Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Over de commerciële bibliotheek

21 maart 2014 | Comment

museum-delfshaven-bibl

Even voor alle duidelijkheid: commerciële openbare bibliotheken bestaan niet. Ja, er is nu een commercieel bedrijf op de markt dat bibliotheken exploiteert. Maar een commerciële openbare bibliotheek bestaat net zo min als een commerciële openbare school bestaat. Je kunt een school op commerciële basis runnen, maar dan begeef je je op de niche markt van het particulier onderwijs. Op commerciële basis een reguliere school organiseren kan niet, daarvoor zijn de kosten te hoog, je publiek te arm en zijn er teveel regels waar je je aan moet houden. Een school kost geld.

Dat geldt voor bibliotheken ook: een openbare bibliotheek kost geld. Het is een investering die je als gemeente doet, niet voor de gezelligheid maar omdat het je iets oplevert. Namelijk een beter toegeruste bevolking: burgers die zich beter kunnen redden in de samenleving omdat ze beter kunnen lezen/hoger opgeleid zijn/digitaal vaardiger zijn/meer inlevingsvermogen hebben dan zonder openbare bibliotheek. Als je als gemeente vindt dat je dat geld beter aan iets anders kunt besteden is dat uiteraard je goed recht, het is jouw geld. En er is ook niks mis met commerciële bedrijven: Karmac heeft heel slim een niche gevonden bij gemeentes waar ze in is gesprongen. Zij leveren een boekenmagazijn en dat zal zeker aan een bepaalde vraag voldoen. Maar daar krijgen ze gewoon subsidie voor, net als die stichtingen die de bestaande bibliotheken exploiteren. De term commerciële bibliotheek suggereert iets heel anders: namelijk dat het een bibliotheek is zonder subsidie. Zoals Joop van den Ende op commerciële basis theaters uitbaat: zonder subsidie maar door een goede programmering mensen verleiden om een ongesubsidieerd, duur, kaartje voor het theater te kopen.  Daarvan is in het geval van bibliotheken geen sprake: hierbij wordt het geld van de gemeenschap doorgesluisd naar een commerciële partij. Als dat zo moet zijn dan is dat maar zo. Maar dat mag je geen commerciële bibliotheek noemen, zoals op dit moment veel in de pers gebeurd. Ik begrijp dat Karmac zichzelf graag profileert op die manier, het is een heel slim geval van framing van ze. Maar het klopt niet. Het is een commerciële partij die met gemeentelijke subsidie een bibliotheek exploiteert. Als ze echt een commerciële bibliotheek zouden zijn dan zouden ze dat zonder subsidie doen. Nu is het mooi weer spelen met gemeentegeld over de rug van de bestaande bibliotheek.

Ja maar, als gemeentes dat nou willen: alleen een uitleenfunctie voor de bibliotheek? Dan moeten ze dat toch zelf weten? Dat argument doet me denken aan die moeder die haar kind alleen maar hamburgers en friet laat eten “want hij lust niks anders”. Dat is kiezen voor de gemakkelijkste weg, voor een oplossing op de korte termijn. Daar krijg je op de lange termijn problemen mee. Maar he, wie dan leeft, die dan zorgt.

Commerciële bibliotheken werden in de 18e eeuw al opgericht in Nederland, door boekhandelaren die vanuit hun winkel boeken gingen uitlenen. Dat noemden we toen winkelbibliotheken. Dat waren oprecht commerciële bibliotheken: daar zat geen idieële bedoeling achter maar het was een mooie bijverdienste voor de boekhandelaar. Die winkelbibliotheken zijn na de oorlog langzaam verdwenen in Nederland, met de professionalisering van ons vak stierven ze langzaam uit. Zelfs de leesbibliotheek in het museum in Rotterdam hierboven is niet meer te bezoeken. Misschien is de tijd nu wel weer rijp voor een nieuwe vorm van winkelbibliotheek. Maar laat de ondernemer die dat gaat opzetten dat dan doen met zijn eigen geld, zodat het ook een echte commerciële bibliotheek kan zijn. Niet een gesubsidieerde bibliotheek die zichzelf commercieel noemt. Dat is vals spelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *