Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Gelezen

12 oktober 2009 | 9 Comments

j.kessels

Het is niet mijn gewoonte om op dit blog over boeken te schrijven die ik gelezen heb, dat laat ik liever aan schrijverdezes over. Die leest veel meer dan ik en kan er boeiend over schrijven. Maar ik ben bevangen door een enorme zendingsdrift met betrekking tot dit boek dus ik ga het toch proberen.

P.F. Thomése zat bij mij in het vakje zeer literair:  “ooit nog eens wat van lezen want hij schijnt wel goed te zijn maar dat doe ik wel als ik zin heb in zware kost”. Ik heb hem één keer zien optreden, op Dijkshoorns Weerwoord Live, in Paradiso. Na een aantal flamboyante optredens van Nico en zijn vrienden struikelde Thomése nogal schutterig het toneel op en las met zachte en licht bekakte stem een tamelijk onbegrijpelijk fragment uit zijn nieuwe boek voor. Hij leek opgelucht dat hij na 5 minuten het podium weer mocht verlaten. Nico was oprecht blij en trots dat Thomése aanwezig was en dat vatte ik op als aanbeveling. Maar nog steeds: zwaar, want onbegrijpelijk.

Uiteindelijk is het er dan toch van gekomen en ik ben helemaal bekeerd. Al neem ik aan dat J.Kessels the novel niet representatief is voor Thoméses oeuvre. De NBD annotatie luidt: Twee oudere jongeren toeren in een walm van sigarettenrook en country-muziek van Tilburg naar de rosse buurt van Hamburg om een precair klusje te klaren. Formeel klopt die beschrijving maar hij is wel heel tuttig en daarmee wordt het boek echt tekort gedaan. De achterflap komt meer in de buurt: het krankzinnige verslag van een ongewenste reis van de schrijver P.F. Thomése met zijn beste vriend (en favoriete personage) J. Kessels naar Sankt Pauli, Hamburgs uitgewoonde hoerenbuurt, en weer terug naar Tilburg.

Het boek is door de kritiek welwillend ontvangen, al heb ik het idee dat sommige recensenten niet goed wisten wat ze er nou mee moesten. Wat mij betreft is het boek gedeeltelijk een pastiche. In de eerste hoofdstukken moest ik steeds aan High fidelity van Nick Hornby denken: ook zo’n semivolwassen man die alleen maar over muziek kan praten. Maar al snel schiet Thomése door en gaat het verhaal in de versnelling, over de kop en weer terug. Het is grof en geestig, en héél erg Brabants. Alleen een pastiche schrijven vond de schrijver waarschijnlijk te saai dus er zitten een aantal lagen (of laagjes?) in die ik niet allemaal heb begrepen maar die het wel interessant maken. Hij beweerde dat ik hem goed kende. Shit, ook dat nog. “Van vroeger”, expliceerde hij met de precisie van een schot hagel. Vroeger is een lange tijd, makker, dacht ik bij mezelf. Daarin kon veel voorgoed verloren raken. Meer in ieder geval dan je terug zou willen vinden. Een paar alinea’s verder komt de schrijver erachter dat de man aan de telefoon iemand uit zijn jeugd is wiens vader een snackbar had die Van Vroeger heette. En dat is natuurlijk de grap: want iedereen weet dat snackbars niet Van Vroeger heten, zeker niet in Tilburg. (De Hap of D’n Engel ja, maar niet Van Vroeger) Dus ervaring met Brabanders helpt wel om dit boek op zijn waarde te kunnen schatten lijkt me. Het feit dat die man met die licht bekakte stem hele platte teksten kan produceren maakt het wat mij betreft extra geestig.

Hij goochelt met werkelijkheid en fictie. Zo is de schrijver hoofdpersoon in zijn eigen boek (hij wil zich aan een Duitse hoer voorstellen met de woorden: Ich bin der Autor dieser Scheisse maar bedenkt dan dat zij waarschijnlijk niet in literatuur geïnteresseerd is) en hij reist rond met zijn goede vriend J. Kessels, hoofdpersoon in een eerder boek van hem. Thomése heeft een vriend die Kessels heet en die van muziek houdt maar je mag (voor zijn eigen geestelijke gezondheid) hopen dat hij in het echt minder zwartgallig is dan in dit boek. En de omhooggevallen manager Berend de Bray (die vroeger gewoon Bertje de Braaij heette) woont in Zaltbommel, de plaats waar Thomése volgens zijn eigen biografie een deftige jeugd heeft door gebracht. Die Berend is overigens ook onvergetelijk met zijn managementgebabbel uit een boekje.

Een aanrader voor mensen die bij zinnen als: “En doet er voor mijn eigen ook maar een kroketje in leggen”  een schok van herkenning krijgen en dan op zijn minst gaan grinniken. En die van de snackbar-scenes uit Draadstaal houden.

Ik heb me inmiddels wat meer verdiept in Thomése en weet dat mijn vooroordeel in het geheel niet klopt dus ik zal mijn leven beteren en me onderdompelen in zijn oeuvre. Jammer dat ik zijn optreden op het Tilburgse Festival van Absurde gemist heb: moet een een hele bijzondere ervaring geweest zijn.

9 people are talking about “Gelezen

  1. Ik zag ook tegen het lezen van PFT op, totdat ik uit totaal onverdachte hoek op J. Kessels, the Novel, geattendeerd wordt.
    Heb ondertussen ook nog Het Zesde bedrijf gelezen over Etta Palm, is ook de moeite waard (maar heel anders dan J. Kessels etc)

  2. Bedankt voor de tip, was aan het twijfelen welk boek ik hierna zou lezen. Dit lijkt me een goede tweede.

  3. Mooi verhaal, Tenaanval. Is dat boek ook voor wie niet uit het zuiden des lands afkomstig is iets, denk je? Ik heb ook altijd gedacht dat Thomése te moeilijk voor me was en denk dat na jouw stuk nog steeds trouwens. Ik heb alleen Schaduwkind van hem gelezen.
    Dat je me prijst is aardig, maar nauwelijks terecht. Een term als ‘pastiche’ zou ik b.v. nooit kunnen gebruiken daar ik hem niet eens kende…

  4. Schrijver,
    Het boek is zeker leesbaar voor niet-zuiderlingen zoals Maarten ‘tHart ook leesbaar is voor katholieken. Dat Brabants element kan lezers hoogstens afstoten.
    Ik weet niet of jij het boek zou kunnen waarderen, meer vanwege alle platheid en het grove taalgebruik dan vanwege dat Brabants.

    En ik zei dat jij boeiend schrijft over de boeken die je gelezen hebt, dat is een constatering, niet zozeer een compliment al mag je dat wel zo opvatten. En boeiend heeft heeft niks te maken met welke termen je gebruikt.

  5. Tegen plat en grof heb ik niks, zolang het maar goed geschreven is. Grover dan Het grote baggerboek kan het moeilijk zijn.
    Maarten ’t Hart is uiteraard leesbaar voor katholieken, maar of ze er alles van snappen…
    In het woord ‘boeiend’ lees ik toch wel een compliment. Boeiend is beter dan saai nietwaar.
    Ik vind zelf mijn stukjes altijd nogal amateuristisch. Van zo’n term als ‘pastiche’ ben ik wel een beetje onder de indruk. Maar inderdaad, het gaat niet om termen, al kunnen ze handig zijn.

  6. O ja, dat was ik vergeten, dat jij Het grote baggerboek zo goed vond. Dan moet dit geen probleem zijn want het is zeker goed geschreven. Of alle countrymuziek en brabants gedoe een obstakel zijn kan ik niet goed inschatten. Probeer het zou ik zeggen, het is maar een dun boekje. Ik zal mijn (bieb)exemplaar op je bureau leggen.

  7. Komt eraan.
    Ik wilde het boek nog even tot na het weekend houden omdat ik zondag Brabantse visite krijg. Kan ik het nog even laten zien…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *