Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

bibliothecarissen

All of the posts under the "bibliothecarissen" tag.

Cijfers vertellen geen verhaal

 

Aan de hand van de cijfers over bibliotheken die het Ministerie van OCW onlangs heeft gepubliceerd heeft Mark Deckers de afgelopen weken op zijn blog een aantal lijstjes gepubliceerd. Hij heeft cijfers met elkaar vergeleken en aan de hand daarvan heeft hij overzichtjes gemaakt van o.a. welke bibliotheek in Nederland de meeste materialen heeft uitgeleend, welke de meeste activiteiten heeft georganiseerd en wie de meeste bezoekers heeft gehad. In het eerste deel uit de serie roept hij bibliotheken op om zich in de cijfers te verdiepen want voordat je het weet wordt je met die cijfers door iemand om de oren geslagen. Naar aanleiding van zijn laatste exercitie werd ik door verschillende mensen gefeliciteerd, want in het lijstje van bibliotheken met de jongste medewerkers stonden Bibliotheek Bibliorura op de eerste plaats. Het is altijd leuk om ergens nummer 1 te zijn en als “petemoei van het Jonge Bibliothecarissen Netwerk” vind ik het natuurlijk extra leuk om nou net in dit lijstje bovenaan te staan. Maar het slaat natuurlijk nergens op.

Sorry Mark.

Die cijfers zullen ongetwijfeld kloppen. En die vergelijking ook. Maar zijn wij de bibliotheek met de jongste bibliothecarissen? Want dat zegt de kop boven het stuk. Het antwoord is: nee dat klopt niet.  In het overzichtje waar wij op nummer 1 staan is het al beter verwoord: wij hebben het jongste personeel. Althans: wij hebben het hoogste percentage medewerkers onder de 30 jaar. Maar wat zegt dat? Dat wij hipper zijn? Of moderner of beter de vinger aan de pols houden bij de jeugd? Zo’n cijfer zegt helemaal niks. Het zijn appels en peren die je in zo’n lijstje met elkaar vergelijkt. Ik ben niet de eerste die dat zegt, bij verschillende van Mark’s stukjes staan al reacties met die strekking. Maar daar wordt ook weer aandacht gevraagd voor het project Effectmeting van de VOB. En daar word ik dan weer een beetje zenuwachtig van.

Er is niks mis met meten en ook niet met het meten van effecten. Maar ik wil juist zo graag weg van die focus op getallen, van dat afrekenen aan de hand van cijfers. Ik wil praten met gemeentes: wat willen jullie? Waar worden jullie blij van? Waar heeft deze gemeente behoefte aan, wat gaat hier werken? Daar gaat het mij om. Dat is voor mij het allerbelangrijkste. En dat staat helemaal los van wat er bij de KB of bij de VOB bedacht wordt aan acties en campagnes. Met die insteek hebben wij een aanbesteding gewonnen. Niet met cijfers. De enige cijfers die in ons aanbestedingsstuk stonden waren financiële cijfers. Het had geen SMART geformuleerde doelen maar een goed verhaal. We schetsten een duidelijk beeld van de toekomst dat aansloot bij wat er leefde in de verschillende kernen van de gemeente. Dáár wonnen we mee.

Cijfers zeggen helemaal niks. Als je kijkt naar het overzicht van actieve bibliotheken zie je dat er  gemiddeld 496 activiteiten per jaar worden georganiseerd. Om wat voor soort activiteiten gaat het dan en hoe tellen ze dat? Wij hebben maar één vestiging, zelfs als ik elke dag van het jaar een activiteit in de bibliotheek zou organiseren haal ik het landelijk gemiddelde niet, en wij zijn 360 dagen per jaar open. Of mag ik de boekenkringen die onze leesconsulenten op scholen organiseren ook  meetellen? Dan schiet ik al een heel eind richting de top 10. Ben ik dan niet actief? Omdat ik het landelijk gemiddelde niet haal? Of ben ik juist heel actief omdat ik met mijn leesconsulenten op bijna alle basisscholen in het werkgebied zit?

Ik snap heel goed dat Mark ons met zijn blogs wil voorbereiden op het volgende commerciële bedrijf dat met die cijfers aan de slag gaat. Dat met wat makkelijke staatjes ons of onze gemeentes gaat benaderen om te roepen dat het allemaal efficiënter/beter/goedkoper/makkelijker kan als we het lot van de bibliotheek maar in hun handen leggen. Maar ik ga er van uit dat we dat stadium inmiddels voorbij zijn en dat niemand daar meer in trapt. De meeste gemeentes hebben dat soort brieven de afgelopen jaren opzij gelegd, al dan niet na een telefoontje met hun bibliotheekdirecteur. Soms grinnikend, soms zuchtend en soms leidde dat tot indringende gesprekken en/of discussies. En ja, een paar gemeentes zijn wel in het verkooppraatje getrapt dat ze hetzelfde kunnen krijgen als ze al hadden voor minder geld. In een enkele gemeente heeft het zelfs grote politieke consequenties gehad voor de wethouder in kwestie. Maar in het algemeen leidde deze benadering tot niets. Want de waarde van de bibliotheek is heel lastig uit te drukken in cijfers.

Dat wil uiteraard niet zeggen dat je geen cijfers nodig hebt: tuurlijk, prima dat ze er zijn. Handig hulpmiddeltje. Nogmaals: ik zeg niet dat we niet moeten meten en rekenen, maar laten we daar alsjeblieft niet al te veel energie in stoppen. Want het gaat niet om cijfers, het gaat om het verhaal dat je vertelt. Ik ben zo bang dat we zo meteen de ene set cijfers door de andere gaan vervangen. Dat we ons in plaats van op uitleencijfers gaan laten afrekenen op het aantal activiteiten dat we organiseren. Het straalt iets wanhopigs uit: “we doen er echt wel toe hoor. Kijk maar: we hebben cijfers.” Maar we hebben een verhaal en dat is veel beter dan cijfers.

Om nog even terug te komen op onze eigen nummer 1 notering: bij ons is meer dan 37% van het aantal medewerkers onder de 30 jaar. Dat hoge percentage komt deels omdat onze opruimhulpen bij ons in dienst zijn en die zijn allemaal jonger dan 23 jaar. Zoiets suggereerde Mark al. Maar zoveel opruimers hebben we niet dus dat is niet de belangrijkste oorzaak. Wij hebben de afgelopen jaren vol ingezet op de Bibliotheek op School en onze leesconsulenten zijn op één na allemaal jonger dan 30 jaar. En bij zo’n relatief kleine organisatie als de onze is zo’n percentage dan al snel hoog. Bij ons is 42% van de medewerkers ouder dan 50 jaar, landelijk is dat gemiddeld 64%. Dus ja, wij hebben een relatief jong personeelsbestand. Voor wat dat waard is.

Sollicitatietips: wat je zeker niet moet doen

brievenbus

In het kader van “de boel opruimen voordat ik ga verhuizen” deel ik hier graag wat aantekeningen die ik het afgelopen anderhalf jaar gemaakt heb tijdens het lezen van sollicitatiebrieven bij verschillende sollicitatieprocedures. Soms las ik een brief waarover ik me nogal verbaasde maar dan las ik een uur later iets vergelijkbaars dus blijkbaar was dat voor sommige mensen veel minder raar. Van een hele middag sollicitatiebrieven lezen word je een beetje melig dus ik ben op een gegeven moment bizarre dingen gaan opschrijven. Dit is een selectie uit die aantekeningen.

Voor alle duidelijkheid: het gaat hierbij om vacatures op HBO-niveau, daarom vind ik dat bepaalde eisen vanzelfsprekend zijn.  En deze tips gelden natuurlijk niet voor jullie: want jullie zouden dit nooit doen.

  • Zorg voor je eigen e-mailadres. Het is heel verwarrend om een mail te krijgen van FransSmit@hetnet.nl die afkomstig blijkt te zijn van Hetty de Vries. Heel irritant als je de mail van Hetty de Vries probeert terug te vinden tussen die meer dan 60 reacties in de mailbox. Iets minder irritant maar wel tamelijk onprofessioneel is een mail vanaf een mailadres als FransenHetty@hetnet.nl. Hoe eenvoudig is het om een mailadres voor jezelf aan te maken? Al gebruik je die alleen maar voor je sollicitaties. Het zegt bovendien iets over je mediawijsheid als je geen eigen emailadres hebt. Dat past niet zo goed in het beeld van de mediawijze medewerker van de bibliotheek. (Je staat er van te kijken hoe vaak dit voorkomt)
  • Richt de brief aan mij, want het staat in de advertentie dat je dat moet doen. Dus richt hem niet aan de directeur en zet er ook niet Geachte mevrouw, meneer boven maar richt hem gewoon aan mevrouw Deckers.
  • Schrijf mijn naam goed: zo moeilijk is die nou ook weer niet.
  • Als je tekst kopieert uit een ander bestand, zorg dan dat het lettertype en de vormgeving is aangepast. Ik snap best dat je niet iedere keer alles weer opnieuw verzint, maar dat hoeft toch niet zo op te vallen?
  • Schrijf de naam van de functie waarop je solliciteert correct. Als ik een projectleider zoek moet je het niet projectmanager noemen en een bibliothecaris-specialist is geen educatie-specialist. Dat klinkt misschien een beetje spijkers-op-laag-water, maar wat mij betreft is dat een kwestie van zorgvuldigheid. Weet je eigenlijk wel waar je op solliciteert? Hoe goed voorbereid ben je als je zoiets essentieels verkeerd doet?
  • Sollicitanten die een ontvangstbevestiging vragen in hun brief vind ik wantrouwend. En mensen die na één dag gaan bellen omdat ze zo’n ontvangstbevestiging ondanks hun vraag nog steeds niet gekregen hebben en dat vervolgens op hoge toon gaan eisen beginnen met een achterstand. Voor alle duidelijkheid: ik begrijp best dat je zeker wil weten dat je sollicitatie is aangekomen en wij versturen ook wel bevestigingen, het duurt soms alleen een paar dagen voordat we daar tijd voor hebben. Dus als je ons gaat opjagen komt dat niet erg sympathiek over.
  • Een mailtje van één zin met alleen een CV neem ik niet serieus. Ik weet dat er mensen zijn die alleen naar een CV kijken, maar ik ben niet zo iemand. Ik wil ook een brief en een motivatie. Jij kunt niet weten of ik zo iemand ben die alleen naar CV’s kijkt, dus neem dat risico maar liever niet.
  • Fijn om te lezen dat je het als kind heerlijk vond om weg te kruipen in een hoekje en helemaal kon verdwijnen in een boek en ook heel goed dat je nu vaak met je kind naar de bibliotheek komt om boekjes uit te zoeken. Maar dat bedoel ik niet als ik zeg dat ik iemand zoek met kennis van de openbare bibliotheek. Doe dat trouwens sowieso maar niet: boekjes zeggen tegen een bibliothecaris. Behalve als het over peuterspeelzalen gaat misschien.
  • Als je mij persoonlijk kent mag je me bij mijn voornaam noemen en me in de rest van je brief tutoyeren. Anders niet. En met persoonlijk kennen bedoel ik dat we bij elkaar in de klas hebben gezeten, of collega’s zijn geweest. Dit is een officiële brief en daar gaan we niet te populair doen. Overigens zijn het meestal marketing of salesmensen die dat doen, bibliothecarissen zijn niet zo popie.
  • Zorg voor een relevant CV. Ik begrijp dat je heel trots bent dat je vertaler geweest bent voor de Dalai Lama, maar daar hebben we in de bibliotheek niet zoveel aan. De naam van je lagere school hoef je daarentegen niet te noemen, ik geloof wel dat je die gehad hebt. Een uitgebreide opsomming van alle opnames waaraan je hebt meegedaan als achtergrondzangeres, inclusief de naam van de producer, is niet nodig. In dit geval was het zelfs een beetje verwarrend omdat een tv-opname als backing-vocal bij Bonnie St.Claire in hetzelfde rijtje stond als de ervaring als locatiemanager van een zorgcentrum.
  • Verstuur je sollicitatie niet vanaf het mailadres van je huidige werkgever. (duh..)
  • Lieg niet. “Afgelopen week heb ik telefonisch contact met u gehad” Echt niet! Als een man had gebeld om informatie te vragen over deze functie had ik dat echt wel onthouden.

Lekker makkelijk om te zeggen wat allemaal niet moet. Maar hoe moet het dan wel? Naast alle standaard dingen die gelden voor sollicitaties heb ik eigenlijk maar één tip: probeer je in mijn positie te verplaatsen. Ik ken jou niet en ik kan geen gedachten lezen dus leg uit waarom jij deze baan wil hebben en waarom ik jou moet aannemen. Zo simpel is het eigenlijk.

Over “The Librarians” en echte bibliothecarissen

Sinds een paar weken zendt Veronica de Amerikaanse tv serie The Librarians uit, een spin-off van de drie The Librarian tv-films. Ik schreef er al eerder over en ik vind het geweldig. De serie gaat over een stel bibliothecarissen dat er voor moet zorgen dat het beetje magie dat er nog bestaat in deze wereld behouden blijft.

De bibliothecarissen in kwestie zijn niet van de oude stempel maar het zijn een nieuw soort bibliothecarissen, met nieuwe vaardigheden. Ze hebben niks met boeken of met de collectie van de oude bibliotheek (dat was eigenlijk meer een museum) maar ze kunnen allerlei andere handige dingen: supersnel rekenen bijvoorbeeld. En ze hebben een “keeper”, een hoeder, die ze beschermt en voor ze vecht. Het gaat niet meer over een eenling met superveel kennis over zijn collectie, zoals in de films, maar over een groepje met ieder zijn eigen vaardigheden. Op de achtergrond is een oudere bibliothecaris aanwezig die ze vanuit een stoffig kantoortje voorziet van allerlei nuttige achtergrondinformatie. Overigens is die eenling uit de film in de eerste paar afleveringen op zoek naar de oude bibliotheek want die is lost in time and space.

Kan er niks aan doen, maar ik word daar heel erg vrolijk van. Van dat soort verwijzingen. In een van de vorige afleveringen ging het over een sprookjesboek waarin de verhalen tot leven komen als ze worden voorgelezen. Niet-voorlezen is geen optie want zodra verhalen niet meer gelezen worden verdwijnen ze.! De makers zijn overtuigd van de kracht van verhalen en ze zijn er van overtuigd dat bibliothecarissen een belangrijke rol spelen in het bewaren daar van. Ze hebben zich volgens mij prima verdiept in het bibliotheekwezen, of misschien zit het gewoon in het wezen van Amerikanen, dat bibliothecarissen iets betekenen.

Vandaag wordt aflevering 6 uitgezonden, van de eerste serie. In de Verenigde Staten begint binnenkort de derde serie, dus we hebben nog wat tegoed. En voor wie geen idee heeft wat hij moet verwachten: Eric-Jan vergeleek het met Buffy the Vampire Slayer. Die serie ken ik dan weer niet, maar zo’n titel schept wel meteen een beeld: het is geen hoge literatuur..

Bibliothecarissen in de oorlog

bibliothecarissen in oorlog

Vorige week zag ik het op verschillende media langskomen: dit verhaal over de rol van Amerikaanse bibliothecarissen tijdens de 1e Wereldoorlog waarin de activiteiten worden beschreven van Amerikaanse bibliothecarissen tijdens beide wereldoorlogen. Op verzoek van het Ministerie van Oorlog werden er bibliotheken ingericht in ziekenhuizen en op legerbases (de Camp Libraries)  en werden er boeken ingezameld om naar de soldaten aan het front te sturen. Er was zelfs een aparte afdeling binnen de American Library Association: de Library War Service.

ww2 bieb

De boeken die binnenkwamen via de zgn. ‘bookdrives’ werden stuk voor stuk bekeken want niet zomaar alles mocht naar het front: alleen de boeken die boosted morale, provided connections to people back home and offered technical guidance kwamen door de selectie. De boeken die bestemd waren voor de militaire ziekenhuizen moesten de lezer helpen bij het verwerken van fysieke en emotionele pijn. En certain books helped to alleviate homesickness, chase away boredom and provide training to those who wanted to land jobs when they returned home. Het was dus niet zomaar een collectie, in die Camp Libraries, maar ze had een heel duidelijk doel.

Alleen al tijdens de Eerste Wereldoorlog verstuurden ze meer dan 10 miljoen boeken, werden er op ruim 500 locaties bibliotheken ingericht en 36 Camp Libraries opgericht. Ze hadden zelfs een bibliobus, kijk hier maar. Of althans, een mobiele vestiging. Ik ga er van uit dat die auto niet helemaal naar Frankrijk ging.

Toen ik las over die Camp Libraries snapte ik die posters die je af en toe tegen komt over Amerikaanse bibliotheken uit de oorlog opeens een stuk beter. Ik verzamel ze op mijn Tenaanval bord op Pinterest, maar nu begrijp ik pas echt wat de bedoeling er van was. De poster hiernaast is uit 1917, maar ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er boeken ingezameld voor de frontsoldaten.

Eerlijk gezegd werd mijn aandacht in eerste instantie vooral getrokken door die foto hierboven, want die begreep ik niet zo. Vanwege die uniformen. Volgens het bijschrift zijn het American Library Association volunteers in Paris on Feb. 27, 1919. Nou weet ik niet zeker of de uniformen die ze dragen de reguliere militaire uniformen zijn of dat de bibliothecarissen hun eigen uniform hadden. Voor het verhaal neem ik maar aan dat dit speciale militaire bibliotheekuniformen zijn. Is toch net even leuker. Het is me ook niet duidelijk of het allemaal vrijwilligers waren, in die bibliotheken. Want die Camp Libraries waren niet onbemand, in die militaire kampen was wel degelijk een bibliothecaris aanwezigOf zouden dat ook vrijwilligers zijn geweest?

Al lezend ging ik mij toch afvragen hoe dat in Nederland zat, wat Nederlandse bibliothecarissen zoal deden tijdens de wereldoorlogen. De situatie is natuurlijk totaal verschillend maar toch. Over de situatie tijdens de Tweede Wereldoorlog is zijdelings te lezen bij Annejet van der Zijl’s Anna in de hoofdstukken over de jaren van Annie M.G. Schmidt in de bibliotheek van Vlissingen. In het standaardwerk van Paul Schneiders zijn beide wereldoorlogen ondergebracht in het hoofdstuk 1914 – 1964. Daarin wordt relatief veel aandacht besteed aan de ontwikkelingen op documentatiegebied en minder aan openbare bibliotheken. Volgens Schneiders werd de Tweede Wereldoorlog door veel bibliothecarissen ervaren als een onaangenaam, erg vervelend intermezzo. Klinkt toch een stuk minder idealistisch dan de Camp Librarians van de ALA.

Over bibliothecarissen tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft Scheiders weinig te melden, hij noemt vooral de bibliotheken van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen die hun leeszalen extra lang opstelden zodat gemobiliseerde soldaten er gebruik van konden maken. Op zijn prachtige blog Libriana (volg dat blog!) heeft Hans Krol een heel artikel gewijd aan de bibliotheken van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen maar ook daar is het onderdeel WO I erg klein. Daar kwam ik ook onderstaande flyer tegen. nutsleeszaal WOI

 

De Leeszaal is open van 10 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds. Hoezo moderne tijd? Hoezo ontmoetingsfunctie iets nieuws? We doen het al honderd jaar blijkt hier. Het lijkt me dat deze leeszaal dus wel degelijk op ideële gronden een duidelijke functie invulde. Jammer dat er verder zo weinig bekend is over de geschiedenis van de Nederlandse Openbare Bibliotheken. Qua interessante verhalen bedoel ik dan.

Een reünie

Om het niveau van het management van openbare bibliotheken te verbeteren besloot de VOB een kleine 15 jaar geleden een Management Development Programma op te zetten. Onder leiding van de onvolprezen Marijke Broekhuijsen werd op Nyenrode een stevig programma samengesteld dat onder de naam Nieuw Elan bibliotheekmanagers de 21e eeuw moest invoeren. Dat eerste jaar was een groot succes, dus de cursus werd een aantal jaren achter elkaar herhaald.

Ik zat in Nieuw Elan IV. Met nog 23 andere bibliotheekmanagers (directeuren en afdelingshoofden uit het hele land) zat ik elke maand drie dagen (en twee nachten) op het Nyenrode terrein. Daar luisterden we naar en discussieerden we met hoogleraren, schrijvers, musici, directeuren, adviseurs, acteurs  en andere deskundigen over management en innovatie, over kunst, de maatschappij en bibliotheken. Daar kregen we boksles en deden we Tai Chi om fysiek te ervaren hoe het is om stevig in je schoenen te staan en hoe je dan toch flexibel kunt zijn. We speelden scenes uit Shakespeare, leerden over missie en visie en hoorden uit de eerste hand van een wethouder hoe hij tegen de bibliotheek aan kijkt. Interessant en leuk en nuttig.

Je leert elkaar best goed kennen tijdens zo’n periode. Niet alleen vanwege al die dagen dat je bij elkaar zit, maar ook tijdens de avonden aan de bar. Boven een biertje bespreek je opeens weer hele andere dingen. Altijd leuk om elkaar dan weer eens te zien, tijdens studiedagen of congressen.  Om elkaar eens wat langer te spreken organiseerden we een paar jaar geleden een reünie en vandaag hadden we er weer een. Het was maar een klein clubje, want een aantal van onze oud-klasgenoten is inmiddels met pensioen, werkt niet meer in de branche, had gewoon geen zin of was op vakantie. En Rob is overleden. We werden vanmiddag hartelijk ontvangen door Marchien in Emmen, kregen een rondleiding en hebben heel erg bijgepraat. Hanneke was net terug van de Rogues reis naar Denemarken dus we kregen een uitgebreid verslag. We hoorden van Roel over de ontwikkelingen in Nijkerk, hebben gepraat over nieuwe directeuren, over bezuinigingen, over gemeentes en politiek, reorganisaties, automatisering, laaggeletterdheid en besturen. We realiseerden ons dat het al 10 jaar geleden was dat we die opleiding deden en dat er intussen veel veranderd is. Meer dan we dachten. En we hebben gespeculeerd over de toekomst. Ik heb een hoop interessante dingen gehoord maar ik mag er niet over uit de school klappen. Het was nuttig. En gezellig. Wie weet wanneer de vandaag opgedane kennis nog eens van pas komt.

Volgend jaar weer, hebben we nu al afgesproken. Tot dan jongens: “het begint bij de start”.

“What the librarian knows is sometimes of more use to you than are the books in the library”

Schrijver David McCullough legt uit waarom Librarians are the Best. Het begint met een verhaal over zijn eerste kennismaking met een bibliothecaresse op de kleuterschool: een nogal stereotype bevestigend verhaal, maar het heeft indruk gemaakt en misschien was dat voor een vooroorlogse bibliothecaresse ook best een creatieve manier om kleuters iets uit te leggen.

“Never ever hide from a librarian what you don’t know” “unfold your need for their professional help”. Fijn hoor, om dat eens te horen.

De uitgever laat niet na te benadrukken dat McCullough twee keer de Pullitzer prize heeft gewonnen, met historische romans ook nog, dus het is niet zomaar iemand die ons zo’n mooi compliment geeft. Altijd fijn toch?

Dank voor tip, Malavika.

De bibliotheek moet naar buiten

push it

Het was een interessante discussie, afgelopen dinsdagavond in Spui 25. Het debatcentrum van de Universiteit van Amsterdam organiseerde een avond over de bibliotheken van nu, onder de titel: Nu! Flirten met feiten. Onder leiding van de directeur van de bibliotheek van de UvA werden er korte presentaties gegeven door de bazen van de Bijzondere collecties van de UvA, de bibliotheek van de Hogeschool van Amsterdam, de OBA en onze hoogleraar Bibliotheekwetenschap. Van die avond heeft Bibliotheekblad een prima verslag gemaakt dat is na te lezen op hun (gelukkig slotvrije) site

Het zaaltje zal vol, met voor zover ik kon zien een zeer gemengd publiek. Ik herkende zelf twee mensen in de zaal maar voor zover uit de vragen na afloop van de presentaties was op te maken waren er ook veel mensen die daar niet beroepsmatig zaten maar uit pure liefde voor het verschijnsel bibliotheek. Daar leerde ik het beste antwoord op de vraag waarom de open uitlening toch was opgeheven “want er is toch niks heerlijk dan tussen lange rijen met boekenkasten dwalen en je laten verrassen door de vondst van een bijzondere uitgave”. “Wat u beschrijft is een hele dure vorm van ontsluiting, namelijk die van het toeval. En daar hebben we niet genoeg geld voor, om onze hele collectie via het toeval te ontsluiten” aldus De Bijzondere Collecties.

Ik werd vooral erg blij van het verhaal van Martin Berendse de, inmiddels niet meer zo nieuwe, directeur van de OBA. Hij vindt dat de bibliotheek veel meer naar buiten moet, veel meer de mensen moet opzoeken en moet kijken naar waar hulp nodig is. Hij ziet voor de bibliotheek een rol als helper. Lezers die dit blog al langer volgen zullen snappen waarom ik daar zo blij van wordt.

Alleen wel weer jammer dat de avond werd afgesloten met de opmerking dat ze bij de UvA ook vinden dat de bibliotheek meer naar buiten moet treden en dat “we daarom allerlei nieuwe mensen aannemen, die daar verstand van hebben. Die koppelen we dan aan informatiespecialisten die zoveel verstand van de collectie hebben zodat we mensen ook buiten de bibliotheek kunnen opzoeken.” Daarmee wordt de verantwoordelijkheid hiervoor buiten de bibliotheek gelegd en dat lijkt me een misverstand.

Want ik vind dat je altijd vanuit de inhoud naar buiten moet, niet vanuit de vorm. En over die inhoud, daar gaan bibliothecarissen over. Door die reflex om maar meteen marketingmensen in te schakelen in dit soort vernieuwingen neem je je eigen medewerkers niet serieus. Ja, er zijn bibliothecarissen die alleen maar over catalogussystemen, metadata of nog erger, over etiketten en stickers willen praten maar er zijn ook mensen met ideeën over hoe je je gebruikers op een ander manier kunt bereiken. Die kennis hebben van technische of maatschappelijke ontwikkelingen en die gebruikerservaringen kunnen koppelen aan de collectie. Helaas worden die vaak pas ingeschakeld als de fotograaf langskomt vanwege de foto’s voor de glossy folder die de afdeling communicatie heeft laten maken. En ja, marketing en communicatiemensen zijn echt nodig in een bibliotheek, geen kwaad woord over hun inbreng. Maar bij het opzoeken van je gebruikers moet de inhoud het uitgangspunt zijn. Of het nou gaat over pop-up bibliotheken, makerspaces of het koppelen van digitale bestanden, daar hebben bibliothecarissen ideeën over. De meeste wel. Echt waar. Neem ze serieus en vraag het ze.

Het Nationale Bibliotheekcongres

biebcongres knipOm maar met de deur in huis te vallen: het was een leuk congres, dat Nationale Bibliotheekcongres. Goed verzorgd, fantastische locatie, mooi programma en veel leuke mensen. Eerlijk gezegd had ik van te voren een beetje mijn bedenkingen bij de opzet: wordt dat niet erg rommelig met al die losse sessies zonder duidelijke lijn? Van de communicatie vooraf werd ik niet heel veel wijzer, maar het kan ook aan mijn allergie voor open deuren en mooipraterij liggen. Wordt het niet zo’n halleluja-wat-zijn-we-toch-geweldig-en-wat-vinden-we-elkaar-toch-aardig dag? Maar dat viel gelukkig erg mee.

Om te beginnen was die locatie natuurlijk geweldig. Niet alleen omdat de Beurs van Berlage zo centraal ligt en goed bereikbaar is maar ook omdat het een prachtig gebouw is, heel sfeervol en heel bijzonder. En het was extra leuk dat SIOB-voorzitter Valerie Frissen in haar welkomswoord de link legde tussen de egalitaire bedoelingen van architect Berlage en de opdracht van de openbare bibliotheken. Het plenaire programma in de ochtend was verfrissend, in die zin dat ik er in elk geval vrolijk van werd. De dagvoorzitter begon met de branche een compliment te geven “wat zijn jullie al innovatief” en dat positieve gevoel bleef de hele ochtend terug komen. Geen sprekers op het podium die al die suffe bibliothecarissen wel eens uit zouden leggen hoe ze met hun tijd moesten meegaan maar vriendelijke verhalen waar ik me in elk geval wel in herkende. Een hoogleraar Creatief Ondernemerschap die uitlegde dat ondernemerschap niet gaat over geld verdienen en businessmodellen maar over “kansen zien, kansen evalueren en kansen grijpen”. En die zegt dat we moeten durven experimenteren en vooral buiten de lijntjes moeten kleuren. (nee, niks nieuws, maar altijd goed om weer eens van een expert te horen) Marleen Stikker van de Waag zei op de vraag naar het verschil tussen een FabLab en een Makerspace “ach, dat is maar een naam. Het gaat om de vraag: “kunnen wij de wereld om ons heen begrijpen?” Hoe maken we mensen weerbaar zodat ze kunnen meedoen in de samenleving. En of je dat digitaal analfabetisme noemt of Makerspace, dat maakt niet uit.”

Er was een mooie toespraak van Minister Bussemakers en een lief verhaal van Brian Gambles van de bibliotheek van Birmingham. En foei die twee bibliotheekdirecteuren in de rij voor me die pas enthousiast over zijn verhaal werden toen hij zei dat ze van plan waren om volgend jaar 2500 activiteiten te organiseren, gemiddeld 10 per dag. Als afsluiting kwam Ruben Nicolai een sprookje voorlezen, dat eindigde met een prinses. Op dat punt nam Prinses Laurentien het over met een vurig pleidooi voor de bestrijding van laaggeletterdheid. Ze prees de bibliotheekbranche en ze had een idee voor een nieuwe exportproduct voor: bibliotheekmanagement. Want daar zijn we zo goed in. “Want wij hebben het niet over klanten maar over gasten.” I Wish! Maar ik vind het een prima idee van de prinses, om het voortaan over gasten te hebben in plaats over klanten.

Van de sessies in het middagprogramma heb ik er maar een paar gezien: ik heb vooral heel veel bijgepraat met oude bekenden en nieuwe mensen ontmoet in de wandelgangen en op het inspiratieplein. Ik was o.a. bij een interview met oud-collega Nico Dijkshoorn, ben zelfs met hem op de foto geweest. En natuurlijk was ik bij de presentatie van de Superbibliothecarissen. Daar was heel erg veel belangstelling voor, te veel voor het kleine kamertje waar we in zaten. Maar daar hoor je mij niet over klagen en ook niet over de bloedhitte daar want volgens mij heeft Karen weer een flink aantal mensen enthousiast gemaakt voor de superbibliothecarissen. Het literaire diner daarna was leuk maar de afterparty ging een beetje uit als een nachtkaars. Niks feest of sambaballen maar nog gezellig napraten in het café.

En ja, er waren verbeterpunten: de klimaatbeheersing bijvoorbeeld. En dat programma was inderdaad heel erg onoverzichtelijk en veel te veel. En de muziek tijdens de borrel en de afterparty was veel te hard. Echt veel te hard. En de akoestiek tijdens het diner was abominabel. Maar toch was het al met al een geslaagd congres. En een mooi afscheid van SIOB en BNL. Ik kijk nu al uit naar het congres van de KB. Volgend jaar december meteen maar?

De Superbibliothecarissen op het #biebcongres

profiel superbibliothecarissen

Het is een overvol programma, van het Nationale Bibliotheekcongres aanstaande woensdag. Een beetje onoverzichtelijk ook. Voor degenen die nog niet precies weten wat ze woensdag gaan doen heb ik een fijne tip (voor degenen die dat wel weten trouwens ook): De ‘superbibliothecaris’ breekt door! van 16.45 tot 17.15 uur in de Roland Holst Kamer.

Waarom? Ik citeer even het programmaboekje: In de wereld van ‘het Nieuwe Lezen’ is een glansrol weggelegd voor… de superbibliothecarissen. Zelfverzekerd, multimediaal en met een persoonlijke aanpak verbinden ze mensen en media op de zinderende Bibliotheekvloer. De superbibliothecaris is een bron van kennis, met voelsprieten voor verbinding met de wensen van de klanten van de Bibliotheek. Maar waar vind je die superbibliothecaris? Simpel: elke Bibliotheek heeft ze in huis. Deskundige bibliothecarissen kunnen namelijk zelf invulling en voeding geven aan het nieuwe leesgedrag van toekomstig publiek. Bibliotheken moeten zich alleen nog bewust worden van wat ze in huis hebben – en wat ze tekort komen – en op die manier sterker worden.

Klinkt dat vaag? Dat kan, maar concreter kunnen we het niet maken. Ik zeg ‘we’, want ik hoor er zelf ook bij. Via Het Nieuwe Lezen ben ik er in verzeild geraakt, ik heb er ook wel eens over geschreven. Bovenstaand plaatje is het profiel dat Karen Bertrams (OpperSuperbibliothecaris) van me heeft gemaakt. Dat is de eerste stap in het superbibliothecarissenschap: in kaart brengen waar je kennis en expertise zit. Je wordt gedwongen om na te denken over je leesgedrag en je mediaconsumptie en het is heel verfrissend om te kijken wat voor conclusie iemand anders daar uit trekt. En het is ook heel verrassend om daar met je collega’s over te praten. Wat mij betreft gaat het Superbibliothecarissen project over bewustwording en over groeiend zelfvertrouwen. Dat klinkt allemaal misschien nog steeds vaag. Of in elk geval niet erg praktisch. Maar kom nou maar gewoon luisteren woensdag. De laatste sessie voordat de borrel begint.

“Think like a librarian. It may save your life”

Ja, ja, dit is ordinair reclame. Voor een Amerikaanse tv-serie, een vervolg op de Librarian films met Noah Wyle. Waarvan het maar de vraag is of wij die hier ooit zullen zien. Maar het is wel hele leuke reclame, dus ik deel hem hier graag. Ik kan hier erg om lachen, om dit soort filmpjes. De serie gaat aanstaande zondag in première. In een van de trailers is te zien dat Noah Wyle wordt opgevolgd door een groep bibliothecarissen, ieder met hun eigen specialisme. De bibliothecaris hierboven is een kunsthistoricus, dat is waarschijnlijk de reden dat ik hem zo leuk vind, omdat ik me zo in hem herken 😉

 An ancient organization has vowed to defend us from unspeakable evil, dat lijkt me een prima slogan. Of anders Think like a librarian. It may save your life.

get_footer() ?>