Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Dribbelige bibliothecarissen

18 februari 2013 | 1 Comment

Artis5Toen ik ’s ochtends op dat IBBY conferentieoord kwam voelde ik me al kribbig worden. Ik had het idee dat ik weer terug was in de bibliotheekwereld van 1930. Die werd toen uitsluitend bevolkt door vrouwen, die als hennen heen en weer liepen en deden of ze iets goed konden organiseren. Ik ben echt niet tegen vrouwen, maar dit soort dat zo dribbelig dingen verkeerd doet daar had ik vroeger al weerstand tegen en dat gevoel was er gisteren weer.

Annie M.G. Schmidt, 1988

Bovenstaand citaat komt uit het boekje Annie M.G. Schmidt en de bibliotheek van Marcel Raadgeep, het nieuwjaarsgeschenk van de OBA. Heel herkenbaar die beschrijving. Niet erg aardig, dat “die deden of ze iets goed konden organiseren” maar ik snap wel meteen wat ze bedoelt. Het heeft iets te maken met de hang naar ordening en de regeldrift die veel bibliothecarissen hebben. De enorme behoefte aan praktisch bezig zijn en de zucht naar structuur en vastigheid. Dat was blijkbaar in de jaren ’30 zo en dat is nu nog steeds zo. Bij veel bibliothecarissen althans.

De branche wordt niet meer uitsluitend bevolkt door vrouwen, maar die drang is er nog steeds. En bij de vrouwelijke collega’s zie je dat sterker dan bij de mannen. De vraag is natuurlijk of die behoefte vanzelf ontstaat als je in een bibliotheek gaat werken, of dat mensen die houden van structuur kiezen voor het vak van bibliothecaris. Ik hou het op het laatste…

Maar ik heb er wel eens moeite mee: dat massaal duiken op een oplossing voordat helder is wat het probleem precies is. In mijn vorige stukje schreef ik er ook al over en de afgelopen dagen spookt het steeds door mijn hoofd: ik vind het lastig dat bibliothecarissen (en daarmee bedoel  ik mensen die in een bibliotheek werken, onafhankelijk van welke opleiding ze hebben) zo’n behoefte hebben aan modellen en formats. Eén bibliotheek heeft een oplossing gevonden voor een lokaal probleem en hup, die oplossing wordt rücksichtslos gekopieerd naar allerlei andere situaties. Zonder te kijken of dat wel past bij die andere situatie. Want ja:  het werkte daar dus dan werkt het hier ook. Zij een meubel, wij ook een meubel. Hunnie een steunpunt, wij ook een steunpunt. Begrijp me goed: er is niks mis met het overnemen van een goed idee: beter goed gejat dan slecht bedacht. Maar denk, voordat je meteen in de uitvoering springt, eerst eens na over je eigen situatie: is dit echt wel de beste oplossing voor jouw probleem? Heb je eigenlijk wel een probleem of vind je het alleen maar een leuk idee?

In het boekje over Annie M. G. Schmidt wordt een brief aangehaald die Schmidt in 1958 schrijft aan de Centrale Vereniging van Openbare Bibliotheken. Ze is dan al 12 jaar het vak uit, maar op verzoek blikt ze terug. Ze noemt de bibliotheek haar thuis. Ik kan u bijvoorbeeld zeggen ik vader haatte en moeder liefhad. Ik haast me erbij te vermelden dat ik met ‘vader’ niet een persoon bedoel. Met ‘vader’ bedoel ik hier de strenge orde van de apparatuur, de catalogi, de titelbeschrijving, het eindeloos gemier met puntkomma’s, dat was vader. En als vader dan de ordening was: met ‘moeder’ bedoel ik de ziel en de zin, namelijk de relatie tussen boeken en mensen, het liefdevol bij elkaar brengen van die twee, het aan elkaar schakelen van bepaalde boeken en bepaalde mensen.

Ik vind het een mooie beschrijving van de twee kanten van ons vak. Ze horen er allebei bij, ze zijn allebei belangrijk maar de ene kant ligt me nou eenmaal beter dan de andere. Ik ben meer ‘moeder’ dan ‘vader’. Maar dat vindt waarschijnlijk iedereen van zichzelf.

One person is talking about “Dribbelige bibliothecarissen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *