Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Blogberichten

All of the posts under the "Blogberichten" category.

Nogmaals: leve Adriaan van Dis

JPET20211121_AdriaanVanDis_007_kleinweb
foto: John Peters

“We hebben afgesproken dat we elkaar zouden tutoyeren. Dat voelt voor mij een beetje onwennig want ik ben nogal wat jaren jonger dan jij maar jij hebt weer meer haar dan ik.” Zo opende Leon Verdonschot afgelopen zondag het gesprek met Adriaan van Dis dat we georganiseerd hadden in het kader van Nederland Leest.

Het was een geweldige middag. In het Royal Theater, een oude bioscoop in de binnenstad van Roermond, zaten groepjes mensen keurig op ongeveer 1,5 meter, verspreid door de zaal te luisteren naar Adriaan van Dis. Bij de kennismaking vooraf zei Leon Verdonschot dat hij er erg veel zin in had en dat hij veel vragen had voorbereid, waarop Van Dis antwoorde: “oh, maar daar geef ik toch geen antwoord op, ik wil zelf veel te graag vertellen.” Dat was een beetje overdreven, van dat geen antwoord geven, maar dat hij er zin in had was duidelijk en dat hij zijn verhaal al vaak verteld had ook. Maar het was een geweldig verhaal en het enthousiasme dat hij uitstraalde was aanstekelijk. Het werd een bevlogen gesprek, niet alleen over zijn boek ‘De wandelaar’ maar ook over taal, over niet bang zijn, over lenig blijven en in actie komen. Over maatschappelijke betrokkenheid en de verheffingsgedachte, over het n-woord, over zijn moeder en uiteraard was er ook iemand die een vraag stelde over zijn reizen naar Indonesië.

Waarschijnlijk kan elke organisator van een Nederland Leest bijeenkomst met Van Dis een vergelijkbaar enthousiast verhaal vertellen, maar ik deel het hier toch graag. Want mooie dingen moet je delen. Niet alleen het gesprek was fijn, maar ik genoot al zo van het feit dat het weer kon: in een zaal zitten en naar levende mensen luisteren in plaats van naar een scherm kijken. Naar twee mensen kijken die een echt gesprek voeren, naar elkaar luisteren en die oprecht nieuwsgierig zijn, in plaats van alleen maar persé hun gelijk willen halen. Helaas was er een aantal mensen die het toch niet aandurfden met die stijgende besmettingscijfers, zo’n zaal vol, maar de bezoekers die er waren vonden het allemaal geweldig.

Wat mij betreft is Adriaan van Dis de ideale Nederland Leest schrijver, dus complimenten aan het CPNB voor deze keuze.

In de jury

Ook dit jaar organiseert het Bibliotheekblad weer de verkiezing van Beste Bibliotheek van Nederland en van Beste Bibliotheekspecialist. Er waren dit jaar een stuk minder aanmeldingen dan in het verleden, schrijft hoofdredacteur Menno Goossen in de aankondiging, want een aantal van de bibliotheken die genomineerd waren wilde om uiteenlopende redenen niet meedoen. Dat hele proces van het samenstellen van de longlist en de shortlist heb ik van dichtbij meegemaakt omdat ik dit jaar in de jury zit. Heel leuk, om die verkiezing waar ik in het verleden vaker over geschreven heb en waar ik zelf ook ooit aan heb meegedaan nou eens van de andere kant mee te maken.

Dat sommige bibliotheken even een jaartje willen overslaan doet niets af aan de kwaliteit van de 5 bibliotheken die dit jaar genomineerd zijn want het is een heel mooi rijtje. Ja, ze zijn allemaal heel erg verschillend. En ja, het zijn appels en peren die je met elkaar vergelijkt. Maar nee, het is niet zo dat de bibliotheek met het nieuwste of het spectaculairste gebouw altijd wint. De jury vult per bibliotheek een heel formulier in en vraag 5 gaat pas over wat je vindt van het gebouw. De meeste vragen gaan over hoe de bibliotheek invulling geeft aan de verschillende functies uit de wet en over verschillende onderdelen van de organisatie.

Ik heb nog geen idee van welke bibliotheek er gaat winnen, de jury vergadert daar volgende week pas over. Eerst moet het publiek zich nog uitspreken, stemmen kan nog tot as vrijdag. De stemmen van de jury tellen dubbel, maar het lijkt me dat we in onze beraadslagingen de reacties van het publiek wel meenemen. Zo hebben we bij het samenstellen van de longlist ook die ene mail heel serieus bekeken waarin een lezer graag zijn eigen filiaal wilde nomineren omdat de medewerkers altijd zo aardig waren. Uiteindelijk besloten we dat zoiets toch niet voldoende reden was om op de longlist te komen.

Zelfs als je niet van plan bent om te stemmen is het toch leuk om alle filmpjes te bekijken, zowel van de genomineerde bibliotheken als van de specialisten, want die zijn allemaal ontzettend verschillend. Maar bij elkaar geven ze een mooi beeld van de verschillende aspecten van ons werkveld. En als je dan toch al die filmpjes hebt bekeken kun je net zo goed even stemmen.

Dave Grohl vertelt een verhaaltje

Dave Grohl leest in het Britse tv-programma CBeebies een verhaaltje voor. Alleen dat al vind ik leuk, maar hij doet het ook nog eens heel erg goed, je merkt dat hij ervaring heeft met kinderen: “I love this story because it was written by someone who plays the drums, just like me.” En die ‘someome’ is dan zijn ‘hero’ Ringo Starr. De kinderen die dit filmpje zien hebben geen idee wie Ringo Starr is en ook niet wie Dave Grohl is, lijkt me. Maar dat ze allebei drummen en dat je daarom vrienden bent, dat snappen kinderen dan weer wel.

Overigens is dat boek Octopus’s Garden gebaseerd op het gelijknamige liedje van Ringo Starr, het enige lied van zijn hand dat de Beatles ooit hebben opgenomen. CBeebies is een programma van de BBC voor kinderen in de voorschoolse periode, op de bijbehorende website staan niet alleen filmpjes en allerlei knutseltips maar er is ook een aparte afdeling voor ouders met opvoedtips.

Het enige minpuntje vind ik dat hij niet voorleest, of zelfs maar met een boek wappert. Hij vertelt hij het verhaaltje uit zijn hoofd bij de bewegende plaatjes. Maar goed, je kunt niet alles hebben. Vorige week verscheen een boek van Grohl, The Storyteller, en uit de toelichting daarbij klinkt een enorme lol door in verhalen vertellen en schrijven. Dus die liefde voor vertellen heeft hij wel. En nu ik het toch over Dave Grohl heb wijs ik jullie ook nog graag even op die ene keer dat hij demonstranten van de Westboro Baptist Church, die bij een concert van hem in Kansas stonden te demonstreren, toezong. Werd ik ook wel blij van.

Bibliothecarissen, laat je zien!

Wilma van Wezenbeek en ik werden voor de OCLC contactdag geinterviewd door Sander Schimmelpenninck. Na afloop spraken we af dat we daarover samen een blog zouden schrijven, bij deze. Ditzelfde verhaal publiceert Wilma (in het Engels) op haar eigen blog.

Het was leuk om te doen, ook voor ons was het verrassend wat het gesprek met Sander Schimmelpenninck zou opleveren. Bij onze kennismaking vooraf wilde hij dat we niet te veel “kruit zouden verschieten” omdat we dan tijdens ons gesprek/interview geen gespreksstof meer zouden hebben. Dus het was een redelijk spontaan gesprek, waarbij je dan achteraf nog wel eens denkt dat bepaalde dingen niet aan bod zijn gekomen, of niet helemaal goed belicht. Dat hoort er natuurlijk ook bij.

Voor mij, Wilma, was de kennismaking met Jeanine een fijne bijkomstigheid van het gesprek. Een bibliothecaris die net als ik (hoewel ik me altijd directeur noemde) wel houdt van een beetje lef tonen, en dingen doen of waarmaken (en er niet te veel over praten). Wat een mooie voorbeelden noemde Jeanine over haar bibliotheek, en het belang van de sector. Zeker nu we een beetje zijn bekomen van de periodes van lockdown, merken we hoe belangrijk het is om elkaar te ontmoeten, en de bibliotheek is daar een inspirerende plek voor.

Toen ik ons gesprek voorbereidde, dacht ik vooral na over wat ik uit de COVID-19 periode heb geleerd tijdens mijn directeurschap bij Student- en Onderwijszaken bij de VU, en wat daarvoor relevant zou kunnen zijn voor de (universiteits)bibliotheken. We zijn in het onderwijs versneld terechtgekomen in de discussie waar online onderwijs een toegevoegde waarde kan hebben, hoe we ons onderwijs flexibel kunnen inrichten (modulair, voor verschillende doelgroepen), en hoe open we willen of kunnen zijn. Termen als leven lang ontwikkelend activerend blended onderwijs en, zeker bij de VU community service learning en het mixed classroom concept staan stevig op de agenda. Een van de gedachtes die ik daarbij heb is dat als je uitgaat van een leven lang ontwikkelen, je iedereen in feite als een student, beschouwt, en niet alleen die periode telt die je (gemiddeld) tussen je 18de en 24ste doorbrengt als Bachelor- en/of Masterstudent aan een hoger onderwijsinstelling. Er komen (meer, ze zijn er ook al) kortere modules waar je je in een werkzaam leven voor kunt inschrijven, je kunt kiezen om vakken op verschillende instellingen te volgen, en daarbij worden ook de landsgrenzen overschreden. De openbare en universiteitsbibliotheken kunnen de communities van al deze lerende gezamenlijk ondersteunen, in het aanleren van algemene (digitale) vaardigheden, en het bieden van een plek om elkaar te inspireren, omdat dé campus minder gelinkt zal worden aan dé studie.

Voor mij (Jeanine) was de kennismaking met Wilma heel verrassend omdat je opeens in direct contact komt met iemand uit een heel ander deel van het brede spectrum dat bibliotheekwerk heet. En met iemand aan tafel zitten en verhalen delen is toch heel anders dan tweets voorbij zien komen van mensen die in academische bibliotheken werken. Alleen al het feit dat Wilma mij de aanzet tot dit blog via Sharepoint stuurde is daar een voorbeeld van. Want ik ken niet veel openbare bibliotheken die daar mee werken, voor mij is het althans de eerste keer.  

Wilma had voor dit gesprek / interview een aantal voorwerpen meegenomen, aan de hand waarvan zij haar verhaal rondom de thema’s die OCLC voor de contactdag had vastgesteld wilde vertellen. Daar was ik wel een beetje jaloers op, op die goede voorbereiding, want ik was vooral bang dat ik aan de slag zou moeten met beelden van boetes, strenge biebjuffen en andere persoonlijke associaties uit het verleden. Gelukkig werd het een heel open gesprek waarin Sander nieuwsgierig was en goed luisterde en waarin we onder andere terug keken op de afgelopen periode van aangepaste dienstverlening. Alhoewel die tijd op het eerste gezicht in de academische wereld heel anders verliep dan bij de openbare bibliotheken bleken er bij nader inzien toch veel overeenkomsten te zijn. We moesten allebei dicht, maar de dienstverlening van universiteitsbibliotheken is al voor een belangrijk deel digitaal dus dat vraagt ‘alleen maar’ een andere manier van organiseren. De openbare bibliotheek bestaat bij de gratie van het directe contact (met boek, personeel en andere bezoekers) dus voor ons was het veel meer een zoektocht. Dat resulteerde niet alleen in zaken als de afhaalbieb maar ook in nieuwe vormen van digitale dienstverlening aan bijvoorbeeld scholen en kinderdagverblijven. 

Eén van de pijlers van het thema van de contactdag is Versterken. We denken dat de andere pijlers hiermee onlosmakelijk verbonden zijn. Door onze kennis en die van anderen te delen, kunnen we zorgen voor verbinding. En als we dat op een innovatieve manier doen, versterken we onze positie. Sander vroeg of we niet meer voor onszelf moeten opkomen, of we ons niet te veel op de achtergrond stellen. Dat is natuurlijk niet een oproep aan ons Jeanine en Wilma, maar aan ons allemaal. Show our case!

Overigens is het interview hier terug te kijken.

De positie van cultuur in dit land

Begin deze week verscheen dit filmpje op social media. Het is reclame voor De Kleine Komedie in Amsterdam. Hele effectieve reclame want ik krijg er subiet zin van om naar het theater te gaan. Het is een pastiche op het liedje ‘Wat voor weer zou het zijn in Den Haag’ van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink. De nieuwe tekst is van Arjen Lubach, Edo Schoonbeek en Diederik Smit. Een hele goede tekst vind ik maar het filmpje dat ze er bij gemaakt hebben vind ik bijna nog beter, daarom deel ik het hier graag.

Al die artiesten die zo dapper iets anders gaan doen om hun brood te verdienen maar het dan toch niet kunnen laten om weer terug naar het theater te gaan. Prachtig, die bevlogenheid. Vandaag las ik de column van Leon Verdonschot in de Nieuwe Revue en die sluit daar zo mooi bij aan dat ik jullie daar graag even allemaal op wijs. Die column kun je hier zelf lezen, doe dat vooral. Verdonschot schrijft elke week een open brief aan iemand uit de actualiteit. Dit keer schreef hij een brief aan Prins Bernhard, naar aanleiding van het verzoek aan Chef’ Special om op te treden tijdens de Formule I wedstrijden. Hij bedankt de Prins voor die actie want volgens hem vat die uitnodiging feilloos samen wat er allemaal niet deugt aan de positie van cultuur in dit land. “Chef’Special diende te spelen om de tijd tussen de races te doden. Want dat is cultuur: een pauzeact.

Minachting op minachting, jaar na jaar, tegenover een sector die de dupe is van zijn eigen beschaving en zelfredzaamheid: artiesten rijden nou eenmaal niet met een tractor het provinciehuis binnen, die gaan zelf maar weer op zoek naar andere mogelijke verdienmodellen.” Of die maken een geestig liedje met een humoristisch filmpje. Want daar zijn ze goed in. Net zoals boeren goed zijn in tractor rijden (nou ja, je snapte de vergelijking..). Alleen worden die boeren wel serieus genomen, zelfs als ze zich als kleine kinderen gedragen en worden de kunsten weggezet als een luxe. Of een pauzeact. Bah.

De voetballer die wil dat kinderen meer lezen

Ik weet echt niks van sport. Dat de Olympische Spelen zijn afgelopen weet ik alleen maar omdat ik dat op het nieuws gehoord heb. Maar toch zat ik een paar weken geleden te googelen wie Marcus Rashford was. Iedereen die al weet wat voor een ontzettend sympathieke jongen dat is en die ook al weet hoeveel goede dingen hij doet mag nu ophouden met lezen, maar ik wil dit verhaal graag delen omdat ik er zo vrolijk van word. Ik googelde hem vanwege deze tweet die met veel instemming werd geretweet door een Britse bibliothecaris.

Ik vroeg me af waarom die bibliothecaris hier zo blij van werd want dit is wat elke professionele leesbevorderaar zegt. Eén muisklik leerde me dat dit geen onderwijzer of bibliothecaris was maar een voetballer. En na dat gegoogel wist ik ook dat het niet zomaar een voetballer is. Behalve dat hij goed kan voetballen is hij ook heel sociaal bewogen. Vorig jaar begon hij een actie om kinderen uit arme gezinnen die tijdens de zomervakantie honger hadden omdat ze geen schoolmaaltijden meer kregen, van gratis maaltijden te voorzien. Die actie werd zo groot dat het regeringsbeleid uiteindelijk werd aangepast en Rashford er een koninklijke onderscheiding voor kreeg. Daar verwijst dat MBE achter zijn naam naar, hij is Member of The Most Excellent Order of the British Empire. Overigens werd dat regeringsbeleid na een paar maanden weer teruggedraaid waarop een aantal grote bedrijven besloten om het initiatief over te nemen.

Vorig najaar werd een nieuw initiatief bekend: Rashford wil het lezen bij kinderen in achterstandsgebieden gaan bevorderen. ‘I only started reading at 17, and it completely changed my outlook and mentality. We know there are approximately 400,000 children across the UK today who have never owned a book, children who are in vulnerable environments. That has to change.’ Om dat voor elkaar te krijgen heeft hij een deal gesloten met een grote uitgeverij voor een book club en gaat hij zelf boeken voor kinderen schrijven. Die book club ging in juni van start: er werd een boek geselecteerd dat niet alleen flink werd gepromoot maar waarvan ook 50.000 exemplaren gratis werden uitgedeeld via Magic Breakfast, een organisatie die gezonde schoolontbijten verzorgd.

Vlak voordat de leesclub begon verscheen het eerste boek van zijn eigen hand: You Are a Champion, een boek voor kinderen tussen 9 en 12 jaar over “how to be the best you can be”. Met verhalen uit zijn eigen leven wil hij kinderen inspireren en zelfvertrouwen geven: ‘you can’t be a champion until you’re happy being you!’ Het boek werd vrijwel onmiddelijk een bestseller. Het is hem gegund. Overigens begreep ik dat hij ook, net als zijn collega’s van dure horloges en prive-jets houdt. Want hij blijft een voetbalinternational, van 23 jaar. Met het hart op de goede plek.

Toen het water kwam

Roerkade, 16 juli 2021

“We moeten het over de borrel hebben” zei Michelle maandagochtend. “Over de personeelsborrel, want het gaat regenen.” Het was de eerste dag na mijn vakantie en ik had net verteld over het enigszins teleurstellende weer dat ik had gehad. Die personeelsborrel stond gepland voor donderdag. Om te vieren dat het eindelijk weer mocht, met meer mensen bij elkaar komen en iets gezelligs doen. En om de Coronaperiode af te sluiten. Het jaarlijkse personeelsetentje was niet doorgegaan, de Nieuwjaarsborrel niet en ook van collega’s met een nieuwe baan hadden we op aangepaste wijze afscheid genomen, dus we hadden er zin in om weer eens iets gezamenlijks te doen. Vanwege de zomer (en ok, ook vanwege corona) zochten we iets in de buitenlucht maar alle strandtenten hadden het druk dus we hadden een dakterras geregeld. Voor wie zich verbaasd over die strandtenten: de Maasplassen bij Roermond vormen een bekend watersportgebied dus je kunt hier leuk aan het water zitten. Het werd het dakterras van een hotel, met uitzicht op de Roer en een bar en een barbecue. Daar verheugde ik me op maar volgens Michelle konden we het beter afzeggen omdat het ging regenen. “Kom op! Het is Juli! We zijn toch niet van suiker? Een paar druppels kunnen we toch wel hebben?” Maar Michelle hield vol en na bestudering van diverse weerwebsites moest ik haar gelijk geven. De regen zou dinsdag beginnen en vrijdag pas weer ophouden en aangezien het dakterras in kwestie geen binnenruimte had hebben we de borrel maar afgezegd.

Daarna maakten we ons in eerste instantie eigenlijk alleen maar zorgen over ons dak, want we hebben de afgelopen jaren een aantal lekkages gehad. Zouden de reparaties afdoende zijn of zitten er nieuwe zwakke plekken in het dak? Dinsdag ging het inderdaad regenen: motregen en slagregens wisselden elkaar af maar gelukkig hield ons dak het vol. En toen waren daar opeens die beelden uit Valkenburg van ondergelopen straten en drijvende auto’s. Ongekend, dit waren beelden die ik alleen uit het journaal kende van verre buitenlanden. Woensdag kwamen de eerste berichten over het hoogwater dat verwacht werd in de Roer, die vlak bij het centrum van Roermond de Maas instroomt maar ik kon me er nog steeds niet veel bij voorstellen. Op donderdagmiddag was ik even bij de Maas: die stond niet opvallend hoog maar stroomde wel ontzettend snel. Zulke sterke stroming had ik nog nooit gezien. En ok, het water in de Roer stond wel echt heel erg hoog. Twee uur later kwam het bericht dat delen van de stad geevacueerd moesten worden omdat er veel water onderweg was. Daarna werd het opeens spannend: de Maas trad buiten zijn oevers en de Maasplassen stroomden over zodat er één grote, aaneengesloten watervlakte ontstond.

Gelukkig is het hier allemaal goed afgelopen, en dan bedoel ik dat we niet zulke dramatische taferelen hadden als langs de Geul. Bewoners zijn inmiddels weer terug naar hun huizen en als straks al het water bij de Maasplassen weer gezakt is zullen we zien hoeveel schade er is veroorzaakt. Het water is de binnenstad niet in geweest, dus de bibliotheek is droog gebleven. Het enige wat we er van gemerkt hebben is dat de afgelopen dagen steeds meer wegen richting het centrum werden afgesloten zodat het voor collega’s die niet in Roermond wonen lastig werd om de bibliotheek te bereiken en de auto te parkeren. Maar wij mogen in onze handjes knijpen dat het daarbij gebleven is. De collega’s uit Valkenburg zagen op het journaal hun bibliotheek omringd door water maar gelukkig is het water daar niet verder gekomen dan de kelder. Terugkijkend verbaas ik me vooral over hoe snel alles gegaan is. Hoe snel het water kwam en hoe snel daarna alles ging.

Aanstaande donderdag hebben we onze uitgestelde personeelsborrel. Op dat dakterras. De voorspelling is 24 graden en 0% kans op regen. Ik denk dat ik daar extra hard van ga genieten.

Leve Adriaan van Dis

Twee weken geleden schreef Adriaan van Dis een discussiestuk voor de Akademie van Kunsten met als titel: De zachtekrachtenleesknokploeg. Datzelfde stuk verscheen een paar dagen later (in aangepaste vorm) op de opiniepagina van De Volkskrant, onder de titel Moeten we een zachtaardige knokploeg oprichten om de ontlezing te bestrijden?. En gisteren zat Van Dis in het tv-programma Buitenhof met ongeveer dezelfde boodschap waarin hij zich rechtstreeks tot jongeren richtte met de oproep om meer te lezen.

Nou vond ik Adriaan van Dis altijd al een interessante schrijver maar ik dreig een soort fangirl te worden want ik vind het allemaal even geweldig wat hij doet. Zeker nadat ik hem had gehoord in de podcast van Gijs Groenteman, waarin hij vertelt hoeveel zin hij heeft in de gesprekken met lezers als Nederland Leest straks weer begint. Dat kan ik me voorstellen, want De Wandelaar (het Nederland Leest boek) leent zich daar uitermate goed voor. En ook zijn nieuwste roman Klifi schreeuwt om een gesprek over de inhoud, over hoe realistisch die science fiction is en over de fijne details in dat verhaal. Hij komt naar Roermond, in november, en ik zit me daar nu al enorm op te verheugen.

Helpt dat nou, dat hij zo’n oproep doet? Want hoeveel jongeren kijken er nou naar Buitenhof? En die Van Dis is toch veel te oud, daar luisteren jongeren niet naar. En kijk eens wat een knoepert van een spelfout er in die tweet van Buitenhof zit, ze moeten daar zelf eens wat meer lezen. Trouwens, die omroepen kunnen beter een leuk boekenprogramma maken, dat helpt meer dan zo’n suffe oproep. Volgens Twitter dan. Maar dat vind ik geneuzel, ik weet zeker dat het wel helpt, deze oproep. Want het kan niet vaak genoeg gezegd worden dat lezen belangrijk is. Hoe vaker mensen dat horen, uit hoe meer verschillende invalshoeken, hoe beter die boodschap overkomt. En dan heb ik het nog niet eens over het literair-wetenschappelijke of het culturele aspect van lezen, maar puur over het kilometers makende deel. Over veel lezen, zodat je het goed kunt, zodat je later als je groot bent en de maatschappij in moet je tenminste een fatsoenlijk mailtje kunt schrijven. Of de websites begrijpt waar je al die grote-mensen-dingen moet regelen. Ik denk dat zo’n boodschap van Adriaan van Dis beter aankomt, of in elk geval een groter publiek bereikt, dan wanneer ik of willekeurig welke bibliotheekdirecteur, precies hetzelfde zegt.

Dus alstublieft meneer Van Dis: blijf het lezen promoten, blijf als een evangelist de boodschap verspreiden. En ja, misschien moeten we wel zo’n zachtekrachtenleesknokploeg oprichten. Ik wil wel mee doen. Alleen al het feit dat de koppenmaker van de Volkskrant (laten we die de schuld maar geven) dat prachtige woord heeft veranderd in ‘een zachtaardige knokploeg’ geeft aan dat er veel te weinig gelezen wordt. En dat zo’n knokploeg dus broodnodig is.

“Laten we weer leren lezen en twijfelen. Doe iets.”

Weer open

Oh jongens, zijn jullie ook zo blij dat we weer open zijn? Zo fijn dat er weer geroezemoes te horen is in de bibliotheek, dat er weer mensen rondlopen tussen de kasten en dat er weer studenten in de studiezaal zitten. In tegenstelling tot de afgelopen vijf maanden toen de enige geluiden de stofzuiger van de schoonmaker en het gerammel van de boekenkarren van de afhaalbieb waren en de enige mensen die er rondliepen de mannen waren die het sprinklersysteem kwamen controleren of de lift. Dat voelde zo akelig, zo onnatuurlijk, zo’n uitgestorven bibliotheek dus ik ben heel blij dat de mensen weer binnen mogen. En ja, het is gedoe met dat registreren maar hé we zijn een bibliotheek he, dus met registratiesystemen hebben we ervaring. Laat het maar aan ons over om daar een systeempje voor te verzinnen.

Ik ben echt blij dat we weer open mogen, echt waar. Applaus en bloemen voor de lobby die dat voor elkaar heeft gekregen. Maar ik ben ook wel verdrietig dat zo’n lobby nodig was. En dan bedoel ik niet specifiek een lobby voor bibliotheken, maar ik vind het lastig dat nu zo duidelijk wordt dat wij een regering hebben die commerciële belangen boven alles stelt, die zelfs een soort van minachting koestert voor alles wat met cultuur te maken heeft. Volgens Nelleke Noordervliet is het geen minachting, maar angst. Zij schreef dit weekend in het NRC:Kunst is veelvormig en ongrijpbaar” en daar houden Nederlanders niet van. Wij vermijden het liefst ophef en conflicten. “Nederland beheerst zijn angsten met overeenkomsten, afspraken, regels. Het karakter van kunst is nu juist dat ze, op zoek naar de unieke ervaring, regels overtreedt, verandert, herschrijft, bespot.” Mooi stuk, maar het klopt niet. Of het is althans erg overdreven. Dat geeft niet want ik heb het met plezier gelezen. Ik denk dat Sander Schimmelpenninck beter in de buurt kwam in zijn column over de mondkapjeshandel van Sywert van der Linden: “Toch is het logisch dat wij in Nederland inmiddels meer takers dan makers hebben. We hebben deze eeuw immers alleen maar premiers gehad die het verkeerde soort ondernemerschap aanmoedigden. Wie kan verbaasd zijn dat Sywert een bv voor eigen gewin opricht, als we al twee decennia horen dat Nederland óók een bv is?

Als je het land ziet als een bedrijf dan is het niet zo raar dat commerciële belangen altijd voorrang krijgen en dat alles daar ondergeschikt aan wordt gemaakt. Maar goed, wij mogen weer open. Want wij zijn geen cultuur maar we hebben een maatschappelijke functie. Ook best belangrijk.

En voor de degenen die denken dat we de afgelopen vijf maanden alleen maar boeken hebben lopen schuiven in de afhaalbieb: maak je geen zorgen. Die gedwongen sluiting heeft ook mooie dingen opgeleverd: de Boekstartcoaches ontvingen jonge ouders op afspraak in de bibliotheek, er waren spreekuren op afspraak over digitale vaardigheden en de leesconsulenten verzonnen het ene creatieve idee na het andere om leerlingen op afstand aan het lezen te houden. Een aantal van die nieuwe dingen houden we vast. Maar ik ben blij dat mensen de bibliotheek weer in mogen. En onze bezoekers zijn zo mogelijk nog blijer. En daar doen we het voor.

Een gedicht waar je wat aan hebt

Het Poëziecentrum in Gent vergadert blijkbaar te veel, want ze zijn op zoek gegaan naar een goede manier om een Zoom-meeting vroegtijdig te verlaten. Een betere manier dan “veinzen dat je internetverbinding wordt verbroken, jezelf bevriezen in beeld, zorgen dat nét wanneer je er genoeg van hebt, de batterij van je laptop leeg is”. Daarom vroegen ze dichter Edward van de Vendel om een ‘elegant poëtisch excuus’ te schrijven. Dat was een goede keuze, want Van de Vendel is de schrijver van de bundel ‘Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt‘, ondertitel: gedichten waar je wat aan hebt.

En inderdaad: ook voor dit probleem heeft Van de Vendel een oplossing in de vorm van een gedicht. Om te demonstreren hoe je dat dan doet maakten ze er bij het Poëziecentrum ook nog een filmpje bij, waarin Robby Cleiren het voor doet. Ik zou het zelf ietsje tactischer brenger, maar het werkt wel. Waarschijnlijk is de tip de ze er bij geven om de tekst van het gedicht in het chatvenster te plakken effectiever.

Mocht je het prachtige boek van Van de Vendel niet kennen dan kun je hier een idee krijgen van wat voor soort gedichten het zijn. In het fragment leest de dichter het gedicht ‘Wat je moet doen als je super blij bent’ voor. Doe er je voordeel mee.

get_footer() ?>