Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

De positie van cultuur in dit land

Begin deze week verscheen dit filmpje op social media. Het is reclame voor De Kleine Komedie in Amsterdam. Hele effectieve reclame want ik krijg er subiet zin van om naar het theater te gaan. Het is een pastiche op het liedje ‘Wat voor weer zou het zijn in Den Haag’ van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink. De nieuwe tekst is van Arjen Lubach, Edo Schoonbeek en Diederik Smit. Een hele goede tekst vind ik maar het filmpje dat ze er bij gemaakt hebben vind ik bijna nog beter, daarom deel ik het hier graag.

Al die artiesten die zo dapper iets anders gaan doen om hun brood te verdienen maar het dan toch niet kunnen laten om weer terug naar het theater te gaan. Prachtig, die bevlogenheid. Vandaag las ik de column van Leon Verdonschot in de Nieuwe Revue en die sluit daar zo mooi bij aan dat ik jullie daar graag even allemaal op wijs. Die column kun je hier zelf lezen, doe dat vooral. Verdonschot schrijft elke week een open brief aan iemand uit de actualiteit. Dit keer schreef hij een brief aan Prins Bernhard, naar aanleiding van het verzoek aan Chef’ Special om op te treden tijdens de Formule I wedstrijden. Hij bedankt de Prins voor die actie want volgens hem vat die uitnodiging feilloos samen wat er allemaal niet deugt aan de positie van cultuur in dit land. “Chef’Special diende te spelen om de tijd tussen de races te doden. Want dat is cultuur: een pauzeact.

Minachting op minachting, jaar na jaar, tegenover een sector die de dupe is van zijn eigen beschaving en zelfredzaamheid: artiesten rijden nou eenmaal niet met een tractor het provinciehuis binnen, die gaan zelf maar weer op zoek naar andere mogelijke verdienmodellen.” Of die maken een geestig liedje met een humoristisch filmpje. Want daar zijn ze goed in. Net zoals boeren goed zijn in tractor rijden (nou ja, je snapte de vergelijking..). Alleen worden die boeren wel serieus genomen, zelfs als ze zich als kleine kinderen gedragen en worden de kunsten weggezet als een luxe. Of een pauzeact. Bah.

De voetballer die wil dat kinderen meer lezen

Ik weet echt niks van sport. Dat de Olympische Spelen zijn afgelopen weet ik alleen maar omdat ik dat op het nieuws gehoord heb. Maar toch zat ik een paar weken geleden te googelen wie Marcus Rashford was. Iedereen die al weet wat voor een ontzettend sympathieke jongen dat is en die ook al weet hoeveel goede dingen hij doet mag nu ophouden met lezen, maar ik wil dit verhaal graag delen omdat ik er zo vrolijk van word. Ik googelde hem vanwege deze tweet die met veel instemming werd geretweet door een Britse bibliothecaris.

Ik vroeg me af waarom die bibliothecaris hier zo blij van werd want dit is wat elke professionele leesbevorderaar zegt. Eén muisklik leerde me dat dit geen onderwijzer of bibliothecaris was maar een voetballer. En na dat gegoogel wist ik ook dat het niet zomaar een voetballer is. Behalve dat hij goed kan voetballen is hij ook heel sociaal bewogen. Vorig jaar begon hij een actie om kinderen uit arme gezinnen die tijdens de zomervakantie honger hadden omdat ze geen schoolmaaltijden meer kregen, van gratis maaltijden te voorzien. Die actie werd zo groot dat het regeringsbeleid uiteindelijk werd aangepast en Rashford er een koninklijke onderscheiding voor kreeg. Daar verwijst dat MBE achter zijn naam naar, hij is Member of The Most Excellent Order of the British Empire. Overigens werd dat regeringsbeleid na een paar maanden weer teruggedraaid waarop een aantal grote bedrijven besloten om het initiatief over te nemen.

Vorig najaar werd een nieuw initiatief bekend: Rashford wil het lezen bij kinderen in achterstandsgebieden gaan bevorderen. ‘I only started reading at 17, and it completely changed my outlook and mentality. We know there are approximately 400,000 children across the UK today who have never owned a book, children who are in vulnerable environments. That has to change.’ Om dat voor elkaar te krijgen heeft hij een deal gesloten met een grote uitgeverij voor een book club en gaat hij zelf boeken voor kinderen schrijven. Die book club ging in juni van start: er werd een boek geselecteerd dat niet alleen flink werd gepromoot maar waarvan ook 50.000 exemplaren gratis werden uitgedeeld via Magic Breakfast, een organisatie die gezonde schoolontbijten verzorgd.

Vlak voordat de leesclub begon verscheen het eerste boek van zijn eigen hand: You Are a Champion, een boek voor kinderen tussen 9 en 12 jaar over “how to be the best you can be”. Met verhalen uit zijn eigen leven wil hij kinderen inspireren en zelfvertrouwen geven: ‘you can’t be a champion until you’re happy being you!’ Het boek werd vrijwel onmiddelijk een bestseller. Het is hem gegund. Overigens begreep ik dat hij ook, net als zijn collega’s van dure horloges en prive-jets houdt. Want hij blijft een voetbalinternational, van 23 jaar. Met het hart op de goede plek.

Toen het water kwam

Roerkade, 16 juli 2021

“We moeten het over de borrel hebben” zei Michelle maandagochtend. “Over de personeelsborrel, want het gaat regenen.” Het was de eerste dag na mijn vakantie en ik had net verteld over het enigszins teleurstellende weer dat ik had gehad. Die personeelsborrel stond gepland voor donderdag. Om te vieren dat het eindelijk weer mocht, met meer mensen bij elkaar komen en iets gezelligs doen. En om de Coronaperiode af te sluiten. Het jaarlijkse personeelsetentje was niet doorgegaan, de Nieuwjaarsborrel niet en ook van collega’s met een nieuwe baan hadden we op aangepaste wijze afscheid genomen, dus we hadden er zin in om weer eens iets gezamenlijks te doen. Vanwege de zomer (en ok, ook vanwege corona) zochten we iets in de buitenlucht maar alle strandtenten hadden het druk dus we hadden een dakterras geregeld. Voor wie zich verbaasd over die strandtenten: de Maasplassen bij Roermond vormen een bekend watersportgebied dus je kunt hier leuk aan het water zitten. Het werd het dakterras van een hotel, met uitzicht op de Roer en een bar en een barbecue. Daar verheugde ik me op maar volgens Michelle konden we het beter afzeggen omdat het ging regenen. “Kom op! Het is Juli! We zijn toch niet van suiker? Een paar druppels kunnen we toch wel hebben?” Maar Michelle hield vol en na bestudering van diverse weerwebsites moest ik haar gelijk geven. De regen zou dinsdag beginnen en vrijdag pas weer ophouden en aangezien het dakterras in kwestie geen binnenruimte had hebben we de borrel maar afgezegd.

Daarna maakten we ons in eerste instantie eigenlijk alleen maar zorgen over ons dak, want we hebben de afgelopen jaren een aantal lekkages gehad. Zouden de reparaties afdoende zijn of zitten er nieuwe zwakke plekken in het dak? Dinsdag ging het inderdaad regenen: motregen en slagregens wisselden elkaar af maar gelukkig hield ons dak het vol. En toen waren daar opeens die beelden uit Valkenburg van ondergelopen straten en drijvende auto’s. Ongekend, dit waren beelden die ik alleen uit het journaal kende van verre buitenlanden. Woensdag kwamen de eerste berichten over het hoogwater dat verwacht werd in de Roer, die vlak bij het centrum van Roermond de Maas instroomt maar ik kon me er nog steeds niet veel bij voorstellen. Op donderdagmiddag was ik even bij de Maas: die stond niet opvallend hoog maar stroomde wel ontzettend snel. Zulke sterke stroming had ik nog nooit gezien. En ok, het water in de Roer stond wel echt heel erg hoog. Twee uur later kwam het bericht dat delen van de stad geevacueerd moesten worden omdat er veel water onderweg was. Daarna werd het opeens spannend: de Maas trad buiten zijn oevers en de Maasplassen stroomden over zodat er één grote, aaneengesloten watervlakte ontstond.

Gelukkig is het hier allemaal goed afgelopen, en dan bedoel ik dat we niet zulke dramatische taferelen hadden als langs de Geul. Bewoners zijn inmiddels weer terug naar hun huizen en als straks al het water bij de Maasplassen weer gezakt is zullen we zien hoeveel schade er is veroorzaakt. Het water is de binnenstad niet in geweest, dus de bibliotheek is droog gebleven. Het enige wat we er van gemerkt hebben is dat de afgelopen dagen steeds meer wegen richting het centrum werden afgesloten zodat het voor collega’s die niet in Roermond wonen lastig werd om de bibliotheek te bereiken en de auto te parkeren. Maar wij mogen in onze handjes knijpen dat het daarbij gebleven is. De collega’s uit Valkenburg zagen op het journaal hun bibliotheek omringd door water maar gelukkig is het water daar niet verder gekomen dan de kelder. Terugkijkend verbaas ik me vooral over hoe snel alles gegaan is. Hoe snel het water kwam en hoe snel daarna alles ging.

Aanstaande donderdag hebben we onze uitgestelde personeelsborrel. Op dat dakterras. De voorspelling is 24 graden en 0% kans op regen. Ik denk dat ik daar extra hard van ga genieten.

Leve Adriaan van Dis

Twee weken geleden schreef Adriaan van Dis een discussiestuk voor de Akademie van Kunsten met als titel: De zachtekrachtenleesknokploeg. Datzelfde stuk verscheen een paar dagen later (in aangepaste vorm) op de opiniepagina van De Volkskrant, onder de titel Moeten we een zachtaardige knokploeg oprichten om de ontlezing te bestrijden?. En gisteren zat Van Dis in het tv-programma Buitenhof met ongeveer dezelfde boodschap waarin hij zich rechtstreeks tot jongeren richtte met de oproep om meer te lezen.

Nou vond ik Adriaan van Dis altijd al een interessante schrijver maar ik dreig een soort fangirl te worden want ik vind het allemaal even geweldig wat hij doet. Zeker nadat ik hem had gehoord in de podcast van Gijs Groenteman, waarin hij vertelt hoeveel zin hij heeft in de gesprekken met lezers als Nederland Leest straks weer begint. Dat kan ik me voorstellen, want De Wandelaar (het Nederland Leest boek) leent zich daar uitermate goed voor. En ook zijn nieuwste roman Klifi schreeuwt om een gesprek over de inhoud, over hoe realistisch die science fiction is en over de fijne details in dat verhaal. Hij komt naar Roermond, in november, en ik zit me daar nu al enorm op te verheugen.

Helpt dat nou, dat hij zo’n oproep doet? Want hoeveel jongeren kijken er nou naar Buitenhof? En die Van Dis is toch veel te oud, daar luisteren jongeren niet naar. En kijk eens wat een knoepert van een spelfout er in die tweet van Buitenhof zit, ze moeten daar zelf eens wat meer lezen. Trouwens, die omroepen kunnen beter een leuk boekenprogramma maken, dat helpt meer dan zo’n suffe oproep. Volgens Twitter dan. Maar dat vind ik geneuzel, ik weet zeker dat het wel helpt, deze oproep. Want het kan niet vaak genoeg gezegd worden dat lezen belangrijk is. Hoe vaker mensen dat horen, uit hoe meer verschillende invalshoeken, hoe beter die boodschap overkomt. En dan heb ik het nog niet eens over het literair-wetenschappelijke of het culturele aspect van lezen, maar puur over het kilometers makende deel. Over veel lezen, zodat je het goed kunt, zodat je later als je groot bent en de maatschappij in moet je tenminste een fatsoenlijk mailtje kunt schrijven. Of de websites begrijpt waar je al die grote-mensen-dingen moet regelen. Ik denk dat zo’n boodschap van Adriaan van Dis beter aankomt, of in elk geval een groter publiek bereikt, dan wanneer ik of willekeurig welke bibliotheekdirecteur, precies hetzelfde zegt.

Dus alstublieft meneer Van Dis: blijf het lezen promoten, blijf als een evangelist de boodschap verspreiden. En ja, misschien moeten we wel zo’n zachtekrachtenleesknokploeg oprichten. Ik wil wel mee doen. Alleen al het feit dat de koppenmaker van de Volkskrant (laten we die de schuld maar geven) dat prachtige woord heeft veranderd in ‘een zachtaardige knokploeg’ geeft aan dat er veel te weinig gelezen wordt. En dat zo’n knokploeg dus broodnodig is.

“Laten we weer leren lezen en twijfelen. Doe iets.”

Weer open

Oh jongens, zijn jullie ook zo blij dat we weer open zijn? Zo fijn dat er weer geroezemoes te horen is in de bibliotheek, dat er weer mensen rondlopen tussen de kasten en dat er weer studenten in de studiezaal zitten. In tegenstelling tot de afgelopen vijf maanden toen de enige geluiden de stofzuiger van de schoonmaker en het gerammel van de boekenkarren van de afhaalbieb waren en de enige mensen die er rondliepen de mannen waren die het sprinklersysteem kwamen controleren of de lift. Dat voelde zo akelig, zo onnatuurlijk, zo’n uitgestorven bibliotheek dus ik ben heel blij dat de mensen weer binnen mogen. En ja, het is gedoe met dat registreren maar hé we zijn een bibliotheek he, dus met registratiesystemen hebben we ervaring. Laat het maar aan ons over om daar een systeempje voor te verzinnen.

Ik ben echt blij dat we weer open mogen, echt waar. Applaus en bloemen voor de lobby die dat voor elkaar heeft gekregen. Maar ik ben ook wel verdrietig dat zo’n lobby nodig was. En dan bedoel ik niet specifiek een lobby voor bibliotheken, maar ik vind het lastig dat nu zo duidelijk wordt dat wij een regering hebben die commerciële belangen boven alles stelt, die zelfs een soort van minachting koestert voor alles wat met cultuur te maken heeft. Volgens Nelleke Noordervliet is het geen minachting, maar angst. Zij schreef dit weekend in het NRC:Kunst is veelvormig en ongrijpbaar” en daar houden Nederlanders niet van. Wij vermijden het liefst ophef en conflicten. “Nederland beheerst zijn angsten met overeenkomsten, afspraken, regels. Het karakter van kunst is nu juist dat ze, op zoek naar de unieke ervaring, regels overtreedt, verandert, herschrijft, bespot.” Mooi stuk, maar het klopt niet. Of het is althans erg overdreven. Dat geeft niet want ik heb het met plezier gelezen. Ik denk dat Sander Schimmelpenninck beter in de buurt kwam in zijn column over de mondkapjeshandel van Sywert van der Linden: “Toch is het logisch dat wij in Nederland inmiddels meer takers dan makers hebben. We hebben deze eeuw immers alleen maar premiers gehad die het verkeerde soort ondernemerschap aanmoedigden. Wie kan verbaasd zijn dat Sywert een bv voor eigen gewin opricht, als we al twee decennia horen dat Nederland óók een bv is?

Als je het land ziet als een bedrijf dan is het niet zo raar dat commerciële belangen altijd voorrang krijgen en dat alles daar ondergeschikt aan wordt gemaakt. Maar goed, wij mogen weer open. Want wij zijn geen cultuur maar we hebben een maatschappelijke functie. Ook best belangrijk.

En voor de degenen die denken dat we de afgelopen vijf maanden alleen maar boeken hebben lopen schuiven in de afhaalbieb: maak je geen zorgen. Die gedwongen sluiting heeft ook mooie dingen opgeleverd: de Boekstartcoaches ontvingen jonge ouders op afspraak in de bibliotheek, er waren spreekuren op afspraak over digitale vaardigheden en de leesconsulenten verzonnen het ene creatieve idee na het andere om leerlingen op afstand aan het lezen te houden. Een aantal van die nieuwe dingen houden we vast. Maar ik ben blij dat mensen de bibliotheek weer in mogen. En onze bezoekers zijn zo mogelijk nog blijer. En daar doen we het voor.

Een gedicht waar je wat aan hebt

Het Poëziecentrum in Gent vergadert blijkbaar te veel, want ze zijn op zoek gegaan naar een goede manier om een Zoom-meeting vroegtijdig te verlaten. Een betere manier dan “veinzen dat je internetverbinding wordt verbroken, jezelf bevriezen in beeld, zorgen dat nét wanneer je er genoeg van hebt, de batterij van je laptop leeg is”. Daarom vroegen ze dichter Edward van de Vendel om een ‘elegant poëtisch excuus’ te schrijven. Dat was een goede keuze, want Van de Vendel is de schrijver van de bundel ‘Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt‘, ondertitel: gedichten waar je wat aan hebt.

En inderdaad: ook voor dit probleem heeft Van de Vendel een oplossing in de vorm van een gedicht. Om te demonstreren hoe je dat dan doet maakten ze er bij het Poëziecentrum ook nog een filmpje bij, waarin Robby Cleiren het voor doet. Ik zou het zelf ietsje tactischer brenger, maar het werkt wel. Waarschijnlijk is de tip de ze er bij geven om de tekst van het gedicht in het chatvenster te plakken effectiever.

Mocht je het prachtige boek van Van de Vendel niet kennen dan kun je hier een idee krijgen van wat voor soort gedichten het zijn. In het fragment leest de dichter het gedicht ‘Wat je moet doen als je super blij bent’ voor. Doe er je voordeel mee.

De Big Ben met boeken

Marta Minujín in Kassel, 2017

In 2017 zag ik voor het eerst een werk van de Argentijnse kunstenares Marta Minujín. Op de Documenta in Kassel had ze op de Friedrichsplatz, het centrale plein van de stad, The Parthenon of Books, gebouwd. Een kopie van het Parthenon in Athene, bekleed met boeken. Ze maakte dit kunstwerk voor het eerst in 1983, in Buenos Aires, om te vieren dat het militaire regime in Argentinië gevallen was. Het was toen een onderdeel van haar serie “La caída de los mitos universals” (de val van de universele mythes) waarbij ze verschillende klassieke monumenten kopieerde en er iets nieuws van maakte. Voor het Parthenon gebruikte ze toen 25.000 boeken uit de militaire opslag. Boeken die de militaire junta verboden had en in beslag had genomen. De boeken werden na afloop van de expositie verdeeld onder het publiek, ze gaf ze dus weer terug aan het volk. In Kassel stond de tempel op een plein dat de Nazi’s gebruikten om te marcheren, ze wilde op die plek de Duitse boekverbrandingen herdenken. Het publiek kon zelf verboden boeken brengen die in de structuur werden opgenomen. En ook deze boeken werden na afloop verdeeld.

Eerlijk gezegd vond ik het een beetje flauw klinken toen ik er voor het eerst over las. Maar toen ik in Kassel was en die grote constructie zag was ik toch wel onder de indruk. Vanuit de verte zag het er heel vrolijk uit, maar als je dichterbij kwam en al die verschillende boeken zag werd het opeens heel serieus.

Minujín gaat opnieuw een bouwwerk van boeken maken: deze zomer gaat ze op het Manchester International Festival de Big Ben lying down with political books maken. De naam zegt het al: het wordt een kopie (op schaal) van de Big Ben die op zijn zij ligt en bekleed wordt met boeken die van invloed zijn geweest op de Britse politiek. Ik kan me er eerlijk gezegd nog niet zoveel bij voorstellen, maar ik word wel vrolijk van het idee. Zeker met deze toelichting van de kunstenaar: People need this! We need new ideas and new places where people meet. Global symbols like Big Ben stand up straight and never change – but the world is always changing.’ Fijn, iemand die er zoveel zin in heeft. En inderdaad: in deze verwarrende tijden zijn nieuwe ideeën van harte welkom.

Het festival zelf noemt het: ‘Big Ben has quit Westminster and come to Manchester – to give itself to us, the people’. Er is een kort filmpje waarin ze uitlegt wat de bedoeling van het kunstwerk is: ze wil mensen verrassen en aan het denken zetten. Als mensen vervolgens een boek meenemen uit het kunstwerken zullen ze zich altijd herinneren hoe ze aan dat boek gekomen zijn en daarmee wordt het boek vanzelf belangrijk. In het filmpje krijg je trouwens een idee van waarom ze haar vroeger ‘het Argentijnse antwoord op Andy Warhol’ noemden. Een reisje naar Manchester zit er deze zomer wel bijna zeker nog niet in. Jammer, want ik had deze Big Ben graag in het echt gezien. Alleen al omdat ik zo blij word van iemand die boeken zo serieus neemt.

Geletterdheid verandert levens

"Put simply, libraries change lives. Literacy changes lives." - A quote by Cressida Cowell.

De Britse kinderboekenschrijfster Cressida Cowell is de 11e Waterstones Children’s Laureate, een titel die bekende schrijvers krijgen en waarmee ze een periode ambassadeur zijn voor kinderen en lezen. In die rol heeft ze een open brief geschreven aan minister-president Boris Johnson waarin ze hem oproept om structureel jaarlijks 100 miljoen pond te investeren in schoolbibliotheken om zo een einde te maken aan de snel groeiende ongelijkheid in het onderwijs. Want: “Decades of research show a reader for pleasure is more likely to be happier, healthier, to do better at school, and to vote – all irrespective of background.” Het is een mooie open brief, je kunt hem hier terug lezen en het filmpje bekijken waarin Cowell de brief voorleest. Dat filmpje plaats ik hieronder ook.

De open brief is onderdeel van haar project Life-Changing Libraries. Het project is bedoeld om de aandacht te vestigen op de vier pijlers van een succesvolle schoolbibliotheek, zoals zij het noemt, een ‘gold standard’ schoolbibliotheek. Die vier pijlers zijn: space – book provision, expertise, and whole-school and community involvement. Volgens de website van BookTrust, waar ze dit initiatief introduceert zijn deze vier pijlers o.a. gebaseerd op de ervaring die Cowell heeft opgedaan in de 22 jaar dat ze scholen heeft bezocht. Heel toevallig zijn deze pijlers ook onderdeel van de bouwstenen die wij in Nederland bij De Bibliotheek op School gebruiken: een actuele collectie, deskundige ondersteuning en actief aandacht voor lezen. Zo toevallig is dat natuurlijk niet, want de Nederlandse bibliotheken baseren zich voor een groot deel op dezelfde internationale onderzoeken als waar BookTrust zich op baseert. Ik ga er althans van uit dat zij hebben meegedacht bij het opstellen van deze pijlers. BookTrust is een Britse liefdadigheidsorganisatie die zich bezig houdt met leesbevordering. Ze zijn o.a. de bedenkers van Bookstart, dat wij hebben overgenomen als BoekStart.

Het project Life-Changing Libraries begint met zes scholen die elk een bibliotheek cadeau krijgen van BookTrust. Op elke school wordt een bibliotheekruimte ingericht en worden 1000 boeken geplaatst, die worden uitgezocht door experts en worden geschonken door de uitgevers. De leerkrachten worden getraind door de School Library Association. In grote lijnen zoals wij dat ook doen als wij weer een dBoS gaan inrichten, alleen net anders: wij zien het niet als liefdadigheid maar als een professionele actie waar structureel geld voor wordt vrijgemaakt en waar we een goede start voor de schoolbibliotheek maken met een eenmalige subsidie.

Dus eigenlijk is dit helemaal niks nieuws wat die Cressida hier doet. Waarom schrijf ik er dan toch over? Omdat het altijd fijn is om je gelijk bevestigd te zien: “zie je wel, zij doen het ook zo”. Maar ook omdat ik die filmpjes van Cowell zo leuk vind: dat ontzettende Engelse van die filmpjes: dat accent, die achtergrond, dat enthousiasme en zelfs dat knullige van het geluid dat eigenlijk niet helemaal goed is. Ja, ik heb een zwak voor de Britten, maar kijk zelf maar even dan zul je het zien. En als laatste: ze zegt het zo mooi. “Bibliotheken veranderen levens”, dat krijgen wij als Nederlanders niet over onze lippen. Ze legt zo plastisch uit waarom lezen belangrijk is, en hoeveel plezier je kunt beleven aan de ‘life-changing magic of reading’. Overigens wil ik hiermee niks onaardigs over onze eigen Kinderboekenambassadeur zeggen, want Manon Sikkel doet ook prachtig werk. Maar ja, ze is niet Brits…

In de stembus

Afgelopen woensdag was ik vrijwilliger op de Stembus. Ik had me in het najaar aangemeld als vrijwilliger voor het stembureau omdat ik het tijd vond om mijn burgerplicht te doen. Toen ik las dat de gemeente Roermond van plan was om met een bus rond te gaan rijden leek me dat een uitgelezen kans om oude tijden te laten herleven dus heb ik een mailtje gestuurd met de vraag op of ik op de bus mocht. Voor wie dat niet wist: ik heb een aantal jaren op een bibliobus gewerkt en ben nog steeds fan. De Stembus was een omgebouwde touringcar en geen bibliobus maar sommige dingen waren toch erg herkenbaar. Van de auto’s die ondanks de grote ‘Niet Parkeren’ borden toch op de standplaats geparkeerd stonden tot de paaltjes die het inparkeren bemoeilijkten en de mensen die terwijl we al aan het opruimen waren nog aan kwamen zetten met hun stempas.

Voordat je kunt worden ingedeeld als vrijwilliger moet je een cursus volgen. Daar leer je (digitaal) over al de verschillende procedures die op zo’n dag gevolgd moeten worden en over het verschil tussen een stempas en een kiespas, over legitimatiebewijzen en volmachten maar ook wat je moet doen als er om 21 uur (als de stembussen volgens de wet gesloten moeten worden) nog mensen willen stemmen. Best een pittige cursus (al kan het ook aan de opzet van de cursus gelegen hebben, ik heb nog wel wat tips voor de makers..) maar wel interessant.

De dag zelf was ook erg interessant. De plekken waar we stonden waren heel verschillend: een ‘krachtwijk’, een sterk vergrijsde wijk, bij een seniorenflat en aan de rand van een kleine kern. Daardoor waren de bezoekers ook heel verschillend. Van de mevrouw die om 10 over half 8 ’s ochtends aan kwam lopen en die, toen ik zei dat ze door mocht lopen omdat er niemand in de bus was, zei “Oh gelukkig. Want ik vind het altijd zo eng. Eens kijken hoe dit gaat” tot de bouwvakkers en schilders die om kwart voor vijf hun werkbusjes naast de bus parkeerden om te komen stemmen. De mevrouw met de rollator die we het trapje op moesten hijsen (ja, ja iedereen droeg een mondkapje) en de mbo-scholieren die vooral veel belangstelling hadden voor de technische kant van de bus die we voor de school hadden geparkeerd toen de gereserveerde plek bezet bleek. Ze bleken een techniekopleiding te volgen en stonden hardop te overleggen waar ze op zouden gaan stemmen als ze dat zouden mogen. Vanaf 6 uur stonden we tegenover de snackbar, dat was een gouden plek want er kwamen veel mensen vanuit de snackbar vragen hoe lang we daar nog stonden; “oh mooi, dan kom ik straks even terug”.

Het was ook interessant om de verschillen te zien tussen mensen in het stemhokje: hoe sommige mensen ruim de tijd namen om het hele stembiljet te bestuderen, alsof ze ter plekke pas besloten welk hokje ze rood zouden maken en hoe anderen met een zwierig gebaar het potloodje rondzwaaiden. Veel mensen mopperden over hoe groot dat stembiljet wel niet was en worstelden om het helemaal uit te vouwen in het stemhokje. Ze vroegen zich af of ze het ook weer helemaal precies moesten terug vouwen. “Nee hoor, hoeft niet precies volgens de lijntjes. Als wij maar niet kunnen zien wat u gestemd heeft.” Daar was de jongen met de dreadlocks die snel klaar was en terwijl hij het stembiljet dichtvouwde zei “oh nee, ik ben vergeten mijn handtekening te zetten! Mijn handtekening moet er toch nog op?” Toen ik hem verzekerde dat dat echt niet hoefde, dat dat zelfs niet mocht zei hij dat hij er de vorige keer zijn naam op had geschreven. Of de oudere mevrouw met de hoofddoek die het formulier maar rond bleef draaien en op een gegeven moment wanhopig naar mij riep: ‘Nummer één! Nummer één staat er niet op!” Voordat ik iets terug kon zeggen zag ze nummer 1 gelukkig zelf staan. En de man die zijn stembiljet omhoog hield en vroeg of hij het zo goed had gedaan of dat het helemaal vol moest. Gelukkig hield hij het papier niet hoog genoeg voor mij om te zien welk hokje hij had gekleurd dus ik kon volstaan met te zeggen dat het hokje niet helemaal vol hoefde “als wij vanavond maar kunnen zien wat u bedoelt”.

Heeft deze bus er nou voor gezorgd dat er mensen gingen stemmen die dat anders niet gedaan zouden hebben? Dat weet je natuurlijk nooit zeker maar voor een paar mensen zal dat zeker het geval zijn geweest: de mensen die slecht ter been waren of de mensen die het allemaal maar ingewikkeld vonden. Andere mensen vonden het vooral een mooie service: “Fijn, nou hoef ik niet helemaal naar de sporthal/het eetcafé” en “wat een luxe, zomaar het stembureau in de straat”. Het feit dat we zo zichtbaar waren heeft ook zeker geholpen. Ik vind het in elk geval nog steeds een goed idee en ik denk dat ik me een volgende keer weer als vrijwilliger ga aanmelden, want ik vond het een mooie dag.

In dit korte filmpje van de regionale zender L1 kun je de bus overigens in actie zien.

De bibliotheek als clubhuis van het lezen

Afbeelding

Sinds vorige week hangen er op het Munsterplein in Roermond grote banieren met foto’s en interviews met bekende Roermondenaren over de rol die lezen speelt in hun leven. Het is een initiatief van onze bibliotheek, in samenwerking met We Are Roermond, in het kader van onze actie Ik Lees. Met die banieren willen we aandacht vragen voor lezen en willen we laten zien dat lezen voor iedereen iets anders kan betekenen.

Met dat doel hebben we acht bekende Roermondenaren geïnterviewd en gefotografeerd (foto’s van Kim Roufs). Op de banieren is een deel van het interview te lezen, de rest van het interview is te vinden op onze website, waar je met een QR-code rechtstreeks vanaf het Munsterplein naar toe geleid wordt. Het een heel divers gezelschap geworden: van de burgemeester (hierboven) en de Bisschop tot een bekende horecaondernemer en een schrijfster uit Roermond. Het mooie vind ik dat het zo goed laat zien hoe breed ‘lezen’ is: toen wij zanger en gemeenteraadslid Big Benny belden was zijn reactie dat hij eigenlijk helemaal niet zo veel las, maar dat hij het zo leuk vond om zijn kleinzoon voor te lezen. Of hij daar ook iets over mocht vertellen? Ja, graag zelfs! En sinds deze actie weet ik dat onze bisschop Nederlands heeft gestudeerd. Ook altijd leuk om te weten.

De komende maanden gaan we hier op verschillende manieren op verder borduren, met leestips van de geïnterviewden op onze website en een oproep aan inwoners om zelf een bijdrage te leveren aan #iklees. We doen dit omdat we onszelf zien als het clubhuis van het lezen, we willen een plek zijn waar iedereen toegang heeft tot een uitgebreide leescollectie en waar wordt gepraat over boeken. We zijn al langer bezig met praten met onze partners over het Leesoffensief, dit is onze eerste concrete stap. Op naar de volgende!