Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

In de stembus

Afgelopen woensdag was ik vrijwilliger op de Stembus. Ik had me in het najaar aangemeld als vrijwilliger voor het stembureau omdat ik het tijd vond om mijn burgerplicht te doen. Toen ik las dat de gemeente Roermond van plan was om met een bus rond te gaan rijden leek me dat een uitgelezen kans om oude tijden te laten herleven dus heb ik een mailtje gestuurd met de vraag op of ik op de bus mocht. Voor wie dat niet wist: ik heb een aantal jaren op een bibliobus gewerkt en ben nog steeds fan. De Stembus was een omgebouwde touringcar en geen bibliobus maar sommige dingen waren toch erg herkenbaar. Van de auto’s die ondanks de grote ‘Niet Parkeren’ borden toch op de standplaats geparkeerd stonden tot de paaltjes die het inparkeren bemoeilijkten en de mensen die terwijl we al aan het opruimen waren nog aan kwamen zetten met hun stempas.

Voordat je kunt worden ingedeeld als vrijwilliger moet je een cursus volgen. Daar leer je (digitaal) over al de verschillende procedures die op zo’n dag gevolgd moeten worden en over het verschil tussen een stempas en een kiespas, over legitimatiebewijzen en volmachten maar ook wat je moet doen als er om 21 uur (als de stembussen volgens de wet gesloten moeten worden) nog mensen willen stemmen. Best een pittige cursus (al kan het ook aan de opzet van de cursus gelegen hebben, ik heb nog wel wat tips voor de makers..) maar wel interessant.

De dag zelf was ook erg interessant. De plekken waar we stonden waren heel verschillend: een ‘krachtwijk’, een sterk vergrijsde wijk, bij een seniorenflat en aan de rand van een kleine kern. Daardoor waren de bezoekers ook heel verschillend. Van de mevrouw die om 10 over half 8 ’s ochtends aan kwam lopen en die, toen ik zei dat ze door mocht lopen omdat er niemand in de bus was, zei “Oh gelukkig. Want ik vind het altijd zo eng. Eens kijken hoe dit gaat” tot de bouwvakkers en schilders die om kwart voor vijf hun werkbusjes naast de bus parkeerden om te komen stemmen. De mevrouw met de rollator die we het trapje op moesten hijsen (ja, ja iedereen droeg een mondkapje) en de mbo-scholieren die vooral veel belangstelling hadden voor de technische kant van de bus die we voor de school hadden geparkeerd toen de gereserveerde plek bezet bleek. Ze bleken een techniekopleiding te volgen en stonden hardop te overleggen waar ze op zouden gaan stemmen als ze dat zouden mogen. Vanaf 6 uur stonden we tegenover de snackbar, dat was een gouden plek want er kwamen veel mensen vanuit de snackbar vragen hoe lang we daar nog stonden; “oh mooi, dan kom ik straks even terug”.

Het was ook interessant om de verschillen te zien tussen mensen in het stemhokje: hoe sommige mensen ruim de tijd namen om het hele stembiljet te bestuderen, alsof ze ter plekke pas besloten welk hokje ze rood zouden maken en hoe anderen met een zwierig gebaar het potloodje rondzwaaiden. Veel mensen mopperden over hoe groot dat stembiljet wel niet was en worstelden om het helemaal uit te vouwen in het stemhokje. Ze vroegen zich af of ze het ook weer helemaal precies moesten terug vouwen. “Nee hoor, hoeft niet precies volgens de lijntjes. Als wij maar niet kunnen zien wat u gestemd heeft.” Daar was de jongen met de dreadlocks die snel klaar was en terwijl hij het stembiljet dichtvouwde zei “oh nee, ik ben vergeten mijn handtekening te zetten! Mijn handtekening moet er toch nog op?” Toen ik hem verzekerde dat dat echt niet hoefde, dat dat zelfs niet mocht zei hij dat hij er de vorige keer zijn naam op had geschreven. Of de oudere mevrouw met de hoofddoek die het formulier maar rond bleef draaien en op een gegeven moment wanhopig naar mij riep: ‘Nummer één! Nummer één staat er niet op!” Voordat ik iets terug kon zeggen zag ze nummer 1 gelukkig zelf staan. En de man die zijn stembiljet omhoog hield en vroeg of hij het zo goed had gedaan of dat het helemaal vol moest. Gelukkig hield hij het papier niet hoog genoeg voor mij om te zien welk hokje hij had gekleurd dus ik kon volstaan met te zeggen dat het hokje niet helemaal vol hoefde “als wij vanavond maar kunnen zien wat u bedoelt”.

Heeft deze bus er nou voor gezorgd dat er mensen gingen stemmen die dat anders niet gedaan zouden hebben? Dat weet je natuurlijk nooit zeker maar voor een paar mensen zal dat zeker het geval zijn geweest: de mensen die slecht ter been waren of de mensen die het allemaal maar ingewikkeld vonden. Andere mensen vonden het vooral een mooie service: “Fijn, nou hoef ik niet helemaal naar de sporthal/het eetcafé” en “wat een luxe, zomaar het stembureau in de straat”. Het feit dat we zo zichtbaar waren heeft ook zeker geholpen. Ik vind het in elk geval nog steeds een goed idee en ik denk dat ik me een volgende keer weer als vrijwilliger ga aanmelden, want ik vond het een mooie dag.

In dit korte filmpje van de regionale zender L1 kun je de bus overigens in actie zien.

De bibliotheek als clubhuis van het lezen

Afbeelding

Sinds vorige week hangen er op het Munsterplein in Roermond grote banieren met foto’s en interviews met bekende Roermondenaren over de rol die lezen speelt in hun leven. Het is een initiatief van onze bibliotheek, in samenwerking met We Are Roermond, in het kader van onze actie Ik Lees. Met die banieren willen we aandacht vragen voor lezen en willen we laten zien dat lezen voor iedereen iets anders kan betekenen.

Met dat doel hebben we acht bekende Roermondenaren geïnterviewd en gefotografeerd (foto’s van Kim Roufs). Op de banieren is een deel van het interview te lezen, de rest van het interview is te vinden op onze website, waar je met een QR-code rechtstreeks vanaf het Munsterplein naar toe geleid wordt. Het een heel divers gezelschap geworden: van de burgemeester (hierboven) en de Bisschop tot een bekende horecaondernemer en een schrijfster uit Roermond. Het mooie vind ik dat het zo goed laat zien hoe breed ‘lezen’ is: toen wij zanger en gemeenteraadslid Big Benny belden was zijn reactie dat hij eigenlijk helemaal niet zo veel las, maar dat hij het zo leuk vond om zijn kleinzoon voor te lezen. Of hij daar ook iets over mocht vertellen? Ja, graag zelfs! En sinds deze actie weet ik dat onze bisschop Nederlands heeft gestudeerd. Ook altijd leuk om te weten.

De komende maanden gaan we hier op verschillende manieren op verder borduren, met leestips van de geïnterviewden op onze website en een oproep aan inwoners om zelf een bijdrage te leveren aan #iklees. We doen dit omdat we onszelf zien als het clubhuis van het lezen, we willen een plek zijn waar iedereen toegang heeft tot een uitgebreide leescollectie en waar wordt gepraat over boeken. We zijn al langer bezig met praten met onze partners over het Leesoffensief, dit is onze eerste concrete stap. Op naar de volgende!

Carnavalsliedje zonder carnaval

Afgelopen donderdag kwam dit filmpje online, met als bijschrift ‘Vastelaovesleedje in een jaar zonder vastelaovend’. Sinds kort weet ik dat het donderdag ‘Vette Donderdag’ was, een feest dat voornamelijk in Duitsland en Polen gevierd wordt. Ook wel het begin van carnaval, dus een hele toepasselijke dag om dit filmpje te publiceren. Het is de clip bij een liedje van Frans Pollux, schrijver, interviewer en bij het niet-Limburgse publiek waarschijnlijk vooral bekend als zanger van het Top 2000 liedje Hald Mich ’s Vas en/of de maker van de podcast De laatste dans. Het is een weemoedig liedje over muziek die niet klinkt en over een feest dat niet gevierd wordt.

En over het beste er van maken: ‘Als het zo moet, dan houden we het klein. Dan gaan we naast elkaar staan met het raam open, met schmink op ons gezicht. En alle kleuren die verzinnen we, al weet ik nog niet hoe.’

Dat is niet alleen een mooie tekst maar ook een mooie vergelijking met de hele Corona toestand. Binnen de beperkte mogelijkheden die er zijn doen we ons best: we gebruiken onze fantasie en onze inventiviteit en dan komt er soms iets heel moois en verrassends uit. Ik vier al een paar jaar geen carnaval meer, maar nu mis ik het wel. Misschien juist omdát het niet kan. Zoals dat in deze tijd met veel dingen gaat: na 21 uur ben ik zelden nog buiten, maar nou dat niet mag is dat toch stom.

De video is overigens van Rob Hodselmans, die ook al die prachtige film Nao ’t Zuuje maakte, over Carnaval in Venlo. En als je die podcast van Frans Pollux nog niet geluisterd hebt moet je dat zeker doen. Die is geweldig.

Dat gedoe met die social media

Zondag liepen de Social Media over van de mooie sneeuwfoto’s en jolige filmpjes van sneeuwpret. Althans in mijn mediabubbel was dat zo. In andere bubbels is vast geklaagd over treinen die niet reden of over straten waar te weinig gestrooid is en ongetwijfeld ook over Corona en over de politiek. Maar omdat ik geen zin heb in dat soort gezeur probeer ik dat zo veel mogelijk uit mijn tijdlijn op Twitter te houden. Ik zit nu bijna 12 jaar op Twitter en daar is veel veranderd. Wees niet bang, dit wordt geen vroeger-was-alles-beter-stukje en ik ga ook niet uitleggen dat Twitter de schuld van alles is. Ik gebruik het nog steeds met veel plezier: ik volg er de actualiteit en ik lees mooie verhalen.

Ik heb alleen wel de behoefte om te reageren op die mensen die vreselijke dingen op Twitter roepen onder de noemer ‘ach dat moet je niet zo serieus nemen’. Die Twitter vergelijken met op de bank zitten met je vrienden, dan zeg je ook dingen die je niet zo bedoelt. Want dat is een vergissing. Die mensen verwarren Twitter met Whatsapp. In een appgroepje gebruik je die rare bijnaam of maak je flauwe grappen over iemands kleding, maar niet op Twitter. Tenminste, dat MAG wel, maar realiseer je dat de hele wereld kan meelezen. Je mag iemand beledigen, maar bedenk dat diegene dat ook kan lezen en dat die dus iets terug kan zeggen. Dat is meestal niet de bedoeling en dan wordt iets al snel groter dan verwacht. In de begintijd vergeleek iemand Twitter eens met een kroeg waar je naar binnen gaat, waar je mensen kent maar waar ook veel onbekenden zijn en waar je zomaar in een interessant gesprek kunt belanden. Dat vond ik toen heel goed gevonden. Nog steeds eigenlijk. Maar Twitter lijkt de laatste tijd soms wel een kinderspeelplaats, waar de kinderen met de grootste mond, of de meeste vriendjes, de baas zijn. Met vervelende jongetjes die graag pesten en ruzie zoeken. En waar sowieso iedereen een mening heeft, over alles.

Ik heb mezelf aangeleerd om die mening niet (meer) altijd te ventileren en om niet overal op te reageren. Deels uit zelfbescherming, want ik heb één keer zo’n lawine reacties over me heen gehad en dat was meer dan genoeg, maar ook omdat ik me steeds vaker afvraag waarom ik dat zou doen. Heeft die ander daar iets aan? Die meningen machine die soms zo op hol kan slaan, daar word ik wel eens moe van. Die mensen met hun ‘ik heb een mening dus ik heb gelijk’ en die dat gelijk dus ook persé willen halen. Ik probeer me op Twitter steeds meer te beperken tot het delen van interessante berichten of verhalen waar ik blij van wordt. Daar heb ik zelf nu behoefte aan en ik ben vast niet de enige. ‘Limit your negative news’ hoorde ik dit weekend op tv. Lijkt me een goed advies dus daar hou ik me aan.

Die quote hierboven kwam ik onlangs tegen. Ik had nog nooit van Bill Bullard gehoord, het is geen diepzinnige guru maar een Republikeinse Senator.

Ik geloof dat alles ooit mooi wordt

En met het risico dat ik voor gek wordt versleten
Geloof ik dat alles ooit mooi wordt en goed
Met de moed van de wanhoop en tegen beter weten in
Blijf ik geloven, omdat dat wel moet

Dit citaat lijkt me een prima wens om dit nieuwe jaar 2021 mee te beginnen. Het komt uit het liedje Ik geloof van Jeroen van Merwijk. Deze cabaretier en beeldend kunstenaar is ongeneeslijk ziek en als cadeau hebben 30 collega cabaretiers een cd opgenomen met liedjes van hem. Aan het einde van de cd zingen ze met zijn allen dit liedje. ik vind het prachtig, niet alleen het liedje maar ook dit filmpje: je voelt de liefde door het scherm heen komen. Dus laten we ons daar maar aan vasthouden: dat alles ooit mooi wordt en goed.

De cd is overigens te bestellen via de website van de broer van Van Merwijk, die het allemaal geregeld heeft.

Een passend kerstlied

Volgens sommige mensen is ‘Fairytale of New York’ van The Pogues het mooiste kerstlied ooit gemaakt. Daar verschillen de meningen over, zelf ben ik groot fan van Bing Crosby, maar het is wel een prachtig nummer. Voor wie ze niet kennen: The Pogues was een Ierse folk/punkband uit de jaren 80 en 90.  De band bestaat niet meer maar heeft nog wel een grote schare fans. In mei van dit jaar, tijdens een lockdown werd The PoguestrA opgericht, een wisselende groep muzikanten verspreid over de hele wereld die op afstand samen nummers van The Pogues opnemen en op Youtube zetten. “A COMMUNITY powered by PASSION, DIVERSITY and INCLUSION” zeggen ze zelf. Zo te zien nemen ze ongeveer elke maand samen een nummer op, in deze maand lag het kerstnummer voor de hand.

Niet alleen vanwege Kerstmis, maar de tekst is ook wel toepasselijk: ‘I can see a better time, when all our dreams come true”. Mooi, al die muzikanten, ieder in hun eigen kamer en toch samen.

In The Poguestra zijn ook een aantal Nederlandse fans actief, heel actief zelfs. Zij hebben er voor gezorgd dat Tren van Enckevort, van Rowwen Heze meespeelt in dit nummer. Ik vind het filmpje geweldig. Het allermooist vind ik het refrein, dat gezongen wordt door leden van The Include Choir, een Brits koor met ‘people with and without understanding or speaking difficulties’. Vandaar dat ze al zingend gebaren maken, zodat de koorleden die niet kunnen praten ook kunnen meedoen. Dat lijkt me de ultieme kerstgedachte: samen doen en zorgen dat iedereen mee kan doen. Het zal wel aan Corona liggen, maar het ontroert me.

Met die ultieme kerstgedachte in het achterhoofd wens ik graag alle lezers fijne feestdagen. Samen met iedereen die je lief is, al dan niet op gepaste afstand.

De Kleine Komedie Adventskalender

Het Amsterdamse theater De Kleine Komedie heeft een adventskalender op zijn website staan. Sinds 1 december gaat er elke middag om 12 uur een vakje open met daarachter een filmpje van een optreden van een artiest. Speciaal opgenomen voor deze kalender, gefilmd in het theater. Ideetje van directeur Vivienne Ypma, die iets wilde doen voor haar trouwe publiek, haar medewerkers en voor de artiesten. De artiesten krijgen, dankzij een sponsor, voor dit optreden betaald.

Het aanbod is heel divers, op 1 december werd de kalender geopend met een optreden van Brigitte Kaandorp en Theo Nijland met een lied over de behoefte die we in deze tijd hebben aan warmte en aanraking. Een lied dat nogal ontspoort. De dag erna zingen Yentl en De Boer over hoe het was toen we nog handen gaven. Oh ja, zo was dat…

Niet alles gaat over Corona. Erik van Muiswinkel, op het filmpje hierboven, zingt als sarcastische Sinterklaas een bestaand liedje van Drs. P. In het vakje van 5 december, uiteraard. Erg grappig, kijk vooral even. Het is een gevarieerd programma met bekende en minder bekende artiesten. Heel afwisselend. Ze hebben ook al een livestream gehad van 2,5 uur onder de titel De avond van de ballade.

Mooi initiatief vind ik het. Ik hou van adventskalenders en van theater, dus dit is een prachtige combinatie.

Waarom iedereen ‘Klassen’ gezien moet hebben

De afgelopen week is er al veel aandacht geweest voor de documentaireserie Klassen in kranten en talkshows maar mocht er nog iemand zijn die de eerste aflevering gemist heeft: kijk het terug! Het is geweldig! Ik zal eerlijk bekennen dat ik niet zo’n enorme documentairekijker ben, ik ben meer van de domme politieseries. Maar dit is echt geweldig, dus geloof mij nou maar en zoek het op.

Het is een serie over het onderwijs en hoe dat van invloed is op de kansen die kinderen krijgen in het leven. Leerlingen, leraren en bestuurders in Amsterdam-Noord worden gevolgd tijdens hun dagelijkse bezigheden, afgewisseld met korte gesprekjes. De focus ligt op leerlingen van groep 8, want daar wordt beslist naar welke school ze na het basisonderwijs gaan. En die keuze bepaalt voor veel kinderen de rest van hun leven. In deze eerste aflevering wordt kennis gemaakt met een paar kinderen en in sommige gevallen ook met hun familie.

Sommige details zijn hartverscheurend. Zoals dat fragment van Anyssa, die eerder heel bijdehand uitlegde dat ze bij haar opa en oma woont en dat dat prima is. Op de ouder- en kind avond van school vraagt ze geroutineerd aan haar buurmeisje of die opa even wil helpen met de wens van opa voor haar toekomst op te schrijven “want dat kan opa niet’. Of Yunuscan, die heel hard werkt op school “want van dit jaar moet je echt het jaar maken als je iets wil bereiken in je leven”. Hij probeert elke avond een uur huiswerk te maken, als hij tenminste bij de computer kan die in de huiskamer staat en de rest van de familie hem met rust laat. Hij is heel trots als hij het woord ‘handelsstad’ kent in de zin ‘Deventer was vroeger een handelsstad’. Maar uit de manier waarop hij Deventer uitspreekt weet je dat hij die naam niet eerder hoorde. En last but not least: Marjolein Moorman, de wethouder die gloedvolle betogen houdt over hoe vreselijk het is dat kinderen in Nederland al zo jong moeten kiezen en over de hokjes waar ze dan in geplaatst worden. En die daar echt iets aan wil veranderen.

Voordat ik nou alle mooie details verklap: kijk gewoon die eerste aflevering terug. Via de website van Human, of via je eigen terugkijk kanalen. Op die website is overigens ook nog iets anders te zien: meteen na de uitzending werd het programma Nablijven live uitgezonden. Daarin werd nagepraat over deze aflevering met Massih Hutak, dichter en rapper maar vooral bewoner van Amsterdam-Noord en oud-leerkracht en onderzoeker Bowen Paulle. Ook zeer de moeite waard.

Het allermooiste aan de serie vind ik nog dat de makers niet alleen een mooie documentaireserie wilden maken maar dat ze echt iets in gang willen zetten, iets willen veranderen. Dus is er niet alleen een napraatprogramma, maar ze gaan ook het land in: in het voorjaar gaan ze naar scholen toe met een programma, om het gesprek over kansenongelijkheid en de invloed van het onderwijs daarop op gang te brengen en ze vormen met jongeren een jongerenraad. Mooi allemaal. En misschien ten overvloede: deze serie toont ook nog eens héél goed aan waarom goed kunnen lezen zo belangrijk is. Dat is precies waarom wij in de bibliotheek doen wat we doen: zorgen dat iedereen zo goed mogelijk kan lezen, want dat is een vereiste om mee te kunnen doen. Niet alleen op school, maar in de hele rest van je leven. Daarom zou iedereen dus Klassen gezien moeten hebben.

Wennen aan een lockdown

Wie had dat een half jaar geleden gedacht: dat je gaat wennen aan een lockdown. Die eerste lockdown overviel ons, toen was het zoeken naar hoe je daar mee om gaat. Niet alleen voor ons, in de bibliotheek, maar iedereen was zoekende: wat mag wel en wat niet? Wat is handig en hoe pak je dat aan? Toen we half mei weer open mochten was dat een opluchting: ‘Fijn, vanaf nu gaan we langzaam weer terug naar normaal. We laten stapje voor stapje de regels los en over een paar maanden is alles weer voorbij en kunnen we gewoon weer doen wat we altijd deden.’ Alsof het een nare droom was die voorbij zou gaan. Maar zo werkt dat natuurlijk niet met zo’n wereldwijde pandemie. En dat wisten we ook wel, dat het zo waarschijnlijk niet zo zou gaan, maar we wilden het met zijn allen zo graag. Je merkte het in de bibliotheek: in het begin waren mensen heel blij dat de deuren überhaupt open gingen en hadden ze er alle begrip voor dat er alleen maar geleend mocht worden en verder niks. Maar na een paar weken werd de leeszaal toch weer in gebruik genomen: we hadden alle stoelen weggehaald (want er mocht niet gezeten worden) maar je kunt ook staande de krant lezen. En toen er eindelijk weer gestudeerd mocht worden bleven de studenten in het begin keurig in hun eentje aan een tafeltje op 1,5 meter zitten. Maar na een paar weken werd er toch weer met stoelen gesleept.

Dus die tweede lockdown was niet echt een verrassing, daarbij hielp het dat een week van te voren al uitlekte dat die er aan kwam. Het was fijn om te zien dat we routine hadden gekregen in het verplicht sluiten en weer open gaan. Ook de lezers waren er op voorbereid: in de dagen voorafgaand aan de persconferentie hebben ze massaal ingeslagen, de bibliotheek leek soms wel een slagveld. Toen we eenmaal dicht waren bleef het erg rustig. In tegenstelling tot de vorige keer stond de telefoon nu niet roodgloeiend en liepen ook de mailboxen niet over van mensen die zich zorgen maakten over hun boeken die te laat waren. Ook fijn dat we routine hadden in het weer open gaan: de laatste protocollen werden tevoorschijn gehaald, nog even kritisch bekeken en hup daar gingen we weer.

Mondkapjes, ook zoiets. Tot Corona droegen alleen de Chinese en Japanse toeristen die, op weg naar het Outlet Center hier in de stad. Afgelopen zomer herkende je daar de Duitse toeristen aan, die een beetje onwennig kwamen winkelen, vaak met het mondkapje onder hun kin. Nu ben ik zelf een geroutineerd mondkapjes op- en afzetter, niet alleen in winkels maar ook op weg naar de koffieautomaat. Ik heb inmiddels een verzameling van verschillende mondkapjes, want als het dan toch moet kun je er beter iets leuks van maken.

Na deze tweede golf komt er ongetwijfeld ook nog een derde en misschien zelfs een vierde of vijfde golf. Of wij dan ook weer dicht moeten is de vraag, gezien alle protesten van mensen die het belachelijk vonden dat uitgerekend de bibliotheken dicht moesten. Dat is wel een positief punt wat mij betreft: dat veel mensen nu opeens de waarde zien van de verblijfsfunctie van de bibliotheek. Al die columnisten die boze stukjes schreven over de sluiting en de politici die zich daardoor lieten meeslepen kunnen er hopelijk voor zorgen dat we een volgende keer niet meer dicht hoeven. Levert zo’n lockdown toch nog iets positiefs op.

De presidentskandidaat en de dichter

Gisteravond zag ik op Twitter opeens bovenstaand nieuw campagnespotje van Joe Biden voorbijkomen en ik vind het geweldig, daarom deel ik het hier graag. Het is een mooi filmpje maar het mooist vind ik nog wel dat om een verfilmd gedicht gaat. Of nou ja, verfilmd: de tekst van het gedicht is gemonteerd over zwart-wit beelden uit de actualiteit en foto’s van Biden terwijl je hem intussen het gedicht hoort reciteren.

Ik vind het heel bijzonder: in een verkiezingsstrijd, en dan ook nog eens in zo’n nare, bittere strijd als deze, een spotje maken zonder beschuldigingen, beledigingen of beloftes maar met een gedicht over hoop. Als een bemoediging. Joe Biden citeert veel vaker dichters leert een klein rondje Youtube, het liefst Ierse dichters. Hij citeert ze zelfs zo vaak dat Obama er grapjes over maakte in de tijd dat ze samenwerkten.

Dit gedicht The Cure at Troy van Seamus Heaney is blijkbaar een van zijn favoriete gedichten, want hij citeert het vaker, zelfs in de speech waarin hij de nominatie voor presidentskandidaat accepteerde. Het citaat is maar een klein stukje uit het gedicht want The Cure at Troy is een boek, een bewerking van het toneelstuk Philoctes van Sofokles, dat zich afspeelt tijdens de Trojaanse oorlogen. Interessant allemaal. Maar het allerinteressants vind ik toch wel dat een presidentskandidaat een gedicht centraal zet in een verkiezingsspotje. Omdat het mooi is en hoop geeft en dus belangrijk is. En zijn kiezers vinden het prachtig. Ik probeer me voor te stellen dat een Nederlandse politicus zoiets zou doen. Die zou belachelijk gemaakt worden denk ik. Jammer.