Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Boter op het hoofd : the sequel…

29 juni 2011 | 5 Comments

Mijn vorige post heeft nogal wat reacties opgeroepen, zowel hier als op twitter. Genuanceerd maar niet al te uitvoerig schrijven is blijkbaar een kunst die ik niet zo beheers.

Daarom nog even voor alle duidelijkheid:

Nee, ik ben niet tegen expertise van buitenaf.

Nee, ik vind niet dat bibliothecarissen altijd gelijk hebben.

Nee, ik vind niet dat je je alleen maar bibliothecaris mag noemen als je een diploma van een bibliotheekschool hebt.

Nee, ik vind niet alle directeuren en leidinggevenden stom (voor alle duidelijkheid: ik hoor zelf tot die categorie).

Nee, ik vind niet dat de bibliotheek net zo moet blijven alstie altijd is geweest.

en

Ja, ik vind dat veel bibliothecarissen zich te passief opstellen en hun eigen verantwoordelijkheid ontlopen. (duiken en hopen dat de bui wel zal overwaaien)

Ja, ik vind dat veel leidinggevenden op een verkeerde manier met die passiviteit omgaan. (roepen dat “ze” niks willen)

Ja, ik vind dat veel bibliotheken te hard meewaaien met externe ontwikkelingen en daarbij het doel van de bibliotheek te zeer uit het oog verliezen.

Ja, de bibliotheek moet onder ogen zien dat zijn traditionele functie in een neerwaartse spiraal zit en daar als de sodemieter een antwoord op verzinnen.

En ja: als “de bibliotheek” slim is doet ie dat laatste als geheel. Met gebruik van alle expertise die er in de organisatie aanwezig is, van zowel de bibliothecarissen (met/zonder diploma) als de andere deskundigen. Waarbij ieders deskundigheid op waarde wordt geschat en niet wordt weggezet onder de noemer “die heeft ook altijd wat te zeuren” of  “die weet niet hoe het in de praktijk gaat”. Als het in jouw organisatie al op deze manier gaat: mooi zo, hou dat vol! Maar in een heleboel organisatie gaat het niet zo, en daar wilde ik even de aandacht op vestigen.

5 people are talking about “Boter op het hoofd : the sequel…

  1. Tja, Jeanine, al te genuanceerd schrijven levert qua discussie ook niet zo veel op, goed dat je het onderwerp (weer) aanwezigelt.

    In de Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk van december 2009 schreef ik, onder het kopje Mopperen, in een soort eindejaarsbeschouwing, o.a. het volgende:

    “Wat mij, bij de ongetwijfeld vele goede bedoelingen en nagestreefde resultaten, tegenstaat in de officiële bibliotheekinnovatie met OCW-gelden is de verregaande bemoeienis van ambtenaren en organisatieadviseurs met het bibliotheekvak. Maar dat ligt ook aan de bibliothecarissen. Vergeleken met veel andere beroepen was het vak van bibliothecaris altijd al zwak, als je kijkt naar kenmerken die je kunt hangen aan een duidelijk vak: beroepsopleiding, een set van specifieke kennis en vaardigheden die niet makkelijk te verwerven en onderhouden is, een beroepsorganisatie, een professioneel statuut, beroepstrots, beroepseer, een flink salaris binnen de beroepskolom, dus los van het management. Maar in plaats van sterker lijkt het vak wel zwakker te worden, het gaat echt “van vak naar baan”. We laten ons door ambtenaren en organisatieadviseurs – nogmaals met de beste bedoelingen – vertellen hoe het allemaal moet.
    Wat er ook aan bijdraagt is dat je manager moet worden, wil je in de openbare bibliotheekbranche een beetje aardig inkomen verdienen. Maar daarmee sta je meestal veel verder van de inhoud af. Ondertussen zijn managers wel op alle fronten de dominante partij in de branche en de voornaamste gesprekspartner van de adviseurs geworden. Ook dat laten bibliothecarissen zich zonder veel tegenspel aanleunen.

    Ik vind het goudklompjesproject een sympathiek project, waar je natuurlijk heel makkelijk lacherig van kunt worden, gezien de soms fröbelachtige resultaten, maar ten diepste was en is het een poging om bibliothecarissen weer wat beroepstrots bij te brengen en om te laten zien dat echte vernieuwing van onderaf uit de beroepsgroep zou moeten komen. Dat neemt niet weg dat er ook focus nodig is en dat innovatieve ideeën omgezet moeten worden in aansprekende dienstverlening. Maar de grote vraag is en blijft of er zich in het digitale tijdperk nog een vernieuwd vak bibliothecaris gaat vormen of dat het vak wegens overbodigheid uitgestorven raakt. Gaat het bibliotheekwerk helemaal over in handen van ICT’ers, marketingdeskundigen en organisatieadviseurs?”

    Ben benieuwd wat de innovatieve, multidisciplinaire LibrarySchool gaat onderwijzen aan jonge, veelbelovende talenten die het openbare bibliotheekwerk hoog gaan houden: http://www.bibliotheekblad.nl/nieuws/nieuwsarchief/bericht/1000001043/libraryschool_krijgt_steun_van_aantal_bibliotheekorganisaties

  2. @ Wim,
    Tsja, in dat fragment sla je wat mij betreft de spijker op zijn kop. Maar je hebt gelijk hebben en gelijk krijgen las ik vanmiddag nog op Twitter en ik heb er een hard hoofd in of wij dat gelijk ooit gaan krijgen.
    Je constatering dat je manager moet worden om een behoorlijk salaris te verdienen is overigens niet typisch voor de bibliotheekbranche, dat geldt volgens mij overal. In de gezondheidszorg en het onderwijs hoor je in elk geval dezelfde klacht. Het is de verantwoordelijkheid van de manager om het contact met de praktijk te blijven houden, en daar ging mijn stukje (o.a.) over.

  3. Jeanine, vat ik jouw mening goed samen met de woorden ‘terug naar de inhoud’? Die roep om de kern van bibliotheekwerk (passie, verhalen, mensen) op te zoeken klinkt in mijn omgeving steeds luider, in ieder geval.

  4. @ Pieter,
    Al vanaf dat ik dit blog begon (3,5 jaar geleden) roep ik dat bibliothecarissen zich niet zo opzij moeten laten schuiven door alle externe deskundigheid die de branche binnenkomt. Die deskundigheid moeten we zeker binnenhalen maar die moet ondersteunend aan het doel van de bibliotheek zijn en niet een doel op zich worden.
    Anders gezegd: “laat de inhoud niet in de steek” maar dat zou je ook kunnen vertalen met “terug naar de inhoud” inderdaad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *