Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Leve Adriaan van Dis

Twee weken geleden schreef Adriaan van Dis een discussiestuk voor de Akademie van Kunsten met als titel: De zachtekrachtenleesknokploeg. Datzelfde stuk verscheen een paar dagen later (in aangepaste vorm) op de opiniepagina van De Volkskrant, onder de titel Moeten we een zachtaardige knokploeg oprichten om de ontlezing te bestrijden?. En gisteren zat Van Dis in het tv-programma Buitenhof met ongeveer dezelfde boodschap waarin hij zich rechtstreeks tot jongeren richtte met de oproep om meer te lezen.

Nou vond ik Adriaan van Dis altijd al een interessante schrijver maar ik dreig een soort fangirl te worden want ik vind het allemaal even geweldig wat hij doet. Zeker nadat ik hem had gehoord in de podcast van Gijs Groenteman, waarin hij vertelt hoeveel zin hij heeft in de gesprekken met lezers als Nederland Leest straks weer begint. Dat kan ik me voorstellen, want De Wandelaar (het Nederland Leest boek) leent zich daar uitermate goed voor. En ook zijn nieuwste roman Klifi schreeuwt om een gesprek over de inhoud, over hoe realistisch die science fiction is en over de fijne details in dat verhaal. Hij komt naar Roermond, in november, en ik zit me daar nu al enorm op te verheugen.

Helpt dat nou, dat hij zo’n oproep doet? Want hoeveel jongeren kijken er nou naar Buitenhof? En die Van Dis is toch veel te oud, daar luisteren jongeren niet naar. En kijk eens wat een knoepert van een spelfout er in die tweet van Buitenhof zit, ze moeten daar zelf eens wat meer lezen. Trouwens, die omroepen kunnen beter een leuk boekenprogramma maken, dat helpt meer dan zo’n suffe oproep. Volgens Twitter dan. Maar dat vind ik geneuzel, ik weet zeker dat het wel helpt, deze oproep. Want het kan niet vaak genoeg gezegd worden dat lezen belangrijk is. Hoe vaker mensen dat horen, uit hoe meer verschillende invalshoeken, hoe beter die boodschap overkomt. En dan heb ik het nog niet eens over het literair-wetenschappelijke of het culturele aspect van lezen, maar puur over het kilometers makende deel. Over veel lezen, zodat je het goed kunt, zodat je later als je groot bent en de maatschappij in moet je tenminste een fatsoenlijk mailtje kunt schrijven. Of de websites begrijpt waar je al die grote-mensen-dingen moet regelen. Ik denk dat zo’n boodschap van Adriaan van Dis beter aankomt, of in elk geval een groter publiek bereikt, dan wanneer ik of willekeurig welke bibliotheekdirecteur, precies hetzelfde zegt.

Dus alstublieft meneer Van Dis: blijf het lezen promoten, blijf als een evangelist de boodschap verspreiden. En ja, misschien moeten we wel zo’n zachtekrachtenleesknokploeg oprichten. Ik wil wel mee doen. Alleen al het feit dat de koppenmaker van de Volkskrant (laten we die de schuld maar geven) dat prachtige woord heeft veranderd in ‘een zachtaardige knokploeg’ geeft aan dat er veel te weinig gelezen wordt. En dat zo’n knokploeg dus broodnodig is.

“Laten we weer leren lezen en twijfelen. Doe iets.”

Weer open

text along with a picture of a person

Oh jongens, zijn jullie ook zo blij dat we weer open zijn? Zo fijn dat er weer geroezemoes te horen is in de bibliotheek, dat er weer mensen rondlopen tussen de kasten en dat er weer studenten in de studiezaal zitten. In tegenstelling tot de afgelopen vijf maanden toen de enige geluiden de stofzuiger van de schoonmaker en het gerammel van de boekenkarren van de afhaalbieb waren en de enige mensen die er rondliepen de mannen waren die het sprinklersysteem kwamen controleren of de lift. Dat voelde zo akelig, zo onnatuurlijk, zo’n uitgestorven bibliotheek dus ik ben heel blij dat de mensen weer binnen mogen. En ja, het is gedoe met dat registreren maar hé we zijn een bibliotheek he, dus met registratiesystemen hebben we ervaring. Laat het maar aan ons over om daar een systeempje voor te verzinnen.

Ik ben echt blij dat we weer open mogen, echt waar. Applaus en bloemen voor de lobby die dat voor elkaar heeft gekregen. Maar ik ben ook wel verdrietig dat zo’n lobby nodig was. En dan bedoel ik niet specifiek een lobby voor bibliotheken, maar ik vind het lastig dat nu zo duidelijk wordt dat wij een regering hebben die commerciële belangen boven alles stelt, die zelfs een soort van minachting koestert voor alles wat met cultuur te maken heeft. Volgens Nelleke Noordervliet is het geen minachting, maar angst. Zij schreef dit weekend in het NRC:Kunst is veelvormig en ongrijpbaar” en daar houden Nederlanders niet van. Wij vermijden het liefst ophef en conflicten. “Nederland beheerst zijn angsten met overeenkomsten, afspraken, regels. Het karakter van kunst is nu juist dat ze, op zoek naar de unieke ervaring, regels overtreedt, verandert, herschrijft, bespot.” Mooi stuk, maar het klopt niet. Of het is althans erg overdreven. Dat geeft niet want ik heb het met plezier gelezen. Ik denk dat Sander Schimmelpenninck beter in de buurt kwam in zijn column over de mondkapjeshandel van Sywert van der Linden: “Toch is het logisch dat wij in Nederland inmiddels meer takers dan makers hebben. We hebben deze eeuw immers alleen maar premiers gehad die het verkeerde soort ondernemerschap aanmoedigden. Wie kan verbaasd zijn dat Sywert een bv voor eigen gewin opricht, als we al twee decennia horen dat Nederland óók een bv is?

Als je het land ziet als een bedrijf dan is het niet zo raar dat commerciële belangen altijd voorrang krijgen en dat alles daar ondergeschikt aan wordt gemaakt. Maar goed, wij mogen weer open. Want wij zijn geen cultuur maar we hebben een maatschappelijke functie. Ook best belangrijk.

En voor de degenen die denken dat we de afgelopen vijf maanden alleen maar boeken hebben lopen schuiven in de afhaalbieb: maak je geen zorgen. Die gedwongen sluiting heeft ook mooie dingen opgeleverd: de Boekstartcoaches ontvingen jonge ouders op afspraak in de bibliotheek, er waren spreekuren op afspraak over digitale vaardigheden en de leesconsulenten verzonnen het ene creatieve idee na het andere om leerlingen op afstand aan het lezen te houden. Een aantal van die nieuwe dingen houden we vast. Maar ik ben blij dat mensen de bibliotheek weer in mogen. En onze bezoekers zijn zo mogelijk nog blijer. En daar doen we het voor.

Een gedicht waar je wat aan hebt

Het Poëziecentrum in Gent vergadert blijkbaar te veel, want ze zijn op zoek gegaan naar een goede manier om een Zoom-meeting vroegtijdig te verlaten. Een betere manier dan “veinzen dat je internetverbinding wordt verbroken, jezelf bevriezen in beeld, zorgen dat nét wanneer je er genoeg van hebt, de batterij van je laptop leeg is”. Daarom vroegen ze dichter Edward van de Vendel om een ‘elegant poëtisch excuus’ te schrijven. Dat was een goede keuze, want Van de Vendel is de schrijver van de bundel ‘Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt‘, ondertitel: gedichten waar je wat aan hebt.

En inderdaad: ook voor dit probleem heeft Van de Vendel een oplossing in de vorm van een gedicht. Om te demonstreren hoe je dat dan doet maakten ze er bij het Poëziecentrum ook nog een filmpje bij, waarin Robby Cleiren het voor doet. Ik zou het zelf ietsje tactischer brenger, maar het werkt wel. Waarschijnlijk is de tip de ze er bij geven om de tekst van het gedicht in het chatvenster te plakken effectiever.

Mocht je het prachtige boek van Van de Vendel niet kennen dan kun je hier een idee krijgen van wat voor soort gedichten het zijn. In het fragment leest de dichter het gedicht ‘Wat je moet doen als je super blij bent’ voor. Doe er je voordeel mee.

De Big Ben met boeken

Marta Minujín in Kassel, 2017

In 2017 zag ik voor het eerst een werk van de Argentijnse kunstenares Marta Minujín. Op de Documenta in Kassel had ze op de Friedrichsplatz, het centrale plein van de stad, The Parthenon of Books, gebouwd. Een kopie van het Parthenon in Athene, bekleed met boeken. Ze maakte dit kunstwerk voor het eerst in 1983, in Buenos Aires, om te vieren dat het militaire regime in Argentinië gevallen was. Het was toen een onderdeel van haar serie “La caída de los mitos universals” (de val van de universele mythes) waarbij ze verschillende klassieke monumenten kopieerde en er iets nieuws van maakte. Voor het Parthenon gebruikte ze toen 25.000 boeken uit de militaire opslag. Boeken die de militaire junta verboden had en in beslag had genomen. De boeken werden na afloop van de expositie verdeeld onder het publiek, ze gaf ze dus weer terug aan het volk. In Kassel stond de tempel op een plein dat de Nazi’s gebruikten om te marcheren, ze wilde op die plek de Duitse boekverbrandingen herdenken. Het publiek kon zelf verboden boeken brengen die in de structuur werden opgenomen. En ook deze boeken werden na afloop verdeeld.

Eerlijk gezegd vond ik het een beetje flauw klinken toen ik er voor het eerst over las. Maar toen ik in Kassel was en die grote constructie zag was ik toch wel onder de indruk. Vanuit de verte zag het er heel vrolijk uit, maar als je dichterbij kwam en al die verschillende boeken zag werd het opeens heel serieus.

Minujín gaat opnieuw een bouwwerk van boeken maken: deze zomer gaat ze op het Manchester International Festival de Big Ben lying down with political books maken. De naam zegt het al: het wordt een kopie (op schaal) van de Big Ben die op zijn zij ligt en bekleed wordt met boeken die van invloed zijn geweest op de Britse politiek. Ik kan me er eerlijk gezegd nog niet zoveel bij voorstellen, maar ik word wel vrolijk van het idee. Zeker met deze toelichting van de kunstenaar: People need this! We need new ideas and new places where people meet. Global symbols like Big Ben stand up straight and never change – but the world is always changing.’ Fijn, iemand die er zoveel zin in heeft. En inderdaad: in deze verwarrende tijden zijn nieuwe ideeën van harte welkom.

Het festival zelf noemt het: ‘Big Ben has quit Westminster and come to Manchester – to give itself to us, the people’. Er is een kort filmpje waarin ze uitlegt wat de bedoeling van het kunstwerk is: ze wil mensen verrassen en aan het denken zetten. Als mensen vervolgens een boek meenemen uit het kunstwerken zullen ze zich altijd herinneren hoe ze aan dat boek gekomen zijn en daarmee wordt het boek vanzelf belangrijk. In het filmpje krijg je trouwens een idee van waarom ze haar vroeger ‘het Argentijnse antwoord op Andy Warhol’ noemden. Een reisje naar Manchester zit er deze zomer wel bijna zeker nog niet in. Jammer, want ik had deze Big Ben graag in het echt gezien. Alleen al omdat ik zo blij word van iemand die boeken zo serieus neemt.

Geletterdheid verandert levens

"Put simply, libraries change lives. Literacy changes lives." - A quote by Cressida Cowell.

De Britse kinderboekenschrijfster Cressida Cowell is de 11e Waterstones Children’s Laureate, een titel die bekende schrijvers krijgen en waarmee ze een periode ambassadeur zijn voor kinderen en lezen. In die rol heeft ze een open brief geschreven aan minister-president Boris Johnson waarin ze hem oproept om structureel jaarlijks 100 miljoen pond te investeren in schoolbibliotheken om zo een einde te maken aan de snel groeiende ongelijkheid in het onderwijs. Want: “Decades of research show a reader for pleasure is more likely to be happier, healthier, to do better at school, and to vote – all irrespective of background.” Het is een mooie open brief, je kunt hem hier terug lezen en het filmpje bekijken waarin Cowell de brief voorleest. Dat filmpje plaats ik hieronder ook.

De open brief is onderdeel van haar project Life-Changing Libraries. Het project is bedoeld om de aandacht te vestigen op de vier pijlers van een succesvolle schoolbibliotheek, zoals zij het noemt, een ‘gold standard’ schoolbibliotheek. Die vier pijlers zijn: space – book provision, expertise, and whole-school and community involvement. Volgens de website van BookTrust, waar ze dit initiatief introduceert zijn deze vier pijlers o.a. gebaseerd op de ervaring die Cowell heeft opgedaan in de 22 jaar dat ze scholen heeft bezocht. Heel toevallig zijn deze pijlers ook onderdeel van de bouwstenen die wij in Nederland bij De Bibliotheek op School gebruiken: een actuele collectie, deskundige ondersteuning en actief aandacht voor lezen. Zo toevallig is dat natuurlijk niet, want de Nederlandse bibliotheken baseren zich voor een groot deel op dezelfde internationale onderzoeken als waar BookTrust zich op baseert. Ik ga er althans van uit dat zij hebben meegedacht bij het opstellen van deze pijlers. BookTrust is een Britse liefdadigheidsorganisatie die zich bezig houdt met leesbevordering. Ze zijn o.a. de bedenkers van Bookstart, dat wij hebben overgenomen als BoekStart.

Het project Life-Changing Libraries begint met zes scholen die elk een bibliotheek cadeau krijgen van BookTrust. Op elke school wordt een bibliotheekruimte ingericht en worden 1000 boeken geplaatst, die worden uitgezocht door experts en worden geschonken door de uitgevers. De leerkrachten worden getraind door de School Library Association. In grote lijnen zoals wij dat ook doen als wij weer een dBoS gaan inrichten, alleen net anders: wij zien het niet als liefdadigheid maar als een professionele actie waar structureel geld voor wordt vrijgemaakt en waar we een goede start voor de schoolbibliotheek maken met een eenmalige subsidie.

Dus eigenlijk is dit helemaal niks nieuws wat die Cressida hier doet. Waarom schrijf ik er dan toch over? Omdat het altijd fijn is om je gelijk bevestigd te zien: “zie je wel, zij doen het ook zo”. Maar ook omdat ik die filmpjes van Cowell zo leuk vind: dat ontzettende Engelse van die filmpjes: dat accent, die achtergrond, dat enthousiasme en zelfs dat knullige van het geluid dat eigenlijk niet helemaal goed is. Ja, ik heb een zwak voor de Britten, maar kijk zelf maar even dan zul je het zien. En als laatste: ze zegt het zo mooi. “Bibliotheken veranderen levens”, dat krijgen wij als Nederlanders niet over onze lippen. Ze legt zo plastisch uit waarom lezen belangrijk is, en hoeveel plezier je kunt beleven aan de ‘life-changing magic of reading’. Overigens wil ik hiermee niks onaardigs over onze eigen Kinderboekenambassadeur zeggen, want Manon Sikkel doet ook prachtig werk. Maar ja, ze is niet Brits…

In de stembus

Afgelopen woensdag was ik vrijwilliger op de Stembus. Ik had me in het najaar aangemeld als vrijwilliger voor het stembureau omdat ik het tijd vond om mijn burgerplicht te doen. Toen ik las dat de gemeente Roermond van plan was om met een bus rond te gaan rijden leek me dat een uitgelezen kans om oude tijden te laten herleven dus heb ik een mailtje gestuurd met de vraag op of ik op de bus mocht. Voor wie dat niet wist: ik heb een aantal jaren op een bibliobus gewerkt en ben nog steeds fan. De Stembus was een omgebouwde touringcar en geen bibliobus maar sommige dingen waren toch erg herkenbaar. Van de auto’s die ondanks de grote ‘Niet Parkeren’ borden toch op de standplaats geparkeerd stonden tot de paaltjes die het inparkeren bemoeilijkten en de mensen die terwijl we al aan het opruimen waren nog aan kwamen zetten met hun stempas.

Voordat je kunt worden ingedeeld als vrijwilliger moet je een cursus volgen. Daar leer je (digitaal) over al de verschillende procedures die op zo’n dag gevolgd moeten worden en over het verschil tussen een stempas en een kiespas, over legitimatiebewijzen en volmachten maar ook wat je moet doen als er om 21 uur (als de stembussen volgens de wet gesloten moeten worden) nog mensen willen stemmen. Best een pittige cursus (al kan het ook aan de opzet van de cursus gelegen hebben, ik heb nog wel wat tips voor de makers..) maar wel interessant.

De dag zelf was ook erg interessant. De plekken waar we stonden waren heel verschillend: een ‘krachtwijk’, een sterk vergrijsde wijk, bij een seniorenflat en aan de rand van een kleine kern. Daardoor waren de bezoekers ook heel verschillend. Van de mevrouw die om 10 over half 8 ’s ochtends aan kwam lopen en die, toen ik zei dat ze door mocht lopen omdat er niemand in de bus was, zei “Oh gelukkig. Want ik vind het altijd zo eng. Eens kijken hoe dit gaat” tot de bouwvakkers en schilders die om kwart voor vijf hun werkbusjes naast de bus parkeerden om te komen stemmen. De mevrouw met de rollator die we het trapje op moesten hijsen (ja, ja iedereen droeg een mondkapje) en de mbo-scholieren die vooral veel belangstelling hadden voor de technische kant van de bus die we voor de school hadden geparkeerd toen de gereserveerde plek bezet bleek. Ze bleken een techniekopleiding te volgen en stonden hardop te overleggen waar ze op zouden gaan stemmen als ze dat zouden mogen. Vanaf 6 uur stonden we tegenover de snackbar, dat was een gouden plek want er kwamen veel mensen vanuit de snackbar vragen hoe lang we daar nog stonden; “oh mooi, dan kom ik straks even terug”.

Het was ook interessant om de verschillen te zien tussen mensen in het stemhokje: hoe sommige mensen ruim de tijd namen om het hele stembiljet te bestuderen, alsof ze ter plekke pas besloten welk hokje ze rood zouden maken en hoe anderen met een zwierig gebaar het potloodje rondzwaaiden. Veel mensen mopperden over hoe groot dat stembiljet wel niet was en worstelden om het helemaal uit te vouwen in het stemhokje. Ze vroegen zich af of ze het ook weer helemaal precies moesten terug vouwen. “Nee hoor, hoeft niet precies volgens de lijntjes. Als wij maar niet kunnen zien wat u gestemd heeft.” Daar was de jongen met de dreadlocks die snel klaar was en terwijl hij het stembiljet dichtvouwde zei “oh nee, ik ben vergeten mijn handtekening te zetten! Mijn handtekening moet er toch nog op?” Toen ik hem verzekerde dat dat echt niet hoefde, dat dat zelfs niet mocht zei hij dat hij er de vorige keer zijn naam op had geschreven. Of de oudere mevrouw met de hoofddoek die het formulier maar rond bleef draaien en op een gegeven moment wanhopig naar mij riep: ‘Nummer één! Nummer één staat er niet op!” Voordat ik iets terug kon zeggen zag ze nummer 1 gelukkig zelf staan. En de man die zijn stembiljet omhoog hield en vroeg of hij het zo goed had gedaan of dat het helemaal vol moest. Gelukkig hield hij het papier niet hoog genoeg voor mij om te zien welk hokje hij had gekleurd dus ik kon volstaan met te zeggen dat het hokje niet helemaal vol hoefde “als wij vanavond maar kunnen zien wat u bedoelt”.

Heeft deze bus er nou voor gezorgd dat er mensen gingen stemmen die dat anders niet gedaan zouden hebben? Dat weet je natuurlijk nooit zeker maar voor een paar mensen zal dat zeker het geval zijn geweest: de mensen die slecht ter been waren of de mensen die het allemaal maar ingewikkeld vonden. Andere mensen vonden het vooral een mooie service: “Fijn, nou hoef ik niet helemaal naar de sporthal/het eetcafé” en “wat een luxe, zomaar het stembureau in de straat”. Het feit dat we zo zichtbaar waren heeft ook zeker geholpen. Ik vind het in elk geval nog steeds een goed idee en ik denk dat ik me een volgende keer weer als vrijwilliger ga aanmelden, want ik vond het een mooie dag.

In dit korte filmpje van de regionale zender L1 kun je de bus overigens in actie zien.

De bibliotheek als clubhuis van het lezen

Afbeelding

Sinds vorige week hangen er op het Munsterplein in Roermond grote banieren met foto’s en interviews met bekende Roermondenaren over de rol die lezen speelt in hun leven. Het is een initiatief van onze bibliotheek, in samenwerking met We Are Roermond, in het kader van onze actie Ik Lees. Met die banieren willen we aandacht vragen voor lezen en willen we laten zien dat lezen voor iedereen iets anders kan betekenen.

Met dat doel hebben we acht bekende Roermondenaren geïnterviewd en gefotografeerd (foto’s van Kim Roufs). Op de banieren is een deel van het interview te lezen, de rest van het interview is te vinden op onze website, waar je met een QR-code rechtstreeks vanaf het Munsterplein naar toe geleid wordt. Het een heel divers gezelschap geworden: van de burgemeester (hierboven) en de Bisschop tot een bekende horecaondernemer en een schrijfster uit Roermond. Het mooie vind ik dat het zo goed laat zien hoe breed ‘lezen’ is: toen wij zanger en gemeenteraadslid Big Benny belden was zijn reactie dat hij eigenlijk helemaal niet zo veel las, maar dat hij het zo leuk vond om zijn kleinzoon voor te lezen. Of hij daar ook iets over mocht vertellen? Ja, graag zelfs! En sinds deze actie weet ik dat onze bisschop Nederlands heeft gestudeerd. Ook altijd leuk om te weten.

De komende maanden gaan we hier op verschillende manieren op verder borduren, met leestips van de geïnterviewden op onze website en een oproep aan inwoners om zelf een bijdrage te leveren aan #iklees. We doen dit omdat we onszelf zien als het clubhuis van het lezen, we willen een plek zijn waar iedereen toegang heeft tot een uitgebreide leescollectie en waar wordt gepraat over boeken. We zijn al langer bezig met praten met onze partners over het Leesoffensief, dit is onze eerste concrete stap. Op naar de volgende!

Carnavalsliedje zonder carnaval

Afgelopen donderdag kwam dit filmpje online, met als bijschrift ‘Vastelaovesleedje in een jaar zonder vastelaovend’. Sinds kort weet ik dat het donderdag ‘Vette Donderdag’ was, een feest dat voornamelijk in Duitsland en Polen gevierd wordt. Ook wel het begin van carnaval, dus een hele toepasselijke dag om dit filmpje te publiceren. Het is de clip bij een liedje van Frans Pollux, schrijver, interviewer en bij het niet-Limburgse publiek waarschijnlijk vooral bekend als zanger van het Top 2000 liedje Hald Mich ’s Vas en/of de maker van de podcast De laatste dans. Het is een weemoedig liedje over muziek die niet klinkt en over een feest dat niet gevierd wordt.

En over het beste er van maken: ‘Als het zo moet, dan houden we het klein. Dan gaan we naast elkaar staan met het raam open, met schmink op ons gezicht. En alle kleuren die verzinnen we, al weet ik nog niet hoe.’

Dat is niet alleen een mooie tekst maar ook een mooie vergelijking met de hele Corona toestand. Binnen de beperkte mogelijkheden die er zijn doen we ons best: we gebruiken onze fantasie en onze inventiviteit en dan komt er soms iets heel moois en verrassends uit. Ik vier al een paar jaar geen carnaval meer, maar nu mis ik het wel. Misschien juist omdát het niet kan. Zoals dat in deze tijd met veel dingen gaat: na 21 uur ben ik zelden nog buiten, maar nou dat niet mag is dat toch stom.

De video is overigens van Rob Hodselmans, die ook al die prachtige film Nao ’t Zuuje maakte, over Carnaval in Venlo. En als je die podcast van Frans Pollux nog niet geluisterd hebt moet je dat zeker doen. Die is geweldig.

Dat gedoe met die social media

Zondag liepen de Social Media over van de mooie sneeuwfoto’s en jolige filmpjes van sneeuwpret. Althans in mijn mediabubbel was dat zo. In andere bubbels is vast geklaagd over treinen die niet reden of over straten waar te weinig gestrooid is en ongetwijfeld ook over Corona en over de politiek. Maar omdat ik geen zin heb in dat soort gezeur probeer ik dat zo veel mogelijk uit mijn tijdlijn op Twitter te houden. Ik zit nu bijna 12 jaar op Twitter en daar is veel veranderd. Wees niet bang, dit wordt geen vroeger-was-alles-beter-stukje en ik ga ook niet uitleggen dat Twitter de schuld van alles is. Ik gebruik het nog steeds met veel plezier: ik volg er de actualiteit en ik lees mooie verhalen.

Ik heb alleen wel de behoefte om te reageren op die mensen die vreselijke dingen op Twitter roepen onder de noemer ‘ach dat moet je niet zo serieus nemen’. Die Twitter vergelijken met op de bank zitten met je vrienden, dan zeg je ook dingen die je niet zo bedoelt. Want dat is een vergissing. Die mensen verwarren Twitter met Whatsapp. In een appgroepje gebruik je die rare bijnaam of maak je flauwe grappen over iemands kleding, maar niet op Twitter. Tenminste, dat MAG wel, maar realiseer je dat de hele wereld kan meelezen. Je mag iemand beledigen, maar bedenk dat diegene dat ook kan lezen en dat die dus iets terug kan zeggen. Dat is meestal niet de bedoeling en dan wordt iets al snel groter dan verwacht. In de begintijd vergeleek iemand Twitter eens met een kroeg waar je naar binnen gaat, waar je mensen kent maar waar ook veel onbekenden zijn en waar je zomaar in een interessant gesprek kunt belanden. Dat vond ik toen heel goed gevonden. Nog steeds eigenlijk. Maar Twitter lijkt de laatste tijd soms wel een kinderspeelplaats, waar de kinderen met de grootste mond, of de meeste vriendjes, de baas zijn. Met vervelende jongetjes die graag pesten en ruzie zoeken. En waar sowieso iedereen een mening heeft, over alles.

Ik heb mezelf aangeleerd om die mening niet (meer) altijd te ventileren en om niet overal op te reageren. Deels uit zelfbescherming, want ik heb één keer zo’n lawine reacties over me heen gehad en dat was meer dan genoeg, maar ook omdat ik me steeds vaker afvraag waarom ik dat zou doen. Heeft die ander daar iets aan? Die meningen machine die soms zo op hol kan slaan, daar word ik wel eens moe van. Die mensen met hun ‘ik heb een mening dus ik heb gelijk’ en die dat gelijk dus ook persé willen halen. Ik probeer me op Twitter steeds meer te beperken tot het delen van interessante berichten of verhalen waar ik blij van wordt. Daar heb ik zelf nu behoefte aan en ik ben vast niet de enige. ‘Limit your negative news’ hoorde ik dit weekend op tv. Lijkt me een goed advies dus daar hou ik me aan.

Die quote hierboven kwam ik onlangs tegen. Ik had nog nooit van Bill Bullard gehoord, het is geen diepzinnige guru maar een Republikeinse Senator.

Ik geloof dat alles ooit mooi wordt

En met het risico dat ik voor gek wordt versleten
Geloof ik dat alles ooit mooi wordt en goed
Met de moed van de wanhoop en tegen beter weten in
Blijf ik geloven, omdat dat wel moet

Dit citaat lijkt me een prima wens om dit nieuwe jaar 2021 mee te beginnen. Het komt uit het liedje Ik geloof van Jeroen van Merwijk. Deze cabaretier en beeldend kunstenaar is ongeneeslijk ziek en als cadeau hebben 30 collega cabaretiers een cd opgenomen met liedjes van hem. Aan het einde van de cd zingen ze met zijn allen dit liedje. ik vind het prachtig, niet alleen het liedje maar ook dit filmpje: je voelt de liefde door het scherm heen komen. Dus laten we ons daar maar aan vasthouden: dat alles ooit mooi wordt en goed.

De cd is overigens te bestellen via de website van de broer van Van Merwijk, die het allemaal geregeld heeft.