter lijkt het wel. En zeker bibliotheekdirecteuren: veel directeuren vinden dat bibliothecarissen niet (meer) zijn toegerust om in een hedendaagse bibliotheek te werken. Waarbij ze zichzelf dan uiteraard de uitzondering op de regel vinden. Maar lieve mensen, dat hebben we ons zelf aangedaan. We hebben ons vak zelf uitgehold, te beginnen met het rücksichtslos uitvoeren van Stef van Breugels adviezen over functie-innovatie. Het lijkt me hoog tijd voor een tegenbeweging. Voor nieuw elan, voor een wederopstanding van de bibliothecaris en van de bibliotheekopleiding. Niks ten nadele van de GO of de bestaande hbo opleidingen maar de opleiding tot Informatiemanager of Media, Information and Communicatie specialist sluit niet echt aan bij ons werkveld. Ik krijg niet de indruk dat daar veel aandacht wordt besteed aan openbare bibliotheken. Niks onderwijs, leesbevordering, laaggeletterdheid, volksverheffing of mediawijsheid. Zelfs geen retailformule.

Een nieuwe bibliotheekopleiding

We hadden al nooit een academische bibliotheekopleiding en nu die ene leerstoel bibliotheekwetenschap ook nog op de tocht dreigt te staan lijkt het me tijd voor actie. In de aanval zou ik zeggen: red niet alleen de leerstoel bibliotheekwetenschap maar zorg er ook voor dat er een volwaardige bibliotheekopleiding komt voor openbare bibliotheken. Door het verhogen van de pensioenleeftijd hebben we er plotseling twee jaar bijgekregen omdat veel collega’s nu langer zullen moeten doorwerken maar over een paar jaar gaat de grote uitstroom echt beginnen. Al die mensen die 30 jaar geleden die banen bezetten waardoor al die jongeren iets anders gingen doen zullen dan echt vertrekken. En die kun je niet allemaal vervangen door marketeers, historici, literatuurwetenschappers, bedrijfskundigen, pabo-ers en communicatiespecialisten. Daar zullen toch op zijn minst een paar mensen met een bibliotheekachtergrond bij moeten zitten om er voor te zorgen dat de boel bij elkaar blijft.

Overal ter wereld bestaan universitaire bibliotheekopleidingen (alleen in Taiwan al 11, volgens Frank Huysmans) en wij hebben niet eens een volwaardige hbo-opleiding. Toen ik dat een paar geleden uitlegde aan een paar Deense en Amerikaanse bibliotheekstudenten geloofden ze me niet. Daar is het vak onverminderd populair. Het is dus niet zo “dat studenten niet willen”, wij hebben ze gewoon niks te bieden. En ja, ook in Vlaanderen wordt de  postacademische vorming Informatie- en Bibliotheekwetenschap opgeheven maar dat lijkt me des te meer reden om in Nederland weer met een opleiding te starten. Een nieuw credo heb ik al, in plaats van “verzamelen, ontsluiten en beschikbaar stellen” stel ik voor om “inspireren, creëren en participeren” als uitgangspunt te gebruiken. Met dank aan Rob Bruijnzeels. Een opleiding waarin het sociaal-maatschappelijke belang van de openbare bibliotheek het uitgangspunt is. Met een combinatie van vakken op het gebied van educatie, communicatie, bedrijfskunde, psychologie, onderwijskunde en een flinke dosis geschiedenis van het vak. En uiteraard ook content curatie. Ik weet niet of de Rondetafelconferentie over de toekomst van het informatievak van Initiatiefgroep KEI de juiste plek is om zoiets aan te kaarten. Dat lijkt me nou juist over het technische deel van het vak te gaan. Maar daar vergis ik me misschien in. Is het niet een mooie taak voor de VOB, om zich daar sterk voor te maken? Het gaat over het voortbestaan van het vak en daarmee ook om het voortbestaan van de vereniging. Werkgroepje oprichten? Ik stem vóór.

Volgens Twitter zou bovenstaande foto van Steve Jobs en Bill Gates uit 1984 zijn. Het jaar waarin ik mijn diploma kreeg. Maar hij blijkt uit 1985, Jobs en Gates geven hier samen een persconferentie over Microsoft.

Waar ik bibliothecaris werd

Gisteravond ben ik uit eten geweest met een aantal ex-collega’s. Ik ben al bijna 11 jaar weg uit de bibliotheek waar we ooit samen werkten maar het blijft leuk om die collega’s weer eens te spreken. Inmiddels werkt bijna iedereen ergens anders (of is gepensioneerd, het is een zeer gemêleerd groepje) maar dat gezamenlijke verleden verbindt ons.

Toen ik naar huis fietste realiseerde ik me opeens waarom die bibliotheek  zo belangrijk is geweest voor me: dáár ben ik een bibliothecaris geworden. Een echte. Toen ik daar begon met werken (eerst als invaller) had ik een bibliotheekdiploma en een paar jaar ervaring op de PBC Noord-Brabant maar wist ik eigenlijk nog niet zo veel over het vak. Ik kon titelbeschrijven en sorteren en ik wist van alles over de geschiedenis van jeugdliteratuur en over documentaire informatie maar de eerste keer dat een oudere meneer mij vroeg “of ik even wilde helpen met het zoeken van een aardig leesboek” had ik daar weinig aan. Met een greep op goed geluk en een beetje hulp van een collega ging die meneer redelijk tevreden de deur uit maar ik realiseerde me dat ik nog veel moest leren.

En dat is ook gebeurd. Van de bevlogen en ervaren bibliothecarissen die daar werkten heb ik in de praktijk het vak echt geleerd. Ze wisten veel en waren streng, vooral als het ging om omgaan met het publiek. Een van de vaste stelregels was: een klant mag nooit met lege handen de deur uit. Al stuur je hem maar weg met een telefoonnummer van een instantie waar ze het antwoord wel weten of met een kopietje uit een encyclopedie (ik heb het over de prehistorie, het internet bestond toen nog maar net…). Het was volstrekt normaal dat er met alle scholen in de gemeente intensief contact was en dat er een groot educatief aanbod was. De scholen voor het speciaal onderwijs kwamen zelfs elke zes weken naar de bibliotheek “want die kinderen hebben dat steuntje in de rug extra hard nodig”. Kinderboekenweekfeesten, Kinderjury, Voorleeswedstrijden, you name it en we deden mee. Uiteraard. Samen met de Schouwburg (voor de centrale) of het buurthuis (voor de filialen), net hoe het uitkwam. Wij vonden de bibliotheek belangrijk en we vonden het werk dat we deden belangrijk en daar was onze omgeving het mee eens. En dat vonden we volstrekt normaal.

Pas toen ik bij ProBiblio ging werken en zag hoe het er in andere bibliotheken aan toe ging kreeg ik door dat lang niet iedereen dat zo normaal vond. Dat het op een aantal plekken heel anders ging. Omdat daar minder geld was en een andere infrastructuur maar vooral omdat daar andere mensen werkten met andere opvattingen over hoe je je als bibliotheek dient op te stellen. Die veel afwachtender waren en veel passiever. Die ook veel minder lol in hun werk hadden. Want wij hadden erg veel plezier in wat we deden (meestal dan).

Ik heb er 9 jaar gewerkt, maar het waren vormende jaren. Dáár ben ik bibliothecaris geworden. Een echte. Een goeie. Al zeg ik het zelf.

Overigens komt de foto hierboven uit het Geheugen van Nederland met deze begeleidende tekst: Dit is het Friese meisje Elsje Klink (12) temidden van haar klasgenoten op de L.T.S. te Sneek. Elsje wil “timmerman”worden en aangezien haar ouders daarmee akkoord gaan staat zij nu als enige vrouw haar mannetje met zaag en hamer. 

Bibliothecarissen en hun beroepsethos

Op de bibliotheek- academie was beroepshouding geen apart vak. Maar de  hele opleiding was doordrenkt van een bepaalde beroepsethiek:  dienstbaar zijn (maar niet onderdanig), bijdragen aan het grotere belang (van een bedrijf of van de maatschappij), deskundig en professioneel zijn en het belang van de gebruiker boven alles zetten. Om dat goed te kunnen doen moest je expert zijn op je vakgebied en heel goed kunnen communiceren (ik zie nog het communicatieschema voor me dat meneer Karpati elke les op het bord tekende).

Als 18 jarige begreep ik er maar de helft van maar blijkbaar ben ik in die jaren zo geïndoctrineerd dat het als iets vanzelfsprekends  in me zit: het besef dat je als bibliothecaris de identiteit van de bibliotheek bepaalt, l’etat c’est moi, maar dan anders. En dan bedoel ik met bibliothecaris niet alleen degenen met een officieel diploma maar iedereen die zich met het inhoudelijke bibliotheekwerk bezig houdt.

Die inhoud kan alles zijn: de collectie, de catalogus, de uitlening, groepsbezoeken, whatever; alles wat invulling geeft aan de kerntaken van de bibliotheek. Om die inhoud, daar draait het om. Natuurlijk zijn er ook andere disciplines nodig in de bibliotheek: die bibliothecarissen  moeten worden aangenomen, rekeningen moeten worden betaald, het gebouw schoongemaakt en de infrastructuur moet in orde zijn. Allemaal onmisbaar in een goede organisatie, maar wel dienstbaar aan het grotere geheel. En daar gaat het wel eens mis wat mij betreft.

Want af en toe is er weer eens zo’n nieuwe ontwikkeling waar we ons collectief op storten en die we massaal en rigoureus omarmen. Zo rigoureus dat we het einddoel uit het oog verliezen. Vijfentwintig jaar geleden was dat automatisering, daarna functie-innovatie en nu is het marketing.

Mensen hebben wel eens de indruk dat ik iets tegen marketing heb, maar dat is niet zo. 13 jaar geleden heb ik me net zo boos (of eigenlijk bozer) gemaakt op Stef van Breugel met zijn beroepsprofielen. Hij kwam zelf  na een paar jaar ook weer terug op zijn oorspronkelijke rapport met de opmerking dat de bibliotheken het allemaal veel te letterlijk namen en het soms nogal overdreven. En dat is nou net mijn punt: omarm vooral alle nieuwe ontwikkelingen die bijdragen aan de kwaliteit van je instituut, maar hou vast aan je eigen identiteit. Ga niet blind akkoord met elk voorstel maar bedenk goed of het past bij je eigen beroepsethos. Als de schoonmaker voorstelt om tijdens openingsuren te gaan schoonmaken zodat bezoekers altijd in een schone bibliotheek terecht kunnen ga je als directeur ook niet akkoord want dat is geen gezicht. Hou vast aan je eigen identiteit.

Op de site van de ALA vindt je de Core Values of Librarianship, en die zijn lekker stevig. Wat je daar ook van vindt, duidelijk is het wel. Onze Amerikaanse collega’s zijn heel zelfbewust en weten precies waar ze voor staan: toegankelijkheid, democratie, professionalisme en sociale verantwoordelijkheid. Gaat het SIOB zoiets voor Nederland formuleren? In het kader van het programma HRM dat ze daar gaan draaien zou dat best kunnen. En de Library School, doet die nog iets aan beroepshouding? Ben bang van niet, want die hebben geen Mimmi Zuijderhoudt of Mia Flapper zoals wij toen. Maar misschien is er een alternatief te vinden…

get_footer() ?>