Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

bibliotheek

All of the posts under the "bibliotheek" tag.

Een gedicht op onze trap

Brohlin op de trap (foto: John Peters)

De bibliotheek Bibliorura ligt een beetje verscholen in een winkelstraat in Roermond. In de mooiste winkelstraat van de stad, dat dan weer wel, maar verscholen. De bibliotheek bestaat uit een aantal oude gebouwen waar achter een heel nieuw complex is opgetrokken, maar dat zie je van de buitenkant niet. En ondanks het feit dat er met koeien van letters ‘Stadsbibliotheek’ op de gevel staat weten toch veel mensen niet dat we daar zitten.

De afgelopen jaren hebben we nagedacht over hoe we meer zichtbaar konden zijn. Letterlijk zichtbaar. Van een architect die we daarbij hadden ingeschakeld leerde ik dat onze onzichtbaarheid onder andere te maken heeft met het feit dat precies op het punt waar wij liggen, de straat versmalt en dat mensen daarom ‘op de weg letten’ in plaats van om zich heen te kijken. Dus dat we iets moesten verzinnen om letterlijk de blik te vangen. Die opmerking, gecombineerd met een enorme trap voor onze ingang die het de mensen ook nog eens niet altijd gemakkelijk maakt om binnen te komen én iemand die mij wees op een project over poëzie op straat leidde tot het idee van een gedicht op de trap.

Ik vond het zelf een heel goed idee, maar hoe dan? En wat? Dus hebben we contact gezocht met het bedrijf dat de trap gemaakt had en volgens hen zou er best een tekst in het natuursteen kunnen worden aangebracht. Toen die eerste hobbel genomen was kwam de vraag: maar wat dan? Want wat voor gedicht zet je dan op zo’n trap? Omdat ik daar zelf niet echt uitkwam heb ik contact gezocht met het Huis voor de Kunsten Limburg. In samenwerking met Merlijn Huntjens, de consulent Literatuur van het Huis, kwamen we tot het idee om een jonge dichter een opdracht te geven om speciaal voor de bibliotheek een gedicht te schrijven. De keuze viel op de Roermondse rapper en spoken word artist Brohlin Coumans. Hij werd in contact gebracht met Kila van der Starre, specialist op het gebied van straatpoëzie, die hem bij het schrijven coachte. Het resultaat was een prachtig gedicht over lezen. De eerste zin van het gedicht luidt: mijn allerliefste oma leerde mij lezen. Dat is een verwijzing naar zijn oma, de kunstenares Truus Coumans, van wie een beeld op een steenworp afstand in dezelfde straat staat. Op de site straatpoezie.nl is het hele gedicht goed leesbaar en voorzien van achtergrondinformatie te vinden. Sowieso een aanrader, die website.

Gistermiddag werd het gedicht officieel onthuld, in aanwezigheid van iedereen die bij het gedicht betrokken was. Inclusief de steenhouwer die vertelde dat ze het zelf ook best een uitdaging hadden gevonden, dat zandstralen op straat. Het was een mooi feestje met workshops over straatpoëzie en spoken word als afsluiting. Om een beeld te krijgen van het de onthulling is hier nog een mooi verslag te vinden waarin de dichter geïnterviewd wordt. In het item wordt overigens gezegd dat dit het eerste gedicht in Limburg is dat speciaal voor de locatie geschreven is, maar dat is een misverstand.

Ik ben er heel blij mee. Of het gedicht letterlijk voor meer zichtbaarheid van het gebouw gaat zorgen moeten we even afwachten, maar gezien de belangstelling voor de onthulling gisteren en alle positieve reacties die we krijgen heeft het de bibliotheek wel weer in beeld gebracht als organisatie die zich met lezen bezig houdt. En dat vind ik onze kernactiviteit.

Over guerilla librarians en catalogusbakken

Een podcast over collectievorming. Klinkt supersaai. Maar ik raad iedereen aan om hem te beluisteren. Want het is een geweldig verhaal, het wordt smakelijk verteld en het is heel interessant. Een woest avontuur met een bibliotheekdirecteur als de grote schurk en bibliothecarissen die in opstand komen, zich ‘guerilla librarians’ noemen en stiekem de bibliotheek insluipen.

Ik kan de podcast niet embedden in mijn website dus je zult op de link moeten klikken of hem op je favoriete podcast platform moeten opzoeken. Het is een aflevering van de show 99% Invisible en deze aflevering heet Weeding is Fundamental. Voor wie het niet wist: ‘weeding’ is het Engelse woord voor afschrijven. Of nou ja, ‘weeding’ betekent gewoon ‘wieden’ maar dat woord gebruiken onze Engelstalige collega’s wanneer wij afschrijven zeggen. Eigenlijk is dat een veel beter woord. Dat wordt in deze podcast ook uitgelegd: dat je net zoals je een tuin moet wieden ook een bibliotheekcollectie moet bijhouden om te voorkomen dat hij overwoekerd raakt.

99% Invisible is een hele bekende podcast, over ‘all the thought that goes into the things we don’t think about — the unnoticed architecture and design that shape our world’. Ooit gestart als een project van o.a. het American Institute of Architects in San Francisco. Niet alleen over architectuur en stedenbouw maar ook over design, geschiedenis en technologie. De reden dat ze deze podcast over afschrijven maakten heeft te maken met het gebouw van de bibliotheek van San Francisco.

Het is niet alleen een spannend verhaal maar het is ook interessant voor iedereen die niet in een bibliotheek werkt, of geen bibliotheekopleiding heeft gehad, want je krijgt een goed beeld van een aantal internationale bibliotheekprincipes, die duidelijk worden uitgelegd. En het is interessant voor iedereen die wel een bibliotheekopleiding heeft gehad, of die zich met collecties bezig houdt, want je krijgt een beeld van hoe ze in de VS aan collectievorming doen. Wij hebben niet zoiets als MUSTY, maar de principes blijven hetzelfde. En soms is het heel herkenbaar.

Het is ook nog eens een fraai staaltje bibliotheekgeschiedenis, dit verhaal. Het speelt zich af in de jaren ’80 en ’90 en dit soort discussies werden in die tijd veel gevoerd. Overigens is die (inmiddels niet meer zo) nieuwe bibliotheek ontworpen door architect James Ingo Freed, van bureau Pei Cobb Freed & Partners. Ik ben er geweest, in die bibliotheek. Een paar jaar na de opening. Jammer, dat ik dit verhaal toen niet kende, maar met terugwerkende kracht herken ik het wel.

Voor wie niet naar de podcast kan of wil luisteren is het hele verhaal ook terug te lezen op de website van 99% Invisible. Maar dan mis je wel de broeierige stem van de verteller en de stemmen van de bibliothecarissen die hun verhaal doen. Met dank aan Egid voor de tip.

Hoe je jongens aan het lezen krijgt

Dit is weer een mooi filmpje van Storycorps, over de kracht van bibliothecarissen. Of over collectievorming. Of wat je er ook in wil zien. Echt gebeurd. De hoofdpersoon Olly Neal vertelt dit verhaal aan zijn dochter, je hoort zijn stem. Echt een lief verhaal.

Storycorps is een organisatie die sinds 2003 verhalen verzamelt, op steeds grotere schaal. Hun missie is: to preserve and share humanity’s stories in order to build connections between people and create a more just and compassionate world. Bij sommige verhalen wordt een filmpje gemaakt, een paar geleden heb ik al eens een van hun filmpjes gedeeld. Over de bibliobus.

Als je wil weten hoe dat boek waar het allemaal mee begon er uit ziet of meer informatie wil dan moet je hier even kijken. En oh ja: hoe krijg je jongens aan het lezen? En meisjes ook trouwens? Zorg er voor dat je de juiste boeken hebt. En daar heb je dan weer een bibliothecaris voor.

Een filmpje voor het digiTaalhuis

digiTaalhuis Bibliorura

Op 3 november 2017, op de dag dat we onze 100ste verjaardag vierden, openden we het digiTaalhuis in onze bibliotheek. We zijn nu ruim anderhalf jaar verder en het digTaalhuis begint langzaam een begrip te worden. We organiseren Taalcafés, taalspreekuren (in de bibliotheek en op verschillende locaties in de stad), cursussen Klik & Tik en toen de gemeente Roermond digitaal parkeren invoerde heeft de Stichting Digisterker zelfs een speciale parkeermodule voor onze Digisterker cursus gemaakt. Kortom: we doen mooie dingen. Maar toch hebben we het gevoel dat we nog niet voldoende mensen bereiken. Daarom hebben we in samenwerking van de gemeente Roermond een filmpje laten maken om het digiTaalhuis te promoten. Ik ben er erg trots op dus ik breng het hier graag onder de aandacht.

Het filmpje is gemaakt door Inova en je ziet onze eigen taalambassadeur Jeroen zijn verhaal vertellen. We presenteerden het filmpje in het Laurentius Ziekenhuis, niet alleen omdat we daar opnames gemaakt hebben maar ook omdat ze het filmpje daar op de schermen in de wachtkamers gaan vertonen. Dat is ook de reden dat het ondertiteld is want daar is geen geluid, er is ook een versie zonder ondertitels. We zijn nog in gesprek met de huisartsen en andere medische organisaties in de stad omdat we het op zoveel mogelijk plaatsen willen vertonen. Het is niet alleen deze film maar er hoort een hele campagne bij met posters en flyers. De doelgroep voor deze campagne is niet de laaggeletterde zelf maar juist de omgeving, die mensen kunnen wijzen op het digiTaalhuis. Bij de presentatie waren zowel onze ‘eigen’ wethouder aanwezig, als de wethouder van sociale zaken. Het was een echt feestje, Delta Limburg heeft er een mooi verslag van gemaakt. Er is nog een ander filmpje in de maak, dat richt zich vooral op werk en overheid. Dat komt na de zomer.

Robin Williams voor de bibliotheek van San Francisco

Robin Williams maakte in 1996 reclame voor de Family Day in de San Francisco Public Library. De nieuwe bibliotheek van San Francisco werd officieel geopend op 18 april 1996 en een paar dagen later was deze Family Day, waar Williams optrad als gastheer. Hij nam 9 promotiefilmpjes op. Als je het kan opbrengen om ze alle negen achter elkaar te bekijken zal je zien dat hij in een paar filmpjes hetzelfde verhaal vertelt, in een iets ander tempo. Geen idee of ze allemaal uitgezonden zijn.

Ik hou van Robin Williams, maar van al die filmpjes achter elkaar kijken word ik wel een beetje hyper. En een beetje droevig ook wel, gezien zijn verdrietige einde. Aan de andere kant vind ik het wel geweldig dat hij dat gedaan heeft: gastheer zijn en promotiefilmpjes opnemen. Zijn enthousiasme lijkt me ook oprecht. “Pump some neurons” Die moeten we er maar in houden.

Hoezo mag de klassieke bibliotheek niet meer?

Een paar maanden geleden werd ik op Twitter gecorrigeerd door iemand omdat ik de term ‘uitleenfabriek’ gebruikte. De term uitleenfabriek suggereert dat we alleen maar boeken uitlenen en bibliotheken waren altijd veel meer dan alleen dat. Wat diegene precies schreef weet ik niet meer want ik kan niet meer terugvinden wie dat ook alweer was die me daarop wees. In eerste instantie vond ik het een beetje flauw. Maar hoe langer ik er over nadenk hoe meer ik me realiseer dat diegene groot gelijk heeft.

Ik vind het zelf eigenlijk wel een lekker woord, uitleenfabriek, ik gebruik het al jaren. Ik heb meer problemen met mensen die het begrip “klassieke bibliotheek” gebruiken als iets negatiefs en dat is een irritatie in dezelfde categorie. Al die mensen die vinden dat de “klassieke bibliotheek” niet meer kan en dat die een transitie moet doormaken. Want de klassieke bibliotheek is een uitleenfabriek en dat is ouderwets en de nieuwe bibliotheek is hip want nieuw en die heeft een ‘community librarian’, want dat is nog hipper.

Mensen: hou daar eens mee op, met die flauwekul. Het doel van bibliotheken is altijd geweest om toegang te bieden tot kennis en informatie en om het lezen te bevorderen. Dat kun je op een heleboel verschillende manieren zeggen, je kunt het hebben over volksverheffing, literatuurpromotie, stimuleren van cultuur of over een leven lang leren maar we doen al meer dan honderd jaar in principe ongeveer hetzelfde, al gebruiken we nu andere middelen dan toen. En inderdaad: een paar jaar geleden was er een stroming binnen onze branche die zei dat bibliotheken op boekhandels moesten gaan lijken. Want boekhandels waren sexy en succesvol. Er werden retailformules bedacht omdat het dé manier zou zijn om de teruglopende uitleencijfers van bibliotheken op te krikken en die werden door een aantal bibliotheken overgenomen. Díe bibliotheken zou je een uitleenfabriek kunnen noemen, want hun doel was om zoveel mogelijk boeken uit te lenen. Ik kan niet goed inschatten over hoeveel bibliotheken we het dan hebben. In bepaalde provincies werd deze formule breed uitgerold en de meeste bibliotheken in Nederland namen elementen van dat retailconcept over om hun collectie aantrekkelijker te presenteren. Maar volgens mij zijn heel veel bibliotheken gewoon blijven doen wat ze altijd al deden: mensen helpen bij het vinden van informatie en een plek in de gemeenschap zijn voor iedereen. Maar dan met hun boeken net iets leuker gepresenteerd dan voorheen.

Vanwege de vergrijzing van de branche verlaten nu een heleboel collega’s het vak die weten hoe dat moet: er voor zorgen dat iedereen zich welkom voelt in de bibliotheek. Die oude rotten worden vervangen door nieuwe mensen, met nieuwe ideeën maar zonder bibliotheekopleiding omdat die niet meer bestaat. En die nieuwe mensen hebben nieuwe kwaliteiten maar ze missen de kennis en ervaring om van de bibliotheek de plek in de gemeenschap te maken waar iedereen zich thuis voelt. En daarom worden er nu nieuwe opleidingen uit de grond gestampt, zoals de opleiding tot community librarian. Ik vind het zelf een rotwoord (want hoezo opeens een Engelse term?) maar de opleiding zelf lijkt me prima. Studenten leren daar hoe ze er voor kunnen zorgen dat wat er in de bibliotheek gebeurt aansluit bij wat er in hun eigen gemeenschap leeft. Ze leren hoe ze in hun dienstverlening mensen kunnen stimuleren om zichzelf te verbeteren. Om te doen waar bibliotheken voor zijn opgericht en wat ze altijd al gedaan hebben dus. Je zou kunnen zeggen dat die bibliotheken met een community librarian dus weer teruggaan naar het klassieke bibliotheekwerk: ophouden met het zijn van een uitleenfabriek en weer opnieuw gaan doen waar je altijd al mee bezig was. Maar dan met nieuwe middelen.

De term ‘klassieke bibliotheek’ wordt de laatste tijd steeds vaker als een soort scheldwoord gebruikt. Het suggereert hoge boekenkasten en mahoniehouten tafels met koperen leeslampjes en een bibliothecaresse die vanachter haar catalogusbak fluistert dat je stil moet zijn. Er is geen openbare bibliotheek in Nederland die er zo uitziet. Tot verdriet van sommige bezoekers overigens. Al bijna 50 jaar niet meer want sinds de jaren ’70 zijn openbare bibliotheken bezig met het aansluiten bij waar mensen mee bezig zijn. De manieren waarop ze dat doen zijn in de loop van de tijd veranderd en de ene bibliotheek is daar actiever of beter in dan de ander. Maar ze zijn er allemaal mee bezig en ze doen allemaal hun best. Dus ik vind het nogal gemakkelijk om nu iets anders te suggereren. Om die paar bibliotheken die de laatste paar jaar al hun energie hebben gestopt in het uitlenen van zoveel mogelijk boeken als maatstaf te nemen en te roepen dat alle bibliotheken uitleenfabrieken zijn en dat het van nu af aan anders moet. Ik snap het wel, want dat bekt lekker. En het maakt de boodschap zo helder en dat moet van communicatie, zorgen dat je een heldere boodschap hebt. Maar het klopt niet. Want de meeste bibliotheken zijn nooit uitleenfabrieken geweest en de klassieke bibliotheek had altijd al een maatschappelijk/educatieve functie. Dus zullen we stoppen met het gebruik van die term uitleenfabriek en ook de uitdrukking klassieke bibliotheek niet meer in negatieve zin gebruiken? Want daarmee doen we onszelf en onze eigen geschiedenis te kort.

En voordat iemand nou zegt “wat maakt het nou uit hoe je iets noemt, het zijn toch maar woorden?”; daar zijn wij van, van woorden. Van taal. Dus laten we in elk geval over ons eigen vak de juiste woorden gebruiken. Lang leve de klassieke bibliotheek. En lang leve de bibliothecaris!

Nóg een bibliotheekfilm

Afgelopen donderdag maakte de voorzitter van de VOB, aan het einde van de ALV, bekend dat de VOB vertoningen gaat regelen van Ex Libris – The New York Public Library  van Frederick Wiseman, de documentaire die een paar weken geleden zoveel indruk maakte tijdens het IDFA. Hij duurt drie uur maar die uren schijnen voorbij te vliegen. Bart Janssen beschrijft de film in het Bibliotheekblad als een drie uur durende lofzang op de bibliotheek, maar meer nog is het misschien wel een ode aan New York en aan zijn inwoners, die de bibliotheek maken tot wat zij is.

Geweldig idee. Er is nog niks concreet maar ik begreep dat ze van plan zijn om de film op verschillende plekken in het land te vertonen, voor iedereen die er belangstelling voor heeft. Inmiddels heb ik ook begrepen dat er meerdere plannen zijn, o.a. van het Filmhuis in Den Haag. Helemaal goed. Op hoe meer plaatsen die film te zien is, hoe beter. Ik verheug me er al helemaal op. Liefst met een nazit met borrel en een goed gesprek, maar zonder dat vind ik het ook leuk.

En nou kwam Patrick vanochtend op Twitter met een film waar ik ook helemaal vrolijk van wordt. Misschien nog wel vrolijker. Want over 6 weken gaat in de Verenigde Staten de film The Public in première. Een film van Emilio Estevez. Hij schreef en regisseerde de film en speelt een belangrijke rol, namelijk die van directeur van de openbare bibliotheek van Cincinnati. Tijdens extreme weersomstandigheden wordt die bibliotheek bezet door daklozen. Geen idee of het een goede film is maar het gaat in elk geval over een échte bibliotheek en de trailer vind ik al geweldig. Kijk zelf maar.

De film is opgenomen in Cincinnati en ik vermoed deels ook in de plaatselijke bibliotheek. Dat, of ze hebben echt een superfantastische decorbouwer. De film gaat in première op het filmfestival van Santa Barbara, op 31 januari as. en gaat daarna de bioscopen in. In de Verenigde Staten dan, maar ik hoop dat het niet heel erg lang duurt voordat de film deze kant op komt. Misschien helpt het als de VOB tegen die tijd ook nog eens een telefoontje pleegt?

Voor wie zich afvraagt wie Emilio Estevez ook alweer is, of waarom we hem al een poosje niet meer gezien hebben, kijk even deze film. Hij heeft het de laatste tijd o.a. nogal druk gehad met zijn vader en zijn broer, respectievelijk Martin en Charlie Sheen. En nou ik jullie toch tips aan het geven ben: lezen jullie allemaal al De Bieb Letter van Patrick? Want daar verzamelt hij wekelijks bibliotheeknieuws en ook nog leuke feitjes, zoals deze trailer. Bedankt nog Patrick!

Een bibliotheek als een plaatje

Zo’n beetje alle bibliothecarissen die iets met social media doen hebben inmiddels wel plaatjes van de nieuwe bibliotheek van MVRDV in Tianjin (China) gedeeld en de mensen die niet op twitter zitten hebben in een artikel op de site van Bibliotheekblad over dit nieuwe wereldwonder kunnen lezen. Het is een instant hit en dat is geen wonder, want het is een schitterend gezicht, al die witte, golvende lijnen. Maar wat mij verbaasd heeft is dat voor zover ik gezien heb Jeroen de enige is geweest die zich er kritisch over heeft uitgelaten.

Mijn eerste reactie toen ik het zag was: “dit is de Boekenberg 2.0”. Of nou ja, om eerlijk te zijn was dat mijn tweede reactie. Want de eerste reactie was natuurlijk ook gewoon “Wauw!” Maar daarna werd ik een beetje chagrijnig, want dit gebouw laat zien dat volgens MVRDV een bibliotheek vooral bestaat uit boekenplanken, maar dan een beetje spectaculair ingepakt. In de Boekenberg hebben ze alle boeken op elkaar gestapeld en er toen een glazen piramide overheen gezet, hier doen ze het andersom en bouwen ze een hal waarvan ze de binnenkant met golvende boekenplanken bekleden. In het geval van Spijkenisse ontstond er nog enig rumoer (in de branche) over het feit dat de planken boven arbo-hoogte gevuld waren met afgeschreven boeken, die dus niet uitgeleend konden worden. Maar over het feit dat bijna alle boeken die je in deze Chinese entreehal ziet nep zijn maken blijkbaar alleen architecten zich kwaad. Want de achterwand boven al deze boekenplanken zijn voorzien van een print van boeken. Niet alleen die planken aan het plafond (dat zou nog begrijpelijk zijn) maar alle planken. Op het filmpje hierboven zie je dat heel goed. Daar zie je ook hoe leeg alle planken zijn.

Volgens de architecten is het de schuld van de opdrachtgever dat het zo’n neppe boel is, want in het oorspronkelijke ontwerp waren de boeken bovenin toegankelijk via ruimtes aan de achterkant van van de planken, maar die ruimtes zijn geschrapt. This change was made locally and against MVRDV’s advice and rendered access to the upper shelves currently impossible. The full vision for the library may be realised in the future, but until then perforated aluminium plates printed to represent books on the upper shelves. Cleaning is done via ropes and movable scaffolding. Die laatste toevoeging vind ik wel grappig, want dat is de tweede vraag die je in veel commentaren voorbij ziet komen: “hoe houden ze dat schoon?” Vanaf een steiger dus.

In de meeste artikelen wordt de tekst van MVRDV kritiekloos overgenomen, bij online designsite Dezeen is de kritiek echter niet mals. En soms heel geestig. Om te beginnen zijn veel ontwerpers het principieel oneens met deze keuze, want nep. En nep gaat in tegen de principes van waarheid en waarachtigheid in de architectuur en is dus fout. Daarnaast vinden reageerders het vooral zuur dat uitgerekend in China, waar persvrijheid nou niet echt prioriteit heeft een bibliotheek vol nepboeken staat. Of ze vinden dat juist heel Chinees: alles voor het mooie plaatje. En wat is dat nou voor een bibliotheek, waar de kennis buiten bereik is? Het meest interessant vind ik dit artikel uit de Daily Mail, die schrijven niet klakkeloos anderen over maar die hebben iemand naar de bibliotheek toe gestuurd om te kijken. En ze hebben een aantal interessante observaties, en andere foto’s dan die je overal ziet.

In het filmpje hierboven zie je goed dat ze heus wel boeken hebben, maar in andere (heel traditionele) ruimtes. Want die hal met al die lege boekenplanken is precies dat: een entreehal. Daarachter ligt de eigenlijke bibliotheek. In het artikel van de Daily Mail lees je dat ze elk weekend 15.000 bezoekers hebben. En dat er ook al de nodige ongelukken zijn gebeurd van toeristen die al fotograferend van de trap zijn gevallen. Wat mij betreft nog een extra interessant detail: de boeken die nu in de hal staan worden waarschijnlijk op termijn weer weggehaald. Want het was nooit de bedoeling van de opdrachtgever dat daar boeken zouden staan. Het is immers de hal? Whatever. Het is een spectaculaire hal. Met dat oog en zo. Maar het wel de hal. Van een bibliotheek. Niet de bibliotheek zelf dus.

Bibliotheek Bibliorura bestaat 100 jaar

Op 3 november jl was er feest in onze bibliotheek. We vierden het feit dat op 3 november 1917 de statuten van de Vereniging Roomsch-Katholieke Leeszaal bij Koninklijk Besluit werden goedgekeurd en dat we dus 100 jaar bestaan. Het hele jaar 2017 is het feest voor onze leden want alle activiteiten die we het afgelopen jaar georganiseerd hebben waren gratis. De maand november is een feestmaand want al onze leden krijgen een cadeautje: een boekje met verhalen over en van de bibliotheek. Over de bibliotheek van vroeger en nu, met interviews en korte artikeltjes en prachtige foto’s.

Dat boekje werd vrijdag gepresenteerd. Daaraan gekoppeld werd het Taalakkoord getekend voor de regio (Roermond, Roerdalen en Echt-Susteren) en werd het Taalhuis geopend. Het was een hele geanimeerde ochtend samen met alle partners die zich in het werkgebied met lezen en schrijven bezig houden.

De boekjes vinden gretig aftrek (inclusief handige jubileumtas) en voor iedereen die nog geen lid is hebben we de hele maand november een mooie ledenwerfactie.  Wij zijn klaar voor de komende 100 jaar.

Een nieuwe Airport librarian

Het zal niet veel bibliothecarissen ontgaan zijn dat de Airport Library op Schiphol weer open is. De nieuwe Airport Library was er al weer even maar een paar weken geleden is de vernieuwde Holland boulevard officieel geopend en daarmee ook de bibliotheek. Door Nico Dijkshoorn, die speciaal voor de gelegenheid een gedicht had geschreven.

Voor de niet-bibliothecarissen en de nieuwe bibliothecarissen: de eerste Airport Library heb ik mee opgezet, hier lees je hoe het allemaal begon. Die eerste bibliotheek was een groot succes met jammer genoeg een nogal lullig einde.  Maar gelukkig is het allemaal goed gekomen: Schiphol heeft de Holland Boulevard grondig verbouwd en daar is gewoon weer een nieuwe Airport Library terug gekomen. Niet meer rechtstreeks gerund door de openbare bibliotheken maar door het CPNB, die als een ridder op een wit paard kwam aanstormen toen de bibliotheek echt in de problemen kwam. En het CPNB is ook een beetje van ons, dus op die manier zitten we er toch nog steeds in. Met die nieuwe bibliotheek heb ik niks meer te maken, behalve dan dat ze “mijn” oude collectie gebruikt hebben en dat ik het twitteraccount nog onderhield.

Dat twitteraccount ben ik ooit gestart omdat ik de Airport Library zichtbaar wilde maken, ook voor al die mensen die nooit op Schiphol komen. Toen de bibliotheek dicht ging ben ik gewoon door gegaan met twitteren. Niet meer over wat er gebeurde in de bibliotheek maar over Nederlandse kunst en cultuur, want dat is een van de doelen van de Airport Library: het promoten van Nederlandse kunst en cultuur. Op die manier hield ik de Airport Library toch nog een beetje in leven. Dat was ook handig voor al die mensen die wilden weten wanneer hij nou weer open ging en voor die journalisten die schreven over bibliotheken of over vliegvelden. Maar het was tijd om ook dat over te dragen. Nu de bibliotheek weer officieel open is neemt oud-collega Ria Smith dat van me over. Ria is een van de vrijwilligers van het eerste uur van de Airport Library en ze zit al langer op Twitter dan ik dus dat gaat helemaal goed komen. De vrijwilligers zijn overigens allemaal gepensioneerde bibliothecarissen.

Met ingang van vandaag ben ik dus echt geen airport librarian meer. Na al die jaren toch een beetje raar, want het voelde echt wel als mijn kindje. Maar dat ik vandaag in de krant lees dat er binnenkort een Stationsbibliotheek opent in Rotterdam maakt de cirkel toch weer een beetje rond. Want die twee ideeën kwamen uit dezelfde koker. En dat Nico in dat filmpje hierboven die Russische vertaling van Gerard Reve noemt vind ik ook heel fijn. Want ik had dezelfde gedachte toen ik dat boek aanschafte voor de collectie.

Maar nu laat ik de Airport Library dus echt los. Passen jullie er goed op jongens?

get_footer() ?>