Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Hoe een kleine bibliotheek dankzij Twitter toch groot kan zijn

Het Twitter account van de Orkney Library heeft ruim 16.300 volgers en dat is knap want op de Orkey eilanden (een groep eilanden in het noorden van Schotland) wonen ongeveer 19.500 mensen. De overgrote meerderheid van die volgers is dan ook geen lid van de bibliotheek maar volgt het account alleen maar omdat het zo grappig is. Nou ja, grappig… Melig, hilarisch, flauw en soms onbegrijpelijk want heel erg Brits. Maar het is in elk geval niet saai en zeker niet voorgeprogrammeerd. Het account wordt beheerd door Senior Library Assistant Stewart Bain, de man in het filmpje hierboven.

Zijn collega’s denken met hem mee en wijzen hem op interessante titels of leuke verhalen, maar Bain is de man die de tweets plaatst. Hij beperkt zich niet tot twitteren over de bibliotheek, hij twittert net zo makkelijk over The VoiceUK of over zijn katten. Maar hij gebruikt Twitter ook om de digitale diensten van de bibliotheek te promoten, superhandig als je in zo’n uitgestrekt gebied woont. Of om door te geven waar de bibliobus vandaag staat. In dit interview op Buzzfeed zegt hij: An average day in the library is being prepared for anyone to come in and ask you any question on any subject. Having a Twitter feed means now people don’t even have to come in to ask us these questions. Hij ziet Twitter dus als het verlengde van de bibliotheek, als een extra gezicht naar buiten toe. Een heel persoonlijk gezicht in dit geval al ken ik het echte gezicht pas sinds dat filmpje. Ze hebben ook een Facebookpagina met 3600 likes, vooral van mensen van de eilanden.

Hij heeft soms hilarische tweets over hele oude boektitels, ze hanteren daar duidelijk geen afschrijftermijn van tien jaar. Of hij maakt een mooie verwijzing naar de actualiteit, via de collectie. Het knappe is dat het soms flauw is maar altijd wel een duidelijke literaire connectie heeft of een link met de bibliotheek. Hij gebruikt Twitter niet alleen om contact te maken met leden van de bibliotheek, maar ook met schrijvers en acteurs die naar het eiland komen, als voorpret.

Het geluid van het filmpje is niet altijd even goed en Bain heeft een (niet eens zo heel vet) Schots accent, mocht je hem niet goed kunnen verstaan is het Buzzfeed interview een aanrader. En anders zijn hier nog twee interessante stukken over de Orkney Library en hun succes op Twitter. De @Orkneylibrary wordt vaak gebruikt als best practice en dat lijkt me geheel terecht. Ik vind het prachtig.

Tante Pollewop verspreidt het woord

boekman

Reportage voor het themanummer van Boekman, 27e jaargang, nummer 102, p. 46-47.

Het begon met de verzameling boeken waar broer en zus Wim en Marij Moorman na het overlijden van hun moeder een goede bestemming voor zochten. Weggooien vonden ze zonde en de boeken naar een opkoper brengen weinig respectvol. Ze twijfelden over bookcrossing, waarbij je boeken in openbare gelegenheden ‘vrijlaat’, maar dachten toen aan het Engelse boekenstadje Hay-on-Wye. Daar staan kasten op straat waarin boekhandelaren hun kneusjes aanbieden, ook buiten openingstijd toegankelijk. Zoiets leek hen wel wat. Toen bleek dat het kunstwerk van Erik van Maarschalkerwaard in hun tuin door de maker eenvoudig kon worden omgebouwd tot een soort inloopkast waren ze er snel uit. In de zomer van 2012 openden ze de deur van hun Boekenbastion Tante Pollewop.

Aan de Meterikseweg, een doorgaande weg aan de rand van Horst, Noord-Limburg, wijst een bord met de tekst ‘Gratis Boeken’ voorbijgangers op het Boekenbastion. In een diepe voortuin vol woeste struiken en bomen staat een donkere, metalen capsule waarvan de deur dag en nacht openstaat. Van buiten ziet het bastion er tamelijk geheimzinnig uit, maar eenmaal binnen brandt het licht en zie je dat de ronde wanden volgeladen zijn met boeken. Gratis boeken. Om mee te nemen.

Tante Pollewop wordt wel de eerste minibieb van Limburg genoemd, of zelfs een van de eerste van Nederland. Een bewering die niet te controleren valt, want typerend voor deze initiatieven is dat ze buiten alle bestaande structuren om opereren. Een van de bekendste vormen van dit soort alternatieve boekenpunten is de Little Free Library, afkomstig uit de Verenigde Staten. Oorspronkelijk bedoeld om buren hun favoriete boeken te laten delen volgens het principe ‘take a book, return a book’. Een Little Free Library is vaak een vrolijk beschilderd, uit de kluiten gewassen vogelhuisje. Ook in Duitsland bestaat iets dergelijks onder de naam Öffentlicher Bücherschrank, groter en uitgebreider, maar volgens het principe: mensen laten boeken achter en andere mensen nemen die weer mee.

 Alles is welkom

In het Boekenbastion in Horst passen ongeveer 200 boeken. De verzameling van hun moeder is inmiddels al lang op maar de Moormannen hebben geen gebrek aan boeken. Integendeel: er komen alsmaar nieuwe exemplaren bij. Steeds meer mensen weten het Boekenbastion te vinden, niet alleen met dozen vol oude boeken maar ook met heel recente exemplaren. Alles wat ze krijgen komt uiteindelijk in het bastion terecht, ze selecteren niet. ‘Jij zou wel eens wat strenger willen zijn, hè?’, zegt Marij tegen haar broer. ‘Jij bent meer van de verheffingsgedachte.’ Maar ze plaatsen alles. Behalve kapotte boeken, die gooien ze weg. En alles verdwijnt, tot hun eigen verbazing, zelfs de oudste of meest onwaarschijnlijke titels. Tante Pollewop heeft boeken niet alleen in het Nederlands maar ook in veel andere talen. Achtergelaten door evenzovele toeristen die gebruikmaken van het bastion.

‘Hier komen mensen met boeken in aanraking die normaal gesproken nooit in een bibliotheek zouden komen. Mensen uit de buurt, maar ook voorbijgangers. Zoals die vrouw die op de kermis in het dorp stond en toevallig voorbijkwam. Daar hebben we later nog een kaart van gekregen.’ Dat was een uitzondering, want in het algemeen hebben de twee weinig rechtstreeks contact met de mensen die gebruikmaken van hun bastion. Behalve via het gastenboek. Daar stond onlangs voor het eerst iets negatiefs in: ‘Gooi al die oude troep toch weg.’ In elk boek plakken ze een sticker met hun logo, oorspronkelijk omdat ze hoopten dat het mensen zou stimuleren om te reageren op een boek, maar dat gebeurde nooit. Ze zien het nu maar als mooie reclame.

Voor de lol

Is Tante Pollewop een alternatief voor een openbare bibliotheek? ‘Nee, absoluut niet’, schrikt Marij. ‘Dit is een willekeurige verzameling met boeken. Er zit geen gedachte achter, er is geen sprake van bewuste collectievorming. We verdelen wat we hebben, zonder een keuze te maken. Een bibliotheekcollectie is veel meer: daar zit een gedachte achter, die heeft een doel. Een bibliotheek is een ontmoetingsplek, dat zijn wij niet. Toen we net begonnen hebben we wel eens een theekransje georganiseerd, maar daar kwam na de eerste keer niemand meer op af dus daar zijn we mee gestopt. Wij doen dit voor de lol. Zodra we merken dat Tante Pollewop gebruikt wordt om te bezuinigen op de bibliotheek, houden we er acuut mee op. Dat is absoluut niet de bedoeling.’ Haar broer vult aan: ‘Het stoort me dat dit soort initiatieven soms misbruikt worden door de politiek. Dit past natuurlijk perfect in al die praatjes van politici over participatie en zo. Een van de plaatselijke politieke partijen beweerde in haar verkiezingsprogramma onder het kopje “Bibliotheek” al dat ze particuliere initiatieven wilde steunen, maar ik hoef geen steun van de politiek. En ook geen subsidie. We kunnen het prima zelf. Het moet wel leuk blijven.’

Boekenbastion Tante Pollewop, Meterikseweg 153, Horst. Pollewopboeken.blogspot.nl. Sinds een half jaar is er ook een filiaal in Tienray, Spoorstraat 10.

De zichtbaarheid van de organisatie

zonnebrilhoedHet kwam omdat iemand een poos geleden op Twitter eens verzuchtte dat het zo lastig was om de juiste medewerkers van bibliotheken te pakken te krijgen: “Waarom staan die niet gewoon op de website van de bieb?”. Daarom ben ik er sinds die tijd op gaan letten: op hoe bibliotheken op hun website duidelijk maken dat ze niet alleen een organisatie zijn maar dat er mensen in de bibliotheek werken.

En dan bedoel ik niet eens dat de medewerkers persoonlijke informatie moeten delen of boekenlijstjes moeten maken of moeten bloggen, maar heel simpel: hoe heet de directeur en wie moet ik hebben als ik iets wil vragen dat niks te maken heeft met boeken of met mijn abonnement? Tot mijn verbazing heeft bijna geen enkele bibliotheek dat duidelijk op zijn site staan. Soms zijn er wel contactpersonen voor het onderwijs te vinden maar daar houdt het dan wel bij op. Jaarverslagen ja, en soms ook wel de namen van de bestuursleden en héél soms de naam van de directeur (met een doorverwijzing naar “het secretariaat”) maar verder niet. En dat vind ik raar. Misschien omdat wij dat anders doen? Op de site van onze Bibliotheek Bollenstreek staan we als MT vermeld onder het kopje: Wie zijn wij. Met naam en emailadres en van de directeur zelfs een telefoonnummer. Dat was al zo toen ik hier vier jaar geleden kwam werken en dat vond ik volstrekt normaal. Daarom vind ik het zo raar dat andere bibliotheken dat niet doen.

Waarom niet eigenlijk? Zijn ze bang om overspoeld te worden met mail? Ik kan uit eigen ervaring zeggen dat ik de afgelopen jaren zelden vreemde post gekregen heb. Gemiddeld twee keer per jaar krijg ik een mailtje van mensen die hun abonnement willen opzeggen of een vraag hebben over een reservering maar daar blijft het wel bij. Daarentegen kreeg ik een paar maanden geleden wel een mail van een reisorganisatie of ze foto’s van onze fotowedstrijd mochten gebruiken voor hun brochure. Het levert dus ook niks concreets op, maar je geeft de bibliotheek voor de buitenwereld een gezicht.

Ik kan me niet voorstellend dat bibliotheken bewust geen namen op de website hebben staan. Het lijkt me gewoon een soort van slordigheidje, iets wat bij het maken van de site vergeten is. Misschien omdat veel bibliotheken hun website zien als de verpakking van hun online catalogus of als marketingtool? Als je transparant wil zijn en het gesprek met je lezers aan wil gaan lijkt me een naam op je website toch wel het minste wat je kunt doen. Maar misschien is er wel een hele andere reden om niet met naam en adres op je eigen site te staan. Een reden die ik niet kan bedenken. Daar ben ik dan erg benieuwd naar.

Boekenkast Schildknaap

kingcase_2Ik vind hem mooi, deze boekenkast. Goed verzonnen ook. Hij heet de Armour Bearer Bookcase, oftewel: de Schildknaap boekenkast. Het pootje is een soldaat van aluminium, voor detailfoto’s van die soldaat kijk hier. Het is een ontwerp van Shaul Cohen, een jonge ontwerper uit Tel Aviv. Cohen heeft zich laten inspireren door een gedicht van Shaul Tcernichovsky, over een soldaat die zijn koning op het slagveld draagt.

Ik weet niet of de kast ook te koop is of dat het bij dit prototype is gebleven. Dat laatste is misschien wel zo aardig, dan blijft het nog een beetje bijzonder. Past wel bij de naam van dit blog, vandaar dat ik hem hier plaats.

17/3 Bedenk me nu opeens dat Wapenbroeder een veel mooiere Nederlandse naam is voor deze kast. Schildknaap is dan wel de letterlijke vertaling van armour bearer, maar als naam voor een kast klinkt dat raar. De Wapenbroeder kast klinkt toch veel beter, nietwaar?

Hoe de Airport Library Nederlandse cultuur promoot

Artikel geschreven voor META 2015/2,  vakblad voor de informatieprofessional in Vlaanderen. Dit is een deel van een groter artikel over de Airport Library, het hele artikel is hier te lezen. (pdf)

De gedachte achter de Airport Library in zijn huidige vorm is altijd geweest om reizigers kennis te laten maken met Nederland. Om die miljoenen passagiers die op Schiphol moeten wachten op hun volgende vlucht een vleugje Nederlandse cultuur te laten snuiven. Om ze te laten zien dat AMS meer is dan alleen een afkorting voor een vliegveld maar dat bij dat vliegveld een heel land hoort met zijn eigen cultuur en een eigen geschiedenis.

Vanaf het moment dat er zekerheid was over de komst van de Airport Library werd ik verantwoordelijk voor de inhoudelijke kant van de bibliotheek: ik heb de collectie samengesteld (die behalve uit boeken ook bestaat uit iPads met filmpjes en muziek) en ik organiseerde de tentoonstellingen: digitale fototentoonstellingen en kleine tentoonstellingen in vitrines.

De collectie van de Airport Library is onderverdeeld in een aantal thema’s: architectuur, fotografie, design, kunst, geschiedenis, literatuur, muziek  en Amsterdam. Dat laatste is geen cultureel thema, maar dat leek ons voor de herkenbaarheid van de bibliotheek wel zinvol. De andere thema’s zijn gekozen omdat het gebieden zijn waar Nederland op dit moment iets te betekenen heeft of in het verleden heeft betekend. Dat vergroot de kans dat reizigers iets herkennen. In de collectie zitten boeken over bijvoorbeeld Rembrandt, Van Gogh en Rietveld maar ook over Mecanoo, Marcel Wanders en Anton Corbijn. Het onderdeel ‘literatuur’ bestaat uit boeken van Nederlandse (en enkele Vlaamse) auteurs in vertaling. In samenwerking met het Nederlands Letterenfonds is er een collectie opgebouwd van vertalingen in meer dan 32 verschillende talen. De meeste bezoekers hebben niet voldoende tijd om een heel boek uit te lezen (behalve bij stakingen of andere calamiteiten) maar de bedoeling van deze verzameling is om mensen op een idee te brengen en om te laten zien dat Nederlandse literatuur ook vertaald is. De rest van de collectie is in het Engels, omdat Engels de  internationale luchtvaarttaal is. Er is ook een kleine collectie kinderboeken en strips, van Nederlandse auteurs en illustratoren uiteraard. Voor het onderdeel muziek heeft de Centrale Discotheek in Rotterdam muziek verzameld rondom thema’s als “winnaar van de Edison Award” of “Nederlandse artiesten die op 1 hebben gestaan in de Amerikaanse Top 100”. Die muziek was via de iPads te beluisteren.

Niet alleen bij muziek, ook bij andere onderdelen van de collectie heb ik me laten adviseren. Ik ben behalve bibliothecaris ook kunsthistoricus maar mijn kennis van bijvoorbeeld Nederlandse fotografie is beperkt dus maakte ik graag gebruik van de ervaring van het Nederlands Fotomuseum. Ook bij de tentoonstellingen heb ik vertrouwd op de expertise van de deskundigen: ik benaderde zelf musea of instanties (bijvoorbeeld het Anne Frank Huis of het Stadsarchief Amsterdam) met een verzoek om samenwerking. Bij het inrichten van de tentoonstelling kregen de musea vervolgens de vrije hand: zij weten immers het beste hoe ze hun eigen collectie onder de aandacht willen brengen.

Bij het selecteren van de boeken voor de collectie heb ik geprobeerd me te verplaatsen in de bezoekers. Ik ging er van uit dat het merendeel van de mensen per toeval bij onze bibliotheek terecht komen en ze niet persé geïnteresseerd zijn in Nederlandse cultuur. Ze moeten dus verleid worden om van de bibliotheek gebruik te maken. Dat betekent dat boeken er aantrekkelijk uit moeten zien: ze moeten een herkenbaar omslag hebben of anderszins intrigeren zodat mensen nieuwsgierig gemaakt worden. Overigens heeft de bibliotheek door de jaren heen een klein vast publiek gekregen: er zijn reizigers die regelmatig op Schiphol moeten overstappen en dan een paar uurtjes in de bibliotheek gaan zitten. Niet persé vanwege de collectie maar ook omdat ze er rustig kunnen werken: er staat een grote leestafel met stopcontacten voor laptop en telefoon en er is gratis wifi, zoals overal op het vliegveld.

We hebben maar beperkt zicht op hoe mensen reageren op onze bibliotheek: de Airport Library is 24 uur per dag toegankelijk en er is gemiddeld anderhalf uur per dag een bibliothecaris aanwezig. Uit de reacties die de bibliothecarissen krijgen en uit ons gastenboek blijkt dat bezoekers de bibliotheek zeer waarderen: eindelijk een niet-commerciële plek waar je rustig kunt zitten te midden van alle hectiek. Mensen zijn verrast een bibliotheek aan te treffen en staan open voor wat daar te vinden is. We zien bezoekers diep verzonken in een boek over Nederlandse kunst of urenlang luisterend naar Nederlandse muziek. Mensen gaan als ze thuis zijn op zoek naar de boeken die ze op Schiphol gezien hebben en ik weet van zeker één uitgever die door onze collectie op het idee gebracht werd om een Nederlands boek te vertalen. Dus met die mensen hebben we ons doel bereikt: het promoten van Nederlandse kunst en cultuur.

Waarom de Bieb++ er niet kwam

Joost heeft deze film al op zijn blog staan en ik heb er al eens over getwitterd, maar omdat ik merk dat heel veel mensen de film nog niet gezien hebben deel ik hem hier ook nog maar eens. Het is een film over waarom de nieuwbouwplannen van de bibliotheek Utrecht uiteindelijk toch niet door zijn gegaan.

Deze documentaire is gemaakt in opdracht van de gemeente Utrecht, als evaluatie van de besluitvorming rondom de nieuwe bibliotheek. Die besluitvorming was vrij dramatisch, zo blijkt. De film duurt ruim 36 minuten, maar die vliegen voorbij dus neem vooral de tijd om hem te bekijken. Want het is een ontluisterende documentaire. Alle spelers in het proces komen aan het woord en je voelt aan alles hoe moeizaam het gegaan is. Zie de verbijstering in de ogen van de architect die, staande op de plek waar de bieb zou komen, nog steeds niet echt kan geloven dat het niet doorgaat. De film ondermijnde mijn vertrouwen in de politiek nogal, ik kon me niet voorstellen dat zo’n proces zo onvoorstelbaar knullig eindigt. Ik kon niet nalaten te bedenken dat hier toch echt een snuifje Frank Underwood gewenst was (democracy is so overrated).

Over de soap die hieraan vooraf ging heb ik de afgelopen jaren al vaker geschreven. Jammer dat de nieuwbouw nu definitief van de baan is. Ik hoop dat het plan om naar het postkantoor op de Neude te verhuizen alsnog wordt uitgevoerd. Lijkt me een prachtig plekje.

Een revolutie plannen

Dit twitterde ik vorige week, na afloop van een ochtendje koffie drinken met een oud-collega. We hadden elkaar al een paar jaar niet gesproken, niet echt althans, dus we hadden veel om over te praten. Die tweet was min of meer de conclusie van ons gesprek: zij verbaasde zich er over dat producten en diensten die landelijk ontwikkeld worden zo mondjesmaat worden opgepakt door de bibliotheken en vaak zo snel weer worden opgedoekt als de bijbehorende subsidie stopt. “Dat is zo zonde van de energie” En ja, ze wist wel dat we echt geen geld hebben (wij althans niet) maar de discussie over “keuzes maken” (DE dooddoener van mensen die aan de zijlijn staan) bracht enig licht in de zaak. Gemeentepolitiek, bestuurlijke versnippering en plaatselijke omstandigheden maken keuzes maken in de praktijk een stuk moeilijker dan het op papier lijkt. Er kan op landelijk niveau van alles bedacht en ontwikkeld worden, het mandaat ligt op gemeentelijk niveau. Of in elk geval op het niveau van de plaatselijke bibliotheek. Dat maakt de “grote jongens” met goede (en soms minder goede) ideeën en projecten een beetje tandeloos. Want als de bibliotheken niet meedoen aan die projecten dan houdt alles op. En ja, dat is zonde van het geld en de tijd die in de voorbereidingen zijn gestopt. Maar dat is nou eenmaal de praktijk.

Dat was het punt waarop we tot die conclusie kwamen dat het stelsel niet klopt. Want het zou veel praktischer en efficiënter zijn als het openbare bibliotheekwerk centraal geregeld zou worden. Als er in Den Haag, op het ministerie, beleid gemaakt zou worden dat met bijbehorend budget zou worden overgedragen aan de plaatselijke bibliotheken. Het zou directeuren een hoop vergaderen besparen, een hele hoop. Het zou de kwaliteit van het bibliotheekwerk enorm verhogen en het zou een heleboel onduidelijkheid wegnemen, bij bezoekers, medewerkers en bestuurders. Maar helaas, zo gaat het niet. En zo zal het voorlopig ook niet gaan, want we hebben net een nieuwe Bibliotheekwet waarin de bestaande situatie nog eens vastgelegd is. Gezien het lange voortraject van die wet zal het nog minstens 20 jaar duren voordat er weer een nieuwe wet komt, als we dat al zouden willen.

Twitter

Tot zover het verhaal achter die tweet. Hij was eigenlijk bedoeld als plagerijtje omdat die ex-collega een beetje lacherig deed over Twitter. Maar hij raakte blijkbaar een snaar: volgens de statistieken is de tweet 686 keer bekeken. Waarschijnlijk ook omdat ik naar aanleiding van een de reacties twitterde dat we een revolutie aan het voorbereiden waren. Ik had de woensdagavond daarvoor net urenlang met open mond naar de livestream van de bezetting van het Maagdenhuis zitten kijken, vandaar. Maar toen sloeg de vlam helemaal in de pan en werd iedereen wild enthousiast. Gaan we de KB, VNG of OCW bezetten? Of juist een bibliotheek? Omdat het inmiddels vrijdagmiddag was sloeg de meligheid al snel toe en ontstonden er typisch twitterdiscussies over de vraag of we in hongerstaking zouden of niet en viel het woord boekverbranding. Humor om te lachen.

Ontevredenheid

Maar toch verbaasde het me hoe gretig er op het idee van een revolutie gereageerd werd. Dat is niet alleen de tijdgeest (de revolutie hangt in de lucht) maar het toont ook aan dat er veel ontevredenheid is over de huidige situatie. Want de wil is er in het algemeen wel, om aan al die mooie projecten deel te nemen, maar de mogelijkheden zijn er vaak niet. Geen mensen, geen tijd, geen geld. Het is niet anders. Maar wat zouden we het graag anders willen. Wat een mogelijkheden zou dat geven, als het stelsel zou worden aangepast. Als al die landelijke, provinciale en gemeentelijke subsidies op één hoop zouden worden geveegd en de bibliotheken rechtstreeks vanuit die ene pot zouden worden betaald. Wat zouden we dan veel kunnen doen. Samen. Want aan ambities ontbreekt het de sector niet. Maar wel aan geld. En tijd. En mankracht.

Die revolutie zal er niet komen. Althans?

“Stay weird, stay different”

Tijdens de uitreiking van de Oscars afgelopen zondag maakte deze speech van Graham Moore de meeste indruk. Hij vertelde dat hij op zijn 16e een zelfmoordpoging heeft gedaan omdat hij het gevoel had dat hij er niet bijhoorde. Hij riep alle 16-jarigen die dat gevoel herkenden op om vol te houden. “Stay weird, stay different”. Hartverwarmend.

En ja, heel erg Amerikaans. Maar toch hartverwarmend.

Overigens ziet die Graham Moore er piepjong uit, alsof het nog niet zo heel erg lang geleden is dat hij 16 was. Maar hij heeft al best een aardige carrière als  scenarioschrijver en producer achter de rug. Hij is dan ook al 34.

Wat mij betreft geldt die oproep om vol te houden niet alleen voor verdrietige pubers. Maar ook voor bibliothecarissen die vermorzeld dreigen te worden door bezuinigingen en reorganisaties. Je weet wel wie ik bedoel.

Overigens vraag ik me wel af wat die enorme schaal hamburgers op tafel in het begin van het fragment doet. De aanwezigen zien er niet uit alsof ze daar ook maar één hapje van zullen nemen. 

Een gedicht (voor de bieb)

Watch Scroobius Pip’s poem ‘Library’ commissioned by Chris Hawkins and brought to life as part of our celebration of libraries.

Een geanimeerde versie van het gedicht Library, dat de Britse rapper Scroobius Pip schreef in opdracht van radiopresentator Chris Hawkins. De dichter presenteerde het live in Hawkins’ radioprogramma op BBC Radio 6 Music in november 2014. Geen idee of er een speciale reden was voor dit gedicht, of dat de BBC gewoon bibliotheken in het algemeen wilde vieren. Rondom de National Library Day van vorige week hebben de Britse bibliotheken dankbaar van dit gedicht gebruik gemaakt. Dat snap ik wel, want ik vind het erg leuk. Het gedicht rijmt niet echt, geeft Pip toe, maar dat is net zo fijn van de bibliotheek, dat we dat niet erg vinden, dat gedichten niet rijmen.

Ik kende noch Scroobius Pip, noch Chris Hawkins om eerlijk te zijn. De laatste heeft een ochtendprogramma bij BBC Radio 6 Music, dat is een digitaal radiokanaal van de BBC.  Een interessante actie vind ik het, heel sympathiek ook.

Onwillekeurig probeer ik toch een Nederlandse pendant van dit voorbeeld te zoeken, maar ik heb besloten om dat maar niet te doen. Om dit maar gewoon een Britse actie te laten en niet te proberen daar een slap aftreksel van te verzinnen. Wat overigens toch nooit uitgevoerd zou worden, dus wat zal ik moeite doen?

Naschrift: Patrick wees me op deze link, waarin wordt uitgelegd hoe dat zit met de BBC en hun viering van bibliotheken. 

Ideetje voor een nieuwe bibliotheekcampagne?

tube_waterstonesbook_ad

 

Reclame in de Londense metro voor boekhandel Waterstone’s: Next time bring a book, for fuck’s sake. Geweldig vind ik hem.

Helaas, is hij niet echt. Het is een grapje van de Britse site The Poke. Een De Speld-achtige site die een artikel schreef met als titel Have adverts on the Tube become too aggressive? Behalve deze advertentie hadden ze er onder andere ook een voor de campagne Stop Top Knots, tegen knotjes voor mannen. Heel geestig.

Natuurlijk is ie niet echt, in reclames zouden potentiële klanten nooit zweterige imbeciel genoemd worden. En die zouden ook niet tot twee keer toe het woord fuck gebruiken. Wat zou het verfrissend zijn als dat eens wel zou gebeuren. Ok, misschien niet die fucks dan. Daarop doordenkend bedacht ik afgelopen dagen dat het geweldig zou zijn als de volgende bibliotheekcampagne eens op die tour zou gaan. Eens wat meer uitgesproken zou zijn en wat meer humor zou hebben. Maar ik begrijp dat dat erg veel gevraagd is en dat zo’n campagne niet past bij onze belangrijkste doelgroep, de Libelle-vrouwen. (dat is een constatering, daar bedoel ik niks lulligs mee)

Landelijke Bibliotheekdag

Zo’n sarcastische campagne is dus niet mogelijk, daarom wil ik graag een ander voorstel doen: laten we volgend jaar een Landelijke Bibliotheekdag organiseren. Een dag waarop we als branche vieren dat we bestaan. Gisteren was het National Libraries Day in Engeland en op Twitter werden driftig verhalen gedeeld: bibliotheken vierden feest, lezers deelden hun favoriete bibliotheekmoment op social media en kwamen naar de bibliotheek om bibliothecarissen bedanken voor wat ze betekend hebben in hun leven. De dag is een initiatief van CILIP, het Britse sectorinstituut. Zij hebben de campagne bedacht, 3 jaar geleden voor het eerst. Er is een website en een hashtag en ze hebben John Lydon (voorheen Johnny Rotten, zanger van de Sex Pistols) een boodschap laten inspreken. Verder organiseren bibliotheken zelf allerlei activiteiten. En ze moedigen vooral lezers aan om iets te doen. Niet alleen openbare bibliotheken vierden feest, ik zag een foto van een universiteitsbibliotheek die een hoekje “gepublic libraried”had met kleurige kleden en kussens om de kinderen van medewerkers te entertainen.

Een soortgelijke oproep heb ik vorig jaar ook al eens gedaan: naar aanleiding van de Amerikaanse National Library Week. Ja, daar hebben ze een hele week. In Amerika is alles groter. Dat stuk van vorig jaar teruglezend vind ik de suggesties die ik toen heb gedaan, nog steeds prima. Mag de VOB zo van me over nemen. Of de KB. Helemaal gratis. En als deze ideeën niet goed zijn schud ik er nog wel een paar uit mijn mouw. Of we schakelen een paar andere bibliothecarissen in om mee te denken. Kunnen we prima. Alles beter dan de laatste marketingcampagne. Maar laten we in elk geval eens iets positiefs organiseren. Vanuit onze eigen kracht. Iets waarmee we de bibliotheek zichtbaar kunnen maken, kunnen laten zien wat we allemaal doen en wat we betekenen voor de samenleving.

Ik word helemaal enthousiast bij de gedachte.