Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Quarantaine club

Dit is een oud filmpje, om een beetje een idee te krijgen

Mensen die mij kennen weten dat ik van Mondeo Leone hou, ik schreef vaker vaker over hem. Voor de mensen die dat niet wisten en die hem niet kennen: Mondo Leone is Leon Giesen, muzikant en filmmaker. En verhalenverteller. Dat nog wel meest, op alle mogelijke manieren: hij maakt theatershows, vertelt verhalen op zijn website en zelfs bij je thuis als je dat wil.

Toen de vorige lockdown (die intelligente) een week bezig was kreeg ik een mailtje van hem, dat hij een quarantaine club ging beginnen. Aan iedereen die 40 euro aan hem betaalde zou hij 40 dagen lang elke dag een Mondo Leonisch bericht sturen, met die dag gemaakte muziek. “Even een ander geluid in deze saaie rare dagen.” Ik heb meegedaan aan de Quarantaine Club, zoals ik een paar jaar geleden ook al eens lid werd van zijn Instituut voor Verwondering. Ik vond het heel fijn, elke dag een berichtje met iets leuks, iets positiefs. Giesen is die Quarantaine Club gisteren opnieuw gestart dus als je dat iets lijkt kun je nog meedoen. Kijk even op zijn website of stuur hem een mailtje dan legt hij uit hoe het werkt. Hij gebruikt dezelfde berichtjes als in het voorjaar, maar hem kennende zal er toch af en toe een nieuwe twist zitten. Ik kan het aanraden.

En voor degenen die Mondo Leone wel kennen: ik heb de afgelopen weken ook meegedaan aan de Moby Dick Leesclub. Ook een mooi (en geheim!) avontuur.

De rechten van de lezer

De rechten van de lezer

Naar aanleiding van mijn stukje van vorige week herinnerde iemand me op Twitter aan het boek ‘In een adem uit’ van Daniel Pennac. Ook een boek over hoe je jongens aan het lezen krijgt. Uit 1993, dus al behoorlijk oud maar ik herinner me nog hoe geweldig ik het vond toen ik het las. Pennac is een Franse romanschrijver, tevens leraar Frans. In zijn essay In een adem uit beschrijft hij hoe hem als puber het lezen ging tegenstaan en hoe hij die ervaring gebruikte om zijn leerlingen wel enthousiast voor lezen te krijgen. (spoiler: dat doet hij door voor te lezen) Inderdaad, de link met Bas Steman ligt voor de hand.

Toen ik vanwege die Twitterdiscussie ging opzoeken hoe oud dat boek van Pennac was kwam ik zijn beroemde ’10 rechten van de lezer’ weer tegen. Ik zag dat Quentin Blake (een van mijn favoriete illustratoren) die 10 rechten geïllustreerd had en dat de mensen van Cultuurkuur daar een vertaling van hadden gemaakt. Die deel ik hier graag. Inclusief een gratis te downloaden poster, dus doe er je voordeel mee.

Uit die 10 rechten van Pennac, en vooral uit zijn waarschuwing “lach mensen die niet lezen niet uit, want dan gaan ze nooit lezen” blijkt al hoe zijn zachtzinnige aanpak werkt: positief stimuleren. Voor zover ik kan zien is zijn boek al heel lang niet meer te koop. Misschien is het tijd voor een herdruk? Aidan Chambers, wiens Vertel eens, over ditzelfde onderwerp in dezelfde periode verscheen is omarmd door de Nederlandse bibliotheken en leesbevorderaars en zijn boeken zijn wel nog redelijk recent uitgegeven. Waarschijnlijk omdat Chambers meerdere boeken over het onderwerp schreef en ook als een ware apostel zijn boodschap verkondigde. Nog steeds verkondigt trouwens. Als je de kans krijgt om hem te horen praten moet je dat zeker doen. Ik zag hem ooit in een vergaderzaaltje in de oude OBA (ja, ja, oma vertelt) en was na die avond meteen verkocht.

Lekker boekie!

Hoera! Eindelijk een positief boek over jongeren en lezen. Een boek over leeshonger en over jongens (jongens!) die graag lezen.

Het probleem van jongeren die niet meer lezen en de resultaten van het PISA onderzoek ga ik hier niet meer noemen. Dankzij Arjen Lubach hoeft dat hoop ik ook niet meer. Belangrijkere vraag is: wat gaan we daar aan doen? Het antwoord is simpel: zorgen dat jongeren wel gaan lezen, want meer lezen is dé oplossing voor niet-lezen. Wij als bibliotheken doen daar al van alles aan maar dat schiet nog niet echt op. Bas Steman laat in zijn boek Lekker Boekie! zien hoe het wel kan. Nadat ik Steman en zijn leesclub had gezien in het tv-programma De Vooravond heb ik het boek dat hij daarover schreef meteen besteld.

Voor degenen die dat tv-optreden gemist hebben en er ook nog niet op een andere manier over gehoord hebben: toen zijn 15-jarige zoon moest gaan lezen voor zijn lijst besloot Steman om met de vriendenclub van zijn zoon een leesclub op te richten. Dat werd een groot succes: de jongens raakten verslingerd aan lezen en literatuur veranderde hun leven. In dit boek beschrijft hij hoe hij dat heeft aangepakt. Het is wat mij betreft verplichte kost voor iedereen die zich met leesbevordering en met middelbare scholieren in het algemeen bezig houdt. Hebben bibliotheken hier iets aan? Wel als middel om enthousiast te worden en als bewijs dat wel kan: jongeren enthousiast maken voor literatuur. Niet als ze op zoek zijn naar een model dat ze blind kunnen kopiëren. Het woord bibliotheek komt in het boek geloof ik maar twee keer voor. Steman wil dat jongeren de boeken die ze voor de leesclub lezen niet in de bibliotheek gaan lenen maar zelf kopen. Want ze moeten zich het boek toe-eigenen, letterlijk en figuurlijk.

Eigenlijk is de methode Steman heel simpel: het enige dat je nodig hebt is een enthousiaste volwassene met kennis over literatuur en voldoende geduld om pubers bij de hand te nemen. Je zou kunnen zeggen dat Steman het makkelijk had, want hij is niet alleen gepassioneerd over literatuur maar hij heeft ook een goede band met de plaatselijke boekhandelaar. Er ís überhaupt een goede boekwinkel in zijn woonplaats. Hij had een groep VWO-ers die hem vertrouwde en bereid was om hem te volgen en hij heeft een netwerk waardoor er colleges middeleeuwse literatuur gegeven kunnen worden en die er voor zorgen dat Adriaan van Dis kan aanschuiven bij de leesclub om over zijn boek te praten. Dus ja, dit is het ideale plaatje. Maar met het enthousiasme en de inzet van Steman zou je ook onder minder ideale omstandigheden een succesvolle leesclub kunnen maken. Een geweldige vondst vind ik de term ‘paaseitjes’ die hij gebruikt om thema’s of verwijzingen in een boek aan te duiden. De jongens kennen ‘easter eggs’ uit films en games en gaan meteen op zoek.

Dus mensen, lees dat boek. Je krijgt meteen zin om literatuur te gaan lezen. Ik miste mijn oude leesclub er nog meer door. En als je dan toch bezig bent, lees dan ook meteen even Waarom je kinderboeken moet lezen zelfs al ben je oud en wijs van Katherine Rundell. Een lelijk uitgegeven maar interessant essay waarin deze Britse kinderboekenschrijfster een aantal interessante dingen zegt. Zoals dat het een misverstand is dat je persé één bepaalde kant op moet lezen. Dat je steeds moeilijkere boeken moet lezen en als volwassene niet meer terug moet vallen naar makkelijke (lees: kinder-) boeken. Ik weet het niet zeker, maar ik heb zo’n vermoeden dat Bas Steman het op dat punt niet met Rundell eens is.

Een grensoverschrijdende bibliobus

Ik heb er weer een hoor: een bijzondere bibliobus. Dit is de Bi-Bus. De bibliobus van de bibliotheek Saarbrücken die met een collectie Duitse en Franse kinderboeken scholen bezoekt in het grensgebied van Duitsland en Frankrijk.

In dit filmpje lijkt het alsof het doel van de bus is om tweetaligheid te bevorderen, maar dat lees ik verder nergens terug. Er is sowieso weinig informatie over deze bus te vinden, behalve dat ze er in Saarbrücken heel trots op zijn. Terecht. Voor zover ik kan zien heeft de Stadtbibliothek Saarbrücken één vestiging en daarnaast dus de Bi-Bus. Ze hebben al sinds de jaren ’80 een bibliobus die de scholen bezoekt, ik vermoed dat toen die aan vervanging toe was hij is vervangen door deze bus waarmee ze ook bij de Franse buren terecht kunnen. De bus rijdt volgens een 5-wekelijks schema, zo te zien afwisselend in Frankrijk en Duitsland. Zo komen ze bijvoorbeeld in Diebling en Folkling, dat klinkt Duits maar het zijn Franse dorpjes (googel maar). Dat heb je in zo’n grensregio.

Het is niet de eerste grensoverschrijdende bibliobus, ik schreef eerder over de bus die boven de poolcirkel rijdt. Afwisselend in Finland, Zweden en Noorwegen. Overigens hebben ze in Saarbrücken ook een boekentaxi. Dat is een mooie term voor een afhaalpunt voor senioren in de bibliobus. Zoiets als bij ons de ‘bibliotheek aan huisdienst’. Senioren of andere niet-mobiele lezers kunnen telefonisch een boek of een boekenpakket bestellen en dat afhalen bij de bibliobus, want de bus zelf is dus alleen voor kinderen. Mooi woord wel: Büchertaxi. Mooie bus ook.

Een minister die van lezen houdt

Minister Slob, de minister van onderwijs, laat in dit filmpje zien waarom hij van lezen houdt. Hij zegt het niet rechtstreeks, want op de vraag ‘Waarom lees je” geeft hij een tamelijk meanderend antwoord. Tussen al die woorden hoor je echter ook “omdat ik het fijn vind”, en dat lijkt me de enige juiste reactie. Het enthousiasme zit hem niet zozeer in wat hij zegt maar in de manier waarop hij over lezen en over zijn favoriete boek praat. Hij houdt echt van lezen, dat merk je. En Karakter betekent echt veel voor hem.

Het filmpje is gemaakt omdat de minister ambassadeur is van De Weddenschap, het landelijk leesbevorderingsproject van de Stichting Lezen voor leerlingen van het praktijkonderwijs, vmbo en studenten van het mbo. Mooi project, dat dit jaar 10 jaar bestaat. Dat de minister zo’n filmpje maakt vind ik geweldig, goed voorbeeld doet goed volgen en zo. Daar heb ik me in het verleden al eens kwaad over gemaakt, over het ontbreken van een goed voorbeeld vanuit onze bewindslieden. Maar nu hebben we dus een minster van onderwijs die niet alleen zegt dat lezen belangrijk is maar die dat ook wil laten zien. Fijn.

Jeanine Deckers 12 september 2020 1 Comment Permalink

Een feestje voor de NBD

Dit jaar bestaat NBD Biblion 50 jaar. Daarom delen ze cadeautjes uit en gaan ze in het najaar een feestje vieren. Op hun eigen website staat een filmpje met een terugblik maar dat biedt niet echt veel achtergrondinformatie, daarom voel ik me geroepen om als bijdrage aan de feestvreugde een stukje te schrijven. Een ‘Hup NBD stukje’.

Eerst wat geschiedenis. Zo lang als ik in de bibliotheeksector werk is de NBD er al. Ik ben nog niet zó oud dat ik nog weet dat die werd opgericht, want dat gebeurde dus blijkbaar in 1970. Als Stichting Nederlandse Bibliotheek Dienst, een samenwerkingsverband van uitgevers, boekhandelaren en bibliotheken. Niet alleen heel efficiënt maar ook heel praktisch en uniek in de wereld. Tot die tijd kocht elke bibliotheek zijn eigen boeken bij de boekhandel en werkte die zelf in. Met inwerken bedoelen we in de branche niet alleen het plastificeren van een boek maar ook er voor zorgen dat het in de catalogus terecht komt en dat het in de kast te vinden is. In een heleboel landen in de wereld doet elke bibliotheek dat nog steeds allemaal zelf. Het scheelde een heleboel tijd en werk toen dat centraal ging gebeuren en het kwam het aanbod van de bibliotheek bepaald ten goede. Het heeft er ongetwijfeld aan bijgedragen dat de Nederlandse openbare bibliotheken internationaal worden gezien als voorlopers in de sector. De link van de NBD met de boekhandel is inmiddels een beetje uit beeld verdwenen maar ik weet nog dat toen ik begon, de dozen met nieuwe boeken werden afgeleverd bij de plaatselijke boekhandel. De boekhandelaar kwam die naar de bibliotheek brengen en kreeg een vergoeding, Niet voor dat brengen denk ik, maar het was niet de bedoeling dat boekhandelaren in de financiële problemen kwamen omdat de bibliotheken hun boeken ergens anders kochten, vandaar die compensatie.

In de tussentijd is er een heleboel gebeurd, een van de meest in het oog springende dingen is de fusie met Biblion, de uitgeverij van de voorloper van de branchevereniging VOB, het NBLC (ja sorry, ik heb al die afkortingen en naamswijzigingen ook niet bedacht). Maar het NBLC had dus zelf een uitgeverij, die boeken uitgaf die ontbraken in het aanbod. In mijn herinnering waren dat vooral informatieve jeugdboeken over onderwerpen waar in het onderwijs veel vraag naar was maar waar reguliere uitgevers geen brood in zagen. De boeken van Biblion werden voornamelijk gekocht door openbare en schoolbibliotheken. Omdat het een beetje vreemd is dat een branchevereniging dat doet, ging die uitgeverij op een bepaald moment over naar de NBD. Het bedrijf ging NBD Biblion heten maar in de volksmond bleef het ‘de NBD’. Dus ja, ‘de NBD’ en NBD Biblion is hetzelfde.

Er is de laatste jaren veel gemopperd op de NBD en er zijn een aantal bedrijven op de markt gekomen die ook boeken leveren aan bibliotheken. Vorige week werd ik nog gebeld door zo’n bedrijf dat claimde dat ze sneller en goedkoper boeken konden leveren. Dat zal wel, maar toch heb ik er geen behoefte aan. We hebben al een leverancier, eentje die uit de branche voort komt en die ook (een beetje) van de branche is. Dus waarom zouden we die in de steek laten en ons eigen netwerk verzwakken? Daarnaast steunen we de plaatselijke boekhandelaren, want omdat wij lezen zo belangrijk vinden is het belangrijk dat er goede boekwinkels in de stad zijn en daar draag ik graag een steentje aan bij.

Dat gemopper op de NBD was trouwens niet altijd onterecht want wat in 1970 als stichting was opgericht was in de loop der jaren een soort kerstboom van bedrijfjes geworden waarvan niet meteen duidelijk was hoe het zat. In 2016 is er een commissie ingesteld die adviseerde om de boel transparanter te maken. En dat is inmiddels gebeurd. De kernactiviteiten van NBD Biblion zitten weer in een stichting en de bibliotheken zitten samen met de boekhandelaren en de uitgevers in de Raad van Toezicht.

En even voor de duidelijkheid: ik vind het prima hoor, dat er concurrentie is en bibliotheken moeten vooral doen wat ze zelf het beste vinden. We zijn allemaal onze eigen baas, zeker als het over de collectie gaat. Ik verbaas me er alleen maar over. Waarom zou je iets dat goed is laten liggen? Zeker omdat de NBD niet zomaar een leverancier is maar een bedrijf dat deels van onszelf is en waar we invloed kunnen uitoefenen, o.a. via de klankbordgroepen. En begin nou niet over dat het inbinden van bibliotheekboeken niet nodig is en het allemaal extra duur maakt want dat is onzin. Weet ik uit ervaring, want ik dacht dat ook ooit. Waarom zou je zelf weer het wiel moeten uitvinden als dat al uitgevonden is? Waarom ga je zelf iets doen als je dat samen beter kunt doen? Dat geldt niet alleen voor de NBD trouwens, maar ook voor het CPNB. Daar kun je ook van alles van vinden, maar samen staan we sterker. Zij hebben een netwerk en een slagkracht die ik zelf nog niet in de verste verte heb dus laten we daar vooral zuinig op zijn. Daarom uit de grond van mijn bibliothecarissenhart: Hup NBD Biblion! Hartelijk gefeliciteerd en nog vele jaren!

Disclaimer: dit stukje is niet gesponsord, wel ben ik al meer dan 20 jaar recensent voor de NBD. Ik recenseer voor hen architectuurboeken.

Een gedicht op onze trap

Brohlin op de trap (foto: John Peters)

De bibliotheek Bibliorura ligt een beetje verscholen in een winkelstraat in Roermond. In de mooiste winkelstraat van de stad, dat dan weer wel, maar verscholen. De bibliotheek bestaat uit een aantal oude gebouwen waar achter een heel nieuw complex is opgetrokken, maar dat zie je van de buitenkant niet. En ondanks het feit dat er met koeien van letters ‘Stadsbibliotheek’ op de gevel staat weten toch veel mensen niet dat we daar zitten.

De afgelopen jaren hebben we nagedacht over hoe we meer zichtbaar konden zijn. Letterlijk zichtbaar. Van een architect die we daarbij hadden ingeschakeld leerde ik dat onze onzichtbaarheid onder andere te maken heeft met het feit dat precies op het punt waar wij liggen, de straat versmalt en dat mensen daarom ‘op de weg letten’ in plaats van om zich heen te kijken. Dus dat we iets moesten verzinnen om letterlijk de blik te vangen. Die opmerking, gecombineerd met een enorme trap voor onze ingang die het de mensen ook nog eens niet altijd gemakkelijk maakt om binnen te komen én iemand die mij wees op een project over poëzie op straat leidde tot het idee van een gedicht op de trap.

Ik vond het zelf een heel goed idee, maar hoe dan? En wat? Dus hebben we contact gezocht met het bedrijf dat de trap gemaakt had en volgens hen zou er best een tekst in het natuursteen kunnen worden aangebracht. Toen die eerste hobbel genomen was kwam de vraag: maar wat dan? Want wat voor gedicht zet je dan op zo’n trap? Omdat ik daar zelf niet echt uitkwam heb ik contact gezocht met het Huis voor de Kunsten Limburg. In samenwerking met Merlijn Huntjens, de consulent Literatuur van het Huis, kwamen we tot het idee om een jonge dichter een opdracht te geven om speciaal voor de bibliotheek een gedicht te schrijven. De keuze viel op de Roermondse rapper en spoken word artist Brohlin Coumans. Hij werd in contact gebracht met Kila van der Starre, specialist op het gebied van straatpoëzie, die hem bij het schrijven coachte. Het resultaat was een prachtig gedicht over lezen. De eerste zin van het gedicht luidt: mijn allerliefste oma leerde mij lezen. Dat is een verwijzing naar zijn oma, de kunstenares Truus Coumans, van wie een beeld op een steenworp afstand in dezelfde straat staat. Op de site straatpoezie.nl is het hele gedicht goed leesbaar en voorzien van achtergrondinformatie te vinden. Sowieso een aanrader, die website.

Gistermiddag werd het gedicht officieel onthuld, in aanwezigheid van iedereen die bij het gedicht betrokken was. Inclusief de steenhouwer die vertelde dat ze het zelf ook best een uitdaging hadden gevonden, dat zandstralen op straat. Het was een mooi feestje met workshops over straatpoëzie en spoken word als afsluiting. Om een beeld te krijgen van het de onthulling is hier nog een mooi verslag te vinden waarin de dichter geïnterviewd wordt. In het item wordt overigens gezegd dat dit het eerste gedicht in Limburg is dat speciaal voor de locatie geschreven is, maar dat is een misverstand.

Ik ben er heel blij mee. Of het gedicht letterlijk voor meer zichtbaarheid van het gebouw gaat zorgen moeten we even afwachten, maar gezien de belangstelling voor de onthulling gisteren en alle positieve reacties die we krijgen heeft het de bibliotheek wel weer in beeld gebracht als organisatie die zich met lezen bezig houdt. En dat vind ik onze kernactiviteit.

‘Curbside Larry’

Toen de Nederlandse bibliotheken, net zoals zo’n beetje alles, dicht moesten vanwege Corona ontstonden er na een paar weken diverse initiatieven om lezers toch van boeken of ander materiaal te voorzien. Dat werd bijvoorbeeld thuis gebracht of mensen konden het in de bibliotheek komen afhalen. Na twee maanden gingen de meeste bibliotheken weer open, voorzien van looproutes, spatschermen, plastic handschoenen en heel veel desinfectiemateriaal.

In de Verenigde Staten is de situatie heel anders. Op een heleboel gebieden, maar zeker op bibliotheekgebied. Daar verschilt het per staat, in sommige staten zijn bibliotheken wel open maar meestal zonder al die maatregelen die wij getroffen hebben, in andere staten zijn ze nog steeds gesloten. De bibliotheek van Harris County is nog steeds dicht maar heeft wel bij al zijn filialen een afhaalpunt gemaakt. Een curbside pickup, op zijn Amerikaans: je rijdt met je auto naar de bibliotheek, meldt je telefonisch, doet de kofferbak open en de bibliothecaris van dienst zet een tasje met boekje in je achterbak. Om daar reclame voor te maken hebben ze dit filmpje gemaakt, van Curbside Larry. De medewerkers van de bibliotheek waren aan het nadenken over hoe ze reclame konden maken zonder reclamebudget. Zo kwamen ze op de goedkoop aandoende tv-spotjes van tweedehandsautoverkopers die in de VS ’s avonds laat vaak op tv zijn en daar zijn ze op door gaan fantaseren. Wat je er ook van vindt, het is heel effectief want het trekt enorm de aandacht. Het filmpje wordt veel gedeeld op social media en het is besproken in verschillende tv-programma’s. Hier wordt bijvoorbeeld John Schaeffer, de bibliotheekmedewerker die Larry speelt geïnterviewd. Kun je hem ook zonder cowboyhoed zien.

Voor het geval je het nog niet door had: Harris County ligt in Texas, vandaar dat Larry reclame maakt voor de Barbara Bush Branch Library. Dat is geen grapje, die heet echt zo. De Amerikaanse situatie is zoals gezegd heel anders. Daar zijn bibliotheken soms gewoon weer open gegaan zonder dat er andere maatregelen zijn getroffen dan dat mondkapjes verplicht waren. Wat weer tot dramatische verhalen heeft geleid van bezoekers die weigeren een mondkapje te dragen en medewerkers die dringende oproepen doen om vooral niet open te gaan.

Omdat het zo toepasselijk is sluit ik graag af met dit citaat uit Texas Monthly over het filmpje: ‘In times like these, we’ll look for our unlikely heroes wherever they may appear—and when we pull up to the curb, we’ll open the trunks to our hearts, and let them crawl inside.’

Read, my child. Read!

Vrijdag is John Lewis overleden, het Amerikaans congreslid. Voor iedereen die niet op social media zit (vanwege vakantie of vanwege social media) deel ik hier graag dit filmpje, dat nu druk gedeeld wordt op social media, van zijn speech uit 2016 toen hij de National Book Award won. Het is maar een hele korte speech, maar het ontroert me elke keer als ik het zie.

Hij won de National Book Award in de categorie Young People’s Literature voor March: Book three, het derde deel van zijn autobiografisch boek over zijn jeugd, zijn inzet voor de Civil Rights Movement en de burgermarsen waar hij bij betrokken was. Lewis was de laatste nog levende Freedom Rider, een groep van burgerrechtenactivisten waar Martin Luther King er ook een van was. Het bijzondere van March is dat het stripboeken zijn, vandaar die twee mannen die achter hem staan: die hebben zijn verhaal verstript. Lewis had al eens een autobiografie geschreven, maar schrijver Andrew Aydin haalde hem over om zijn bijzondere verhaal om te zetten in een strip

John Lewis houdt echt van bibliotheken en voor wie niet genoeg van hem kan krijgen heb ik hier nog een linkje. Hij was een paar jaar geleden op het congres van de American Library Association, Jeroen de Boer was daar ook en die heeft zijn toespraak toen opgenomen. Zeker even kijken, het is een aanrader. Voor wie het niet wist, de dame die hem introduceert is Carla Hayden, de 14e Librarian of Congress, de directeur van de Nationale bibliotheek. En nou ben ik een beetje jaloers op Jeroen, dat hij daar toen bij was.

Rare tijden, of een pleidooi voor twijfel

Het zijn rare tijden. Dat hebben we de afgelopen maanden tot vervelends toe gezegd en gehoord. Ik heb het zelf ook verschillende keren opgeschreven, in mails en nieuwsbrieven. En dat klopte ook. Maar eerlijk gezegd vind ik de tijden nu nog raarder dan drie maanden geleden. Want toen was duidelijk wat er aan de hand was: we zitten midden in een pandemie, we doen er alles aan om het aantal zieken zo klein mogelijk te houden en daarom houden we ons aan een paar duidelijke voorschriften. Daar was redelijke consensus over en in mijn geval had ik alleen discussies met mijn moeder over waarom ze me niet meer mocht zoenen.

Nu is alles veel onduidelijker. Voor mij althans. Voor een aantal andere mensen niet: die weten precies hoe het zit. Die vinden die hele lockdown en alle maatregelen onzin, want het virus bestaat niet en alles is een complot van de overheid. Of die vinden dat er een hele andere lockdown had moeten zijn met andere keuzes want nu hebben we dor hout beschermd. Of die vinden dat die lockdown veel te lang geduurd heeft en dat het allemaal wel mee valt want ik ken niemand die Corona heeft gehad en nou is de economie kapot. Of die denken dat ze zelf Corona hebben gehad “want ik moest 6 weken geleden een paar dagen heel erg hoesten dus ik kan niet meer besmet worden dus die regels gelden niet voor mij.” Of die vinden dat de wetenschappers en deskundigen het allemaal verkeerd zien en dat er maar één iemand is die wel precies weet hoe het zit. En dat zijn ze dan meestal zelf.

Ik word daar tamelijk onrustig van. Niet van al die verschillende meningen, want laat duizend bloemen bloeien zou ik zeggen. Wel van het feit dat al die mensen het allemaal zo zeker weten. En dat ze dat zo luid rondtoeteren en dat iedereen die het daar niet mee eens is een sukkel is. Of op zijn minst met een minachtend glimlachje wordt weg gezet. Ik wilde zo graag een mooi stukje schrijven over het einde van het hele corona gedoe, als het zo ver was. Want het is best grappig om die andere stukjes terug te lezen, die lijken nu allemaal alweer heel lang geleden. Dus een laatste stukje over de eindfase zou het mooi rond maken. Maar ik weet helemaal niet of we al aan het einde zijn. In het begin werd er gewaarschuwd dat er altijd een tweede golf komt maar daar hoor je nu weinig over. En als die tweede golf komt: wanneer dan? En hoe? Het verpleegtehuis in mijn geboortedorp is sinds vorige week weer dicht want er zijn 7 bewoners besmet. In de Duitse deelstaat Nordrhein Westfalen is er alweer een uitbraak en daar zijn een paar dorpen in quarantaine gezet. Die deelstaat ligt hemelsbreed nog geen 8 kilometer van mijn huis vandaan. Hoe groot wordt die tweede golf dan als die komt? Beginnen we dan weer van voor af aan? Moet hier dan ook alles weer dicht? Ik weet het niet. Niemand weet het, dat is nou net het probleem. Want als we zeker wisten wat er zou gebeuren dan zouden daar plannen voor worden gemaakt en protocollen voor worden bedacht. Want alles is te regelen en de wereld is maakbaar. Althans, dat zouden mensen graag willen. Daarom geloven ze zo snel een opiniepeiler of een dansschoolhouder met een makkelijk verhaal. Maar niet alles is te regelen en niet voor alles is een oplossing.

Dat heeft me de laatste weken erg bezig gehouden. Waarom is er zo weinig ruimte voor twijfel? Het antwoord is natuurlijk dat dit een hele onzekere periode is waarbij de hele wereld op zijn kop staat. En mensen worden onrustig van onzekerheid en klampen zich daarom vast aan dingen die wel zeker zijn, dat is logisch, dat weet ik wel. Maar ik word er soms zo moe van. Van dat ‘ik heb een mening, dus ik heb gelijk’. En van de grootste schreeuwers die als eerste hun zin krijgen. Het is ook heel verwarrend dat als je ’s middags ergens gaat lunchen je voordat je gaat zitten je handen moet desinfecteren en een hele trits vragen over je gezondheid moet beantwoorden en als je dan ’s avonds ergens gaat eten je zonder boe of bah vanachter de bar naar een tafel wordt gewuifd en de kok gezellig over de tafel komt hangen om zijn specialiteit toe te lichten.

Die uitspraak van Rutte “Met 50 procent van de kennis, moeten we 100 procent van de besluiten nemen”, tijdens die eerste persconferentie vind ik zelf nog steeds heel mooi. We kunnen niet in de toekomst kijken, soms moeten er nou eenmaal besluiten worden genomen en de meeste mensen doen hun best. We weten niet altijd wat de beste oplossing is. Dan wordt er op gevoel een beslissing genomen, of een uitspraak gedaan. Soms met een slag om de arm, soms wordt de twijfel overschreeuwt met stoere woorden. Want twijfel is zwak en zwak is slecht. Zeker voor leiders. In elk geval voor veel mannelijke leiders. Maar twijfel betekent volgens mij ook dat je open staat voor nieuwe inzichten en dat je flexibel bent. Want je weet niet zeker of je de juiste beslissing hebt genomen. Dus kun je je mening en je beslissing bijstellen als er een nieuw inzicht komt. Dat is op de lange termijn veel duurzamer dan met al je zekerheid op je misschien wel achterhaalde standpunt blijven staan. Vind ik dan.

Maar goed, het zijn rare tijden. En er zit niks anders op dan af te wachten hoe het verder gaat met dat virus. Misschien lees ik dit stukje over vier weken terug en moet ik lachen om al die twijfel. Voorlopig twijfel ik nog even door.