Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Ik geloof dat alles ooit mooi wordt

En met het risico dat ik voor gek wordt versleten
Geloof ik dat alles ooit mooi wordt en goed
Met de moed van de wanhoop en tegen beter weten in
Blijf ik geloven, omdat dat wel moet

Dit citaat lijkt me een prima wens om dit nieuwe jaar 2021 mee te beginnen. Het komt uit het liedje Ik geloof van Jeroen van Merwijk. Deze cabaretier en beeldend kunstenaar is ongeneeslijk ziek en als cadeau hebben 30 collega cabaretiers een cd opgenomen met liedjes van hem. Aan het einde van de cd zingen ze met zijn allen dit liedje. ik vind het prachtig, niet alleen het liedje maar ook dit filmpje: je voelt de liefde door het scherm heen komen. Dus laten we ons daar maar aan vasthouden: dat alles ooit mooi wordt en goed.

De cd is overigens te bestellen via de website van de broer van Van Merwijk, die het allemaal geregeld heeft.

Een passend kerstlied

Volgens sommige mensen is ‘Fairytale of New York’ van The Pogues het mooiste kerstlied ooit gemaakt. Daar verschillen de meningen over, zelf ben ik groot fan van Bing Crosby, maar het is wel een prachtig nummer. Voor wie ze niet kennen: The Pogues was een Ierse folk/punkband uit de jaren 80 en 90.  De band bestaat niet meer maar heeft nog wel een grote schare fans. In mei van dit jaar, tijdens een lockdown werd The PoguestrA opgericht, een wisselende groep muzikanten verspreid over de hele wereld die op afstand samen nummers van The Pogues opnemen en op Youtube zetten. “A COMMUNITY powered by PASSION, DIVERSITY and INCLUSION” zeggen ze zelf. Zo te zien nemen ze ongeveer elke maand samen een nummer op, in deze maand lag het kerstnummer voor de hand.

Niet alleen vanwege Kerstmis, maar de tekst is ook wel toepasselijk: ‘I can see a better time, when all our dreams come true”. Mooi, al die muzikanten, ieder in hun eigen kamer en toch samen.

In The Poguestra zijn ook een aantal Nederlandse fans actief, heel actief zelfs. Zij hebben er voor gezorgd dat Tren van Enckevort, van Rowwen Heze meespeelt in dit nummer. Ik vind het filmpje geweldig. Het allermooist vind ik het refrein, dat gezongen wordt door leden van The Include Choir, een Brits koor met ‘people with and without understanding or speaking difficulties’. Vandaar dat ze al zingend gebaren maken, zodat de koorleden die niet kunnen praten ook kunnen meedoen. Dat lijkt me de ultieme kerstgedachte: samen doen en zorgen dat iedereen mee kan doen. Het zal wel aan Corona liggen, maar het ontroert me.

Met die ultieme kerstgedachte in het achterhoofd wens ik graag alle lezers fijne feestdagen. Samen met iedereen die je lief is, al dan niet op gepaste afstand.

De Kleine Komedie Adventskalender

Het Amsterdamse theater De Kleine Komedie heeft een adventskalender op zijn website staan. Sinds 1 december gaat er elke middag om 12 uur een vakje open met daarachter een filmpje van een optreden van een artiest. Speciaal opgenomen voor deze kalender, gefilmd in het theater. Ideetje van directeur Vivienne Ypma, die iets wilde doen voor haar trouwe publiek, haar medewerkers en voor de artiesten. De artiesten krijgen, dankzij een sponsor, voor dit optreden betaald.

Het aanbod is heel divers, op 1 december werd de kalender geopend met een optreden van Brigitte Kaandorp en Theo Nijland met een lied over de behoefte die we in deze tijd hebben aan warmte en aanraking. Een lied dat nogal ontspoort. De dag erna zingen Yentl en De Boer over hoe het was toen we nog handen gaven. Oh ja, zo was dat…

Niet alles gaat over Corona. Erik van Muiswinkel, op het filmpje hierboven, zingt als sarcastische Sinterklaas een bestaand liedje van Drs. P. In het vakje van 5 december, uiteraard. Erg grappig, kijk vooral even. Het is een gevarieerd programma met bekende en minder bekende artiesten. Heel afwisselend. Ze hebben ook al een livestream gehad van 2,5 uur onder de titel De avond van de ballade.

Mooi initiatief vind ik het. Ik hou van adventskalenders en van theater, dus dit is een prachtige combinatie.

Waarom iedereen ‘Klassen’ gezien moet hebben

De afgelopen week is er al veel aandacht geweest voor de documentaireserie Klassen in kranten en talkshows maar mocht er nog iemand zijn die de eerste aflevering gemist heeft: kijk het terug! Het is geweldig! Ik zal eerlijk bekennen dat ik niet zo’n enorme documentairekijker ben, ik ben meer van de domme politieseries. Maar dit is echt geweldig, dus geloof mij nou maar en zoek het op.

Het is een serie over het onderwijs en hoe dat van invloed is op de kansen die kinderen krijgen in het leven. Leerlingen, leraren en bestuurders in Amsterdam-Noord worden gevolgd tijdens hun dagelijkse bezigheden, afgewisseld met korte gesprekjes. De focus ligt op leerlingen van groep 8, want daar wordt beslist naar welke school ze na het basisonderwijs gaan. En die keuze bepaalt voor veel kinderen de rest van hun leven. In deze eerste aflevering wordt kennis gemaakt met een paar kinderen en in sommige gevallen ook met hun familie.

Sommige details zijn hartverscheurend. Zoals dat fragment van Anyssa, die eerder heel bijdehand uitlegde dat ze bij haar opa en oma woont en dat dat prima is. Op de ouder- en kind avond van school vraagt ze geroutineerd aan haar buurmeisje of die opa even wil helpen met de wens van opa voor haar toekomst op te schrijven “want dat kan opa niet’. Of Yunuscan, die heel hard werkt op school “want van dit jaar moet je echt het jaar maken als je iets wil bereiken in je leven”. Hij probeert elke avond een uur huiswerk te maken, als hij tenminste bij de computer kan die in de huiskamer staat en de rest van de familie hem met rust laat. Hij is heel trots als hij het woord ‘handelsstad’ kent in de zin ‘Deventer was vroeger een handelsstad’. Maar uit de manier waarop hij Deventer uitspreekt weet je dat hij die naam niet eerder hoorde. En last but not least: Marjolein Moorman, de wethouder die gloedvolle betogen houdt over hoe vreselijk het is dat kinderen in Nederland al zo jong moeten kiezen en over de hokjes waar ze dan in geplaatst worden. En die daar echt iets aan wil veranderen.

Voordat ik nou alle mooie details verklap: kijk gewoon die eerste aflevering terug. Via de website van Human, of via je eigen terugkijk kanalen. Op die website is overigens ook nog iets anders te zien: meteen na de uitzending werd het programma Nablijven live uitgezonden. Daarin werd nagepraat over deze aflevering met Massih Hutak, dichter en rapper maar vooral bewoner van Amsterdam-Noord en oud-leerkracht en onderzoeker Bowen Paulle. Ook zeer de moeite waard.

Het allermooiste aan de serie vind ik nog dat de makers niet alleen een mooie documentaireserie wilden maken maar dat ze echt iets in gang willen zetten, iets willen veranderen. Dus is er niet alleen een napraatprogramma, maar ze gaan ook het land in: in het voorjaar gaan ze naar scholen toe met een programma, om het gesprek over kansenongelijkheid en de invloed van het onderwijs daarop op gang te brengen en ze vormen met jongeren een jongerenraad. Mooi allemaal. En misschien ten overvloede: deze serie toont ook nog eens héél goed aan waarom goed kunnen lezen zo belangrijk is. Dat is precies waarom wij in de bibliotheek doen wat we doen: zorgen dat iedereen zo goed mogelijk kan lezen, want dat is een vereiste om mee te kunnen doen. Niet alleen op school, maar in de hele rest van je leven. Daarom zou iedereen dus Klassen gezien moeten hebben.

Wennen aan een lockdown

Wie had dat een half jaar geleden gedacht: dat je gaat wennen aan een lockdown. Die eerste lockdown overviel ons, toen was het zoeken naar hoe je daar mee om gaat. Niet alleen voor ons, in de bibliotheek, maar iedereen was zoekende: wat mag wel en wat niet? Wat is handig en hoe pak je dat aan? Toen we half mei weer open mochten was dat een opluchting: ‘Fijn, vanaf nu gaan we langzaam weer terug naar normaal. We laten stapje voor stapje de regels los en over een paar maanden is alles weer voorbij en kunnen we gewoon weer doen wat we altijd deden.’ Alsof het een nare droom was die voorbij zou gaan. Maar zo werkt dat natuurlijk niet met zo’n wereldwijde pandemie. En dat wisten we ook wel, dat het zo waarschijnlijk niet zo zou gaan, maar we wilden het met zijn allen zo graag. Je merkte het in de bibliotheek: in het begin waren mensen heel blij dat de deuren überhaupt open gingen en hadden ze er alle begrip voor dat er alleen maar geleend mocht worden en verder niks. Maar na een paar weken werd de leeszaal toch weer in gebruik genomen: we hadden alle stoelen weggehaald (want er mocht niet gezeten worden) maar je kunt ook staande de krant lezen. En toen er eindelijk weer gestudeerd mocht worden bleven de studenten in het begin keurig in hun eentje aan een tafeltje op 1,5 meter zitten. Maar na een paar weken werd er toch weer met stoelen gesleept.

Dus die tweede lockdown was niet echt een verrassing, daarbij hielp het dat een week van te voren al uitlekte dat die er aan kwam. Het was fijn om te zien dat we routine hadden gekregen in het verplicht sluiten en weer open gaan. Ook de lezers waren er op voorbereid: in de dagen voorafgaand aan de persconferentie hebben ze massaal ingeslagen, de bibliotheek leek soms wel een slagveld. Toen we eenmaal dicht waren bleef het erg rustig. In tegenstelling tot de vorige keer stond de telefoon nu niet roodgloeiend en liepen ook de mailboxen niet over van mensen die zich zorgen maakten over hun boeken die te laat waren. Ook fijn dat we routine hadden in het weer open gaan: de laatste protocollen werden tevoorschijn gehaald, nog even kritisch bekeken en hup daar gingen we weer.

Mondkapjes, ook zoiets. Tot Corona droegen alleen de Chinese en Japanse toeristen die, op weg naar het Outlet Center hier in de stad. Afgelopen zomer herkende je daar de Duitse toeristen aan, die een beetje onwennig kwamen winkelen, vaak met het mondkapje onder hun kin. Nu ben ik zelf een geroutineerd mondkapjes op- en afzetter, niet alleen in winkels maar ook op weg naar de koffieautomaat. Ik heb inmiddels een verzameling van verschillende mondkapjes, want als het dan toch moet kun je er beter iets leuks van maken.

Na deze tweede golf komt er ongetwijfeld ook nog een derde en misschien zelfs een vierde of vijfde golf. Of wij dan ook weer dicht moeten is de vraag, gezien alle protesten van mensen die het belachelijk vonden dat uitgerekend de bibliotheken dicht moesten. Dat is wel een positief punt wat mij betreft: dat veel mensen nu opeens de waarde zien van de verblijfsfunctie van de bibliotheek. Al die columnisten die boze stukjes schreven over de sluiting en de politici die zich daardoor lieten meeslepen kunnen er hopelijk voor zorgen dat we een volgende keer niet meer dicht hoeven. Levert zo’n lockdown toch nog iets positiefs op.

De presidentskandidaat en de dichter

Gisteravond zag ik op Twitter opeens bovenstaand nieuw campagnespotje van Joe Biden voorbijkomen en ik vind het geweldig, daarom deel ik het hier graag. Het is een mooi filmpje maar het mooist vind ik nog wel dat om een verfilmd gedicht gaat. Of nou ja, verfilmd: de tekst van het gedicht is gemonteerd over zwart-wit beelden uit de actualiteit en foto’s van Biden terwijl je hem intussen het gedicht hoort reciteren.

Ik vind het heel bijzonder: in een verkiezingsstrijd, en dan ook nog eens in zo’n nare, bittere strijd als deze, een spotje maken zonder beschuldigingen, beledigingen of beloftes maar met een gedicht over hoop. Als een bemoediging. Joe Biden citeert veel vaker dichters leert een klein rondje Youtube, het liefst Ierse dichters. Hij citeert ze zelfs zo vaak dat Obama er grapjes over maakte in de tijd dat ze samenwerkten.

Dit gedicht The Cure at Troy van Seamus Heaney is blijkbaar een van zijn favoriete gedichten, want hij citeert het vaker, zelfs in de speech waarin hij de nominatie voor presidentskandidaat accepteerde. Het citaat is maar een klein stukje uit het gedicht want The Cure at Troy is een boek, een bewerking van het toneelstuk Philoctes van Sofokles, dat zich afspeelt tijdens de Trojaanse oorlogen. Interessant allemaal. Maar het allerinteressants vind ik toch wel dat een presidentskandidaat een gedicht centraal zet in een verkiezingsspotje. Omdat het mooi is en hoop geeft en dus belangrijk is. En zijn kiezers vinden het prachtig. Ik probeer me voor te stellen dat een Nederlandse politicus zoiets zou doen. Die zou belachelijk gemaakt worden denk ik. Jammer.

Quarantaine club

Dit is een oud filmpje, om een beetje een idee te krijgen

Mensen die mij kennen weten dat ik van Mondeo Leone hou, ik schreef vaker vaker over hem. Voor de mensen die dat niet wisten en die hem niet kennen: Mondo Leone is Leon Giesen, muzikant en filmmaker. En verhalenverteller. Dat nog wel meest, op alle mogelijke manieren: hij maakt theatershows, vertelt verhalen op zijn website en zelfs bij je thuis als je dat wil.

Toen de vorige lockdown (die intelligente) een week bezig was kreeg ik een mailtje van hem, dat hij een quarantaine club ging beginnen. Aan iedereen die 40 euro aan hem betaalde zou hij 40 dagen lang elke dag een Mondo Leonisch bericht sturen, met die dag gemaakte muziek. “Even een ander geluid in deze saaie rare dagen.” Ik heb meegedaan aan de Quarantaine Club, zoals ik een paar jaar geleden ook al eens lid werd van zijn Instituut voor Verwondering. Ik vond het heel fijn, elke dag een berichtje met iets leuks, iets positiefs. Giesen is die Quarantaine Club gisteren opnieuw gestart dus als je dat iets lijkt kun je nog meedoen. Kijk even op zijn website of stuur hem een mailtje dan legt hij uit hoe het werkt. Hij gebruikt dezelfde berichtjes als in het voorjaar, maar hem kennende zal er toch af en toe een nieuwe twist zitten. Ik kan het aanraden.

En voor degenen die Mondo Leone wel kennen: ik heb de afgelopen weken ook meegedaan aan de Moby Dick Leesclub. Ook een mooi (en geheim!) avontuur.

De rechten van de lezer

De rechten van de lezer

Naar aanleiding van mijn stukje van vorige week herinnerde iemand me op Twitter aan het boek ‘In een adem uit’ van Daniel Pennac. Ook een boek over hoe je jongens aan het lezen krijgt. Uit 1993, dus al behoorlijk oud maar ik herinner me nog hoe geweldig ik het vond toen ik het las. Pennac is een Franse romanschrijver, tevens leraar Frans. In zijn essay In een adem uit beschrijft hij hoe hem als puber het lezen ging tegenstaan en hoe hij die ervaring gebruikte om zijn leerlingen wel enthousiast voor lezen te krijgen. (spoiler: dat doet hij door voor te lezen) Inderdaad, de link met Bas Steman ligt voor de hand.

Toen ik vanwege die Twitterdiscussie ging opzoeken hoe oud dat boek van Pennac was kwam ik zijn beroemde ’10 rechten van de lezer’ weer tegen. Ik zag dat Quentin Blake (een van mijn favoriete illustratoren) die 10 rechten geïllustreerd had en dat de mensen van Cultuurkuur daar een vertaling van hadden gemaakt. Die deel ik hier graag. Inclusief een gratis te downloaden poster, dus doe er je voordeel mee.

Uit die 10 rechten van Pennac, en vooral uit zijn waarschuwing “lach mensen die niet lezen niet uit, want dan gaan ze nooit lezen” blijkt al hoe zijn zachtzinnige aanpak werkt: positief stimuleren. Voor zover ik kan zien is zijn boek al heel lang niet meer te koop. Misschien is het tijd voor een herdruk? Aidan Chambers, wiens Vertel eens, over ditzelfde onderwerp in dezelfde periode verscheen is omarmd door de Nederlandse bibliotheken en leesbevorderaars en zijn boeken zijn wel nog redelijk recent uitgegeven. Waarschijnlijk omdat Chambers meerdere boeken over het onderwerp schreef en ook als een ware apostel zijn boodschap verkondigde. Nog steeds verkondigt trouwens. Als je de kans krijgt om hem te horen praten moet je dat zeker doen. Ik zag hem ooit in een vergaderzaaltje in de oude OBA (ja, ja, oma vertelt) en was na die avond meteen verkocht.

Lekker boekie!

Hoera! Eindelijk een positief boek over jongeren en lezen. Een boek over leeshonger en over jongens (jongens!) die graag lezen.

Het probleem van jongeren die niet meer lezen en de resultaten van het PISA onderzoek ga ik hier niet meer noemen. Dankzij Arjen Lubach hoeft dat hoop ik ook niet meer. Belangrijkere vraag is: wat gaan we daar aan doen? Het antwoord is simpel: zorgen dat jongeren wel gaan lezen, want meer lezen is dé oplossing voor niet-lezen. Wij als bibliotheken doen daar al van alles aan maar dat schiet nog niet echt op. Bas Steman laat in zijn boek Lekker Boekie! zien hoe het wel kan. Nadat ik Steman en zijn leesclub had gezien in het tv-programma De Vooravond heb ik het boek dat hij daarover schreef meteen besteld.

Voor degenen die dat tv-optreden gemist hebben en er ook nog niet op een andere manier over gehoord hebben: toen zijn 15-jarige zoon moest gaan lezen voor zijn lijst besloot Steman om met de vriendenclub van zijn zoon een leesclub op te richten. Dat werd een groot succes: de jongens raakten verslingerd aan lezen en literatuur veranderde hun leven. In dit boek beschrijft hij hoe hij dat heeft aangepakt. Het is wat mij betreft verplichte kost voor iedereen die zich met leesbevordering en met middelbare scholieren in het algemeen bezig houdt. Hebben bibliotheken hier iets aan? Wel als middel om enthousiast te worden en als bewijs dat wel kan: jongeren enthousiast maken voor literatuur. Niet als ze op zoek zijn naar een model dat ze blind kunnen kopiëren. Het woord bibliotheek komt in het boek geloof ik maar twee keer voor. Steman wil dat jongeren de boeken die ze voor de leesclub lezen niet in de bibliotheek gaan lenen maar zelf kopen. Want ze moeten zich het boek toe-eigenen, letterlijk en figuurlijk.

Eigenlijk is de methode Steman heel simpel: het enige dat je nodig hebt is een enthousiaste volwassene met kennis over literatuur en voldoende geduld om pubers bij de hand te nemen. Je zou kunnen zeggen dat Steman het makkelijk had, want hij is niet alleen gepassioneerd over literatuur maar hij heeft ook een goede band met de plaatselijke boekhandelaar. Er ís überhaupt een goede boekwinkel in zijn woonplaats. Hij had een groep VWO-ers die hem vertrouwde en bereid was om hem te volgen en hij heeft een netwerk waardoor er colleges middeleeuwse literatuur gegeven kunnen worden en die er voor zorgen dat Adriaan van Dis kan aanschuiven bij de leesclub om over zijn boek te praten. Dus ja, dit is het ideale plaatje. Maar met het enthousiasme en de inzet van Steman zou je ook onder minder ideale omstandigheden een succesvolle leesclub kunnen maken. Een geweldige vondst vind ik de term ‘paaseitjes’ die hij gebruikt om thema’s of verwijzingen in een boek aan te duiden. De jongens kennen ‘easter eggs’ uit films en games en gaan meteen op zoek.

Dus mensen, lees dat boek. Je krijgt meteen zin om literatuur te gaan lezen. Ik miste mijn oude leesclub er nog meer door. En als je dan toch bezig bent, lees dan ook meteen even Waarom je kinderboeken moet lezen zelfs al ben je oud en wijs van Katherine Rundell. Een lelijk uitgegeven maar interessant essay waarin deze Britse kinderboekenschrijfster een aantal interessante dingen zegt. Zoals dat het een misverstand is dat je persé één bepaalde kant op moet lezen. Dat je steeds moeilijkere boeken moet lezen en als volwassene niet meer terug moet vallen naar makkelijke (lees: kinder-) boeken. Ik weet het niet zeker, maar ik heb zo’n vermoeden dat Bas Steman het op dat punt niet met Rundell eens is.

Een grensoverschrijdende bibliobus

Ik heb er weer een hoor: een bijzondere bibliobus. Dit is de Bi-Bus. De bibliobus van de bibliotheek Saarbrücken die met een collectie Duitse en Franse kinderboeken scholen bezoekt in het grensgebied van Duitsland en Frankrijk.

In dit filmpje lijkt het alsof het doel van de bus is om tweetaligheid te bevorderen, maar dat lees ik verder nergens terug. Er is sowieso weinig informatie over deze bus te vinden, behalve dat ze er in Saarbrücken heel trots op zijn. Terecht. Voor zover ik kan zien heeft de Stadtbibliothek Saarbrücken één vestiging en daarnaast dus de Bi-Bus. Ze hebben al sinds de jaren ’80 een bibliobus die de scholen bezoekt, ik vermoed dat toen die aan vervanging toe was hij is vervangen door deze bus waarmee ze ook bij de Franse buren terecht kunnen. De bus rijdt volgens een 5-wekelijks schema, zo te zien afwisselend in Frankrijk en Duitsland. Zo komen ze bijvoorbeeld in Diebling en Folkling, dat klinkt Duits maar het zijn Franse dorpjes (googel maar). Dat heb je in zo’n grensregio.

Het is niet de eerste grensoverschrijdende bibliobus, ik schreef eerder over de bus die boven de poolcirkel rijdt. Afwisselend in Finland, Zweden en Noorwegen. Overigens hebben ze in Saarbrücken ook een boekentaxi. Dat is een mooie term voor een afhaalpunt voor senioren in de bibliobus. Zoiets als bij ons de ‘bibliotheek aan huisdienst’. Senioren of andere niet-mobiele lezers kunnen telefonisch een boek of een boekenpakket bestellen en dat afhalen bij de bibliobus, want de bus zelf is dus alleen voor kinderen. Mooi woord wel: Büchertaxi. Mooie bus ook.