Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

De stilte rondom de bouwput van de Noord/Zuidlijn in de Ferdinand Bolstraat

22 juli 2018 | 1 Comment

Gisteren is officieel de Noord/Zuidlijn geopend. Dat kan niemand ontgaan zijn. In de aanloop naar die opening is er veel geschreven en in de media gepraat over dat het zo fijn is dat hij nou eindelijk open is, dat het wel lang geduurd heeft en dat het ook wel veel duurder is geworden dan oorspronkelijk gedacht, maar alla: nu hebben we ook wat.

En dat hoort ook zo bij een feestje. Maar in het kader van het historisch perspectief en om het vast te leggen voor het nageslacht wil ik hier toch graag wat van mijn ervaringen opschrijven met de aanleg van de Noord/Zuidlijn. Ik zal jullie de klachten over overlast besparen want iedereen kan zich wel iets voorstellen van het soort last dat je hebt als je aan de bouwput van een metrostation in aanleg woont. Letterlijk áán de bouwput, want ik woonde in de Ferdinand Bolstraat en alleen een stoep van zo’n 2,5 meter scheidde mijn voordeur van de bouwput, de graafmachines, de bouwketen en de vrachtwagens met beton.

Waar het mij om gaat is hoe de stad en de bouwers omgingen met de bewoners. Die werden, zeker in de beginfase van de aanleg, vooral gezien als lastig. Het projectbureau Noord/Zuidlijn verspreidde nieuwsbrieven huis-aan-huis en in de beginperiode organiseerde de gemeente voorlichtingsavonden en dat was het wel zo’n beetje. Op zo’n voorlichtingsbijeenkomst werd vooral uitgelegd hoe technisch knap het was wat ze gingen doen met die tunnelboor en wat voor regelingen er waren voor eigenaren om de funderingen van de panden aan de bouwput te laten versterken. Heel pragmatisch en formeel. Dat er op zo’n avond ook winkeliers waren die emotioneel uitriepen dat hun handel kapot zou gaan aan die werkzaamheden werd vooral lastig gevonden en bewoners roerden zich daar nauwelijks. Ik ook niet, want ik zat daar uit nieuwsgierigheid en ik kon me geen voorstelling maken van wat het precies allemaal zou gaan inhouden.

Cynisch was ik wel, daar hadden de ervaringen met de communicatie rondom die metro alle reden toe gegeven. Eerst al met dat referendum, waarbij alles uit de kast werd getrokken om de Amsterdammers vooral vóór te laten stemmen. Toen ze eenmaal begonnen met de aanleg van het metrostation in de straat bleek het, in tegenstelling tot wat steeds gezegd werd, allesbehalve mee te vallen met de overlast en dat was voor een paar bewoners in de straat aanleiding om zich te gaan organiseren. Dat de metro onder de Ferdinand Bolstraat kwam was te danken aan het feit dat de buurt niet georganiseerd was, want oorspronkelijk zou de lijn door de Concertgebouwbuurt gaan, maar onder aanvoering van de vrouw van de wethouder en een paar topjuristen uit de straat werden die plannen snel gewijzigd. Toen zou de lijn onder de Boerenwetering komen (zoals in het filmpje hierboven wordt gezegd) maar ook in die buurt woonden een paar juristen met invloed (aan de andere kant van het water dan, uiteraard niet aan de Albert Cuypkant). In de Pijp was er nauwelijks sprake van tegengeluiden dus daar kon de gemeente zijn gang gaan.

In 2004 werd er begonnen met de bouw. De trams werden omgeleid, de straat werd afgesloten, er kwamen hekken en toen bouwketen en opeens stonden er grote machines onder mijn raam te bulderen. En bleken ze te werken van 7 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds. Toen het gemeentelijk onderzoeksbureau ook nog eens een rapport publiceerde waarin stond dat het allemaal reuze meeviel met de overlast was de boot aan. Via de buurvrouw die bij de bakker iemand had gesproken kwam ik in contact met andere mensen in de straat die het zat waren en voordat we het wisten stonden we opeens bij een vergadering van de stadsdeelraad. En kregen we in de gaten dat er in de politiek hele andere spelregels golden dan in het dagelijks leven. Die leerden we met vallen en opstaan.

Die eerste periode moesten we vooral hard werken om serieus genomen te worden. Want tot mijn grote verbijstering bleek dat er op geen enkel niveau was nagedacht over de mensen die in de straat woonden. Voor bewoners was een communicatieprotocol opgesteld en daar bleef het wel zo’n beetje bij. Toen we lawaai gingen maken werd er gewoon nog meer gecommuniceerd en waren ze verbaasd dat we daarna nog steeds bleven zeuren. Pas toen wethouder Van der Horst een keer zelf kwam kijken kwam er beweging in. Die man stond in de standaard VVD-modus en had tot dan toe erg weinig belangstelling voor bewoners getoond, maar tijdens een rondleiding door de straat keek hij verbaasd naar de bouwhekken en naar de klodders modders die tegens de gevels spatten als zo’n graafmachine zijn lading dumpte in een klaarstaande vrachtwagen. “Als ik thuis nieuwe keukenkastjes ophang dan scherm ik de boel beter af dan hier met deze schutting. Ik begrijp niet wat het probleem is bij zo’n groot bouwproject.” Binnen een week werden de schuttingen aangepast.

Op die manier moesten we als bewonersvereniging die eerste jaren ieder dingetje opnieuw bevechten. In plaats van tot 10 uur ’s avonds werd er nog maar doorgewerkt tot 7 uur ’s avonds. Behalve in noodgevallen. En wij konden in de gaten houden of het echt een noodgeval was, dat was dan wel weer een voordeel van in die bouwput kunnen kijken. “Nee, hier moest niet nog dringend iets afgemaakt worden: die vrachtwagen reed gisteravond om 10 over 7 nog het bouwterrein op en toen hebben ze gewoon tot na 9 uur doorgewerkt.” “Lullig dat er geen metingen zijn gedaan naar het geluid van de vorige dieselgeneratoren, maar deze nieuwe generatoren maken echt heel veel meer lawaai dan die andere.”

Het stadsdeel Oud-Zuid was de eerste die doorkreeg dat er met ons best te praten viel, dat wij geen hardcore-actiegroep waren die de boel wilde saboteren maar gewoon bewoners die het vervelend vonden dat hun woongenot werd aangetast. Het stadsdeel had geen enkele invloed op de bouwactiviteiten omdat de stad de Noord/Zuidlijn tot grootstedelijk project had verklaard dat boven de stadsdelen uitsteeg. Dus het enige dat ze konden doen was tandenknarsend toekijken hoe een belangrijke wijk binnen het stadsdeel op de schop ging. Door op te komen voor de belangen van de bewoners en ons te stimuleren om een bewonersvereniging op te richten hadden ze toch nog ergens invloed.

Ook het projectbureau kreeg door dat wij helemaal niet zo onredelijk waren. Nadat de Projectdirecteur een keer aan mijn keukentafel had gezeten om te vergaderen met de Bewonersvereniging werd het allemaal steeds pragmatischer. Al vonden sommige mensen dat wel lastig: praten met burgers. Zoals die bouwmanager, die toen wij vroegen wat grouten nou precies was verbaasd zei: “ja, dat kan ik wel gaan uitleggen, maar dat snappen jullie toch niet.” Die man werd gek van ons want in zijn optiek belemmerden wij hem in zijn werk. Het was een opluchting voor iedereen toen de aannemer daar een andere manager benoemde. De boel liep meteen een stuk soepeler.

En dat is mijn punt: voordat de bouw begon werd het traject in de Ferdinand Bolstraat gezien als het deel met het meeste risico. En daar is nou net alles goed gegaan. Dat het op andere plekken mis ging is natuurlijk vooral een kwestie van domme pech maar ik ben er van overtuigd dat ook heeft meegespeeld dat de bouwers in de Ferdinand Bolstraat letterlijk op hun vingers werden gekeken. Door de bewoners en ook door het stadsdeel. Daardoor werd het projectbureau gedwongen om overal boven op te zitten, om te voorkomen dat wij weer zouden gaan zeuren of om een antwoord klaar te hebben als er toch iets was. En ze konden oefenen met “bewonersvriendelijk” zijn, zodat ze de nieuwe bouwputten die er kwamen door de aannemers konden laten inrichten met geluidsarme generatoren en de schema’s voor de betonwagens al klaar lagen voordat de bouw van start ging.

Maar goed. Ik heb er veel geleerd, die paar jaar aan de bouwput. Niet alleen over jetgrouten, diepwanden en ‘decibellen aan de gevel’,  maar ook over hoe je moet inspreken bij de gemeenteraad, over hoe een ambtelijke organisatie werkt en over dat journalisten geen belangstelling hebben voor redelijke bewoners maar liever een relletje verslaan. In 2008 werd het pand waarin ik woonde verkocht aan een projectontwikkelaar en moest ik mijn huis uit. De ergste bouwoverlast in de Ferdinand Bol was toen voorbij, de bouwput was dicht en er werd onder de grond verder gebouwd aan het station. Ik ben heel benieuwd naar het eindresultaat dus ik ga binnenkort maar eens een ritje maken.

Overigens: in dit filmpje hierboven doet Pieter-Jan Hagens dik 55 minuten over de tocht van Noord naar Zuid. Dat komt omdat hij niet de kortste weg neemt maar nodeloos allerlei overstaps maakt. Als hij op het Centraal Station meteen in de sneltram naar de Rai was gestapt was hij daar in 11 minuten geweest. Maar ja, dat had zijn boodschap een stuk minder krachtig gemaakt. Kijk, daar werden bewoners nou cynisch van, van dat soort filmpjes.

One person is talking about “De stilte rondom de bouwput van de Noord/Zuidlijn in de Ferdinand Bolstraat

  1. Daar worden mensen inderdaad cynisch van! In Noord kon je al die jaren vanaf het Buikslotermeerplein zonder overstap binnen 15 minuten op het CS komen.Dat Hagens lijn 38 neemt is weliswaar ook om meer te vertellen van wat er bij de Buiksloterweg/Tolhuis pont (hij loopt over de sluisjes daar) gaat gebeuren, maar misleidend is het wel. En nu is men verplicht altijd over te stappen-ok, stap je in in Noord kom je 12 minuten later aan in Zuid of de Pijp, geen overstap meer op het CS, dat wat minder chaotisch zal worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.