Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Read, my child. Read!

Vrijdag is John Lewis overleden, het Amerikaans congreslid. Voor iedereen die niet op social media zit (vanwege vakantie of vanwege social media) deel ik hier graag dit filmpje, dat nu druk gedeeld wordt op social media, van zijn speech uit 2016 toen hij de National Book Award won. Het is maar een hele korte speech, maar het ontroert me elke keer als ik het zie.

Hij won de National Book Award in de categorie Young People’s Literature voor March: Book three, het derde deel van zijn autobiografisch boek over zijn jeugd, zijn inzet voor de Civil Rights Movement en de burgermarsen waar hij bij betrokken was. Lewis was de laatste nog levende Freedom Rider, een groep van burgerrechtenactivisten waar Martin Luther King er ook een van was. Het bijzondere van March is dat het stripboeken zijn, vandaar die twee mannen die achter hem staan: die hebben zijn verhaal verstript. Lewis had al eens een autobiografie geschreven, maar schrijver Andrew Aydin haalde hem over om zijn bijzondere verhaal om te zetten in een strip

John Lewis houdt echt van bibliotheken en voor wie niet genoeg van hem kan krijgen heb ik hier nog een linkje. Hij was een paar jaar geleden op het congres van de American Library Association, Jeroen de Boer was daar ook en die heeft zijn toespraak toen opgenomen. Zeker even kijken, het is een aanrader. Voor wie het niet wist, de dame die hem introduceert is Carla Hayden, de 14e Librarian of Congress, de directeur van de Nationale bibliotheek. En nou ben ik een beetje jaloers op Jeroen, dat hij daar toen bij was.

Rare tijden, of een pleidooi voor twijfel

Het zijn rare tijden. Dat hebben we de afgelopen maanden tot vervelends toe gezegd en gehoord. Ik heb het zelf ook verschillende keren opgeschreven, in mails en nieuwsbrieven. En dat klopte ook. Maar eerlijk gezegd vind ik de tijden nu nog raarder dan drie maanden geleden. Want toen was duidelijk wat er aan de hand was: we zitten midden in een pandemie, we doen er alles aan om het aantal zieken zo klein mogelijk te houden en daarom houden we ons aan een paar duidelijke voorschriften. Daar was redelijke consensus over en in mijn geval had ik alleen discussies met mijn moeder over waarom ze me niet meer mocht zoenen.

Nu is alles veel onduidelijker. Voor mij althans. Voor een aantal andere mensen niet: die weten precies hoe het zit. Die vinden die hele lockdown en alle maatregelen onzin, want het virus bestaat niet en alles is een complot van de overheid. Of die vinden dat er een hele andere lockdown had moeten zijn met andere keuzes want nu hebben we dor hout beschermd. Of die vinden dat die lockdown veel te lang geduurd heeft en dat het allemaal wel mee valt want ik ken niemand die Corona heeft gehad en nou is de economie kapot. Of die denken dat ze zelf Corona hebben gehad “want ik moest 6 weken geleden een paar dagen heel erg hoesten dus ik kan niet meer besmet worden dus die regels gelden niet voor mij.” Of die vinden dat de wetenschappers en deskundigen het allemaal verkeerd zien en dat er maar één iemand is die wel precies weet hoe het zit. En dat zijn ze dan meestal zelf.

Ik word daar tamelijk onrustig van. Niet van al die verschillende meningen, want laat duizend bloemen bloeien zou ik zeggen. Wel van het feit dat al die mensen het allemaal zo zeker weten. En dat ze dat zo luid rondtoeteren en dat iedereen die het daar niet mee eens is een sukkel is. Of op zijn minst met een minachtend glimlachje wordt weg gezet. Ik wilde zo graag een mooi stukje schrijven over het einde van het hele corona gedoe, als het zo ver was. Want het is best grappig om die andere stukjes terug te lezen, die lijken nu allemaal alweer heel lang geleden. Dus een laatste stukje over de eindfase zou het mooi rond maken. Maar ik weet helemaal niet of we al aan het einde zijn. In het begin werd er gewaarschuwd dat er altijd een tweede golf komt maar daar hoor je nu weinig over. En als die tweede golf komt: wanneer dan? En hoe? Het verpleegtehuis in mijn geboortedorp is sinds vorige week weer dicht want er zijn 7 bewoners besmet. In de Duitse deelstaat Nordrhein Westfalen is er alweer een uitbraak en daar zijn een paar dorpen in quarantaine gezet. Die deelstaat ligt hemelsbreed nog geen 8 kilometer van mijn huis vandaan. Hoe groot wordt die tweede golf dan als die komt? Beginnen we dan weer van voor af aan? Moet hier dan ook alles weer dicht? Ik weet het niet. Niemand weet het, dat is nou net het probleem. Want als we zeker wisten wat er zou gebeuren dan zouden daar plannen voor worden gemaakt en protocollen voor worden bedacht. Want alles is te regelen en de wereld is maakbaar. Althans, dat zouden mensen graag willen. Daarom geloven ze zo snel een opiniepeiler of een dansschoolhouder met een makkelijk verhaal. Maar niet alles is te regelen en niet voor alles is een oplossing.

Dat heeft me de laatste weken erg bezig gehouden. Waarom is er zo weinig ruimte voor twijfel? Het antwoord is natuurlijk dat dit een hele onzekere periode is waarbij de hele wereld op zijn kop staat. En mensen worden onrustig van onzekerheid en klampen zich daarom vast aan dingen die wel zeker zijn, dat is logisch, dat weet ik wel. Maar ik word er soms zo moe van. Van dat ‘ik heb een mening, dus ik heb gelijk’. En van de grootste schreeuwers die als eerste hun zin krijgen. Het is ook heel verwarrend dat als je ’s middags ergens gaat lunchen je voordat je gaat zitten je handen moet desinfecteren en een hele trits vragen over je gezondheid moet beantwoorden en als je dan ’s avonds ergens gaat eten je zonder boe of bah vanachter de bar naar een tafel wordt gewuifd en de kok gezellig over de tafel komt hangen om zijn specialiteit toe te lichten.

Die uitspraak van Rutte “Met 50 procent van de kennis, moeten we 100 procent van de besluiten nemen”, tijdens die eerste persconferentie vind ik zelf nog steeds heel mooi. We kunnen niet in de toekomst kijken, soms moeten er nou eenmaal besluiten worden genomen en de meeste mensen doen hun best. We weten niet altijd wat de beste oplossing is. Dan wordt er op gevoel een beslissing genomen, of een uitspraak gedaan. Soms met een slag om de arm, soms wordt de twijfel overschreeuwt met stoere woorden. Want twijfel is zwak en zwak is slecht. Zeker voor leiders. In elk geval voor veel mannelijke leiders. Maar twijfel betekent volgens mij ook dat je open staat voor nieuwe inzichten en dat je flexibel bent. Want je weet niet zeker of je de juiste beslissing hebt genomen. Dus kun je je mening en je beslissing bijstellen als er een nieuw inzicht komt. Dat is op de lange termijn veel duurzamer dan met al je zekerheid op je misschien wel achterhaalde standpunt blijven staan. Vind ik dan.

Maar goed, het zijn rare tijden. En er zit niks anders op dan af te wachten hoe het verder gaat met dat virus. Misschien lees ik dit stukje over vier weken terug en moet ik lachen om al die twijfel. Voorlopig twijfel ik nog even door.

Pinguïns in het museum

Een groepje pinguïns bezocht twee weken geleden The Nelson Atkins Museum of Art in Kansas. Dat is precies zo raar als het klinkt. De pinguïns waren afkomstig uit de Kansas City Zoo. De mensen uit de dierentuin waren bang dat de pinguïns zich zouden vervelen omdat ze nu geen mensen meer zien, daarom nam de directeur ze mee op excursie. Blijkbaar waren er maar 3 gegadigden voor die excursie, want op de livestream van het pinguinverblijf zie je dat ze er heel wat meer hebben (81 om precies te zijn).

Dit bezoekje komt niet helemaal uit de lucht vallen want zowel het museum als de dierentuin doen wel vaker dit soort ludieke dingen, gisteren was het plaatselijke symfonieorkest nog op bezoek in de dierentuin. Uiteraard past zo’n actie ook mooi bij de doelstellingen van beide instellingen: het museum heeft o.a. als doel ‘to challenge and comfort’ en de dierentuin wil mensen verbinden met elkaar en de natuur.

Ik kan nu heel cynisch iets zeggen over een reclamestunt, maar dat ga ik niet doen. Ik vind het schattig. Het schattigst vind ik nog wel dat de museumdirecteur het zo serieus neemt en teleurgesteld lijkt dat de pinguïns niet van Monet houden. Ik ben al lang blij dat ze er niet zo’n troep van maken als de pinguïns van Jim Carey die in Mr. Popper’s penguins het Gugenheim Museum bezoeken.

Over een boekhandelaar en zijn opvolger

Mooie film over Boekhandel Roelants in Nijmegen. Roelants is een onafhankelijke boekhandel en al jaren een begrip in Nijmegen en omstreken. Toen de huidige eigenaar ging nadenken over zijn pensioen bleek zijn zoon de zaak te willen overnemen. Je moet zelf maar even kijken waarom dat een niet voor de hand liggende keuze van die zoon was.

De film geeft een mooi beeld van een winkel die overeind probeert te blijven in een wereld van grote ketens en het internet maar het is vooral een portret van twee mensen en hun liefde voor de zaak. “Een winkel is zo goed als zijn klanten” volgens vader Roelants en daarom is het heel belangrijk dat hij direct contact met de klanten blijft houden. De parallellen met de bibliotheken liggen voor de hand, die moeten jullie zelf maar trekken.

De film is gemaakt door Rutger de Quay, in het kader van zijn opleiding aan de Fontys Hogeschool Journalistiek. Hij maakte eerder al de film De betaalbare romantiek van Henkie, over de bloemenkiosk Henkies Hoekie bij het Centraal Station in Den Haag. Ook al zo’n ontroerend portret.

Lockdown, de film

Voor wie het gemist had: de allereerste Nederlandse speelfilm over de lockdown die we (nog niet helemaal) achter de rug hebben is verschenen. En iedereen die er wel al over gelezen of van gehoord had, maar hem nog niet gezien heeft wil ik bij deze aanraden om hem te gaan bekijken.

De twee artistiek leiders van Toneelgroep Maastricht hebben, samen met regisseur Pieter Kuijpers een ‘video call film’ gemaakt. Ze noemen het zelf een ‘Komische thriller over het leven in quarantaine’. Je ziet de film via de Zoom-overleggen die de twee regisseurs hebben, vanaf de keukentafel of de logeerkamer. In eerste instantie zijn die overleggen heel praktisch maar hoe langer alles duurt, hoe meer de emoties oplopen. Het is allemaal super herkenbaar, niet alleen die emoties maar ook hoe iedereen weer anders op de situatie reageert. Gezien alle reacties die ik op mijn vorige stuk kreeg zal het voor heel veel andere mensen ook herkenbaar zijn. Tussen de verschillende vergaderingen door zie je beelden van een uitgestorven Maastricht. Ook mooi.

De film is te bekijken op het online platform Picl via Lumière Cinema in Maastricht. Je betaalt 8,50 en krijgt vervolgens een link toegestuurd waarmee je de film 48 uur kunt bekijken. Op je eigen bank, met je laptop op schoot. Ik vond het geweldig. Geen idee hoe ik daar over een half jaar over denk, maar hij past op dit moment precies op de situatie van nu. Ik hou erg van Toneelgroep Maastricht, dus ik sluit niet uit dat ik een klein beetje bevooroordeeld ben. Maar bekijk die film nou maar gewoon. Hij duurt een dik uur en ik beloof je dat het geen zonde van je tijd zal zijn.

Een nieuwe fase in coronatijd

Vandaag is het twee maanden geleden dat we besloten om dicht te gaan. Na een dag vol druk ge-app met collega’s en buur- directeuren (“Wat doen jullie?”) besloten we na de persconferentie van zondagavond 15 maart om de volgende dag niet open te gaan. Het hing al een beetje in de lucht, vrijdags hadden we het Boekenweekbezoek van Peter Buwalda afgezegd omdat de eigenaar van de zaal die we daarvoor gehuurd hadden met hoge koorts in bed lag en we geen risico wilden lopen. Die zondagmiddag kwamen veel leden nog snel even een stapel boeken halen (“want nou kan het nog”) en er heerste een raar soort opgewondenheid. Niet alleen in de bibliotheek, maar overal, ook op straat. Een mengeling van spanning, nieuwsgierigheid en angst. Dat bleef die eerste weken ook zo.

Als ik terug terug kijk naar de afgelopen 8 weken dan lijkt het een soort achtbaan. Maar dan wel een hele rare. Waarin de tijd stil stond en de dagen voorbij vlogen. Ik had het gevoel alsof we in een soort vacuüm in de tijd beland waren, vaak had ik geen idee wat voor dag het was. Toen na een paar weken de kerken begonnen met het luiden van klokken op woensdagavond, als de klokken van hoop, was dat niet alleen een mooi gebaar, maar ook een soort tijdsaanduiding: “Ik hoor klokken. Oh, is het vandaag alweer woensdag?”. En dat was fijn.

Ook mijn gevoel zat in een achtbaan, die schoot niet alleen van nieuwsgierigheid naar angst maar ook van berusting naar optimisme, enthousiasme en daarna weer naar apathie. Niet in chronologische volgorde overigens maar dwars door elkaar. Al moet ik eerlijk zeggen dat de nieuwsgierigheid overheerste. In het begin was het allemaal spannend en nieuw. Op social media circuleerden grapjes over handen wassen, ik heb dat plaatje met die instructie van hoe je je handen moet wassen, voorzien van de beroemdste tekst uit MacBeth (Out damned spot) op het toilet gehangen. Maar toen mijn handen schraal werden van al dat gewas, was de grap er snel af. Ik werd er ook sentimenteel van, van die lockdown. Nou huil ik sowieso snel, maar bij elk opbeurend filmpje dat voorbij kwam, of het nou zingende mensen of toeterende brandweerauto’s waren, schoot ik vol.

Heeft het nou iets opgeleverd, die hele lockdown? En dan bedoel ik niet medisch, want uiteraard heeft het op dat gebied iets opgeleverd. Daar deden we het voor. Maar op andere gebieden. Zo nam ik mezelf in die eerste week voor om een dagboek te gaan bijhouden, want dit is toch een bijzondere tijd, die moet worden vastgelegd voor de geschiedenis. En ik nam me voor om weer lekker veel te gaan lezen, want daar had ik nu tijd voor. Maar helaas, ik heb de afgelopen weken niet opvallend veel meer boeken gelezen dan daar voor. Ik heb ook geen nieuwe hobby gevonden en ik ben zelfs niet gaan klussen in huis. Ik ben meer gaan fietsen langs de Maasplassen, dat wel. Nadat de eerste schrik voorbij was las je steeds vaker dat we beter uit deze crisis zouden komen. Drie weken geleden schreef ik zelf ook nog dat ik hoopte dat het besef zou blijven hangen dat de wereld niet maakbaar is. ‘En dat er meer is dan cijfers, dat er ook nog zoiets bestaat als liefde en toewijding.’ Nu hoop ik dat nog steeds, maar ik denk dat dat veel te optimistisch was. Als ik zie hoe de hardste schreeuwers weer gelijk krijgen, hoe de kunsten worden weg gezet en hoe economische belangen weer met een noodgang voorrang krijgen denk ik dat er straks niet zo veel veranderd zal zijn.

En de branche? Ik denk dat de online bibliotheek er een hoop nieuwe leden bij heeft gekregen, gezien het aantal telefoontjes dat wij daarover kregen. De Thuisbieb was een geweldige actie. Hulde en applaus voor zowel de snelheid als de inhoud. Voor ons imago is dit helemaal geen slechte tijd geweest. Al moest ik de afgelopen weken af en toe wel denken aan de ‘dribbelige bibliothecarissen‘ van Annie M.G. Schmidt. Onze leden zijn denk ik allemaal ontzettend opgelucht dat we binnenkort weer open gaan, want iedereen snakt naar iets normaals. Ik ben benieuwd hoe teleurgesteld mensen zullen zijn als ze merken dat het nog even allesbehalve normaal is in de bieb. Op de korte termijn komen wij hier denk ik prima uit, uit deze lockdown, maar iedereen kan op zijn klompen aanvoelen dat de financiële toekomst van de bibliotheken op de langere termijn een stuk onzekerder wordt. Maar ja, dat is eigenlijk ook niks nieuws.

En dat dagboek dat ik zou gaan bijhouden? Dat is gebleven bij een voornemen. Meermaals gemaakt, dat wel.

Over guerilla librarians en catalogusbakken

Een podcast over collectievorming. Klinkt supersaai. Maar ik raad iedereen aan om hem te beluisteren. Want het is een geweldig verhaal, het wordt smakelijk verteld en het is heel interessant. Een woest avontuur met een bibliotheekdirecteur als de grote schurk en bibliothecarissen die in opstand komen, zich ‘guerilla librarians’ noemen en stiekem de bibliotheek insluipen.

Ik kan de podcast niet embedden in mijn website dus je zult op de link moeten klikken of hem op je favoriete podcast platform moeten opzoeken. Het is een aflevering van de show 99% Invisible en deze aflevering heet Weeding is Fundamental. Voor wie het niet wist: ‘weeding’ is het Engelse woord voor afschrijven. Of nou ja, ‘weeding’ betekent gewoon ‘wieden’ maar dat woord gebruiken onze Engelstalige collega’s wanneer wij afschrijven zeggen. Eigenlijk is dat een veel beter woord. Dat wordt in deze podcast ook uitgelegd: dat je net zoals je een tuin moet wieden ook een bibliotheekcollectie moet bijhouden om te voorkomen dat hij overwoekerd raakt.

99% Invisible is een hele bekende podcast, over ‘all the thought that goes into the things we don’t think about — the unnoticed architecture and design that shape our world’. Ooit gestart als een project van o.a. het American Institute of Architects in San Francisco. Niet alleen over architectuur en stedenbouw maar ook over design, geschiedenis en technologie. De reden dat ze deze podcast over afschrijven maakten heeft te maken met het gebouw van de bibliotheek van San Francisco.

Het is niet alleen een spannend verhaal maar het is ook interessant voor iedereen die niet in een bibliotheek werkt, of geen bibliotheekopleiding heeft gehad, want je krijgt een goed beeld van een aantal internationale bibliotheekprincipes, die duidelijk worden uitgelegd. En het is interessant voor iedereen die wel een bibliotheekopleiding heeft gehad, of die zich met collecties bezig houdt, want je krijgt een beeld van hoe ze in de VS aan collectievorming doen. Wij hebben niet zoiets als MUSTY, maar de principes blijven hetzelfde. En soms is het heel herkenbaar.

Het is ook nog eens een fraai staaltje bibliotheekgeschiedenis, dit verhaal. Het speelt zich af in de jaren ’80 en ’90 en dit soort discussies werden in die tijd veel gevoerd. Overigens is die (inmiddels niet meer zo) nieuwe bibliotheek ontworpen door architect James Ingo Freed, van bureau Pei Cobb Freed & Partners. Ik ben er geweest, in die bibliotheek. Een paar jaar na de opening. Jammer, dat ik dit verhaal toen niet kende, maar met terugwerkende kracht herken ik het wel.

Voor wie niet naar de podcast kan of wil luisteren is het hele verhaal ook terug te lezen op de website van 99% Invisible. Maar dan mis je wel de broeierige stem van de verteller en de stemmen van de bibliothecarissen die hun verhaal doen. Met dank aan Egid voor de tip.

De lege stad


Het ultieme Coronakunstwerk: fotograaf Kadir van Lohuizen rijdt door een uitgestorven Amsterdam en filmt de lege straten. De zon schijnt, de stad ligt er schitterend bij maar de mensen ontbreken. Tijdens die hele rit zijn er 3 fietsers te zien en af en toe zie je een verdwaalde voetganger op het trottoir, maar verder nergens mensen. En geen auto’s.

Nou is de stad op zondagochtend om 8 uur altijd wel leeg, maar niet zó leeg. In normale tijden zijn er altijd wel taxi’s die over de trambaan scheuren en vuilnismannen en schoonmaakploegen. Nu niks van dat alles. Van Lohuizen benadrukt dat ook nog eens in zijn commentaar: “Amsterdam Museum, ook dicht”. In zijn introductie op het filmpje noemt hij het een hommage aan Ed van der Elsken en zijn film ‘My Amsterdam’ (of eigenlijk ‘Een fotograaf filmt Amsterdam’). Die film uit 1983 begint met zo’n zelfde tocht door een verlaten stad, ook versneld afgespeeld, maar is daarna vooral een liefdesverklaring aan de mensen in die stad. Hij filmt de mensen onbekommerd en soms erg uitgebreid. Op de meeste beelden is de stad alleen maar een decor en zie je hoogstens aan een bordje bij de tramhalte waar het is. De film is hier in zijn geheel terug te zien, hij duurt bijna een uur. En op youtube zijn er veel verschillende fragmenten terug te vinden. Je hoort dan ook diezelfde nerveuze dwarsfluit, die daar ook veel te hard klinkt.

Ik vind het een prachtige film, die van Kadir van Lohuizen. En ja, de mensen houden zich steeds minder aan de lockdown-regels, en die lege straten zullen een uitzondering worden. Maar ze zijn nu wel vastgelegd. Voor de eeuwigheid.

Voor wie zich afvraagt waarom ik weet hoe Amsterdam er op zondagochtend bij ligt: ik woonde er 30 jaar lang. Voordat ik naar Roermond verhuisde.

Dansers en sporters die dansen

Pfoeh. Dat was een teleurstelling, die persconferentie. Ik had toch echt gehoopt dat er een beetje beweging in die regels zou komen. Dat in elk geval de bibliotheken een beetje vrijheid zouden krijgen. Niet meteen, maar na de meivakantie zouden we toch mischien, heel voorzichtig, met de juiste maatregelen… Maar nee, helaas. En ik snap het wel hoor, want gezondheid staat voorop, maar toch.

Om de teleurstelling een beetje te verzachten hierbij een mooi filmpje van Introdans, een dansgezelschap uit Arnhem. Hun motto is: “Wij nemen iedereen mee in de wereld van dans”. En dat bedoelen ze letterlijk. Al 20 jaar doen ze projecten waarin professionele dansers samenwerken met amateurs. En dan juist met amateurs die niet gewend zijn te dansen: senioren en gehandicapten bijvoorbeeld. Dit filmpje gaat over een project waarin ze gewerkt hebben met Olympische sporters. Ik vind het een interessant project en het is een mooie mini-documentaire geworden.

Ik kwam op dit filmpje via een cursus die ik volg en waar Adriaan Luteijn, chroreograaf van Introdans, een van de sprekers was. Via Zoom uiteraard, die cursus. Want ja, de regels.

De anderhalvemetersamenleving

Raar hoor, hoe snel dat went: afstand houden. Toen de eerste maatregelen bekend werden gemaakt waren we nog een beetje giechelig “oh ja, we mogen geen handen meer geven” en zwaaiden we een beetje onhandig naar elkaar. Nu schrik ik soms van films op tv: “jee, wat zitten die mensen dicht bij elkaar”! Maar dan realiseer je je dat dit al eerder gefilmd is. Toen dat nog mocht. Sterker nog: toen dat heel normaal was, dat je naast iemand aan tafel zat en dat je elleboog soms per ongeluk die van je buurman raakte. Raar, hoe iedereen nu bijna automatisch fstand houdt. Het blijkt ook helemaal niet zo ingewikkeld te zijn om rekening met elkaar te houden: om even te wachten totdat iemand de trap op is voordat jij naar beneden gaat of om elkaar voorrang te geven op de gang.

Behalve in de supermarkt, daar is het vaak toch lastiger. En dat snap ik wel. Ik betrapte me er zelf in het begin ook op: dat ik verslapte als ik eenmaal met mijn karretje tussen de rekken liep. Want in de supermarkt is alles nog normaal. Buiten dreigen overal gevaren, je moet niet alleen afstand houden van mensen maar ook deurklinken en de knopjes van het verkeerslicht kunnen een risico zijn. In de supermarkt zijn geen trapleuningen of liftknopjes. En ok, bij de ingang staat nu opeens een vriendelijke medewerker winkelwagens schoon te maken, en er staan strepen van tape op de vloer, dus dat is niet normaal. Maar als je eenmaal die klaphekjes door bent, is alles nog zoals het altijd was. De aardappels liggen nog steeds links van de ingang en hé kijk: de avocado’s zijn in de aanbieding. Wat zijn de aardbeien duur zeg en oh ja niet vergeten melk te kopen. Zoals het altijd gaat in de supermarkt, en dat is fijn, dat iets gaat zoals het altijd ging. Dus dan verslap je. Ik althans. Bij de Hema is dat heel anders: alleen al omdat het restaurant nadrukkelijk is afgesloten met rood-wit lint en er dus een hoek van de winkel permanent donker is. Dat zorgt meteen voor een lugubere sfeer in de winkel. En het zou me niks verbazen als ze daar ook nog iets anders hebben gedaan met de verlichting (op de spaarstand of zo?) want het is daar nu nadrukkelijk anders dan anders dus dan let je vanzelf meer op.

En niet alleen boodschappen doen is anders: bij elk kuchje, bij elk pijntje denk ik nu even: “oh jee, is dit het begin? Ben ik besmet? Word ik nu ziek?”. Je wordt er hypochondrisch van, van zo’n crisis. Ik ga er anders van naar de wereld kijken. De strepen in de natuursteen vloer van het winkelcentrum zijn opeens voorgeschreven looproutes. Terwijl me nooit eerder was opgevallen dat de vloer daar uit verschillende soorten steen bestaat.

Een eerste stap uit deze hele toestand is de anderhalvehalvemetersamenleving. Maar er komt een tijd dat alles weer normaal wordt. Dat we geen afstand meer hoeven te houden en elkaar weer kunnen aanraken. Of komt die tijd nooit meer terug? Zijn we straks zo gewend aan afstand houden dat we dat blijven doen? En wordt elkaar aanraken net zoiets als roken? Sommige mensen doen dat nog, maar dan wel een beetje stiekem. Blijven we anders naar de wereld kijken? Of is alles volgend jaar rond deze tijd weer precies als vroeger? En wordt dit iets waar we op terug kijken, iets dat gelukkig al weer ver achter ons ligt? Ziet de wereld er straks anders uit? Ik weet het niet. Maar ik zou het fijn vinden als er wel iets blijft hangen: het besef dat de wereld niet maakbaar is. En dat er meer is dan cijfers, dat er ook nog zoiets bestaat als liefde en toewijding. En dat die zeker zo belangrijk zijn. Dus ik hoop dat we in elk geval rekening blijven houden met elkaar, straks, als we weer normaal gaan doen.