Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Dag Spin, de coronaversie

Quarantaine maakt creatief, zo blijkt dagelijks op de diverse social media kanalen. Een van de leukste dingen die ik daar tot nu toe tegenkwam is deze versie van Dag Spin, een liedje van Harrie Jekkers en Koos Meinderts. Van het album Roltrap naar de Maan van Het Klein Orkest. Een album vol kinderliedjes met klassiekers als Leuk is raar en De Leugenaar: ‘Mijn vader is een leugenaar, hij kan fantastisch liegen. Wat los zit liegt hij aan elkaar, hij kan iedereen bedriegen’. Ik heb de lp nog ergens op zolder liggen, vandaar. De originele uitvoering van Dag Spin kun je hier terugluisteren, dan hoor je dat de familie Janssen heel dicht bij het origineel is gebleven.

Van de familie Janssen weet ik niks, behalve dat ze mooie muziek maken en een leuk filmpje hebben gemaakt. Maar ik heb zo’n idee dat we daar nog wel meer van gaan horen. Ik vind dit in elk geval een prachtig filmpje.

Samuel L. Jackson doet een duit in het zakje

Dit filmpje heb ik gisteren al eens via Twitter gedeeld maar ik deel het hier ook graag nog eens. Op Twitter deelde ik een los filmpje, zonder de introductie van Jimmy Kimmel. Met die introductie er bij is het alweer iets logischer waarom de kwaliteit van het beeld van het filmpje zo slecht is: het is gefilmd vanaf een tv-scherm met een Skype-verbinding (of iets vergelijkbaars).

Samuel L. Jackson was afgelopen dinsdag te gast in de ‘Jimmy Kimmel Live From His House Show’ en Jackson was daar digitaal te gast. Ik heb bewust niet het hele fragment online gezet, je kunt dat zelf hier terugkijken als je wil. Maar dan moet je je eerst door 6 minuten gebabbel over vakanties en quarantaine heen werken.

En voor de mensen die het boek dat Jackson voorleest niet herkennen: het verhaal is een variatie op het boek Go the Fuck to sleep van Adam Mansbach, ook in het Nederlands vertaald overigens. Jackson heeft dit boek ook al eens voorgelezen, dat kun je hier terug luisteren. Mansbach heeft Jackson blijkbaar gebeld om te vertellen dat hij een nieuwe versie van zijn prentenboek had geschreven (hij noemt het zelf een gedicht) en gevraagd of hij het opnieuw voor wilde lezen. En dat heeft hij dus gedaan. Ik vind het grappig.

‘Miss Moore’ en de geschiedenis van het jeugdbibliotheekwerk

Een kinderboek over een jeugdbibliothecaris. Toen ik dat tegenkwam in een Amerikaans artikel over historische kinderboeken heb ik het meteen besteld. Want ooit zelf opgeleid tot jeugdbibliothecaris en dus geïnteresseerd in de geschiedenis van het vak was ik ook wel een beetje plaatsvervangend vereerd dat er een kinderboek over ‘ons’ geschreven was.

Het boek Miss Moore thought otherwise is een prentenboek over Ann Carroll Moore die de eerste echte jeugdbibliotheek van Amerika maakte in de nieuwe New York Public Library. Toen die in 1911 open ging was dat een sensatie omdat het de eerste bibliotheek was die echt op kinderen gericht was, ook in zijn inrichting, en waar kinderen nadrukkelijk welkom waren. Het leest als een soort sprookje: “Once in a big house in Limerick, Maine, there lived a little girl named Annie Carroll Moore.” Het beschrijft de gelukkige jeugd van een meisje dat door haar ouders gestimuleerd werd om te lezen maar opgroeide in een tijd dat vrouwen niet geacht werden te werken. Een van de weinige geschikte beroepen voor vrouwen was bibliothecaris vandaar dat ze in 1895 een bibliotheekopleiding ging volgen en na haar afstuderen jeugdbibliotheken ging opzetten in New York. Tot die tijd werden kinderen óf helemaal geweerd uit de bibliotheek óf mochten ze wel binnen komen maar mochten ze geen boeken lenen omdat men er niet op vertrouwde dat kinderen die ook onbeschadigd terug zouden brengen. Zij bracht daar verandering in. Ze liet kinderen hun naam in een groot zwart boek schrijven en een eed afleggen: When I write my name in this book I promise to take good care of the book I use at home and in the library, and to obey the rules of the library. Ja, ik vind dat schattig. En goed bedacht.

Moore ging actief de wijken in om contacten te leggen met o.a. scholen en ging in gesprek met kinderen op straat. Haar jeugdbibliotheken werden een groot succes. Ze maakte trainingen voor jeugdbibliothecarissen en gaf lezingen voor uitgevers en boekverkopers over waarom je kinderen geen zware, moralistische boeken moet voorzetten maar juist goed geschreven, fantasierijke boeken. Ze werd een ster en reisde vanaf de jaren 20 niet alleen de Verenigde Staten rond om lezingen te geven maar kwam ook naar Europa. Ze ging recensies van kinderboeken schrijven, voor vakliteratuur en voor kranten en werd zo nog invloedrijker.

Het boek over Miss Moore is (naar Nederlandse maatstaven) een beetje een suf boek , met quasi-naïeve illustraties en een tuttig toontje. En ik ben er nog steeds niet uit of ik dat toontje juist wel vind passen bij een boek over iemand uit de eerste helft van de twintigste eeuw of dat het juist heel storend is bij iemand die zelf het ‘goede kinderboek’ promootte. Maar misschien moet je het niet beoordelen als prentenboek maar als geschiedenisboek: achterin staat meer informatie over de geschiedenis van het jeugdbibliotheekwerk. Daar wordt ook nadrukkelijk vermeldt dat “Anne Carroll Moore DID NOT singlehandedly create the children’s library” want in 1887 werd er al de eerste speciale hoek voor kinderen in een bibliotheek gemaakt.

Daar staat ook “She had strong opinons about books and was never shy expressing them“. Ik begreep pas onlangs dat dit tamelijk eufemistisch is uitgedrukt. Want toen las ik een artikel over waarom het boek Goodnight Moon niet in de lijst staat van meest uitgeleende boeken aller tijden van de New York Public Library. Goodnight Moon is een prentenboekje van Margaret Wise Brown, bij ons meer bekend van het boekje over de Vijf brandweermannetjes. Het Goodnight Moon boek kwam uit in 1947 en ondanks het feit dat Anne Carroll Moore toen al ruim gepensioneerd was had ze nog steeds veel invloed op de collecties van de bibliotheek. Toen ze nog in de bibliotheek werkte had ze blijkbaar een stempel (!) met als tekst “NOT RECOMMENDED FOR PURCHASE BY EXPERT” en die gebruikte ze graag. Als de NYPL een boek niet kocht, dan kochten veel andere bibliotheken het ook niet. Moore had een duidelijke opvatting over wat goede kinderboeken waren en daar paste dat Goodnight Moon niet in. Dus schafte de NYPL het boek niet aan. Het werd een van de meest bekende Amerikaanse kinderboeken aller tijden, dus in 1972 kwam het uiteindelijk toch in de collectie. toen was Moore al meer dan 10 jaar dood. Maar toen werd het dus niet meer vaak genoeg uitgeleend om in de top 10 van meest uitgeleende boeken ooit terecht te komen.

Het is fascinerend om dat artikel te lezen want daarin wordt Anne Carroll Moore aan het einde van haar carrière beschreven als een ouderwetse, betuttelende bibliothecaris terwijl ze zich in het begin van haar loopbaan daar nou net tegen af zette. Maar dat maakt haar des te interessanter vind ik. En dat geeft de titel van het boek Miss Moore thought otherwise een net iets andere lading.

Naschrift 26 maart 17.45 uur: vandaag heb ik nog wat verder gelezen over Ann Carroll Moore (het is niet dat ik heel veel anders te doen heb…) en voor diegenen die meer willen weten hier nog twee andere interessante stukken: deze blog van een Amerikaanse jeugdbibliothecaris over de veranderende kijk op Moore en dit artikel in de New Yorker over Moore en de schrijver E.B, White. Het eerste lezend realiseerde ik me dat alle Amerikaanse bibliothecarissen Ann Carroll Moore waarschijnlijk kennen omdat ze bibliotheekgeschiedenis is en dat een onderdeel van de opleiding is. En dat ze ook echt veel betekend heeft voor het vak, maar zoals deze blogger schrijft  “ACM’s legacy hasn’t aged well“. En het artikel in de New Yorker is fascinerend omdat daarin beschreven wordt hoe Moore aan het einde van haar carrière probeert om nog één keer haar macht uit te oefenen en de schrijver en essayist E.B. White opjut om een kinderboek te schrijven. Als hij dan in 1945 eindelijk een kinderboek publiceert (Stuart Little) maar dat buiten haar om doet keert ze zich tegen hem. In dat artikel wordt ook het belang van Moore’s pionierswerk niet onderschat, met details als dat soldaten na de Eerste Wereldoorlog naar de NYPL kwamen om hun naam op te zoeken in het grote zwarte boek. Ze wilden hun eigen handschrift terug zien. Een teken uit de tijd dat de wereld nog onschuldig was. Tragisch.

Groepsimmuniteit

In deze spannende tijden heb ik besloten om mijn blog, dat een wel zeer slapend levend leidde, weer leven in te blazen. Om mooie dingen of bijzondere verhalen te delen. Niet persé over bibliotheken en de actualiteit, want op dat gebied doet Mark (het andere lid van Club Deckers) al onovertroffen werk, maar over kunst en geschiedenis, en ok, waarschijnlijk ook over de geschiedenis van het vak.

Het filmpje hierboven is van Collectief Het Paradijs, een groep jonge theatermakers. Op vrijdag 13 maart zou hun eerste voorstelling ‘Paradijsvertraging’ in première gaan in Theater Bellevue in Amsterdam. Maar dat ging niet door omdat precies op die dag de theaters dicht moesten vanwege Corona. Op 14 maart plaatsten ze een tamelijk vaag filmpje op Youtube waar je de acteurs door de kelders van het theater zag zwerven, blijkbaar zaten ze daar opgesloten omdat sprake was van een lock down. Ze zonden daarna nog een aantal ‘Berichten uit de Bunker’ uit en deze clip werd vandaag online gezet. Het resultaat dus, van een week theatermaken. Ik vind het knap. En grappig. En heel actueel. Misschien dat we volgende week naar dit filmpje kijken en het alweer onbegrijpelijk en achterhaald is, maar vandaag is het ‘spot on’. In een van hun berichten uit de bunker doen ze een dringend beroep op Ivo van Hove om als boegbeeld van de branche naar voren te treden en dat heeft hij vanavond gedaan door in het tv programma Mondo bekend te maken dat zijn acteurs de Decamerone gaan spelen, niet op het toneel, maar dagelijks op tv. Ik weet niet of ze dat bedoelden, maar ik verheug ik me daar nu al op.

En overigens, dat Samen voor Altijd in de titel van deze clip hoef ik niet uit te leggen, toch?

Hoe je jongens aan het lezen krijgt

Dit is weer een mooi filmpje van Storycorps, over de kracht van bibliothecarissen. Of over collectievorming. Of wat je er ook in wil zien. Echt gebeurd. De hoofdpersoon Olly Neal vertelt dit verhaal aan zijn dochter, je hoort zijn stem. Echt een lief verhaal.

Storycorps is een organisatie die sinds 2003 verhalen verzamelt, op steeds grotere schaal. Hun missie is: to preserve and share humanity’s stories in order to build connections between people and create a more just and compassionate world. Bij sommige verhalen wordt een filmpje gemaakt, een paar geleden heb ik al eens een van hun filmpjes gedeeld. Over de bibliobus.

Als je wil weten hoe dat boek waar het allemaal mee begon er uit ziet of meer informatie wil dan moet je hier even kijken. En oh ja: hoe krijg je jongens aan het lezen? En meisjes ook trouwens? Zorg er voor dat je de juiste boeken hebt. En daar heb je dan weer een bibliothecaris voor.

Brillen en een bibliotheek

Dit filmpje is reclame voor een brillenwinkel. Het is een tamelijk bizarre video: totaal over de top vormgegeven, een soort mini Wes Anderson film en ik vind het prachtig. En nou niet beginnen over dat het te stereotype is, een bibliothecaresse met een bril of dat je stil moet zijn in de bieb want het is een reclamefilmpje. Dat is altijd cliché. En voor de slogan ‘Eyes say more than words’ vind ik een bibliotheek als locatie goed verzonnen.

Ik had nog nooit van Georgetown Optician gehoord en ik ging er van uit dat het een Amerikaanse versie van de Pearle zou zijn, of in elk geval een brillenwinkelketen. Maar dat is niet zo. Het is een brillenzaak uit Washington DC en ze hebben 4 winkels, allemaal in Washington. Wel met de ‘Best eyewear in Washington’. De film is opgenomen in de George Peabody Library in Baltimore, die staat hoog op mijn lijstje van te bezoeken bibliotheken.

Ze hebben het trouwens eerder gedaan, in 2015 was er een soortgelijk filmpje over de familie die achter deze winkel zit. Daar was de slogan “Our family knows glasses” en daarna nog een filmpje met dezelfde familie waar ze bij oma op bezoek gaan. Allemaal even hysterisch. Ik vind ze geweldig. En wie precies wil weten hoe het zit met die video kan hier alle credits vinden.

Over optimisme en trotser zijn op lezen

Een paar weken geleden had ik weer een reünie van mijn Nieuw Elan klasje. Wie niet weet wat Nieuw Elan is moet hier en hier maar even lezen wat ik eerder schreef over die opleiding en over onze reünies. Dit keer troffen we elkaar in Amsterdam, in de bibliotheek in De Hallen, de oude tramremise die een aantal jaren geleden verbouwd is en nu een bloeiend bestaan kent als cultureel/culinair/winkel centrum. Het mooie is dat de bibliotheek een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van dit hele complex en dat onze gastvrouw Erica Schoen daar een van de voortrekkers van was. We hoorden daarom verhalen uit de eerste hand over hoe dat hele complex tot stand was gekomen, niet alleen van Erica maar ook van de architect André van Stigt die het hele proces bedacht en begeleid heeft.

We werden er allemaal heel vrolijk van, van zoveel mooie verhalen en idealen. Tijdens het bijpraten over wat iedereen gedaan had sinds de vorige reünie bleken we ook allemaal vol optimisme te zitten. De ene wat voorzichtiger dan de ander, want ja er was ook sprake van onbesuisde bezuinigingen maar toch: optimisme. Terwijl sommigen van ons zes jaar geleden, bij onze eerste reünie nog wat voorzichtiger waren. Toen hebben we het serieus gehad over het bestaansrecht van de bibliotheek. Maar daar twijfelde nu niemand meer aan. De tijden zijn duidelijk veranderd. En nou ga ik niet zeggen dat de bibliotheek zichzelf opnieuw heeft uitgevonden want dat is niet alleen een cliché maar ook gewoon niet waar. De branche heeft zich aangepast aan veranderende tijden: we hebben meebewogen met de politieke en maatschappelijke veranderingen en we zijn ingegaan op nieuwe vragen van het publiek. Maar dat is ons vak. Per saldo doen we nog steeds waar we 100 jaar geleden (in ons geval) voor zijn opgericht, namelijk “de verstandelijke ontwikkeling bevorderen onder de inwoners”.

We hebben een periode achter de rug waarin dat niet zo belangrijk werd gevonden: een periode van iedereen voor zichzelf en ‘samen voor ons eigen’. Daarnaast zou het internet het papier overbodig gaan maken dus dat softe gedoe met die boeken en die ontwikkeling stimuleren kon wel weg. Maar nu er alom overeenstemming is dat het Neoliberalisme op zijn retour is en mensen inzien dat papieren boeken ook een heleboel voordelen hebben wordt steeds breder erkend dat bibliotheken er wel degelijk toe doen. Natuurlijk ook omdat we ons bestaansrecht de afgelopen jaren volop bewezen hebben. Mijn collega Mark Deckers schreef onlangs over de maatschappelijk-educatieve bibliotheek versus de klassieke bibliotheek maar dat vind ik een lastige tegenstelling, want in mijn ogen is de klassieke bibliotheek sowieso maatschappelijk-educatief. Dat maatschappelijk-educatieve legt elke bibliotheek op een andere manier uit. En dat lijkt me heel verstandig, want elke bibliotheek heeft te maken met een andere omgeving en met andere gemeentes. Wat mij betreft ligt de nadruk vooral op lezen en leesbevordering. Uiteraard omdat je goed moet kunnen lezen om volwaardig mee te kunnen doen in deze maatschappij. Maar lezen is zoveel meer: het is literatuur, je kunt je beter inleven dus je wordt er socialer van, een beter mens zelfs en soms is het ook gewoon ontspannend. Dus die platgeslagen definitie van leesbevordering ten dienste van maatschappelijke weerbaarheid trek ik graag wat breder. Wat mij betreft is leesbevordering een doel op zich voor de bibliotheek. Wij hebben verstand van lezen en van boeken en soms denk ik dat we daar best wat trotser op mogen zijn.

De letters van Utrecht

Misschien ben ik er wel eens over gestruikeld, over de letters van Utrecht. Maar dat kan ik me niet herinneren. En misschien had ik ook al eens eerder van dit initiatief gehoord, want het kwam me vaag bekend voor. Maar toch werd ik heel erg blij van dit zeven jaar oude filmpje. En van de geweldige website die hier bij hoort. De Letters van Utrecht is een langzaam groeiend gedicht in de straten in het centrum van Utrecht. Het gedicht groeit met één letter per week: elke zaterdag tussen 13 en 14 uur wordt er door een steenhouwer ter plekke één letter van het gedicht gehouwen.

Ze zijn begonnen in juni 2012 en toen hebben ze meteen de eerste 648 letters gelegd, ik neem aan om alvast zichtbaar te maken waar ze mee bezig zijn. Maar sinds die tijd dus elke zaterdag één letter. Vandaag werd letter 1024 gehouwen, dat is de letter o. Op de website is dat allemaal precies terug te lezen, ook door wie de letter van deze week werd gesponsord. Het gedicht groeit op deze manier met ongeveer vijf meter per jaar en ze schrijven het nadrukkelijk voor de volgende generatie. Aan de sponsorpagina zie je dat dit aspect ook zo de deelnemers wordt ervaren, want voor zover ik kan zien zijn de stenen allemaal aan iemand of aan een gelegenheid opgedragen. De steen van vorige week bijvoorbeeld is Voor Ankie die 60 is geworden en op deze manier een deel blijft uitmaken van haar geliefde Utrecht. Of de steen van de week daarvóór, die is voor de melkboer uit de Sterrenwijk. Ik vind het prachtig dat die melkboer nu dus voor de eeuwigheid langs een Utrechtse gracht ligt. Of nou ja, de eeuwigheid… Zolang de grachten blijven bestaan dan.

Het gedicht wordt geschreven door verschillende dichters, elke dichter wordt gevraagd om ongeveer 125 tekens te schrijven. Inmiddels is dichter nummer 8 aan de beurt. De mooiste zin uit het filmpje hierboven vind ik “En zo hopen wij dat de beschaving in stand wordt gehouden.” Het project is een initiatief van het Utrechts Stadsdichtersgilde en is ook te volgen op Twitter. En ze gaan door: “Iedere zaterdag, zolang er zaterdagen zijn.”

Een filmpje voor het digiTaalhuis

digiTaalhuis Bibliorura

Op 3 november 2017, op de dag dat we onze 100ste verjaardag vierden, openden we het digiTaalhuis in onze bibliotheek. We zijn nu ruim anderhalf jaar verder en het digTaalhuis begint langzaam een begrip te worden. We organiseren Taalcafés, taalspreekuren (in de bibliotheek en op verschillende locaties in de stad), cursussen Klik & Tik en toen de gemeente Roermond digitaal parkeren invoerde heeft de Stichting Digisterker zelfs een speciale parkeermodule voor onze Digisterker cursus gemaakt. Kortom: we doen mooie dingen. Maar toch hebben we het gevoel dat we nog niet voldoende mensen bereiken. Daarom hebben we in samenwerking van de gemeente Roermond een filmpje laten maken om het digiTaalhuis te promoten. Ik ben er erg trots op dus ik breng het hier graag onder de aandacht.

Het filmpje is gemaakt door Inova en je ziet onze eigen taalambassadeur Jeroen zijn verhaal vertellen. We presenteerden het filmpje in het Laurentius Ziekenhuis, niet alleen omdat we daar opnames gemaakt hebben maar ook omdat ze het filmpje daar op de schermen in de wachtkamers gaan vertonen. Dat is ook de reden dat het ondertiteld is want daar is geen geluid, er is ook een versie zonder ondertitels. We zijn nog in gesprek met de huisartsen en andere medische organisaties in de stad omdat we het op zoveel mogelijk plaatsen willen vertonen. Het is niet alleen deze film maar er hoort een hele campagne bij met posters en flyers. De doelgroep voor deze campagne is niet de laaggeletterde zelf maar juist de omgeving, die mensen kunnen wijzen op het digiTaalhuis. Bij de presentatie waren zowel onze ‘eigen’ wethouder aanwezig, als de wethouder van sociale zaken. Het was een echt feestje, Delta Limburg heeft er een mooi verslag van gemaakt. Er is nog een ander filmpje in de maak, dat richt zich vooral op werk en overheid. Dat komt na de zomer.

De film “Free for all”

Free for All is een film over het belang van de openbare bibliotheek, gemaakt door een aantal gerenommeerde Amerikaanse documentairemakers. Bijna vijf jaar geleden schreef ik er al eens over, toen was men druk bezig met filmen en vooral met het zoeken van financiering. Nu is hij dan eindelijk bijna af. Omdat ik een bijdrage heb gedaan aan de crowdfunding kreeg ik de afgelopen jaren af en toe een mailtje om me op de hoogte te houden al bleef ’t het afgelopen jaar erg stil. Aan deze trailer te zien hebben ze echter allesbehalve stilgezeten. Van een film die in beeld brengt wat de openbare bibliotheek betekent voor individuele mensen is hij zo te zien nu uitgebreid met een flink deel bibliotheekgeschiedenis en recente ontwikkelingen op financieel en politiek gebied.

Het is me nog niet helemaal duidelijk wanneer de film precies uitkomt, maar als het zover is kan de VOB deze film misschien ook naar Nederland halen want volgens mij gaan we hier allemaal erg vrolijk van worden. Zo te zien staan ze daar zeker voor open want ze willen hun activistische boodschap graag zo breed mogelijk verspreiden. De situatie van Nederlandse bibliotheken is alleen heel anders dan in de Verenigde Staten: alleen al omdat de financiering heel anders geregeld is en de relatie met de overheid nogal verschilt. En ja, dáár is de bibliotheek gratis, dus letterlijk altijd Free for all.