Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Terugkeer van de melkboer

Sinds afgelopen vrijdag is de melkboer weer terug in Amsterdam. Geen gewone melkboer maar een bevlogen ondernemer/actievoerder die “het contact tussen het platteland en de stad wil herstellen” door eigenhandig melk van boeren uit de omgeving naar Amsterdam te brengen. In bovenstaand filmpje is te zien hoe hij zijn producten aflevert bij restaurants en ondernemers en nu verkoopt hij dus ook aan de gewone Amsterdammers. In dit nieuwsbericht van AT5 zie je hem gratis melk uitdelen in de Amsterdamse Pijp vanuit zijn schattige autootje. Zijn bedrijf heet MOMA (More than Milk Amsterdam) en dat staat voor “meer dan melk. Melk is voor ons Liquid Landscape; een vloeibaar stukje landschap”. Op zijn website is meer achtergrondinformatie te vinden en daar staat ook een kaartje van de stad met daarop de locaties en de routes die hij met dat autootje rijdt, inclusief een tijdschema.

Leuk!

Wie dit blog al langer volgt of wie mij een beetje kent voelt hem al aankomen:

Als de melkboer weer terug komt is de tijd rijp om ook de bibliobus weer te laten terugkomen. Nee, de bibliobus is nooit helemaal verdwenen uit Nederland. In Zeeland rijden de Onderwijsbus en de Servicebus op volle toeren en in o.a. Arnhem en Emmen rijdt de bus ook nog steeds tot ieders tevredenheid. Maar in de afgelopen 10 jaar is het aantal bibliobussen drastisch afgenomen vanwege “veel te duur”. Ik wil de discussie over dat argument hier nu niet overdoen, want dat is relatief, het is maar net waar je die kosten mee vergelijkt. Een belangrijke reden voor het opheffen van de bussen was ook een gevoel: die bibliobus is ouderwets, dat is iets van vroeger en tien jaar geleden waren bibliotheken vooral bezig met aantonen dat ze niet van vroeger waren maar juist heel erg van nu. Dus veel bestuurders wilden niet met zo’n stereotypebevestigend iets geassocieerd worden.

Inmiddels begint het tij langzaam te keren. De Zeeuwen gingen voorop bij het innoveren van de bibliobus maar een belangrijke stap is toch zeker gemaakt door de mannen van het Frysklab. Dit mobiele bibliotheeklab is innovatief en hip en wordt internationaal geroemd, juist vanwege het mobiele element. Vanwege het busgedeelte zeg maar. Het Friese makerlab krijgt her en der in het land navolging en ook iets ludieks als Blikkie het voorleesbusje uit Helmond is een groot succes. Terecht. Want het is superhandig dat je je activiteit (welke dan ook) heel eenvoudig op verschillende locaties kunt uitvoeren. Het enige dat je nodig hebt is een parkeerplaats die groot genoeg is. Een bibliobus is super laagdrempelig en je kunt letterlijk de mensen opzoeken. En nee, ik zeg niet dat je die oude bussen terug moet halen maar als het gaat over spreiding en het bereiken van doelgroepen dan is een bus daarvoor het aangewezen middel. Nu alleen nog hip worden.

Bibliothecarissen houden van mensen

De dag na mijn 17e verjaardag reisde ik samen met twee meisjes die ook bij mij op school zaten naar Tilburg voor een toelatingsgesprek op de Bibliotheekacademie. Ja jongens en meisjes, in die tijd kregen ze daar zoveel aanmeldingen dat ze een selectie konden maken.

Aan ons groepje van drie werden nog twee mensen toegevoegd en met zijn vijven kwamen we voor een selectiecommissie te zitten. Ik weet niet meer precies uit hoeveel mensen die commissie bestond maar daarin zat in ieder geval meneer Van Agt, de adjunct-directeur van de school. Die keek ons vriendelijk aan, legde uit wat de bedoeling was vroeg toen plompverloren aan Marloes: “Zo, en vertel eens: waarom wil jij in een bibliotheek gaan werken?” Omdat ze zo van boeken hield, zei Marloes, en omdat ze gek was op lezen. “Dan moet je in een boekhandel gaan werken” zei Van Agt. “Daar zit je de hele dag tussen de boeken” en daarna stelde hij dezelfde vraag aan Coen. “Ik wil in een bibliotheek werken omdat ik graag mensen wil helpen en vragen wil beantwoorden” antwoorde die. Dat vond ik zelf een hele snelle actie en slim bedacht maar meneer Van Agt was niet onder de indruk. “Dan moet je bij de NS gaan werken” zei hij, “achter het loket. Kun je de hele dag vragen beantwoorden.” En toen wij in koor protesteerden dat dat heel iets anders was dan in een bibliotheek omdat je daar steeds andere vragen krijgt en omdat een bibliotheek veel afwisselender is reageerde hij met “Bij de NS krijg je ook steeds andere vragen, want die mensen willen allemaal een kaartje naar een andere bestemming.” Waarschijnlijk keken we daarna allemaal licht wanhopig uit onze ogen: want wat was DAN het goede antwoord? En toen legde de adjunct-directeur van de BDAT uit dat het in een bibliotheek draaide om mensen. Dat je van mensen moest houden als je in een bibliotheek wilde werken. En ja, je moest veel vragen beantwoorden en het was ook handig als je van lezen hield maar het draaide om de mensen. “Dus dat moeten jullie goed onthouden als jullie aan deze opleiding beginnen.”

Hoe dat gesprek verder verliep weet ik niet meer, maar deze opening maakte toen diepe indruk op me. Waarschijnlijk omdat het de eerste keer was dat ik zo’n retorisch trucje meemaakte. En omdat het heel erg duidelijk maakte wat de bedoeling was.

Ik weet niet of er ooit mensen werden afgewezen na zo’n gesprek. Misschien was dat alleen bedoeld als drempel om te voorkomen dat mensen zich al te gemakkelijk aanmeldden en vervolgens niet kwamen opdagen als het studiejaar begon. Wij werden in elk geval alle vijf aangenomen en kwamen bij elkaar in de klas. Met een van die meisjes raakte ik bevriend en zij is nu nog steeds mijn beste vriendin.

Waarom ik dit verhaal nu oprakel is om aan te geven dat het bepaald niet nieuw is dat je van mensen moet houden om in een bibliotheek te werken. Want dat hoor ik de laatste tijd wel eens. Dat je vroeger van boeken moest houden als je in een bibliotheek wilde werken en dat het nu om de mensen draait. Maar dat is dus niet zo. Al is dat wel een poosje wat minder gebruikelijk geweest in de branche. Zo was daar de directeur die tegen gezellige praatjes aan de balie was: “We zijn geen buurthuis! Voor de gezelligheid hoeven ze hier niet te komen”. Maar het draaide in de bibliotheek altijd om wat je voor “de mensen” kon betekenen. Die stonden voorop. En niet de boeken.

Hoezo mag de klassieke bibliotheek niet meer?

Een paar maanden geleden werd ik op Twitter gecorrigeerd door iemand omdat ik de term ‘uitleenfabriek’ gebruikte. De term uitleenfabriek suggereert dat we alleen maar boeken uitlenen en bibliotheken waren altijd veel meer dan alleen dat. Wat diegene precies schreef weet ik niet meer want ik kan niet meer terugvinden wie dat ook alweer was die me daarop wees. In eerste instantie vond ik het een beetje flauw. Maar hoe langer ik er over nadenk hoe meer ik me realiseer dat diegene groot gelijk heeft.

Ik vind het zelf eigenlijk wel een lekker woord, uitleenfabriek, ik gebruik het al jaren. Ik heb meer problemen met mensen die het begrip “klassieke bibliotheek” gebruiken als iets negatiefs en dat is een irritatie in dezelfde categorie. Al die mensen die vinden dat de “klassieke bibliotheek” niet meer kan en dat die een transitie moet doormaken. Want de klassieke bibliotheek is een uitleenfabriek en dat is ouderwets en de nieuwe bibliotheek is hip want nieuw en die heeft een ‘community librarian’, want dat is nog hipper.

Mensen: hou daar eens mee op, met die flauwekul. Het doel van bibliotheken is altijd geweest om toegang te bieden tot kennis en informatie en om het lezen te bevorderen. Dat kun je op een heleboel verschillende manieren zeggen, je kunt het hebben over volksverheffing, literatuurpromotie, stimuleren van cultuur of over een leven lang leren maar we doen al meer dan honderd jaar in principe ongeveer hetzelfde, al gebruiken we nu andere middelen dan toen. En inderdaad: een paar jaar geleden was er een stroming binnen onze branche die zei dat bibliotheken op boekhandels moesten gaan lijken. Want boekhandels waren sexy en succesvol. Er werden retailformules bedacht omdat het dé manier zou zijn om de teruglopende uitleencijfers van bibliotheken op te krikken en die werden door een aantal bibliotheken overgenomen. Díe bibliotheken zou je een uitleenfabriek kunnen noemen, want hun doel was om zoveel mogelijk boeken uit te lenen. Ik kan niet goed inschatten over hoeveel bibliotheken we het dan hebben. In bepaalde provincies werd deze formule breed uitgerold en de meeste bibliotheken in Nederland namen elementen van dat retailconcept over om hun collectie aantrekkelijker te presenteren. Maar volgens mij zijn heel veel bibliotheken gewoon blijven doen wat ze altijd al deden: mensen helpen bij het vinden van informatie en een plek in de gemeenschap zijn voor iedereen. Maar dan met hun boeken net iets leuker gepresenteerd dan voorheen.

Vanwege de vergrijzing van de branche verlaten nu een heleboel collega’s het vak die weten hoe dat moet: er voor zorgen dat iedereen zich welkom voelt in de bibliotheek. Die oude rotten worden vervangen door nieuwe mensen, met nieuwe ideeën maar zonder bibliotheekopleiding omdat die niet meer bestaat. En die nieuwe mensen hebben nieuwe kwaliteiten maar ze missen de kennis en ervaring om van de bibliotheek de plek in de gemeenschap te maken waar iedereen zich thuis voelt. En daarom worden er nu nieuwe opleidingen uit de grond gestampt, zoals de opleiding tot community librarian. Ik vind het zelf een rotwoord (want hoezo opeens een Engelse term?) maar de opleiding zelf lijkt me prima. Studenten leren daar hoe ze er voor kunnen zorgen dat wat er in de bibliotheek gebeurt aansluit bij wat er in hun eigen gemeenschap leeft. Ze leren hoe ze in hun dienstverlening mensen kunnen stimuleren om zichzelf te verbeteren. Om te doen waar bibliotheken voor zijn opgericht en wat ze altijd al gedaan hebben dus. Je zou kunnen zeggen dat die bibliotheken met een community librarian dus weer teruggaan naar het klassieke bibliotheekwerk: ophouden met het zijn van een uitleenfabriek en weer opnieuw gaan doen waar je altijd al mee bezig was. Maar dan met nieuwe middelen.

De term ‘klassieke bibliotheek’ wordt de laatste tijd steeds vaker als een soort scheldwoord gebruikt. Het suggereert hoge boekenkasten en mahoniehouten tafels met koperen leeslampjes en een bibliothecaresse die vanachter haar catalogusbak fluistert dat je stil moet zijn. Er is geen openbare bibliotheek in Nederland die er zo uitziet. Tot verdriet van sommige bezoekers overigens. Al bijna 50 jaar niet meer want sinds de jaren ’70 zijn openbare bibliotheken bezig met het aansluiten bij waar mensen mee bezig zijn. De manieren waarop ze dat doen zijn in de loop van de tijd veranderd en de ene bibliotheek is daar actiever of beter in dan de ander. Maar ze zijn er allemaal mee bezig en ze doen allemaal hun best. Dus ik vind het nogal gemakkelijk om nu iets anders te suggereren. Om die paar bibliotheken die de laatste paar jaar al hun energie hebben gestopt in het uitlenen van zoveel mogelijk boeken als maatstaf te nemen en te roepen dat alle bibliotheken uitleenfabrieken zijn en dat het van nu af aan anders moet. Ik snap het wel, want dat bekt lekker. En het maakt de boodschap zo helder en dat moet van communicatie, zorgen dat je een heldere boodschap hebt. Maar het klopt niet. Want de meeste bibliotheken zijn nooit uitleenfabrieken geweest en de klassieke bibliotheek had altijd al een maatschappelijk/educatieve functie. Dus zullen we stoppen met het gebruik van die term uitleenfabriek en ook de uitdrukking klassieke bibliotheek niet meer in negatieve zin gebruiken? Want daarmee doen we onszelf en onze eigen geschiedenis te kort.

En voordat iemand nou zegt “wat maakt het nou uit hoe je iets noemt, het zijn toch maar woorden?”; daar zijn wij van, van woorden. Van taal. Dus laten we in elk geval over ons eigen vak de juiste woorden gebruiken. Lang leve de klassieke bibliotheek. En lang leve de bibliothecaris!

De culturele dienstplicht van kunstenaars

De Akademie van Kunsten is een onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en wil de plek zijn voor “debat over de waarde van kunst in de samenleving en over de relatie tussen kunst en wetenschap”. Dat doen ze op verschillende manieren: door het organiseren van lezingen, door de discussie op te zoeken en ook door het organiseren van projecten.

Hun nieuwste project is de Culturele Dienstplicht. De ambitie van dit project is “om iedere 14-jarige in Nederland minimaal eenmaal in zijn/haar leven in direct contact te brengen met mensen die kunst maken. Direct, ‘live’ contact.” Dat doen ze door leden van de Akademie van Kunsten (allen kunstenaars) hun praktijk naar scholen te laten brengen: de makers komen naar de klas en praten over hun werk. Zij gaan met de kinderen in gesprek en leggen het belang van kunst uit. De eerste kunstenaar die zijn culturele dienstplicht vervulde was ontwerper Gijs Bakker.

Eerlijk gezegd klikte ik het filmpje van dat bezoek een beetje ongerust aan, want het leek me een recept voor mislukking. Zeker als je die foto’s ziet. Een ontwerper die zulke abstracte sieraden ontwerpt, kan die wel contact maken met van die Limburgse pubers? Mijn onrust was geheel onterecht, kijk zelf maar even. Ik vind het geweldig. Ja misschien geven die kinderen sociaal wenselijke antwoorden en Gijs Bakker is natuurlijk een vriendelijke opa (dat mag ik zeggen want hij is 76) maar toch. Een aantal leerlingen uit deze klas gaat deze les nooit meer vergeten en daar gaat het om lijkt me.

Culturele dienstplicht: Gijs Bakker bezoekt het Dendron College in Horst.

Kan er niks aan doen maar ik vind het bijna ontroerend: die kinderen die ondanks zichzelf geïnteresseerd raken in wat die man daar voor de klas staat te vertellen. En heel slim dat hij Rihanna in zijn verhaal betrekt. Daarmee maakt hij in één klap aan zijn publiek duidelijk wat voor status hij heeft. En daarmee komt zijn boodschap luid en duidelijk over. Slim.

Scholen die belangstelling hebben kunnen zich nog aanmelden. Ik zou het wel weten als ik op een middelbare school werkte.

Een bibliobus is meer dan een rijdende bibliotheek

In het dunbevolkte gebied boven de poolcirkel kan het leven eenzaam zijn. Voor sommige bewoners is de chauffeur van de bibliobus de enige persoon die ze in weken of zelfs maanden spreken. Want hoe weinig voorzieningen daar ook zijn: er rijdt sinds de jaren ’70 wel een bibliobus. In deze prachtige documentaire wordt Oula Kotakorva gevolgd op zijn laatste route. Vanuit Muonio, Finland, rijdt hij de bus volgens een driewekelijks schema langs dorpen en boerderijen rondom en boven de poolcirkel, in Finland, Zweden en Noorwegen. Oula rijdt deze route al meer dan 30 jaar, dus hij kent alle bezoekers. De klanten nemen afscheid van hem en je ziet hoe hij zijn opvolger inwerkt: een jonge man die na een paar dagen verzucht dat hij hoopt dat hij dit de rest van zijn leven mag blijven doen.

De film duurt 25 minuten, maar neem vooral de tijd om hem te bekijken, want behalve schitterende beelden van dat besneeuwde landschap in Lapland is de documentaire wat mij betreft ook zo mooi omdat het laat zien dat de bibliobus niet alleen boeken brengt maar ook een sociale functie heeft. De chauffeur doet kleine boodschapjes voor zijn klanten en sommige bezoekers komen niet voor een boek maar alleen voor een praatje zoals die man van de rendieren. Omdat de bus zo’n uitgebreid gebied bestrijkt zijn de routes heel lang en overnacht de chauffeur soms halverwege. Op sommige standplaatsen krijgt hij hulp van een bibliothecaris, die gaat ’s avonds weer naar huis.

Al googelend naar achtergrondinformatie over de bus kwam ik onderstaand filmpje van zes jaar geleden tegen. Zelfde chauffeur, zelfde route, andere bus.  Oudere bus vooral. Eigenlijk is dit filmpje veel informatiever maar het is een stuk minder spectaculair want er ligt geen sneeuw en dan is die toendra best wel saai om te zien. (vind ik dan) Maar goed, ook hier zie je weer hoe blij de mensen zijn met de bibliobus. Net zoals de mensen in die bus in Malaga waar ik eerder over schreef en zoals alle mensen die dagelijks de Nederlandse bibliobussen bezoeken. Leve de bibliobus!

Voorlezen in het Witte Huis

Op tweede Paasdag werd een filmpje van Sarah Sanders, die voorleest tijdens de traditionele Easter Egg Roll, gretig gedeeld op Twitter. Ik moest er zelf ook om lachen maar eigenlijk ook een klein beetje om huilen. Sarah Sanders is de voorlichter van president Trump en in het fragment dat gedeeld werd leest ze bepaald niet enthousiast het Paasverhaal voor. Ze lijkt zelfs opgelucht dat het boek uit is. Ha, ha, kijk eens: die voorlichter kan niet eens fatsoenlijk een verhaaltje voorlezen. Wat zijn ze toch vreselijk allemaal, daar in dat Witte Huis.

Nou is dat laatste misschien waar, maar als je het hele filmpje bekijkt (zie hieronder) dan zie je de context. Want het akelige aan dat fragment op Twitter was (in mijn ogen dan) dat ze het verhaaltje nogal afraffelde en zich weinig aan de kinderen gelegen liet liggen. Als je haar hele optreden bekijkt zie je dat ze in het begin wel degelijk contact maakt met haar publiek maar dat ze het heel erg koud heeft en daarom belooft ze dat ze snel zal zijn. Had ze niet moeten doen, want vandaar dat afraffelen. Ze heeft er niet heel erg veel zin, in dat voorlezen maar ze heeft het duidelijk wel vaker gedaan: ze laat de plaatjes zien (veel te kort vanwege de kou) en ze heeft een kinderversie van het Paasverhaal uitgekozen. Saai, saai, saai, maar wel over nagedacht. Nee, dan de First Lady. Die las ook voor maar dat was heel anders.

Melania had ook nagedacht over welk boek ze zou voorlezen en ze koos een boek waar ze zelf enthousiast over is. Altijd goed, want enthousiasme komt het voorlezen ten goede. Maar ze heeft niet zo goed nagedacht over haar publiek en wat die van het boek zouden vinden. Ik kon nergens terugvinden wat voor boek ze precies voorleest en omdat ze de auteur niet noemde is het moeilijk terug te vinden. Het is een dr. Seuss-achtig rijmpje met een bemoedigende boodschap: je mag er zijn. Mooie boodschap maar geen verhaaltje. Ze lijkt ook moeite te hebben met de uitspraak van sommige woorden, dat maakt het het lastiger om naar haar te luisteren. En de halfzachte manier waarop ze de plaatjes uit het boek laat zien stimuleert ook niet echt. Ik vind het geen succes, maar het ziet er wel een stuk fotogenieker uit dan de voorleessessie van de voorlichter. Dat zal zeker meegespeeld hebben.

De president heeft zelf niet voorgelezen. Dat snap ik wel, want beter dan Obama zou hij het nooit kunnen. Obama had er een traditie van had gemaakt om elk jaar Max en de Maximonsters voor te lezen. Elk jaar weer iets enthousiaster, ik schreef er eerder over. Trump lijkt overal een wedstrijdje van te willen maken en deze zou hij zeker niet winnen, dus heel verstandig om er dan maar niet aan te beginnen. Er werd die dag door meer mensen voorgelezen, o.a. door de Staatssecretaris van Onderwijs Betsy DeVos en door het hoofd van de militaire gezondheidsdienst, Surgeon General Dr. Jerome Adams. Die laatste is mijn favoriet: hij zit daar in vol ornaat en neemt uitgebreid de tijd om de kinderen bij het verhaal te betrekken: geweldig. En hij leest Oh, the places you’ll go van Dr. Seuss voor, ook al een favoriet.

Die Easter Egg Roll vindt al plaats sind 1878. Het is me niet duidelijk of er toen ook al werd voorgelezen of wanneer ze daar mee gestart zijn maar ik vind het een mooie traditie.

‘Dolly said no to Elvis’

Dolly Said No To Elvis (official music video) from Heather Colbert on Vimeo

De video bij het liedje ‘Dolly said no to Elvis’ van Mark Nevin. Ik vind het een prachtig filmpje. Toen ik het voor het eerst zag vond ik het grappig dat het verhaal al zingend verteld wordt, maar het begon dus allemaal met het liedje en niet met het beeld. Gebaseerd op het waargebeurde verhaal dat Dolly Parton nee zei tegen de manager van Elvis Presley. Elvis wilde haar nummer I will always love you opnemen maar dan wilde hij wel 50% van de royalties van het nummer hebben. En dat weigerde Dolly dus. Stoer.

Daarom vroeg Nevin aan animator Heather Colbert om een stoer filmpje bij zijn nummer te maken en dat is wat mij betreft wel gelukt. Hier vind je meer informatie over de film en een kijkje achter de schermen bij het maken ervan. De naam van Mark Nevin zei mij helemaal niks, maar het is een Britse singer-songwriter met een behoorlijke staat van dienst. Hij was de drijvende kracht achter Fairground Attraction (ja, dat is uit mijn tijd) en schreef o.a. nummers voor Morrissey, Kirsty MacColl en David Bowie. Niet de eerste de beste dus. Hij heeft net weer een nieuwe EP uitgebracht (daar komt dit nummer vandaan) en hij treedt op.

Het grappige vind ik dat zowel de zanger als de filmmaker Brits zijn. Bij zo’n bij uitstek Amerikaans onderwerp. Ben trouwens wel benieuwd wat Dolly Parton hier zelf van vindt. Waarschijnlijk kan ze er wel om lachen.

Hoe je ook tevéél boeken kunt hebben

Mooi filmpje. Over een boekhandelaar die het allemaal een beetje boven het hoofd gegroeid is. Ik betrapte mezelf er op dat ik meteen een beeld had van wat voor soort eigenaar bij deze winkel zou moeten horen. Precies zoals al die mensen in het begin van het filmpje ook hebben. En als die man dan eindelijk in beeld komt blijkt het allemaal mee te vallen en is het net anders dan je denkt. Dan ik in elk geval dacht. Nou ja, kijk zelf maar even.

De winkel heeft een eigen pagina op Wikipedia. Daar leer je dat er nog een veel groter verhaal zit achter John Scioli. En dat er nóg een Community Bookstore in New York is. Die ook een Wikipedia pagina heeft.

Jammer dat Scioli zijn winkel heeft moeten sluiten. Maar echt medelijden hoeven we niet met hem te hebben. In de film vertelt hij dat hij zijn winkel verkocht heeft. Hij zegt er alleen niet bij dat hem dat 5,5 miljoen dollar heeft opgeleverd. Dat is hem overigens van harte gegund.

 

Nog bedankt voor de tip Stieneke.

Hoe Ex Libris (de film) was

De VOB en ProBiblio organiseren deze week speciale vertoningen van Ex Libris, de veel geprezen en bekroonde film van regisseur Frederick Wiseman. Alleen toegankelijk voor bibliotheekmensen en hun gasten. Vanavond was ik bij de eerste vertoning in Sittard en ik heb genoten. De reacties om me heen waren gemengd: ik hoorde vooral dat mensen sommige stukken veel te langdradig vonden. “Die film had een stuk korter gekund.”

Ja dat klopt, die film had heel veel korter gekund, je had er makkelijk een documentaire van een uurtje van kunnen maken. Met een voice-over en de vermelding van namen en functies bij de diverse mensen die in beeld komen. En in plaats van de tijd nemen om de omgeving van een filiaal uitgebreid in beeld te brengen voordat de camera naar binnen gaat had Wiseman ook best even de vermelding Filiaal in Harlem kunnen maken. Maar zo’n soort film is het dus niet. Dit is een hele andere film. In de Chinese wijk filmt hij uitgebreid de vlaggenlijnen met alternerende Chinese en Amerikaanse vlaggetjes die symmetrische lijnen over de straat trekken, in de Bronx zie je de bibliotheek bijna niet liggen tussen alle schreeuwerige winkelpuien en de straat voor de New York Public Library for the Performing Arts is steeds weer opvallend leeg (en schoon).

Ik vond het een prachtige film, een echte aanrader. Als je je nog niet hebt aangemeld: snel doen. Hij draait nog op verschillende plekken, tot en met zondag. Als je eigenlijk te moe bent: toch gaan. Want de film is ook een soort van meditatie. Probeer vooral niet alle gesprekken te volgen want ruim 3 uur bij de les blijven en die soms hoog-intellectuele gesprekken in het Engels volgen is niet te doen. Maar laat je meevoeren met de beelden en kijk naar al die bijzondere mensen die in beeld komen. En ga je vooral niet ergeren aan het feit dat niemand benoemd wordt, dus dat je geen idee hebt wie daar allemaal aan het woord zijn. Het eerste half uur was ik een beetje jaloers: wat doen ze daar veel mooie dingen en wat organiseren ze dat goed. Totdat ik me realiseerde dat er in New York meer dan 100 keer zoveel mensen wonen als in Roermond en dat dus elke vergelijking mank gaat. Toen kon ik gewoon genieten van de betrokkenheid en gedrevenheid van iedereen die bij de bibliotheek betrokken is en bewonderde ik de strategische overleggen van het MT. Wellicht ten overvloede: het is dus geen bibliotheekfilm. Althans, geen film die haarfijn uitlegt hoe het er in een bibliotheek aan toe gaat. Het is een film die “toevallig” is opgenomen in de bibliotheek. Hij gaat net zoveel over de stad New York als over de NYPL.

Vandaag publiceerde de VOB een kijkwijzer op de site. Maar die las ik daarnet pas, na afloop dus. En gelukkig waren ze in Sittard eigenwijs en hadden ze daar toch een korte pauze ingelast. Goed idee Liesbeth. Want dat drankje tussendoor was wel heel fijn.

10, 10, 10, 10!

Vandaag bestaat mijn blog precies 10 jaar. Op 22 januari 2008 maakte ik een blog aan in WordPress en schreef ik daar een stukje over, als eerste opdracht van de 23 dingen. Dat ik de neiging heb om uit te gaan leggen wat 23 dingen is geeft al aan dat er sinds die tijd veel gebeurd is. In de wereld en in de branche en ook op dit blog. Wat begon als huiswerk bij een cursus werd een uitlaatklep voor mijn ergernissen en een verzamelpunt voor alle leuke dingetjes die ik tegenkwam tijdens mijn omzwermingen in de sociale media. Van een WordPress blog werd het een WordPress website (die ik nog steeds niet echt in de vingers heb) en het schrijven ging van eens per week via twee keer per week terug naar eens per maand. In het begin werd ik alleen gelezen door een handjevol directe collega’s, daarna kwamen daar andere collega’s uit de branche bij en inmiddels heeft mijn publiek zich ook uitgebreid tot buiten de branche. Raar hoor, om in de rij te staan bij een receptie en door een wildvreemde te worden aangesproken met “he, ik ken jou! Jij bent Tenaanval! Hoe heet je ook alweer echt?”. Ok., dit was een archivaris, dus dat is niet zo’n hele grote stap, maar toch. (Ik bleek Maartje trouwens ook te lezen. Kan ik jullie aanraden.)

Tien jaar geleden werkte ik bij ProBiblio en was ik hoofd van de afdeling Flexibele Bibliotheek. Vijf weken nadat ik dit blog had aangemaakt viel het besluit om de bibliobussen die bij mijn afdeling hoorden op te heffen. Het was een hele andere tijd. Een tijd waarin de term bibliotheekvernieuwing een toverwoord was. Een tijd waarin sommige bibliotheken zoveel mogelijk op boekwinkels wilden lijken, waar alles draaide om zo hoog mogelijke uitleencijfers. Er waren collega’s die concepten en formules verzonnen zodat alle bibliotheken in het hele land er hetzelfde uit zouden gaan zien want dat verhoogde de herkenbaarheid. Of ze bedachten dat de bibliotheek wel dicht kon “want het gaat om de functie en niet om het gebouw”. Daarna brak de strijd los tegen het negatieve toekomstbeeld voor bibliotheken in de buitenwereld. Die worsteling hebben we ook overleefd en gelukkig hoor je nog maar zelden: “waar hebben we nog een bibliotheek voor nodig want alles staat toch op het internet?”. De enkeling die dat nog wel eens zegt (standaardreactie bij een krantenartikel op het web over bibliotheken) wordt meestal snel gecorrigeerd door andere lezers. Er is een Bibliotheekwet gekomen en we hebben e-books. Er is de Bibliotheek op School, Digisterker en er zijn FabLabs in bibliotheken.

Kortom: er is veel gebeurd. Ook met mijzelf: na de bibliobussen en de Strandbibliotheek kwam de Airport Library en de Stationsbibliotheek. Ik ging naar de Bollenstreek waar ik leerde hoe het er echt aan toeging in de bibliotheekwereld en daarna kwam ik naar Roermond. Toen ik met dit blog begon dacht ik dat het maar voor een paar weken zou zijn, ik had nooit gedacht dat ik het zo lang vol zou houden. Ik heb in al die jaren heel veel nieuwe mensen ontmoet, virtueel en in het echt. Sommige mensen was ik misschien op een andere manier ook wel tegen gekomen, maar heel veel mensen ken ik toch echt dankzij Twitter en de sociale media. En dat maakte alles net een beetje leuker. Dus hartelijk bedankt voor de aandacht, de reacties, alle aardige woorden en de discussies die ik heb mogen voeren in de afgelopen 10 jaar. Het was leuk! Voorlopig dobber ik nog wel een beetje verder, in die grote digitale oceaan. Eens kijken hoe lang ik het nog vol hou.

 

Voor wie meer wil weten over de achtergronden van dit blog moet maar even de terugblikken lezen die ik o.a. schreef toen ik drie jaar bestond, of bij mijn eerste lustrum en bij mijn zesde verjaardag.