Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

John Green over censuur

Een paar weken geleden publiceerde de American Library Association hun jaarlijkse top 10 van meest verboden boeken. Ik heb er vaker over geschreven, over censuur in de Verenigde Staten, maar elke keer als ik er over lees vind ik het weer bizar. Op de Banned & Challenged Books lijst staan alle boeken waar een officiële klacht over is ingediend en/of een verzoek is gedaan om het te verwijderen uit de collectie. In de meeste gevallen wordt zo’n boek dan uit de collectie gehaald, zeker in het geval van schoolbibliotheken.

Het is, zoals meestal, een vrij bizarre lijst. Althans: ik kan me bij sommige titels wel voorstellen dat mensen er aanstoot aan nemen (op nummer twee staat Fifty shades of Grey bijvoorbeeld) maar ik begrijp niet dat je het andere mensen dan niet gunt om zoiets te lezen. En ik begrijp al helemaal niet wat er zo aanstootgevend is aan Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht. De Bijbel staat op de lijst omdat het religieus is. (Uhuh..) Een van de redenen waarom Fifty shades of Grey verboden zou moeten worden is overigens dat het very poorly written was. Dat vind ik dan wel weer geestig.

Nummer een op de lijst is Looking for Alaska van John Green. De John Green van Een weeffout in onze sterren, de Young Adult superhit van twee jaar geleden. Green heeft op zijn vlog gereageerd op het feit dat hij op de lijst staat en ik deel het filmpje hier graag omdat hij zo goed uitlegt waarom het flauwekul is.

Omdat tieners echt niet zo beinvloedbaar zijn via literatuur. Maar vooral omdat hij niet gaat over wat er in de bibliotheek staat omdat hij geen bibliothecaris of onderwijzer is: “the highly trained, criminally underpaid professionals we employ to make these decisions”. En dan gaat hij nog even door over waarom het goed is dat kinderen zelf leren nadenken. Het is niet zo’n lang filmpje, kijk maar gewoon even. En als je geen 3.18 minuten kunt missen, kijk dan in elk geval even de laatste 40 seconden, vanaf 2.30 minuut, dan heb je een idee van de strekking.

Green is er vrij laconiek onder, al doet de opgewonden manier waarop hij praat misschien anders vermoeden. Maar dat is gewoon de manier waarop hij praat, kijk maar eens naar een van zijn andere filmpjes. Hij vlogt samen met zijn broer Hank onder de naam Vlogbrothers, ze maken om de beurt een filmpje voor elkaar waarin ze iets vertellen of iets uitleggen. Dat doen ze al bijna 10 jaar lang en vrij fanatiek, je vraagt je af waar John de tijd vandaan haalt om ook nog al die boeken te schrijven.

defend the freedom to read

De bibliothecaris en de ondernemer

optimism

De laatste tijd hoor je er gelukkig wat minder over, over de bibliotheekmedewerker als cultureel ondernemer, de hype is weer een beetje over. Maar af en toe popt het toch weer op. Het klinkt ook wel lekker: cultureel ondernemer. Klinkt toch net wat flitsender dan bibliothecaris. En ach, als de bibliotheek daarmee bedoelt dat ze meer gaat doen dan alleen boeken uitlenen, dat ze er op uit moet en actief haar publiek moet gaan opzoeken dan is dat uiteraard alleen maar toe te juichen.

Volgens Wikipedia is een cultureel ondernemer: een producent van kunst die hiervoor zo veel mogelijk betalend publiek probeert te interesseren en tegelijkertijd streeft naar een sluitende exploitatie van zijn ‘onderneming’. Ik vind het eerlijk gezegd een beetje een vreemde definitie want dit suggereert dat er ook producenten van kunst zijn die het geen biet interesseert of de exploitatierekening van hun onderneming sluitend is of niet. En dat is natuurlijk niet zo, uiteindelijk komt toch overal de belastingdienst langs en moet er overal geld in het laatje komen. Maar de bedoeling is duidelijk: de cultureel ondernemer wordt hier gezet tegenover de eenzame kunstenaar op een zolderkamertje die alleen maar met kunst bezig wil zijn en zich te verheven voelt om aan geld te denken. Zo’n soort kunstenaar bestaat al lang niet meer, maar het beeld is duidelijk.

De Rijksoverheid stimuleert cultureel ondernemerschap, het is zelfs een van de speerpunten van het huidige cultuurbeleid. De Rijksoverheid bedoelt met ondernemerschap dat culturele instellingen zelf op zoek moeten gaan naar andere financieringsmogelijkheden, naast reguliere subsidies. Ze denken daarbij aan bijdragen van particuliere fondsen, sponsors en mecenassen. Er is een speciaal programma om instellingen te leren hoe dat moet, dat fondsenwerven. Kun je niet tegen zijn lijkt me.

Maar soms gaat het mis en neemt een manager van een culturele instelling de uitdrukking letterlijk. Dan gaat hij (of zij) zich gedragen alsof zijn organisatie een commercieel bedrijf is en gaat technieken en methodes uit het bedrijfsleven invoeren. Omdat hij een boek gelezen heeft, een cursus heeft gedaan of is opgejut door vriendjes die in het grote geld zitten. En dat gaat wringen. Want sommige theorieën zijn misschien universeel maar een culturele instelling is geen commercieel bedrijf en kun je dus ook niet als zodanig runnen. Het doel van een bibliotheek is immers niet om geld te verdienen dus alle energie die je in commercie stopt leidt af van de kerndoelen. De directeur van het Wereldmuseum probeerde het (op verzoek van de gemeente Rotterdam) maar dat ging faliekant verkeerd, het museum ging bijna failliet.

Voor alle duidelijkheid: ik heb helemaal niks tegen bibliotheken die proberen om extra inkomsten te creëren. Dat is alleen maar te prijzen. Maar ik word altijd een beetje kriegel als bibliothecarissen zichzelf cultureel ondernemer noemen. Aanstellerij. Wij zíjn geen ondernemers al hebben we soms met grote sommen geld te maken. Ondernemen doe je met je eigen geld, of in elk geval voor eigen risico, niet met gemeenschapsgeld. Joop van den Ende, dát is een cultureel ondernemer: die gebruikt zijn eigen verdiende geld om kunst te produceren, om te maken wat hij interessant vindt. Als zijn producties een succes zijn is de winst voor hem en als het geen succes is, het verlies ook. Als een bibliotheek winst zou maken (of waarschijnlijker, als ze geld overhoudt) dan moet dat terug naar de gemeente. Misschien niet meteen maar uiteindelijk zal de gemeente het als argument gebruiken om te bezuinigen op de bibliotheek. En als de bibliotheek verlies maakt zal de gemeente er voor zorgen dat de bibliotheek niet omvalt. In het ideale geval althans.

Het is zo makkelijk gezegd: “de bibliotheek moet cultureel ondernemer worden”, vooral door politici die eigenlijk geen idee hebben. Die de bibliotheek alleen maar zien als subsidieslurper. Op deze manier proberen ze op een makkelijke manier de verantwoordelijkheid af te schuiven: “gaan jullie je eigen geld maar verdienen, dan zijn wij er van af”. Gelukkig zijn er steeds meer gemeentes die inzien dat een bibliotheek een maatschappelijke functie heeft. Dat het geen bedrijf is en dus ook niet cultureel kan ondernemen. En de politici die dat niet inzien moeten we overtuigen in plaats van mee te gaan in hun waanbeeld. Want dat is het: een waanbeeld.

The Bookmobile

Over de kracht van lezen. En over de bibliobus.

Het filmpje is gemaakt door StoryCorps, een organisatie die zich toelegt op het vastleggen van verhalen. Our mission is to provide Americans of all backgrounds and beliefs with the opportunity to record, share, and preserve the stories of our lives. Om een idee te krijgen van hoe dat werkt is hier nog een ander filmpje te zien.

Shockeren met een boek

 

Subways are a great place to catch up on your reading. But how do people react to book covers that are a little embarrassing, and also pretty hilarious? Nee ze zijn niet echt, de boeken die comedian Scott Rogwosky zit te lezen in de metro in New York. Maar ze zijn wel heel goed verzonnen. En vooral ook heel goed vormgegeven: de omslagen zien er uit alsof het echte boeken zouden kunnen zijn. Het Slut-shaming your daughter boek ziet er uit als een boek met babytips en het boek over Trump als een gedrocht uit de jaren ’70.

En hoe reageren mensen op die boeken? Nou, ze giechelen een beetje of ze maken een foto. En die foto zetten ze dan weer op Reddit, waar hij 1.3 miljoen (ja miljoen!) keer bekeken wordt. Want ze reageren niet rechtstreeks maar ze zien het dus wel.

“Wat doet u eigenlijk?”

image“Dus u bent de nieuwe directrice van de bibliotheek? Wat betekent dat eigenlijk? Ik bedoel, wat doet een directrice eigenlijk?” Terwijl ze dat zei pakte het meisje een broodje van de schaal die de serveerster even daarvoor op tafel had gezet. “Het is misschien een beetje een onbeschofte vraag maar ik ben gewoon heel benieuwd want ik kan me dat niet voorstellen.”

“Nou, ik ben natuurlijk pas twee weken directeur dus precies weet ik het ook nog niet. Maar ik kan vertellen wat ik de afgelopen dagen gedaan heb: ik heb gesprekken gevoerd met de gemeentes: met ambtenaren en met de wethouders. Die zijn heel belangrijk, want de gemeente betaalt de bibliotheek en als zij besluiten om ons geen subsidie meer te geven dan houdt alles op. Dan moeten we sluiten”

“Gut ja. Dat zou erg zijn.”

“Verder heb ik de afgelopen weken overleg gehad met de accountant en met de Raad van Toezicht over de jaarrekening, over geld dus. En ik ben druk bezig met kennis maken met alle medewerkers, dan hebben we het onder andere over het beleid van de bieb, over de Bibliotheek op School bijvoorbeeld. En als directeur mag ik natuurlijk ook bij dit soort dingen als deze prijsuitreiking aanwezig zijn, als boegbeeld van de bibliotheek.”

“Interessant zeg. Dat realiseer je je helemaal niet. Al mijn hele leven is de bieb er gewoon, daar kun je altijd naar toe als je dat wil. Ik kan me niet voorstellen dat die er niet zou zijn, dat zou een ramp zijn. Maar zoiets gaat natuurlijk niet vanzelf snap ik nu. Wat een interessante baan heeft u zeg.”

Daarna legde zij uit hoe de leerlingen van het Broekhin college betrokken waren geraakt bij de Halewijnprijsde literaire prijs van de stad Roermond, en hoe zij uit de genomineerden voor die prijs een winnaar van de Reinaerttrofee gekozen hadden. Het werd een bijzonder etentje, na afloop van de prijsuitreiking, met de winnaars en de jury. Met geweldig eten. Dat is overigens wel het meest in het oog springende verschil met werken in de Randstad: de kwaliteit en de kwantiteit van de catering. Maar dat had ik kunnen weten.

Een einde en een nieuw begin

 

 

rally sasAfgelopen donderdag heb ik mijn sleutels van de Bibliotheek Bollenstreek ingeleverd. Mijn laatste werkdag was één groot afscheid: met een bijeenkomst voor collega’s van binnen en buiten onze bibliotheek, een etentje met het MT en daar tussendoor een rally die mijn collega’s hadden georganiseerd langs alle zeven vestigingen. Met vragen over de regio die moesten worden beantwoord, opdrachten en een tijdschema. En een beker die gewonnen kon worden. Mijn team won helaas niet (hup Team Rood!) maar ik vond het een geweldige dag. Wat mij betreft weer een goed voorbeeld van de mooie dingen die gebeuren als je samenwerkt. Iedereen die erbij was of iets van zich heeft laten horen de afgelopen dagen: heel erg bedankt voor al die cadeautjes en kaarten en mooie woorden!

En nu ben ik druk bezig met de volgende stap: verhuizen naar Roermond en me voorbereiden op mijn nieuwe functie. Aanstaande dinsdag begin ik daar en ik heb er ontzettend veel zin in. Op dit moment ben ik nog vooral bezig met vloerbedekking en gordijnen in mijn nieuwe huis en het ter voorbereiding van de verhuizing opruimen van mijn oude huis.

Zal ik Amsterdam gaan missen? Weet ik niet. Ik zal mijn vrienden missen, maar er gaat een rechtstreekse trein van Amsterdam naar Roermond dus dat zal wel meevallen. Wat ik zeker niet zal missen is het verkeer: ik was donderdag te laat op mijn afscheidsetentje met het MT. Dat had verschillende redenen maar de belangrijkste was dat ik in de file stond op de A10 vanwege de Huishoudbeurs.

Vanaf nu kan ik op de fiets naar mijn werk. Ook wel eens lekker.

Een Snapje? Ja, een Snapje!

De tovenaars van Klokhuis hebben weer iets nieuws bedacht: het Snapje. Onder de noemer Makkelijke ezelsbruggetje in een liedje! hebben ze een serie filmpjes gemaakt waar in twee minuten een ezelsbruggetje wordt aangeleerd of een feitje wordt uitgelegd. Daarvoor hebben ze bekende tekstschrijvers een tekst laten schrijven en die vervolgens door bekende Nederlandse muzikanten om laten zetten in een liedje. Filmpje erbij en klaar.

Ik vind het geweldig: je slaat twee vliegen in één klap. Je leert kinderen een handig trucje (Wanneer schrijf je jou en wanneer jouw? Hoeveel hectometer zit er in een kilometer?) maar je brengt ze ook in aanraking met Nederlandse muziek. Met niet zo voor de hand liggende muziek, want hoeveel kinderen in de doelgroep van Klokhuis zullen De Staat kennen? Als ze het filmpje drie keer bekeken hebben vergeten ze nooit meer hoe je kunt controleren of je een d of dt moet schrijven (is er weer geen touw aan vast te knopen, vervang het werkwoord dan gewoon door lopen want dan gaat alles automatisch goed) en kunnen ze tevens een van hun liedjes meezingen. Dat is trouwens ook meteen mijn favoriete filmpje: die d en die t die elkaar ondersteboven proberen te duwen vind ik enig.

Maar deze is ook erg leuk: Akwasi over het optellen van breuken: Breuken zijn alleen maar lastig in het ziekenhuis

En deze van Lucas Hamming, over een trucje om veel dingen te onthouden:

In totaal zijn er nu 9 filmpjes gemaakt en vanaf deze week komt er elke week een filmpje bij. Alle filmpjes kun je terug zien op hun site. Ze zijn niet allemaal even mooi of even duidelijk maar je vergeet nooit meer wanneer je als of dan moet gebruiken of de truc voor jou of jouw. En als je wel vergeet hoe het ook al weer moet kun je het hier snel even spieken.

Sollicitatietips: wat je zeker niet moet doen

brievenbus

In het kader van “de boel opruimen voordat ik ga verhuizen” deel ik hier graag wat aantekeningen die ik het afgelopen anderhalf jaar gemaakt heb tijdens het lezen van sollicitatiebrieven bij verschillende sollicitatieprocedures. Soms las ik een brief waarover ik me nogal verbaasde maar dan las ik een uur later iets vergelijkbaars dus blijkbaar was dat voor sommige mensen veel minder raar. Van een hele middag sollicitatiebrieven lezen word je een beetje melig dus ik ben op een gegeven moment bizarre dingen gaan opschrijven. Dit is een selectie uit die aantekeningen.

Voor alle duidelijkheid: het gaat hierbij om vacatures op HBO-niveau, daarom vind ik dat bepaalde eisen vanzelfsprekend zijn.  En deze tips gelden natuurlijk niet voor jullie: want jullie zouden dit nooit doen.

  • Zorg voor je eigen e-mailadres. Het is heel verwarrend om een mail te krijgen van FransSmit@hetnet.nl die afkomstig blijkt te zijn van Hetty de Vries. Heel irritant als je de mail van Hetty de Vries probeert terug te vinden tussen die meer dan 60 reacties in de mailbox. Iets minder irritant maar wel tamelijk onprofessioneel is een mail vanaf een mailadres als FransenHetty@hetnet.nl. Hoe eenvoudig is het om een mailadres voor jezelf aan te maken? Al gebruik je die alleen maar voor je sollicitaties. Het zegt bovendien iets over je mediawijsheid als je geen eigen emailadres hebt. Dat past niet zo goed in het beeld van de mediawijze medewerker van de bibliotheek. (Je staat er van te kijken hoe vaak dit voorkomt)
  • Richt de brief aan mij, want het staat in de advertentie dat je dat moet doen. Dus richt hem niet aan de directeur en zet er ook niet Geachte mevrouw, meneer boven maar richt hem gewoon aan mevrouw Deckers.
  • Schrijf mijn naam goed: zo moeilijk is die nou ook weer niet.
  • Als je tekst kopieert uit een ander bestand, zorg dan dat het lettertype en de vormgeving is aangepast. Ik snap best dat je niet iedere keer alles weer opnieuw verzint, maar dat hoeft toch niet zo op te vallen?
  • Schrijf de naam van de functie waarop je solliciteert correct. Als ik een projectleider zoek moet je het niet projectmanager noemen en een bibliothecaris-specialist is geen educatie-specialist. Dat klinkt misschien een beetje spijkers-op-laag-water, maar wat mij betreft is dat een kwestie van zorgvuldigheid. Weet je eigenlijk wel waar je op solliciteert? Hoe goed voorbereid ben je als je zoiets essentieels verkeerd doet?
  • Sollicitanten die een ontvangstbevestiging vragen in hun brief vind ik wantrouwend. En mensen die na één dag gaan bellen omdat ze zo’n ontvangstbevestiging ondanks hun vraag nog steeds niet gekregen hebben en dat vervolgens op hoge toon gaan eisen beginnen met een achterstand. Voor alle duidelijkheid: ik begrijp best dat je zeker wil weten dat je sollicitatie is aangekomen en wij versturen ook wel bevestigingen, het duurt soms alleen een paar dagen voordat we daar tijd voor hebben. Dus als je ons gaat opjagen komt dat niet erg sympathiek over.
  • Een mailtje van één zin met alleen een CV neem ik niet serieus. Ik weet dat er mensen zijn die alleen naar een CV kijken, maar ik ben niet zo iemand. Ik wil ook een brief en een motivatie. Jij kunt niet weten of ik zo iemand ben die alleen naar CV’s kijkt, dus neem dat risico maar liever niet.
  • Fijn om te lezen dat je het als kind heerlijk vond om weg te kruipen in een hoekje en helemaal kon verdwijnen in een boek en ook heel goed dat je nu vaak met je kind naar de bibliotheek komt om boekjes uit te zoeken. Maar dat bedoel ik niet als ik zeg dat ik iemand zoek met kennis van de openbare bibliotheek. Doe dat trouwens sowieso maar niet: boekjes zeggen tegen een bibliothecaris. Behalve als het over peuterspeelzalen gaat misschien.
  • Als je mij persoonlijk kent mag je me bij mijn voornaam noemen en me in de rest van je brief tutoyeren. Anders niet. En met persoonlijk kennen bedoel ik dat we bij elkaar in de klas hebben gezeten, of collega’s zijn geweest. Dit is een officiële brief en daar gaan we niet te populair doen. Overigens zijn het meestal marketing of salesmensen die dat doen, bibliothecarissen zijn niet zo popie.
  • Zorg voor een relevant CV. Ik begrijp dat je heel trots bent dat je vertaler geweest bent voor de Dalai Lama, maar daar hebben we in de bibliotheek niet zoveel aan. De naam van je lagere school hoef je daarentegen niet te noemen, ik geloof wel dat je die gehad hebt. Een uitgebreide opsomming van alle opnames waaraan je hebt meegedaan als achtergrondzangeres, inclusief de naam van de producer, is niet nodig. In dit geval was het zelfs een beetje verwarrend omdat een tv-opname als backing-vocal bij Bonnie St.Claire in hetzelfde rijtje stond als de ervaring als locatiemanager van een zorgcentrum.
  • Verstuur je sollicitatie niet vanaf het mailadres van je huidige werkgever. (duh..)
  • Lieg niet. “Afgelopen week heb ik telefonisch contact met u gehad” Echt niet! Als een man had gebeld om informatie te vragen over deze functie had ik dat echt wel onthouden.

Lekker makkelijk om te zeggen wat allemaal niet moet. Maar hoe moet het dan wel? Naast alle standaard dingen die gelden voor sollicitaties heb ik eigenlijk maar één tip: probeer je in mijn positie te verplaatsen. Ik ken jou niet en ik kan geen gedachten lezen dus leg uit waarom jij deze baan wil hebben en waarom ik jou moet aannemen. Zo simpel is het eigenlijk.

De vijf wetten van de bibliotheekwetenschap

Het zou kunnen dat de Vijf Wetten van de Bibliotheekwetenschap ooit ter sprake zijn gekomen tijdens mijn opleiding aan de bibliotheekacademie, ik sluit niks uit, maar dat heeft dan geen enkele indruk gemaakt want ik herinner me er niks van. En na de opleiding zijn die wetten bij mijn weten ook nooit ter sprake gekomen in cursussen of in beleidsstukken. Dus volgens mij zijn ze in Nederland niet erg bekend. En dat is jammer, want in de rest van de wereld is dit rijtje een klassieker onder bibliothecarissen. Die vijf wetten zijn:

  1. Books are for use.
  2. Every reader his / her book.
  3. Every book its reader.
  4. Save the time of the reader.
  5. The library is a growing organism.

OK, niks wereldschokkends zo op het eerste gezicht. Maar deze wetten zijn dan ook al geformuleerd in 1931, door dr. S.R. Ranganathan, een bibliothecaris uit India, hij was de grondlegger van de bibliotheekwetenschap. Vooral voor onze Amerikaanse collega’s is dit zo’n beetje de basis voor al hun werk, ze formuleren er regelmatig nieuwe variaties op. Deze infographic is gemaakt door de afdeling Library Science van de University of Southern California voor iedereen die de grondslagen van het vak nog eens wil teruglezen. Jammer hoor, dat wij zo’n theoretische grondslag missen.

Overigens ken ik wel de 10 rechten van de lezer, maar dat is weer heel iets anders.

Over “The Librarians” en echte bibliothecarissen

Sinds een paar weken zendt Veronica de Amerikaanse tv serie The Librarians uit, een spin-off van de drie The Librarian tv-films. Ik schreef er al eerder over en ik vind het geweldig. De serie gaat over een stel bibliothecarissen dat er voor moet zorgen dat het beetje magie dat er nog bestaat in deze wereld behouden blijft.

De bibliothecarissen in kwestie zijn niet van de oude stempel maar het zijn een nieuw soort bibliothecarissen, met nieuwe vaardigheden. Ze hebben niks met boeken of met de collectie van de oude bibliotheek (dat was eigenlijk meer een museum) maar ze kunnen allerlei andere handige dingen: supersnel rekenen bijvoorbeeld. En ze hebben een “keeper”, een hoeder, die ze beschermt en voor ze vecht. Het gaat niet meer over een eenling met superveel kennis over zijn collectie, zoals in de films, maar over een groepje met ieder zijn eigen vaardigheden. Op de achtergrond is een oudere bibliothecaris aanwezig die ze vanuit een stoffig kantoortje voorziet van allerlei nuttige achtergrondinformatie. Overigens is die eenling uit de film in de eerste paar afleveringen op zoek naar de oude bibliotheek want die is lost in time and space.

Kan er niks aan doen, maar ik word daar heel erg vrolijk van. Van dat soort verwijzingen. In een van de vorige afleveringen ging het over een sprookjesboek waarin de verhalen tot leven komen als ze worden voorgelezen. Niet-voorlezen is geen optie want Zodra verhalen niet meer gelezen worden verdwijnen ze. De makers zijn overtuigd van de kracht van verhalen en ze zijn er van overtuigd dat bibliothecarissen een belangrijke rol spelen in het bewaren daar van. Ze hebben zich volgens mij prima verdiept in het bibliotheekwezen, of misschien zit het gewoon in het wezen van Amerikanen, dat bibliothecarissen iets betekenen.

Vandaag wordt aflevering 6 uitgezonden, van de eerste serie. In de Verenigde Staten begint binnenkort de derde serie, dus we hebben nog wat tegoed. En voor wie geen idee heeft wat hij moet verwachten: Eric-Jan vergeleek het met Buffy the Vampire Slayer. Die serie ken ik dan weer niet, maar zo’n titel schept wel meteen een beeld: het is geen hoge literatuur..