Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Op het Boekenbal

De Boekenweek is weer begonnen. Traditioneel geopend met het Boekenbal en dat betekent dat ik gisteravond en vanochtend weer overspoeld werd met de bekende beelden: Herman Koch die hartelijk ontvangen wordt door onze grote vriend Eppo, dansende collega’s die trots foto’s twitteren of op Facebook zetten en schrijvers en BN-ers die poseren met een boa constrictor.

Ik ben ook ooit op het Boekenbal geweest. Twee keer zelfs. Klinkt interessanter dan het is want ik heb er gewerkt. Als student Kunstgeschiedenis was je interessant genoeg om daarvoor gevraagd te worden. De eerste keer was in 1990. Studiegenootje Imke ronselde leuke mensen die wat bij wilden verdienen. (dit was de tijd van de studiebeurzen, dus werken was voor veel studenten minder dringend dan nu). Het Boekenbal was niet meer zo chique als in dit filmpje hierboven maar het had zeker ook nog niet het losgeslagen, hippe imago dat het nu heeft. De belangrijkste reden voor de meeste mensen om ja te zeggen was de kans om achter de schermen van het Concertgebouw te kijken en ach, zo’n Boekenbal is vast geinig. Behalve Harry, die Nederlands gestudeerd had voordat hij bij Kunstgeschiedenis terecht kwam en ik (met mijn bibliotheekopleiding) vond iedereen het idee van een bal leuker dan die boeken.

En zo meldden wij ons op de avond van het bal bij de artiesteningang van het Concertgebouw. (Bam, eerste punt al binnen, want hoe vaak kom je daar nou?) Eenmaal binnen kregen we te horen dat het de bedoeling was dat we consumptiebonnen zouden gaan verkopen. Niet aan een vaste kassa, maar we moesten in tweetallen door het gebouw gaan lopen met onze bonnen. Ok, prima. Daarna bleek dat de studenten van de Rietveldacademie niet alleen gevraagd was om het gebouw te decoreren maar ook om iets te verzinnen om de bonnenverkopers zichtbaar te maken. Het thema dat jaar was Blauw, maar de studenten hadden het opgevat als ‘iets met ruimtevaart’ want we werden verkleed als een soort astronaut: we kregen zilverkleurige manteltjes om (gemaakt van isolatiemateriaal) en op ons hoofd kwam een blauw diadeempje met zilverkleurige balletjes die een centimeter of 20 boven ons hoofd wiebelden. Met een mandje vol consumptiebonnen en een portefeuille met wisselgeld trokken we in duo’s, een beetje ongemakkelijk, richting de ons toegewezen verdieping. En ongemakkelijk bleef het, de rest van de avond.

Ten eerste waren het geen losse consumptiebonnen maar een soort knipkaarten: velletjes met daarop 10 bonnen. En ik weet niet meer precies wat één zo’n vel kostte, maar het was in elk geval geen handig, rond bedrag. Iets als 12,75 (gulden). Een bedrag met cijfers achter de komma in elk geval. Waardoor je ontzettend zat te hannesen met wisselgeld. Wisselgeld dat in die schemerige gangen moeilijk terug te vinden was in die portemonnee. En dat halverwege de avond ook schaars begon te worden. Maar nog vervelender was dat een biertje twee bonnen kostte en een glas wijn drie bonnen. Zodat je met drie glazen wijn al door je kaart heen was en dan met één bon bleef zitten. Dat wisten wij niet toen we op pad werden gestuurd, maar naarmate de avond vorderde kregen we dat steeds vaker, steeds geïrriteerder, te horen. Niet echt een feestvreugde bevorderende combinatie, die consumptiebonnenkaart.

Was het een woest feest? Misschien, maar daar hebben wij niks van gemerkt. Er was geen dresscode, er liepen geen mensen met slangen rond en ik herinner me ook geen artistiekerige acts in de gangen. Waren er dan veel schrijvers? Niet zoveel als ik verwacht had. Al zal ik ze lang niet allemaal herkend hebben. De enige twee die ik me herinner zijn Bart Chabot en Kees van Kooten. Bart Chabot omdat hij bij elke bonnenkaart die hij kocht moeilijker ging doen over het feit dat we zo weinig wisselgeld hadden en Kees van Kooten vanwege het tegendeel. Die gaf ons bij elk stapeltje bonnen dat hij kocht een leuke fooi en hij zei er steeds bij “Wel apart houden he, die fooi! Niet dat jullie dat geld straks toch gewoon inleveren.” Toen we hem bij ons zoveelste rondje door de gangen weer zagen lopen riep hij dwars over de gang: “Kijk, daar hebben we mijn favoriete bonnenmeisjes! De fooi wel apart houden hoor!” Verder herinner ik me vooral veel geschutter, van zowel gasten als van ons. En ik herinner me Ellen Brusse, omdat wij ons afvroegen waarom een tv-omroepster van de Tros daar met zoveel air rondliep. Er waren geen andere televisiemensen en ook geen acteurs of filmsterren. Ik herinner me vooral veel opgewonden mensen in kantoorpakken. Het was geen hele bijzondere editie, dat Boekenbal. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ik er nu maar zo weinig over kan terugvinden, geen foto’s en maar één artikeltje in Delpher, uit het Nieuwsblad van het Noorden.

Het jaar daarop heb ik twee uur lang op het grote podium van de Stadsschouwburg gestaan. Daar moest ik mensen overtuigen om plaats te nemen op de achterbank van een grote Amerikaanse slee waar op de voorbank twee acteurs scene’s uit Who’s afraid of Virginia Woolf speelden. Dat was eigenlijk veel interessanter. Maar die avond  heb ik geen enkele bekende schrijver gezien.

Cijfers vertellen geen verhaal

 

Aan de hand van de cijfers over bibliotheken die het Ministerie van OCW onlangs heeft gepubliceerd heeft Mark Deckers de afgelopen weken op zijn blog een aantal lijstjes gepubliceerd. Hij heeft cijfers met elkaar vergeleken en aan de hand daarvan heeft hij overzichtjes gemaakt van o.a. welke bibliotheek in Nederland de meeste materialen heeft uitgeleend, welke de meeste activiteiten heeft georganiseerd en wie de meeste bezoekers heeft gehad. In het eerste deel uit de serie roept hij bibliotheken op om zich in de cijfers te verdiepen want voordat je het weet wordt je met die cijfers door iemand om de oren geslagen. Naar aanleiding van zijn laatste exercitie werd ik door verschillende mensen gefeliciteerd, want in het lijstje van bibliotheken met de jongste medewerkers stonden Bibliotheek Bibliorura op de eerste plaats. Het is altijd leuk om ergens nummer 1 te zijn en als “petemoei van het Jonge Bibliothecarissen Netwerk” vind ik het natuurlijk extra leuk om nou net in dit lijstje bovenaan te staan. Maar het slaat natuurlijk nergens op.

Sorry Mark.

Die cijfers zullen ongetwijfeld kloppen. En die vergelijking ook. Maar zijn wij de bibliotheek met de jongste bibliothecarissen? Want dat zegt de kop boven het stuk. Het antwoord is: nee dat klopt niet.  In het overzichtje waar wij op nummer 1 staan is het al beter verwoord: wij hebben het jongste personeel. Althans: wij hebben het hoogste percentage medewerkers onder de 30 jaar. Maar wat zegt dat? Dat wij hipper zijn? Of moderner of beter de vinger aan de pols houden bij de jeugd? Zo’n cijfer zegt helemaal niks. Het zijn appels en peren die je in zo’n lijstje met elkaar vergelijkt. Ik ben niet de eerste die dat zegt, bij verschillende van Mark’s stukjes staan al reacties met die strekking. Maar daar wordt ook weer aandacht gevraagd voor het project Effectmeting van de VOB. En daar word ik dan weer een beetje zenuwachtig van.

Er is niks mis met meten en ook niet met het meten van effecten. Maar ik wil juist zo graag weg van die focus op getallen, van dat afrekenen aan de hand van cijfers. Ik wil praten met gemeentes: wat willen jullie? Waar worden jullie blij van? Waar heeft deze gemeente behoefte aan, wat gaat hier werken? Daar gaat het mij om. Dat is voor mij het allerbelangrijkste. En dat staat helemaal los van wat er bij de KB of bij de VOB bedacht wordt aan acties en campagnes. Met die insteek hebben wij een aanbesteding gewonnen. Niet met cijfers. De enige cijfers die in ons aanbestedingsstuk stonden waren financiële cijfers. Het had geen SMART geformuleerde doelen maar een goed verhaal. We schetsten een duidelijk beeld van de toekomst dat aansloot bij wat er leefde in de verschillende kernen van de gemeente. Dáár wonnen we mee.

Cijfers zeggen helemaal niks. Als je kijkt naar het overzicht van actieve bibliotheken zie je dat er  gemiddeld 496 activiteiten per jaar worden georganiseerd. Om wat voor soort activiteiten gaat het dan en hoe tellen ze dat? Wij hebben maar één vestiging, zelfs als ik elke dag van het jaar een activiteit in de bibliotheek zou organiseren haal ik het landelijk gemiddelde niet, en wij zijn 360 dagen per jaar open. Of mag ik de boekenkringen die onze leesconsulenten op scholen organiseren ook  meetellen? Dan schiet ik al een heel eind richting de top 10. Ben ik dan niet actief? Omdat ik het landelijk gemiddelde niet haal? Of ben ik juist heel actief omdat ik met mijn leesconsulenten op bijna alle basisscholen in het werkgebied zit?

Ik snap heel goed dat Mark ons met zijn blogs wil voorbereiden op het volgende commerciële bedrijf dat met die cijfers aan de slag gaat. Dat met wat makkelijke staatjes ons of onze gemeentes gaat benaderen om te roepen dat het allemaal efficiënter/beter/goedkoper/makkelijker kan als we het lot van de bibliotheek maar in hun handen leggen. Maar ik ga er van uit dat we dat stadium inmiddels voorbij zijn en dat niemand daar meer in trapt. De meeste gemeentes hebben dat soort brieven de afgelopen jaren opzij gelegd, al dan niet na een telefoontje met hun bibliotheekdirecteur. Soms grinnikend, soms zuchtend en soms leidde dat tot indringende gesprekken en/of discussies. En ja, een paar gemeentes zijn wel in het verkooppraatje getrapt dat ze hetzelfde kunnen krijgen als ze al hadden voor minder geld. In een enkele gemeente heeft het zelfs grote politieke consequenties gehad voor de wethouder in kwestie. Maar in het algemeen leidde deze benadering tot niets. Want de waarde van de bibliotheek is heel lastig uit te drukken in cijfers.

Dat wil uiteraard niet zeggen dat je geen cijfers nodig hebt: tuurlijk, prima dat ze er zijn. Handig hulpmiddeltje. Nogmaals: ik zeg niet dat we niet moeten meten en rekenen, maar laten we daar alsjeblieft niet al te veel energie in stoppen. Want het gaat niet om cijfers, het gaat om het verhaal dat je vertelt. Ik ben zo bang dat we zo meteen de ene set cijfers door de andere gaan vervangen. Dat we ons in plaats van op uitleencijfers gaan laten afrekenen op het aantal activiteiten dat we organiseren. Het straalt iets wanhopigs uit: “we doen er echt wel toe hoor. Kijk maar: we hebben cijfers.” Maar we hebben een verhaal en dat is veel beter dan cijfers.

Om nog even terug te komen op onze eigen nummer 1 notering: bij ons is meer dan 37% van het aantal medewerkers onder de 30 jaar. Dat hoge percentage komt deels omdat onze opruimhulpen bij ons in dienst zijn en die zijn allemaal jonger dan 23 jaar. Zoiets suggereerde Mark al. Maar zoveel opruimers hebben we niet dus dat is niet de belangrijkste oorzaak. Wij hebben de afgelopen jaren vol ingezet op de Bibliotheek op School en onze leesconsulenten zijn op één na allemaal jonger dan 30 jaar. En bij zo’n relatief kleine organisatie als de onze is zo’n percentage dan al snel hoog. Bij ons is 42% van de medewerkers ouder dan 50 jaar, landelijk is dat gemiddeld 64%. Dus ja, wij hebben een relatief jong personeelsbestand. Voor wat dat waard is.

New York Leest

Binnenkort starten ze in New York met de actie One Book One New York, de New Yorkse versie van One City One Book, de leesbevorderingsactie waar Nederland Leest op is gebaseerd. In 1998 begonnen als leesbevorderingsprogramma van de bibliotheek van Seattle en inmiddels heeft iedere zichzelf respecterende stad in de Verenigde Staten wel een dergelijk project. Dit jaar voor het eerst in New York dus.

Hier ligt het initiatief niet bij de bibliotheek maar bij de gemeente. Althans, via de website van The Mayor’s Office wordt er reclame voor gemaakt en de projectleider is afkomstig van de gemeente. Ze pakken het net weer iets anders aan dan elders: de bevolking heeft inspraak bij de keuze van het boek. Ze hebben vijf boeken geselecteerd en vijf celebrities gevraagd om ieder een boek te pitchen. Met een filmpje zoals hier boven. Morgen is de laatste dag waarop nog gestemd kan worden. Dat stemmen kan via de website van de gemeente en via speciale kiosken in de metro.

De geselecteerde titels zijn heel verschillend: deze hierboven is uit 1943 en was tijdens de Tweede Wereldoorlog heel populair. De andere vier titels zijn veel actueler (variërend van 2007 tot 2015) en hebben allemaal een Booker Prize gewonnen. Niet alle schrijvers zijn Amerikaans en zware thema’s worden niet geschuwd. De gemeente heeft een panel van bibliothecarissen, uitgevers en wetenschappers om tips gevraagd en daarna zelf deze lijst samengesteld. Voor de gemeente is het “an attempt to give small bookstores throughout the city a boost and, as the program’s title suggests, create a sense of community among the city’s readers.” En voor de mensen die het boek niet willen kopen: de uitgevers hebben 4000 exemplaren van de boeken op deze lijst cadeau gedaan aan de bibliotheken in New York (meer dan 200 filialen). De uitverkozen auteur zal in juni optreden in de New York Public Library. Ben benieuwd hoe het verder gaat. Van publiciteit zijn ze alvast verzekerd: de website Buzzfeed heeft zich aan de actie verbonden maar ook de Late Show en een aantal kranten. Dus ik vermoed dat we er nog veel over gaan horen.

“waardoor de wereld een stuk mooier wordt”

Ze zijn er al twee jaar mee bezig, maar ik las er pas een paar weken geleden over: OmaPost. Een app waarmee je mensen die niet actief zijn op Social Media (je oma of je opa dus) af en toe een papieren foto kunt sturen vanuit je Social Media accounts. Zodat die ook een beetje weten waar je mee bezig bent en waardoor je kunt laten weten dat je aan ze denkt. Formeel is het doel om: eenzaamheid onder ouderen tegen te gaan en jong en oud weer met elkaar in contact te brengen. 

Initiatiefnemer Wilbert van de Kamp legt in dit filmpje mooi uit hoe het zo gekomen is en wat de bedoeling van OmaPost is. Ik vind het geweldig. Toen ik het filmpje voor het eerst zag werd ik er een beetje wantrouwend van, want het leek allemaal een beetje te mooi om waar te zijn. Zo’n simpel idee, waarom heeft niemand dat eerder bedacht? Die jongen is zo sympathiek, wat zit daar achter? En wat doet dat T-mobile logo daar? De clou is straks zeker weer dat het reclame voor T-mobile is? Maar het is echt zo simpel als het lijkt: jongen heeft een goed idee, rommelt wat aan en besluit dan op zoek te gaan naar sponsors. En T-mobile is gewoon een van die sponsors. Het is dus wel reclame (want ik heb die naam nu al drie keer opgeschreven) maar dan gewoon, zonder trucje. Hij heeft een paar maanden geleden ook nog een Award gewonnen voor deze app, voor meer informatie check dit filmpje.

Zoals gezegd: ik vind het een geweldig idee, deze combinatie van digitale en fysieke media. Het mooist vind ik nog dat Van de Kamp zegt dat zijn ideaal is dat de app zichzelf overbodig maakt. En ook zo aardig: toen bekend werd dat Eberhard van der Laan ziek was konden mensen via OmaPost gratis een kaartje naar Van der Laan sturen. Een bevlogen type dus, die Wilbert van de Kamp. Fijn dat iemand hardop zegt dat hij de wereld mooier wil maken. Word ik blij van. Daarom breng ik hier nog maar even onder de aandacht dat je op hem kunt stemmen bij VPRO’s Tegenlicht, zodat hij de kans krijgt om zijn verhaal voor een groter publiek te vertellen. Doe maar even. Want ik ben natuurlijk totáál niet de doelgroep van deze app, maar ik steun een goed idee graag als ik het tegen kom.

De kaartcatalogus (met van die kaartenbakken)

Leuk! Een filmpje uit de oude doos dat ik tegenkwam op Mental Floss. Het is een bibliotheekinstructie voor middelbare scholieren. Hoe vind je zo snel mogelijk het boek dat je zoekt? Door in de catalogus te kijken was het antwoord in 1951. En eigenlijk is dat nog steeds het antwoord, alleen hebben we tegenwoordig geen kaartcatalogi meer maar is alles nu geautomatiseerd. Hartstikke handig: je hoeft dus niet meer in verschillende bakken te kijken, of zoals in dit filmpje, je hoeft ook niet meer op te letten of iets met hoofdletters of met kleine letters is geschreven. Je hoeft zelfs niet meer heel handig met het alfabet te zijn.

Het blijft een leuk filmpje en er wordt redelijk duidelijk uitgelegd hoe het Dewey-systeem werkt. Voor degenen onder ons die dat niet (meer) geleerd hebben op de bibliotheekacademie: het Dewey Decimal Classification system is een classificatiesysteem dat in 1873 werd uitgevonden door de Amerikaan Melvil Dewey waarmee je informatie kunt indelen. Het wordt nog steeds wereldwijd gebruikt in bibliotheken, het Nederlandse Siso is er op gebaseerd.

Dit filmpje is 66 jaar oud maar het lijkt me voor die tijd eigenlijk heel modern. Al vind ik het zelf nogal irritant dat die bibliothecaresse zo neerbuigend doet. Hup, maak eens een bibliotheekles in plaats van zo tuttig over dat meisje te praten. En trouwens: laat die kaartenbakken eens zitten! Zo geef je niet bepaald het goede voorbeeld. Ik ga er van uit dat de kaartjes vastzitten in de bakken dus als een scholier zo’n bak laat vallen hoef je niet alle kaartjes opnieuw te alfabetiseren, maar toch.

Ja jongelui, jullie merken: ik spreek uit ervaring. Maar buiten dat: leuk filmpje. Geniet er van.

Als de liefde maar blijft winnen

Ja, ja, dit is een te klein plaatje (voornemen voor het nieuwe jaar: eindelijk eens uitzoeken hoe dat zit met die plaatjes) maar klik er maar even op. Dan zie je het origineel. Ik was al een paar dagen aan het tobben over een toepasselijk stukje voor Kerst of Nieuwjaar want ik vond het moeilijk. De wereld is steeds ingewikkelder aan het worden en wat moet je zeggen over de hardheid van de samenleving en al het negativisme? En een obligate kerstwens vond ik niet zo toepasselijk. Totdat ik vanochtend dit berichtje van RTV Utrecht las. Want dit is het ultieme feelgoodbericht wat mij betreft.

Utrechter Rob Heerdink heeft zijn bekende muur in de Adelaarstraat voorzien van een tekst van zanger en liedjesschrijver Daniël Lohues. Het gaat om een couplet uit het nummer ‘Zolang de liefde maar blijft winnen’:

Zolang het vuur zal blijven branden
Schieten vonken naar de sterren
Zolang de zee rolt op de stranden
En er werk komt uit de handen
Zolang de kinderen blijven zingen
En alles gaat zoals het moet
En als liefde maar blijft winnen
Komt het allemaal wel goed

Heerdink ziet de tekst van Lohues als “een beetje relativerende hoop in deze donkere dagen”.

Blijkbaar schildert deze Rob Heerdink regelmatig toepasselijke teksten op zijn muur. Geweldig! In alle opzichten. Dus dat lijkt me een mooie wens voor dit nieuwe jaar: dat de liefde maar blijft winnen. Niet alleen privé maar op alle gebieden. En dat er maar steeds mensen zullen blijven opkomen voor de liefde. Een goed nieuw jaar allemaal. Dat het maar een jaar vol liefde mag worden.

Voor wie het liedje niet kent: het is bekend geworden omdat Paul de Leeuw het heeft gezongen, maar ik deel hier graag de versie van Daniel Lohues zelf. Vind ik toch een stuk mooier. In het Drents, maar deze versie heeft ondertitels, dus dat hoeft geen probleem te zijn.

De bibliothecaris brengt hoop

In deze in alle opzichten donkere dagen voor Kerstmis deel ik graag dit filmpje over een bibliotheekmanager die wekelijks voorleest aan dakloze kinderen. Dit is Colbert Nembhard, bibliothecaris in de Bronx, manager van de Morrisania Branch van de New York Public Library. Hij gaat elke week naar het opvangcentrum voor daklozen in zijn wijk om voor te lezen aan de jonge kinderen die daar zitten.

Dat doet hij omdat ze hem gevraagd hebben. Acht jaar geleden. Maar ook omdat hij het belangrijk vindt: In this day and age there is no reason why children should not be able to read. I don’t want any child to be left behind. I want them to know they’re important. En dat lijkt me een soort ultieme kerstboodschap: iedereen doet er toe. Ook dakloze kinderen.

Overigens speelt zich dit af in dezelfde wijk in New York als waar binnenkort de laatste boekwinkel sluit. Dan moeten de 1.4 miljoen inwoners van de Bronx naar Manhattan als ze een boek willen kopen. Maar gelukkig zijn er nog wel 35 bibliotheekfilialen in de Bronx. Met medewerkers zoals Colbert Nembhard. Gelukkig wel.

De bibliotheek is een regenboog

…volgens Maya Angelou althans. Via de onvolprezen site Brain Pickings kwam ik bij dit filmpje uit, een fragment uit een optreden van haar in een filiaal van de New York Public Library. Niet zomaar een filiaal maar het Schomburg Center for Research in Black Culture in Harlem. Ze was daar om te vieren dat de NYPL haar archief had verworven en Angelou vertelt daar met veel schwung over wat de bibliotheek voor haar als klein meisje heeft betekent.

When it looked like the sun would not shine anymore. God put a rainbow in the clouds – Look at that, look at that! That’s a library, a library is a rainbow in the clouds.

Ik word hier heel blij van, van dit soort filmpjes. Filmpjes met een positief verhaal, die hoop bieden. Want daar heb ik wel behoefte aan, aan een positief verhaal. En ik wil ook heel graag blijven geloven dat we daar als bibliotheek een bijdrage aan kunnen leveren, en hoop kunnen blijven bieden. Maar dit filmpje is natuurlijk ook gewoon leuk omdat Angelou zo ongegeneerd van de aandacht geniet en er als een koningin bij zit. (Terecht, terecht!) Heerlijk.

Het hele verhaal is te lezen op de site van Brain Pickings.

De (Amerikaanse) verkiezingen en de openbare bibliotheek

Een historische verkiezing was het gisteren. Speciaal voor de verkiezingsdag hebben de makers van Free for all, de film ‘in the making’ over wat de openbare bibliotheek betekent voor mensen een korte video samengesteld over de link tussen bibliotheken en democratie. Ze mailden hem gisteren naar al hun supporters op Kickstarter, “met ingehouden adem”.

Ze zullen nogal teleurgesteld zijn in de uitslag vrees ik. Zoals een heel groot deel van de Nederlanders ook teleurgesteld zijn. Laten we er maar het beste van hopen. “The forgotten men and women of our country will be forgotten no longer” zei Trump in zijn acceptance speech. Dat lijkt me toch een mooi streven. En dat past ook wel bij de openbare bibliotheek, toch?

Marian the Librarian

In de categorie leuke filmpjes over bibliothecarissen hier een fragment uit de film The Music Man, uit 1962. Kan er niks aan doen maar ik ben er gek op, op dit soort musicals. Geloof niet dat ik deze ooit gezien heb, maar dit fragment vind ik prachtig.

Al klopt er natuurlijk helemaal niks van: hoezo worden de boeken gestempeld als ze worden teruggebracht? En dan ook nog eens twee keer? Zitten er twee stempelblaadjes in die boeken dan? Wat is dat voor een rare bibliotheek? En het allerergst is natuurlijk die vreselijke man. Dat noemen we tegenwoordig gewoon seksuele intimidatie, wat hij daar doet. Die Marian zou hem onmiddellijk de bibliotheek uit moeten zetten of desnoods de politie moeten bellen in plaats van zo bleu te blozen de hele tijd. Maar ze heeft een mooie bibliotheek en die jurk die zou ik ook wel willen.

De kenners hebben Marian waarschijnlijk meteen herkend: het is Shirley Jones, voor mensen van mijn leeftijd voor eeuwig de moeder uit de Partridge family. Wie alles wil weten over bibliothecarissen in films verwijs ik graag naar de site Reel Librarians, daar heb ik eerder over geschreven. Staat vol met leuke feitjes en heel veel film.