Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Hoe belangrijk taal is

Dit is Patrick Otema, een 15-jarige jongen uit Oeganda. Hij is doof. Hij kan met niemand communiceren en leeft dus erg geisoleerd totdat er een leraar gebarentaal langs komt in zijn dorp. Let op zijn ogen als hij opeens begrijpt wat taal is.

Ontroerend. En hét bewijs van hoe belangrijk het is dat je kunt communiceren, dat je taal hebt. In welke vorm dan ook.

Het filmpje is een clipje uit Unreported World, een Britse documentaireserie van Channel 4. Voor wie zich afvraagt hoe het verder gaat met Patrick, of  voor wie nog steeds niet overtuigd is van het feit dat het hebben taal het verschil kan maken hier het filmpje nog een keer, aangevuld met een onderdeel “10 weken later”. De eerste twee-en-een-halve minuut is dus hetzelfde, die kun je overslaan. Of niet natuurlijk, dan kun je alvast een zakdoek te voorschijn halen.

 

Bibliothecarissen in de oorlog

bibliothecarissen in oorlog

Vorige week zag ik het op verschillende media langskomen: dit verhaal over de rol van Amerikaanse bibliothecarissen tijdens de 1e Wereldoorlog waarin de activiteiten worden beschreven van Amerikaanse bibliothecarissen tijdens beide wereldoorlogen. Op verzoek van het Ministerie van Oorlog werden er bibliotheken ingericht in ziekenhuizen en op legerbases (de Camp Libraries)  en werden er boeken ingezameld om naar de soldaten aan het front te sturen. Er was zelfs een aparte afdeling binnen de American Library Association: de Library War Service.

ww2 bieb

De boeken die binnenkwamen via de zgn. ‘bookdrives’ werden stuk voor stuk bekeken want niet zomaar alles mocht naar het front: alleen de boeken die boosted morale, provided connections to people back home and offered technical guidance kwamen door de selectie. De boeken die bestemd waren voor de militaire ziekenhuizen moesten de lezer helpen bij het verwerken van fysieke en emotionele pijn. En certain books helped to alleviate homesickness, chase away boredom and provide training to those who wanted to land jobs when they returned home. Het was dus niet zomaar een collectie, in die Camp Libraries, maar ze had een heel duidelijk doel.

Alleen al tijdens de Eerste Wereldoorlog verstuurden ze meer dan 10 miljoen boeken, werden er op ruim 500 locaties bibliotheken ingericht en 36 Camp Libraries opgericht. Ze hadden zelfs een bibliobus, kijk hier maar. Of althans, een mobiele vestiging. Ik ga er van uit dat die auto niet helemaal naar Frankrijk ging.

Toen ik las over die Camp Libraries snapte ik die posters die je af en toe tegen komt over Amerikaanse bibliotheken uit de oorlog opeens een stuk beter. Ik verzamel ze op mijn Tenaanval bord op Pinterest, maar nu begrijp ik pas echt wat de bedoeling er van was. De poster hiernaast is uit 1917, maar ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er boeken ingezameld voor de frontsoldaten.

Eerlijk gezegd werd mijn aandacht in eerste instantie vooral getrokken door die foto hierboven, want die begreep ik niet zo. Vanwege die uniformen. Volgens het bijschrift zijn het American Library Association volunteers in Paris on Feb. 27, 1919. Nou weet ik niet zeker of de uniformen die ze dragen de reguliere militaire uniformen zijn of dat de bibliothecarissen hun eigen uniform hadden. Voor het verhaal neem ik maar aan dat dit speciale militaire bibliotheekuniformen zijn. Is toch net even leuker. Het is me ook niet duidelijk of het allemaal vrijwilligers waren, in die bibliotheken. Want die Camp Libraries waren niet onbemand, in die militaire kampen was wel degelijk een bibliothecaris aanwezigOf zouden dat ook vrijwilligers zijn geweest?

Al lezend ging ik mij toch afvragen hoe dat in Nederland zat, wat Nederlandse bibliothecarissen zoal deden tijdens de wereldoorlogen. De situatie is natuurlijk totaal verschillend maar toch. Over de situatie tijdens de Tweede Wereldoorlog is zijdelings te lezen bij Annejet van der Zijl’s Anna in de hoofdstukken over de jaren van Annie M.G. Schmidt in de bibliotheek van Vlissingen. In het standaardwerk van Paul Schneiders zijn beide wereldoorlogen ondergebracht in het hoofdstuk 1914 – 1964. Daarin wordt relatief veel aandacht besteed aan de ontwikkelingen op documentatiegebied en minder aan openbare bibliotheken. Volgens Schneiders werd de Tweede Wereldoorlog door veel bibliothecarissen ervaren als een onaangenaam, erg vervelend intermezzo. Klinkt toch een stuk minder idealistisch dan de Camp Librarians van de ALA.

Over bibliothecarissen tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft Scheiders weinig te melden, hij noemt vooral de bibliotheken van de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen die hun leeszalen extra lang opstelden zodat gemobiliseerde soldaten er gebruik van konden maken. Op zijn prachtige blog Libriana (volg dat blog!) heeft Hans Krol een heel artikel gewijd aan de bibliotheken van de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen maar ook daar is het onderdeel WO I erg klein. Daar kwam ik ook onderstaande flyer tegen. nutsleeszaal WOI

 

De Leeszaal is open van 10 uur ‘s ochtends tot 10 uur ‘s avonds. Hoezo moderne tijd? Hoezo ontmoetingsfunctie iets nieuws? We doen het al honderd jaar blijkt hier. Het lijkt me dat deze leeszaal dus wel degelijk op ideële gronden een duidelijke functie invulde. Jammer dat er verder zo weinig bekend is over de geschiedenis van de Nederlandse Openbare Bibliotheken. Qua interessante verhalen bedoel ik dan.

De invloed van bibliotheken

carnegieBevat niks nieuws, dit plaatje. Althans niet voor ons. Maar wel aardig om te gebruiken als je weer eens ergens moet uitleggen dat bibliotheken meer doen dan alleen maar boeken uitlenen. Het komt uit The impact of public libraries on wellbeing, een brochure van The Carnegie UK Trust. De details zijn hier misschien niet zo duidelijk te zien, maar in de brochure zelf wordt besproken hoe bibliotheken invloed hebben op sociaal, cultureel, educatief en economisch vlak.

De Carnegie Trust is een Britse organisatie die tot doel heeft het leven van mensen te verbeteren. Klinkt heerlijk duidelijk. Maar het staat er echt: op al hun brochures en op hun website: The Carnegie UK Trust works to improve the lives of people throughout the UK and Ireland, by changing minds through influencing policy, and by changing lives through innovative practice and partnership work. The Carnegie UK Trust was established by Scots-American philanthropist Andrew Carnegie in 1913. Daar krijg ik altijd een beetje warm van, als ik zoiets lees.

Andrew Carnegie richtte niet alleen die trust op maar hij was ook een fervent oprichter van openbare bibliotheken. Helemaal in lijn met zijn ideeën over het verbeteren van levens. Meer dan honderd jaar geleden, maar nog steeds (of weer?) actueel.

Ja, het zijn tuttige plaatjes, althans dat vind ik, maar die neem ik graag voor lief als de boodschap zo duidelijk, helder en positief is.

Boekenmonument

hesselberg aarhusSusanna Hesselberg, “When My Father Died It Was Like a Whole Library Had Burned Down” (2015)

Voor het beeldenfestival Sculpture by the sea in het Deense Aarhus maakte de Zweedse kunstenares Susanna Hesselberg dit kunstwerk. Ik kan er verder weinig informatie over vinden, over dit werk, maar ik vind het wel een ijzersterk beeld, zo’n mijnschacht vol boeken. Die titel roept allerlei associaties op. Met het overlijden van die vader verdwijnen natuurlijk ook al zijn verhalen, althans: dat denk ik. Maar misschien heeft Hesselberg daar wel een hele andere gedachte bij, of heeft ze zijn verhalen ergens vastgelegd. Zit die vader in die bibliotheek? Of zit zijn geest in die boeken? Is die vader begraven in die boeken? Zijn die boeken in dat “graf” van haar vader of heeft ze gewoon een tweedehands boekwinkel leeggekocht? Hoe diep is die schacht? Waarom staan die boeken met de rug naar buiten? En zit er een systeem in de manier waarop die boeken gestapeld zijn? Maar de allerbelangrijkste associatie is natuurlijk die met het monument voor de boekverbranding op de Bebelplatz in Berlijn. Daar is dit dan weer het negatief van. Of het tegengestelde. Iets om nog lang over na te denken in elk geval.
hesselberg aarhus2

hesselberg aarhus1

Fijn detail is overigens dat deze sculptuur biennale mede op initiatief van het Deense kroonprinselijke paar is georganiseerd, dit jaar voor de vierde keer. De eerste keer was in 2009. Kroonprins Frederik en zijn vrouw Mary lieten zich voor de biennale inspireren door Sculpture by the Sea in Bondi, Australië. Die wordt al sinds 1997 georganiseerd. Niet toevallig, dat Australië, want daar komt prinses Mary vandaan. Als je het kunstwerk wil zien moet je trouwens snel zijn, de tentoonstelling duurt nog tot 5 juli a.s.

Werner Herzog in de NYPL

Werner Herzog was vorige week te gast in de bekende serie LIVE at the New York Public Library, waarin directeur Paul Holdengräber schrijvers en kunstenaars interviewt. De Duitse regisseur haalde de krant met zijn uitspraak dat jonge mensen tegenwoordig niet meer lezen. “Young people do not read anymore. They read Twitter, Facebook, but they do not read coherent stories. They do not have a sense for conceptualizing. They have no sense of language anymore.” 

Daar kun je iets van vinden, van die uitspraak, maar daar gaat dit stukje niet over. Want ik wil graag bovenstaand filmpje met jullie delen. Blijkbaar is Herzog met een zekere regelmaat te gast in de NYPL en van een zijn vorige interviews is dit filmpje gemaakt. Laat je niet afleiden door de spuuglelijke tekening als startscherm want ik vind het heel bijzonder. Ten eerste omdat het een inhoudelijk interessant verhaal is wat hij vertelt (Was the 20th century a mistake?) maar ook door de manier waarop het in beeld gebracht is. Het beeld ondersteunt het geluid, het maakt iets extra’s duidelijk. En het bijzondere is dat het live-drawings zijn, kunstenaar Flash Rosenberg maakte ze live, tijdens het interview. Na afloop zijn ze aan elkaar gemonteerd tot een samenhangend filmpje. Rosenberg was in 2010 Artist in residence bij de NYPL en maakte toen meer van dit soort Conversation Portraits, o.a. van interviews met John Waters en Jay-Z

Heel bijzonder, die twee mannen met dat enorme Duitse accent, al is Holdengräber gewoon in Texas geboren, uit Oostenrijkse ouders. Zoals gezegd: Herzog is regelmatig te gast en er zijn meer filmpjes van zijn interviews te vinden op het Youtube kanaal van de NYPL, maar dat zijn toch vrij saaie filmpjes van pratende mannen (al is het filmpje waarin hij Go the f**ck to sleep voorleest best geestig). Zo’n geïllustreerd verhaal is toch net wat leuker. Vind ik dan.

Je ziet het pas als je het begrijpt

DSC01538

Vanuit een schemerig gangetje liep ik de verduisterde zaal van het Stedelijk binnen. Ik had geen idee wat ik moest verwachten. Het was stikdonker dus ik bleef na een paar stappen staan omdat ik nergens tegen aan wilde botsen. De vorige keer (bij Kissing in the dark) zat in deze zaal een stel te zoenen. Dat was een variatie op een werk dat de maand daarvoor in een van de kleinere zalen van het Stedelijk te zien was: The Kiss.  Ook gekus maar dan in het volle licht. Wat er nu te zien zou zijn was een verrassing. Tino Sehgal wil niet dat er over zijn werk geschreven wordt en de titel This variation verried ook niks. Ik wist dat er minimaal één performer aanwezig moest zijn en ongetwijfeld ook publiek.

Ik hoorde een Amerikaanse vrouwenstem iets vertellen over environment. Ze stelde vragen en ik hoorde wat gemompel. Maar ik zag nog steeds helemaal niks. Er kwamen wat giechelende dames binnen die elkaar hardop vroegen of het donker genoeg was. Zo te horen botsten ze tegen iets of iemand aan. En ik zag nog steeds niks. De Amerikaanse stem vroeg of we wisten dat mushrooms heel goed waren om vervuiling op te ruimen. En toen begon ze een verhaal over een hele knappe vrouw die op een vuilnisbelt in Argentinië werkte. Wat ontzettend saai. En wat irritant dat mijn ogen nog steeds niet aan het donker gewend waren, ik zag nog steeds geen klap. Ik begon serieus te overwegen om deze Tino Sehgal dan maar voor gezien te houden. Je hoeft niet alles leuk te vinden, toch? Opeens kwamen er uit de zaal allerlei ritmische geluiden. De vrouw was gestopt met praten.  Niet alleen vanuit de zaal maar ook achter me hoorde ik geluidjes. Toen ik me omdraaide zag ik schimmen de zaal binnenkomen die kleine kreetjes slaakten. Terwijl ik mijn ogen probeerde te focussen op de mensen die binnenkwamen begon de man naast me opeens wild met zijn armen te bewegen. Ik deed een stapje opzij omdat ik bang was dat hij me zou raken, ik voelde mijn voet tegen iets (of iemand) aanbotsen. Langzaam zag ik steeds meer. Ik zag een tiental mensen verspreid door de zaal ritmisch bewegen terwijl hun gehum langzaam overging in een soort van beatbox. Ik zag dat ik in een van de grote museumzalen stond en ik zag dat er nog een stuk of 15 andere mensen aanwezig waren.

Uiteindelijk ben ik bijna een uur in die museumzaal geweest, terwijl de performers steeds andere bewegingen maakten: soms was het woest en schokkerig, soms langzaam en hypnotiserend. Vaak maakten ze daar geluid bij: kreetjes of gezoem en een keer zongen ze opeens Good vibrations van de Beach Boys terwijl ze een dansje deden. Daarbij ging opeens het licht een klein beetje aan. Het meisje dat voor me op de grond lag bleek me met een stralende glimlach aan te kijken. Het was prachtig. Prachtig om te zien hoe die spelers op elkaar ingespeeld bleken te zijn: opeens had iedereen zich achterin de hoek verzameld voor iets heel kleins dat zich na een paar minuten verspreidde door de zaal. Prachtig om te zien hoe ze tussen het publiek door wervelden, het publiek dat de spelers vaak maar half zag. Het was prachtig om zo dicht op de spelers te staan: je hoorde ze soms hijgen, je rook hun lichaamslucht en je voelde de luchtverplaatsing als ze vlak bij je opeens gingen molenwieken met hun armen.

Na verloop van tijd ging ik ook op het publiek letten: er waren mensen die op de grond zaten, met hun rug tegen de muur. Andere mensen liepen rond. Er was een moeder met een kind van een jaar of 10. Het kind bleef zijn moeder angstvallig vasthouden (ja, ik ben er nog) terwijl ze samen gefascineerd rondliepen. Het meest bijzondere was om te zien wat mensen deden als ze binnenkwamen. Sommige mensen draaiden zich 10 seconden nadat ze binnen waren alweer om. Andere mensen pakten onmiddellijk hun telefoon om met het lampje in de zaal te schijnen en gingen weer weg als een suppoost duidelijk maakte dat dat niet de bedoeling was. Sommige mensen schoven met hun rug langs de muur de zaal in, anderen bleven net als ik in de buurt van de ingang hangen totdat ze het zagen. Weer anderen bleven in de schemerige ingang staan. En dan waren er nog die tienermeisjes die dachten dat ze in een spookhuis waren en met hun handen zwaaiend voor zich uit dwars door de zaal heen liepen, proestend, daarbij tegen deze of gene aanbotsend.

Ik snap de mensen die zich meteen weer omdraaiden: als je niet weet wat je te wachten staat en je kent het werk van Tino Seghal niet dan kijk je wel lekker uit om zomaar zo’n donkere hok binnen te gaan. Maar ik begrijp de mensen niet die maar in dat schemerige halletje bleven hangen. Hun ogen konden niet wennen aan het donker dus ze zagen niks. Maar ze durfden niet verder naar binnen dus het werd er ook niet beter op. Zij moesten het doen met het geluid. Dat was ook mooi, maar toch vooral in combinatie met de bewegingen. De mensen die bleven hangen kregen nog niet een kwart mee van wat er echt gebeurde. Ik weet niet wat Sehgal wil zeggen met dit kunstwerk maar wat mij betreft gaat het ook over overgave. Je moet je overgeven aan het donker en aan de onzekerheid van het niet zien wat er gebeurt. Want daarna zie je het pas. Je moet geduld hebben en afwachten en er vertrouwen in hebben dat je iets moois te zien krijgt. Of in elk geval iets bijzonders. Voor dat geduld wordt je als publiek ruimschoots beloond. Op de momenten dat het licht een klein beetje aanging zag je dat mensen dromerig voor zich uit bleven kijken: we waren met zijn allen ergens in ondergedompeld en daar wilden we niet uit weg.

Toen ik uiteindelijk de zaal uitliep was het licht in de andere museumzaal wel erg fel. En waren de schilderijen van Barnet Newmann opeens wel heel erg kleurig.

De link met de bibliotheekwereld leggen jullie zelf wel he?

 

Dit kunstwerk van Tino Sehgal (This variation) is alleen nog maar vandaag en morgen te bekijken in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Onderdeel van de grote overzichtstentoonstelling A year at the Stedelijk. De foto hierboven heb ik in 2012 in Londen gemaakt. Het is van These associations  het werk dat Sehgal maakte voor de Turbine Hall van het Tate Modern. Ook heel bijzonder.

Leesbevordering lokaal, ook op het vliegveld

vliegveld stratfordIn de categorie “een beetje vreemd maar wel schattig”: de bibliotheek van Stratford, Canada gaat deze zomer in samenwerking met het plaatselijke vliegveld een leesbevorderingsprogramma opzetten.

Stratford is een stadje in de provincie Ontario, Canada, met ongeveer 30.000 inwoners. Justin Bieber is er opgegroeid. Het vliegveld is een gemeentelijk vliegveld, het is niet zo groot. Het is een internationaal vliegveld maar er kunnen maar vliegtuigjes met maximaal 15 personen landen. Ik stel me een veredeld soort busstation voor.

Dat maakt die leesbevorderingsactiviteiten dan weer een stuk eenvoudiger te begrijpen, ze hebben ook al zo’n samenwerking met de plaatselijke brandweer. De komende 8 weken worden er library based activiteiten georganiseerd met boeken en liedjes en aviation-themed crafts. Bedoeld voor kinderen maar hun ouders zijn ook zeer welkom, na afloop van de activiteit krijgen de kinderen een rondleiding. Het vliegveld hoopt meer mensen binnen te halen en de bibliotheek wil out of the box van de reguliere zomerprogrammering treden. En het lost een logistiek probleempje op: de weg voor de bibliotheek wordt deze zomer verbreed en vanwege die werkzaamheden kan er slecht geparkeerd worden.

Ik weet niet wat ik schattiger vind: die kleine vliegtuigen, dat enthousiasme of die foto hierboven met de directeur van het vliegveld en de dames van de bibliotheek (die rechter dame is van de bibliobus..) Maar ik zal wel bevooroordeeld zijn. Take Off with the Library

 

 

Church of Type

Mooi filmpje over Kevin Bradley en zijn Church of Type , een drukkerij in Santa Monica. Bradley is niet alleen drukker maar ook typograaf en kunstenaar. Hij ontwerpt prachtige dingen. Vind ik dan. Het filmpje gaat niet persé over drukwerk maar is vooral een impressie. Van de stad en van de man. En van drukken in het algemeen. Het roept meer vragen op dan het beantwoord, maar dat is ook mooi.

De moeite waard om eens te gaan kijken, in die werkplaats, als je nog eens in Santa Monica bent. Het filmpje is overigens van Two Dollars Please oftewel Jeremy Asher Lynch.

Een reünie

Om het niveau van het management van openbare bibliotheken te verbeteren besloot de VOB een kleine 15 jaar geleden een Management Development Programma op te zetten. Onder leiding van de onvolprezen Marijke Broekhuijsen werd op Nyenrode een stevig programma samengesteld dat onder de naam Nieuw Elan bibliotheekmanagers de 21e eeuw moest invoeren. Dat eerste jaar was een groot succes, dus de cursus werd een aantal jaren achter elkaar herhaald.

Ik zat in Nieuw Elan IV. Met nog 23 andere bibliotheekmanagers (directeuren en afdelingshoofden uit het hele land) zat ik elke maand drie dagen (en twee nachten) op het Nyenrode terrein. Daar luisterden we naar en discussieerden we met hoogleraren, schrijvers, musici, directeuren, adviseurs, acteurs  en andere deskundigen over management en innovatie, over kunst, de maatschappij en bibliotheken. Daar kregen we boksles en deden we Tai Chi om fysiek te ervaren hoe het is om stevig in je schoenen te staan en hoe je dan toch flexibel kunt zijn. We speelden scenes uit Shakespeare, leerden over missie en visie en hoorden uit de eerste hand van een wethouder hoe hij tegen de bibliotheek aan kijkt. Interessant en leuk en nuttig.

Je leert elkaar best goed kennen tijdens zo’n periode. Niet alleen vanwege al die dagen dat je bij elkaar zit, maar ook tijdens de avonden aan de bar. Boven een biertje bespreek je opeens weer hele andere dingen. Altijd leuk om elkaar dan weer eens te zien, tijdens studiedagen of congressen.  Om elkaar eens wat langer te spreken organiseerden we een paar jaar geleden een reünie en vandaag hadden we er weer een. Het was maar een klein clubje, want een aantal van onze oud-klasgenoten is inmiddels met pensioen, werkt niet meer in de branche, had gewoon geen zin of was op vakantie. En Rob is overleden. We werden vanmiddag hartelijk ontvangen door Marchien in Emmen, kregen een rondleiding en hebben heel erg bijgepraat. Hanneke was net terug van de Rogues reis naar Denemarken dus we kregen een uitgebreid verslag. We hoorden van Roel over de ontwikkelingen in Nijkerk, hebben gepraat over nieuwe directeuren, over bezuinigingen, over gemeentes en politiek, reorganisaties, automatisering, laaggeletterdheid en besturen. We realiseerden ons dat het al 10 jaar geleden was dat we die opleiding deden en dat er intussen veel veranderd is. Meer dan we dachten. En we hebben gespeculeerd over de toekomst. Ik heb een hoop interessante dingen gehoord maar ik mag er niet over uit de school klappen. Het was nuttig. En gezellig. Wie weet wanneer de vandaag opgedane kennis nog eens van pas komt.

Volgend jaar weer, hebben we nu al afgesproken. Tot dan jongens: “het begint bij de start”.

Ultieme kinderpret

Een filmpje om vrolijk het weekend in te gaan… Een grijpermachine zoals die op de kermis staan maar dan een waarin de grijper vervangen is door een kind en de prijzen door zakken chips. Het kind wordt er in vast gemaakt en vervolgens kun je het in de chips laten zakken. Dan is het een kwestie van zoveel mogelijk chips grijpen. Dit moet de droom van ieder kind zijn en misschien ook wel van menige volwassene.

Een actie van Lay’s chips. Het is me niet duidelijk waar deze machine staat, ik dacht in eerste instantie aan Japan omdat ze daar zo gek zijn op rare spelletjes. Maar ik kwam deze Facebook pagina tegen en volgens Google translate is de tekst daar Chinees. Wat uiteraard niet betekent dat die machine niet in Japan kan staan. Waar hij ook staat, het is niet bij ons in de buurt, dus je kunt het niet gaan proberen. Jammer?

via Geekologie