Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Op het Boekenbal

25 maart 2017 | Comment

De Boekenweek is weer begonnen. Traditioneel geopend met het Boekenbal en dat betekent dat ik gisteravond en vanochtend weer overspoeld werd met de bekende beelden: Herman Koch die hartelijk ontvangen wordt door onze grote vriend Eppo, dansende collega’s die trots foto’s twitteren of op Facebook zetten en schrijvers en BN-ers die poseren met een boa constrictor.

Ik ben ook ooit op het Boekenbal geweest. Twee keer zelfs. Klinkt interessanter dan het is want ik heb er gewerkt. Als student Kunstgeschiedenis was je interessant genoeg om daarvoor gevraagd te worden. De eerste keer was in 1990. Studiegenootje Imke ronselde leuke mensen die wat bij wilden verdienen. (dit was de tijd van de studiebeurzen, dus werken was voor veel studenten minder dringend dan nu). Het Boekenbal was niet meer zo chique als in dit filmpje hierboven maar het had zeker ook nog niet het losgeslagen, hippe imago dat het nu heeft. De belangrijkste reden voor de meeste mensen om ja te zeggen was de kans om achter de schermen van het Concertgebouw te kijken en ach, zo’n Boekenbal is vast geinig. Behalve Harry, die Nederlands gestudeerd had voordat hij bij Kunstgeschiedenis terecht kwam en ik (met mijn bibliotheekopleiding) vond iedereen het idee van een bal leuker dan die boeken.

En zo meldden wij ons op de avond van het bal bij de artiesteningang van het Concertgebouw. (Bam, eerste punt al binnen, want hoe vaak kom je daar nou?) Eenmaal binnen kregen we te horen dat het de bedoeling was dat we consumptiebonnen zouden gaan verkopen. Niet aan een vaste kassa, maar we moesten in tweetallen door het gebouw gaan lopen met onze bonnen. Ok, prima. Daarna bleek dat de studenten van de Rietveldacademie niet alleen gevraagd was om het gebouw te decoreren maar ook om iets te verzinnen om de bonnenverkopers zichtbaar te maken. Het thema dat jaar was Blauw, maar de studenten hadden het opgevat als ‘iets met ruimtevaart’ want we werden verkleed als een soort astronaut: we kregen zilverkleurige manteltjes om (gemaakt van isolatiemateriaal) en op ons hoofd kwam een blauw diadeempje met zilverkleurige balletjes die een centimeter of 20 boven ons hoofd wiebelden. Met een mandje vol consumptiebonnen en een portefeuille met wisselgeld trokken we in duo’s, een beetje ongemakkelijk, richting de ons toegewezen verdieping. En ongemakkelijk bleef het, de rest van de avond.

Ten eerste waren het geen losse consumptiebonnen maar een soort knipkaarten: velletjes met daarop 10 bonnen. En ik weet niet meer precies wat één zo’n vel kostte, maar het was in elk geval geen handig, rond bedrag. Iets als 12,75 (gulden). Een bedrag met cijfers achter de komma in elk geval. Waardoor je ontzettend zat te hannesen met wisselgeld. Wisselgeld dat in die schemerige gangen moeilijk terug te vinden was in die portemonnee. En dat halverwege de avond ook schaars begon te worden. Maar nog vervelender was dat een biertje twee bonnen kostte en een glas wijn drie bonnen. Zodat je met drie glazen wijn al door je kaart heen was en dan met één bon bleef zitten. Dat wisten wij niet toen we op pad werden gestuurd, maar naarmate de avond vorderde kregen we dat steeds vaker, steeds geïrriteerder, te horen. Niet echt een feestvreugde bevorderende combinatie, die consumptiebonnenkaart.

Was het een woest feest? Misschien, maar daar hebben wij niks van gemerkt. Er was geen dresscode, er liepen geen mensen met slangen rond en ik herinner me ook geen artistiekerige acts in de gangen. Waren er dan veel schrijvers? Niet zoveel als ik verwacht had. Al zal ik ze lang niet allemaal herkend hebben. De enige twee die ik me herinner zijn Bart Chabot en Kees van Kooten. Bart Chabot omdat hij bij elke bonnenkaart die hij kocht moeilijker ging doen over het feit dat we zo weinig wisselgeld hadden en Kees van Kooten vanwege het tegendeel. Die gaf ons bij elk stapeltje bonnen dat hij kocht een leuke fooi en hij zei er steeds bij “Wel apart houden he, die fooi! Niet dat jullie dat geld straks toch gewoon inleveren.” Toen we hem bij ons zoveelste rondje door de gangen weer zagen lopen riep hij dwars over de gang: “Kijk, daar hebben we mijn favoriete bonnenmeisjes! De fooi wel apart houden hoor!” Verder herinner ik me vooral veel geschutter, van zowel gasten als van ons. En ik herinner me Ellen Brusse, omdat wij ons afvroegen waarom een tv-omroepster van de Tros daar met zoveel air rondliep. Er waren geen andere televisiemensen en ook geen acteurs of filmsterren. Ik herinner me vooral veel opgewonden mensen in kantoorpakken. Het was geen hele bijzondere editie, dat Boekenbal. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ik er nu maar zo weinig over kan terugvinden, geen foto’s en maar één artikeltje in Delpher, uit het Nieuwsblad van het Noorden.

Het jaar daarop heb ik twee uur lang op het grote podium van de Stadsschouwburg gestaan. Daar moest ik mensen overtuigen om plaats te nemen op de achterbank van een grote Amerikaanse slee waar op de voorbank twee acteurs scene’s uit Who’s afraid of Virginia Woolf speelden. Dat was eigenlijk veel interessanter. Maar die avond  heb ik geen enkele bekende schrijver gezien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *