Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Over guerilla librarians en catalogusbakken

Een podcast over collectievorming. Klinkt supersaai. Maar ik raad iedereen aan om hem te beluisteren. Want het is een geweldig verhaal, het wordt smakelijk verteld en het is heel interessant. Een woest avontuur met een bibliotheekdirecteur als de grote schurk en bibliothecarissen die in opstand komen, zich ‘guerilla librarians’ noemen en stiekem de bibliotheek insluipen.

Ik kan de podcast niet embedden in mijn website dus je zult op de link moeten klikken of hem op je favoriete podcast platform moeten opzoeken. Het is een aflevering van de show 99% Invisible en deze aflevering heet Weeding is Fundamental. Voor wie het niet wist: ‘weeding’ is het Engelse woord voor afschrijven. Of nou ja, ‘weeding’ betekent gewoon ‘wieden’ maar dat woord gebruiken onze Engelstalige collega’s wanneer wij afschrijven zeggen. Eigenlijk is dat een veel beter woord. Dat wordt in deze podcast ook uitgelegd: dat je net zoals je een tuin moet wieden ook een bibliotheekcollectie moet bijhouden om te voorkomen dat hij overwoekerd raakt.

99% Invisible is een hele bekende podcast, over ‘all the thought that goes into the things we don’t think about — the unnoticed architecture and design that shape our world’. Ooit gestart als een project van o.a. het American Institute of Architects in San Francisco. Niet alleen over architectuur en stedenbouw maar ook over design, geschiedenis en technologie. De reden dat ze deze podcast over afschrijven maakten heeft te maken met het gebouw van de bibliotheek van San Francisco.

Het is niet alleen een spannend verhaal maar het is ook interessant voor iedereen die niet in een bibliotheek werkt, of geen bibliotheekopleiding heeft gehad, want je krijgt een goed beeld van een aantal internationale bibliotheekprincipes, die duidelijk worden uitgelegd. En het is interessant voor iedereen die wel een bibliotheekopleiding heeft gehad, of die zich met collecties bezig houdt, want je krijgt een beeld van hoe ze in de VS aan collectievorming doen. Wij hebben niet zoiets als MUSTY, maar de principes blijven hetzelfde. En soms is het heel herkenbaar.

Het is ook nog eens een fraai staaltje bibliotheekgeschiedenis, dit verhaal. Het speelt zich af in de jaren ’80 en ’90 en dit soort discussies werden in die tijd veel gevoerd. Overigens is die (inmiddels niet meer zo) nieuwe bibliotheek ontworpen door architect James Ingo Freed, van bureau Pei Cobb Freed & Partners. Ik ben er geweest, in die bibliotheek. Een paar jaar na de opening. Jammer, dat ik dit verhaal toen niet kende, maar met terugwerkende kracht herken ik het wel.

Voor wie niet naar de podcast kan of wil luisteren is het hele verhaal ook terug te lezen op de website van 99% Invisible. Maar dan mis je wel de broeierige stem van de verteller en de stemmen van de bibliothecarissen die hun verhaal doen. Met dank aan Egid voor de tip.

De lege stad


Het ultieme Coronakunstwerk: fotograaf Kadir van Lohuizen rijdt door een uitgestorven Amsterdam en filmt de lege straten. De zon schijnt, de stad ligt er schitterend bij maar de mensen ontbreken. Tijdens die hele rit zijn er 3 fietsers te zien en af en toe zie je een verdwaalde voetganger op het trottoir, maar verder nergens mensen. En geen auto’s.

Nou is de stad op zondagochtend om 8 uur altijd wel leeg, maar niet zó leeg. In normale tijden zijn er altijd wel taxi’s die over de trambaan scheuren en vuilnismannen en schoonmaakploegen. Nu niks van dat alles. Van Lohuizen benadrukt dat ook nog eens in zijn commentaar: “Amsterdam Museum, ook dicht”. In zijn introductie op het filmpje noemt hij het een hommage aan Ed van der Elsken en zijn film ‘My Amsterdam’ (of eigenlijk ‘Een fotograaf filmt Amsterdam’). Die film uit 1983 begint met zo’n zelfde tocht door een verlaten stad, ook versneld afgespeeld, maar is daarna vooral een liefdesverklaring aan de mensen in die stad. Hij filmt de mensen onbekommerd en soms erg uitgebreid. Op de meeste beelden is de stad alleen maar een decor en zie je hoogstens aan een bordje bij de tramhalte waar het is. De film is hier in zijn geheel terug te zien, hij duurt bijna een uur. En op youtube zijn er veel verschillende fragmenten terug te vinden. Je hoort dan ook diezelfde nerveuze dwarsfluit, die daar ook veel te hard klinkt.

Ik vind het een prachtige film, die van Kadir van Lohuizen. En ja, de mensen houden zich steeds minder aan de lockdown-regels, en die lege straten zullen een uitzondering worden. Maar ze zijn nu wel vastgelegd. Voor de eeuwigheid.

Voor wie zich afvraagt waarom ik weet hoe Amsterdam er op zondagochtend bij ligt: ik woonde er 30 jaar lang. Voordat ik naar Roermond verhuisde.

Dansers en sporters die dansen

Pfoeh. Dat was een teleurstelling, die persconferentie. Ik had toch echt gehoopt dat er een beetje beweging in die regels zou komen. Dat in elk geval de bibliotheken een beetje vrijheid zouden krijgen. Niet meteen, maar na de meivakantie zouden we toch mischien, heel voorzichtig, met de juiste maatregelen… Maar nee, helaas. En ik snap het wel hoor, want gezondheid staat voorop, maar toch.

Om de teleurstelling een beetje te verzachten hierbij een mooi filmpje van Introdans, een dansgezelschap uit Arnhem. Hun motto is: “Wij nemen iedereen mee in de wereld van dans”. En dat bedoelen ze letterlijk. Al 20 jaar doen ze projecten waarin professionele dansers samenwerken met amateurs. En dan juist met amateurs die niet gewend zijn te dansen: senioren en gehandicapten bijvoorbeeld. Dit filmpje gaat over een project waarin ze gewerkt hebben met Olympische sporters. Ik vind het een interessant project en het is een mooie mini-documentaire geworden.

Ik kwam op dit filmpje via een cursus die ik volg en waar Adriaan Luteijn, chroreograaf van Introdans, een van de sprekers was. Via Zoom uiteraard, die cursus. Want ja, de regels.

De anderhalvemetersamenleving

Raar hoor, hoe snel dat went: afstand houden. Toen de eerste maatregelen bekend werden gemaakt waren we nog een beetje giechelig “oh ja, we mogen geen handen meer geven” en zwaaiden we een beetje onhandig naar elkaar. Nu schrik ik soms van films op tv: “jee, wat zitten die mensen dicht bij elkaar”! Maar dan realiseer je je dat dit al eerder gefilmd is. Toen dat nog mocht. Sterker nog: toen dat heel normaal was, dat je naast iemand aan tafel zat en dat je elleboog soms per ongeluk die van je buurman raakte. Raar, hoe iedereen nu bijna automatisch fstand houdt. Het blijkt ook helemaal niet zo ingewikkeld te zijn om rekening met elkaar te houden: om even te wachten totdat iemand de trap op is voordat jij naar beneden gaat of om elkaar voorrang te geven op de gang.

Behalve in de supermarkt, daar is het vaak toch lastiger. En dat snap ik wel. Ik betrapte me er zelf in het begin ook op: dat ik verslapte als ik eenmaal met mijn karretje tussen de rekken liep. Want in de supermarkt is alles nog normaal. Buiten dreigen overal gevaren, je moet niet alleen afstand houden van mensen maar ook deurklinken en de knopjes van het verkeerslicht kunnen een risico zijn. In de supermarkt zijn geen trapleuningen of liftknopjes. En ok, bij de ingang staat nu opeens een vriendelijke medewerker winkelwagens schoon te maken, en er staan strepen van tape op de vloer, dus dat is niet normaal. Maar als je eenmaal die klaphekjes door bent, is alles nog zoals het altijd was. De aardappels liggen nog steeds links van de ingang en hé kijk: de avocado’s zijn in de aanbieding. Wat zijn de aardbeien duur zeg en oh ja niet vergeten melk te kopen. Zoals het altijd gaat in de supermarkt, en dat is fijn, dat iets gaat zoals het altijd ging. Dus dan verslap je. Ik althans. Bij de Hema is dat heel anders: alleen al omdat het restaurant nadrukkelijk is afgesloten met rood-wit lint en er dus een hoek van de winkel permanent donker is. Dat zorgt meteen voor een lugubere sfeer in de winkel. En het zou me niks verbazen als ze daar ook nog iets anders hebben gedaan met de verlichting (op de spaarstand of zo?) want het is daar nu nadrukkelijk anders dan anders dus dan let je vanzelf meer op.

En niet alleen boodschappen doen is anders: bij elk kuchje, bij elk pijntje denk ik nu even: “oh jee, is dit het begin? Ben ik besmet? Word ik nu ziek?”. Je wordt er hypochondrisch van, van zo’n crisis. Ik ga er anders van naar de wereld kijken. De strepen in de natuursteen vloer van het winkelcentrum zijn opeens voorgeschreven looproutes. Terwijl me nooit eerder was opgevallen dat de vloer daar uit verschillende soorten steen bestaat.

Een eerste stap uit deze hele toestand is de anderhalvehalvemetersamenleving. Maar er komt een tijd dat alles weer normaal wordt. Dat we geen afstand meer hoeven te houden en elkaar weer kunnen aanraken. Of komt die tijd nooit meer terug? Zijn we straks zo gewend aan afstand houden dat we dat blijven doen? En wordt elkaar aanraken net zoiets als roken? Sommige mensen doen dat nog, maar dan wel een beetje stiekem. Blijven we anders naar de wereld kijken? Of is alles volgend jaar rond deze tijd weer precies als vroeger? En wordt dit iets waar we op terug kijken, iets dat gelukkig al weer ver achter ons ligt? Ziet de wereld er straks anders uit? Ik weet het niet. Maar ik zou het fijn vinden als er wel iets blijft hangen: het besef dat de wereld niet maakbaar is. En dat er meer is dan cijfers, dat er ook nog zoiets bestaat als liefde en toewijding. En dat die zeker zo belangrijk zijn. Dus ik hoop dat we in elk geval rekening blijven houden met elkaar, straks, als we weer normaal gaan doen.

Op bedevaart

Hier. Een steuntje in de rug tijdens deze rare Paasdagen. Een mooi liedje over op bedevaart gaan, en over hoop op betere tijden. Van Harold K, in het Limburgs. Ik vind het prachtig. Een beetje een melig videootje, maar een prachtig liedje. Heppeneert is een bedevaartsoord, ‘net euver de grens in Belsj’. Mijn oma ging daar vroeger wel eens naar toe, misschien dat ik het daarom extra mooi vindt.

Ik hoorde het liedje vorig jaar voor het eerst, maar het is al uit 2014 en het blijkt een grote hit te zijn (geweest) in ’t Limburgse. En dat begrijp is wel.

‘Omdet ik urges mot beginne, doarom wil ich noa Heppeneert’. Baat het niet dan schaadt het niet, laten we vooral positief blijven. Nu nog even binnen blijven maar straks misschien wel echt een keer op de fiets naar Heppeneert. Fijne Pasen.

Dag Spin, de coronaversie

Quarantaine maakt creatief, zo blijkt dagelijks op de diverse social media kanalen. Een van de leukste dingen die ik daar tot nu toe tegenkwam is deze versie van Dag Spin, een liedje van Harrie Jekkers en Koos Meinderts. Van het album Roltrap naar de Maan van Het Klein Orkest. Een album vol kinderliedjes met klassiekers als Leuk is raar en De Leugenaar: ‘Mijn vader is een leugenaar, hij kan fantastisch liegen. Wat los zit liegt hij aan elkaar, hij kan iedereen bedriegen’. Ik heb de lp nog ergens op zolder liggen, vandaar. De originele uitvoering van Dag Spin kun je hier terugluisteren, dan hoor je dat de familie Janssen heel dicht bij het origineel is gebleven.

Van de familie Janssen weet ik niks, behalve dat ze mooie muziek maken en een leuk filmpje hebben gemaakt. Maar ik heb zo’n idee dat we daar nog wel meer van gaan horen. Ik vind dit in elk geval een prachtig filmpje.

Samuel L. Jackson doet een duit in het zakje

Dit filmpje heb ik gisteren al eens via Twitter gedeeld maar ik deel het hier ook graag nog eens. Op Twitter deelde ik een los filmpje, zonder de introductie van Jimmy Kimmel. Met die introductie er bij is het alweer iets logischer waarom de kwaliteit van het beeld van het filmpje zo slecht is: het is gefilmd vanaf een tv-scherm met een Skype-verbinding (of iets vergelijkbaars).

Samuel L. Jackson was afgelopen dinsdag te gast in de ‘Jimmy Kimmel Live From His House Show’ en Jackson was daar digitaal te gast. Ik heb bewust niet het hele fragment online gezet, je kunt dat zelf hier terugkijken als je wil. Maar dan moet je je eerst door 6 minuten gebabbel over vakanties en quarantaine heen werken.

En voor de mensen die het boek dat Jackson voorleest niet herkennen: het verhaal is een variatie op het boek Go the Fuck to sleep van Adam Mansbach, ook in het Nederlands vertaald overigens. Jackson heeft dit boek ook al eens voorgelezen, dat kun je hier terug luisteren. Mansbach heeft Jackson blijkbaar gebeld om te vertellen dat hij een nieuwe versie van zijn prentenboek had geschreven (hij noemt het zelf een gedicht) en gevraagd of hij het opnieuw voor wilde lezen. En dat heeft hij dus gedaan. Ik vind het grappig.

‘Miss Moore’ en de geschiedenis van het jeugdbibliotheekwerk

Een kinderboek over een jeugdbibliothecaris. Toen ik dat tegenkwam in een Amerikaans artikel over historische kinderboeken heb ik het meteen besteld. Want ooit zelf opgeleid tot jeugdbibliothecaris en dus geïnteresseerd in de geschiedenis van het vak was ik ook wel een beetje plaatsvervangend vereerd dat er een kinderboek over ‘ons’ geschreven was.

Het boek Miss Moore thought otherwise is een prentenboek over Ann Carroll Moore die de eerste echte jeugdbibliotheek van Amerika maakte in de nieuwe New York Public Library. Toen die in 1911 open ging was dat een sensatie omdat het de eerste bibliotheek was die echt op kinderen gericht was, ook in zijn inrichting, en waar kinderen nadrukkelijk welkom waren. Het leest als een soort sprookje: “Once in a big house in Limerick, Maine, there lived a little girl named Annie Carroll Moore.” Het beschrijft de gelukkige jeugd van een meisje dat door haar ouders gestimuleerd werd om te lezen maar opgroeide in een tijd dat vrouwen niet geacht werden te werken. Een van de weinige geschikte beroepen voor vrouwen was bibliothecaris vandaar dat ze in 1895 een bibliotheekopleiding ging volgen en na haar afstuderen jeugdbibliotheken ging opzetten in New York. Tot die tijd werden kinderen óf helemaal geweerd uit de bibliotheek óf mochten ze wel binnen komen maar mochten ze geen boeken lenen omdat men er niet op vertrouwde dat kinderen die ook onbeschadigd terug zouden brengen. Zij bracht daar verandering in. Ze liet kinderen hun naam in een groot zwart boek schrijven en een eed afleggen: When I write my name in this book I promise to take good care of the book I use at home and in the library, and to obey the rules of the library. Ja, ik vind dat schattig. En goed bedacht.

Moore ging actief de wijken in om contacten te leggen met o.a. scholen en ging in gesprek met kinderen op straat. Haar jeugdbibliotheken werden een groot succes. Ze maakte trainingen voor jeugdbibliothecarissen en gaf lezingen voor uitgevers en boekverkopers over waarom je kinderen geen zware, moralistische boeken moet voorzetten maar juist goed geschreven, fantasierijke boeken. Ze werd een ster en reisde vanaf de jaren 20 niet alleen de Verenigde Staten rond om lezingen te geven maar kwam ook naar Europa. Ze ging recensies van kinderboeken schrijven, voor vakliteratuur en voor kranten en werd zo nog invloedrijker.

Het boek over Miss Moore is (naar Nederlandse maatstaven) een beetje een suf boek , met quasi-naïeve illustraties en een tuttig toontje. En ik ben er nog steeds niet uit of ik dat toontje juist wel vind passen bij een boek over iemand uit de eerste helft van de twintigste eeuw of dat het juist heel storend is bij iemand die zelf het ‘goede kinderboek’ promootte. Maar misschien moet je het niet beoordelen als prentenboek maar als geschiedenisboek: achterin staat meer informatie over de geschiedenis van het jeugdbibliotheekwerk. Daar wordt ook nadrukkelijk vermeldt dat “Anne Carroll Moore DID NOT singlehandedly create the children’s library” want in 1887 werd er al de eerste speciale hoek voor kinderen in een bibliotheek gemaakt.

Daar staat ook “She had strong opinons about books and was never shy expressing them“. Ik begreep pas onlangs dat dit tamelijk eufemistisch is uitgedrukt. Want toen las ik een artikel over waarom het boek Goodnight Moon niet in de lijst staat van meest uitgeleende boeken aller tijden van de New York Public Library. Goodnight Moon is een prentenboekje van Margaret Wise Brown, bij ons meer bekend van het boekje over de Vijf brandweermannetjes. Het Goodnight Moon boek kwam uit in 1947 en ondanks het feit dat Anne Carroll Moore toen al ruim gepensioneerd was had ze nog steeds veel invloed op de collecties van de bibliotheek. Toen ze nog in de bibliotheek werkte had ze blijkbaar een stempel (!) met als tekst “NOT RECOMMENDED FOR PURCHASE BY EXPERT” en die gebruikte ze graag. Als de NYPL een boek niet kocht, dan kochten veel andere bibliotheken het ook niet. Moore had een duidelijke opvatting over wat goede kinderboeken waren en daar paste dat Goodnight Moon niet in. Dus schafte de NYPL het boek niet aan. Het werd een van de meest bekende Amerikaanse kinderboeken aller tijden, dus in 1972 kwam het uiteindelijk toch in de collectie. toen was Moore al meer dan 10 jaar dood. Maar toen werd het dus niet meer vaak genoeg uitgeleend om in de top 10 van meest uitgeleende boeken ooit terecht te komen.

Het is fascinerend om dat artikel te lezen want daarin wordt Anne Carroll Moore aan het einde van haar carrière beschreven als een ouderwetse, betuttelende bibliothecaris terwijl ze zich in het begin van haar loopbaan daar nou net tegen af zette. Maar dat maakt haar des te interessanter vind ik. En dat geeft de titel van het boek Miss Moore thought otherwise een net iets andere lading.

Naschrift 26 maart 17.45 uur: vandaag heb ik nog wat verder gelezen over Ann Carroll Moore (het is niet dat ik heel veel anders te doen heb…) en voor diegenen die meer willen weten hier nog twee andere interessante stukken: deze blog van een Amerikaanse jeugdbibliothecaris over de veranderende kijk op Moore en dit artikel in de New Yorker over Moore en de schrijver E.B, White. Het eerste lezend realiseerde ik me dat alle Amerikaanse bibliothecarissen Ann Carroll Moore waarschijnlijk kennen omdat ze bibliotheekgeschiedenis is en dat een onderdeel van de opleiding is. En dat ze ook echt veel betekend heeft voor het vak, maar zoals deze blogger schrijft  “ACM’s legacy hasn’t aged well“. En het artikel in de New Yorker is fascinerend omdat daarin beschreven wordt hoe Moore aan het einde van haar carrière probeert om nog één keer haar macht uit te oefenen en de schrijver en essayist E.B. White opjut om een kinderboek te schrijven. Als hij dan in 1945 eindelijk een kinderboek publiceert (Stuart Little) maar dat buiten haar om doet keert ze zich tegen hem. In dat artikel wordt ook het belang van Moore’s pionierswerk niet onderschat, met details als dat soldaten na de Eerste Wereldoorlog naar de NYPL kwamen om hun naam op te zoeken in het grote zwarte boek. Ze wilden hun eigen handschrift terug zien. Een teken uit de tijd dat de wereld nog onschuldig was. Tragisch.

Groepsimmuniteit

In deze spannende tijden heb ik besloten om mijn blog, dat een wel zeer slapend levend leidde, weer leven in te blazen. Om mooie dingen of bijzondere verhalen te delen. Niet persé over bibliotheken en de actualiteit, want op dat gebied doet Mark (het andere lid van Club Deckers) al onovertroffen werk, maar over kunst en geschiedenis, en ok, waarschijnlijk ook over de geschiedenis van het vak.

Het filmpje hierboven is van Collectief Het Paradijs, een groep jonge theatermakers. Op vrijdag 13 maart zou hun eerste voorstelling ‘Paradijsvertraging’ in première gaan in Theater Bellevue in Amsterdam. Maar dat ging niet door omdat precies op die dag de theaters dicht moesten vanwege Corona. Op 14 maart plaatsten ze een tamelijk vaag filmpje op Youtube waar je de acteurs door de kelders van het theater zag zwerven, blijkbaar zaten ze daar opgesloten omdat sprake was van een lock down. Ze zonden daarna nog een aantal ‘Berichten uit de Bunker’ uit en deze clip werd vandaag online gezet. Het resultaat dus, van een week theatermaken. Ik vind het knap. En grappig. En heel actueel. Misschien dat we volgende week naar dit filmpje kijken en het alweer onbegrijpelijk en achterhaald is, maar vandaag is het ‘spot on’. In een van hun berichten uit de bunker doen ze een dringend beroep op Ivo van Hove om als boegbeeld van de branche naar voren te treden en dat heeft hij vanavond gedaan door in het tv programma Mondo bekend te maken dat zijn acteurs de Decamerone gaan spelen, niet op het toneel, maar dagelijks op tv. Ik weet niet of ze dat bedoelden, maar ik verheug ik me daar nu al op.

En overigens, dat Samen voor Altijd in de titel van deze clip hoef ik niet uit te leggen, toch?

Hoe je jongens aan het lezen krijgt

Dit is weer een mooi filmpje van Storycorps, over de kracht van bibliothecarissen. Of over collectievorming. Of wat je er ook in wil zien. Echt gebeurd. De hoofdpersoon Olly Neal vertelt dit verhaal aan zijn dochter, je hoort zijn stem. Echt een lief verhaal.

Storycorps is een organisatie die sinds 2003 verhalen verzamelt, op steeds grotere schaal. Hun missie is: to preserve and share humanity’s stories in order to build connections between people and create a more just and compassionate world. Bij sommige verhalen wordt een filmpje gemaakt, een paar geleden heb ik al eens een van hun filmpjes gedeeld. Over de bibliobus.

Als je wil weten hoe dat boek waar het allemaal mee begon er uit ziet of meer informatie wil dan moet je hier even kijken. En oh ja: hoe krijg je jongens aan het lezen? En meisjes ook trouwens? Zorg er voor dat je de juiste boeken hebt. En daar heb je dan weer een bibliothecaris voor.