Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Bibliotheek Bibliorura bestaat 100 jaar

Op 3 november jl was er feest in onze bibliotheek. We vierden het feit dat op 3 november 1917 de statuten van de Vereniging Roomsch-Katholieke Leeszaal bij Koninklijk Besluit werden goedgekeurd en dat we dus 100 jaar bestaan. Het hele jaar 2017 is het feest voor onze leden want alle activiteiten die we het afgelopen jaar georganiseerd hebben waren gratis. De maand november is een feestmaand want al onze leden krijgen een cadeautje: een boekje met verhalen over en van de bibliotheek. Over de bibliotheek van vroeger en nu, met interviews en korte artikeltjes en prachtige foto’s.

Dat boekje werd vrijdag gepresenteerd. Daaraan gekoppeld werd het Taalakkoord getekend voor de regio (Roermond, Roerdalen en Echt-Susteren) en werd het Taalhuis geopend. Het was een hele geanimeerde ochtend samen met alle partners die zich in het werkgebied met lezen en schrijven bezig houden.

De boekjes vinden gretig aftrek (inclusief handige jubileumtas) en voor iedereen die nog geen lid is hebben we de hele maand november een mooie ledenwerfactie.  Wij zijn klaar voor de komende 100 jaar.

Je bent bibliothecaris als

Column geschreven voor de Middag van de bibliothecaris, in de Rotterdamse Schouwburg, op 29 oktober 2017. Georganiseerd door Alek Dabrowski.

“Echte” bibliothecarissen beginnen zeldzaam te worden. De klassieke bibliotheekopleiding is al een aantal jaren geleden opgeheven en de grote uitstroom van gediplomeerde bibliothecarissen van pensioengerechtigde leeftijd is begonnen. Is dat erg? Daar kun je over discussiëren, dat heb ik de laatste jaren al vaak gedaan. Dat er nieuwe, jonge, mensen het vak binnenkomen juich ik alleen maar toe en dat er nieuwe expertise op het gebied van leesbevordering, educatie, laaggeletterdheid en communicatie binnenkomt ook. Maar het is niet ondenkbeeldig dat er straks geen enkele bibliothecaris meer over is een bibliotheek en dat lijkt me zeer onwenselijk.

Wanneer ben je dan een bibliothecaris? Moet je per se een diploma hebben van een bibliotheekopleiding die niet meer bestaat? Zo’n diploma helpt wel, maar ik denk dat vooral een kwestie is van ervaring en van mentaliteit. Volgens mij ben je een bibliothecaris als:

* Je in een boekwinkel zonder er bij na te denken een verkeerd geplaatst boek op de juiste plek in het alfabet terug zet.

* Of erger: in een vreemde bibliotheek zonder er bij na te denken in één zwaai de boeken aanschuift. (Want die scheefgezakte boeken zijn toch een beetje zielig.)

* Of nog erger: in de supermarkt of in een warenhuis dingen “goed” gaat zetten. (potje pindakaas bij de appelstroop, potlood tussen de balpennen, daar wordt je iebelig van)

* Je, als je ergens bent je onbewust altijd kijkt hoe de boekenkasten ingedeeld zijn. Niet alleen privé maar ook als je op een zakelijke afspraak bent. (Ik heb vrienden die hun boekenkasten op kleur sorteren. Daar krijg ik elke keer weer een beetje buikpijn van. Al is het een prachtig gezicht.)

* Je op vakantie in het buitenland altijd minstens één bibliotheek wil bekijken. (Altijd handig als je reisgenoten ook bibliothecaris zijn, dat scheelt een hoop onderhandelen)

* Je op verjaardagen altijd moet uitleggen dat bibliotheken nog steeds bestaan, ondanks het feit dat alle gasten op die verjaardag hun boeken zelf kopen / alleen nog maar digitaal lezen. (Ja maar wij zijn er ook niet voor jullie. Want jullie kopen je boeken en jullie kunnen al digitaal lezen. Wij zijn er juist voor die anderen)

* Je op de meest onverwachte momenten gevraagd wordt of je nog een leuk boek weet. (Mijn huisarts. Nog voordat ik kon zeggen wat ik mankeerde: “ik ga binnenkort op vakantie. Weet je nog een leuk boek?”)

* Mensen het nodig vinden om zich bij je te verontschuldigen dat ze niet genoeg lezen, omdat ze het zo druk hebben. (vind ik helemaal niet erg, dat jij niet veel leest. Zolang jij je kind maar voorleest)

* Je niet begrijpt dat mensen niet doorhebben dat de files op de radio worden voorgelezen in numerieke volgorde. (“De radio kan nu wel uit, er zijn blijkbaar geen files op de A2. Hij is al op de A10”)

* Eigenaren van een Little Free Library denken dat ze zich bij jou moeten verontschuldigen. Omdat ze denken dat je hen als concurrent van de bibliotheek ziet. (Nee natuurlijk niet. Want een Little free Library is geen bibliotheek maar een boekenkast die het lezen bevordert. Goed juist)

* Mensen denken dat lezen je hobby is / dat je alle boeken in de bibliotheek gelezen hebt. (Dat geldt voor sommige collega’s ja, dat lezen hun hobby is. Het is mijn vak om iets van die boeken af te weten, niet om ze allemaal te lezen.)

* Bezoekers denken dat je alles weet. Ook het wachtwoord voor hun mail of voor hun DigiD.

Dat laatste is soms wel aandoenlijk. Pijnlijk, en aandoenlijk. En ingewikkeld om uit te leggen dat jij het echt niet weet en dat je er ook niks aan kan doen en dat de computer het ook niet weet. Maar het laat wel zien dat bibliothecarissen serieus genomen worden door hun klanten. Dus dat wat meer zelfbewustzijn helemaal zo gek niet is. En dat we best wat trotser mogen zijn op ons vak. Misschien is het tijd voor een Nederlandse versie van het T-shirt met de tekst “I’m a librarian. To save time let’s assume I’m never wrong”. Dat lijkt me een mooie aanvulling voor de collectie bedrijfskleding van de retailformule.

Aanvulling 6/11/2017: John Valk heeft de hele middag van de bibliothecaris opgenomen en hij was zo vriendelijk om de opname op youtube te zetten. Dus als je me bovenstaande column wil zien voorlezen dan kan dat hier:

Het belang van empathie

Een interessant experiment over empathie. Ik ga er niks over zeggen want ik wil de uitkomst niet verklappen, kijk het filmpje zelf maar.

Een deel uit de serie The Science of Empathy van SoulPancake, een bedrijf dat filmpjes maakt over life’s big questions, opgericht door acteur Rainn Wilson. Dit is een nieuwe serie, in het eerste deel wordt uitgelegd wat empathie precies is en ik neem aan dat er nog meer delen volgen. Eerder maakten ze al series  over Happines en Love.

Belangrijk. Want onze samenleving kan soms wel wat meer empathie gebruiken.

Een nieuwe Airport librarian

Het zal niet veel bibliothecarissen ontgaan zijn dat de Airport Library op Schiphol weer open is. De nieuwe Airport Library was er al weer even maar een paar weken geleden is de vernieuwde Holland boulevard officieel geopend en daarmee ook de bibliotheek. Door Nico Dijkshoorn, die speciaal voor de gelegenheid een gedicht had geschreven.

Voor de niet-bibliothecarissen en de nieuwe bibliothecarissen: de eerste Airport Library heb ik mee opgezet, hier lees je hoe het allemaal begon. Die eerste bibliotheek was een groot succes met jammer genoeg een nogal lullig einde.  Maar gelukkig is het allemaal goed gekomen: Schiphol heeft de Holland Boulevard grondig verbouwd en daar is gewoon weer een nieuwe Airport Library terug gekomen. Niet meer rechtstreeks gerund door de openbare bibliotheken maar door het CPNB, die als een ridder op een wit paard kwam aanstormen toen de bibliotheek echt in de problemen kwam. En het CPNB is ook een beetje van ons, dus op die manier zitten we er toch nog steeds in. Met die nieuwe bibliotheek heb ik niks meer te maken, behalve dan dat ze “mijn” oude collectie gebruikt hebben en dat ik het twitteraccount nog onderhield.

Dat twitteraccount ben ik ooit gestart omdat ik de Airport Library zichtbaar wilde maken, ook voor al die mensen die nooit op Schiphol komen. Toen de bibliotheek dicht ging ben ik gewoon door gegaan met twitteren. Niet meer over wat er gebeurde in de bibliotheek maar over Nederlandse kunst en cultuur, want dat is een van de doelen van de Airport Library: het promoten van Nederlandse kunst en cultuur. Op die manier hield ik de Airport Library toch nog een beetje in leven. Dat was ook handig voor al die mensen die wilden weten wanneer hij nou weer open ging en voor die journalisten die schreven over bibliotheken of over vliegvelden. Maar het was tijd om ook dat over te dragen. Nu de bibliotheek weer officieel open is neemt oud-collega Ria Smith dat van me over. Ria is een van de vrijwilligers van het eerste uur van de Airport Library en ze zit al langer op Twitter dan ik dus dat gaat helemaal goed komen. De vrijwilligers zijn overigens allemaal gepensioneerde bibliothecarissen.

Met ingang van vandaag ben ik dus echt geen airport librarian meer. Na al die jaren toch een beetje raar, want het voelde echt wel als mijn kindje. Maar dat ik vandaag in de krant lees dat er binnenkort een Stationsbibliotheek opent in Rotterdam maakt de cirkel toch weer een beetje rond. Want die twee ideeën kwamen uit dezelfde koker. En dat Nico in dat filmpje hierboven die Russische vertaling van Gerard Reve noemt vind ik ook heel fijn. Want ik had dezelfde gedachte toen ik dat boek aanschafte voor de collectie.

Maar nu laat ik de Airport Library dus echt los. Passen jullie er goed op jongens?

Het riool dat Twitter heet

Omdat Shahak Shapira zich stoorde aan het feit dat Twitter niets deed met zijn verzoeken om beledigende en haatdragende tweets te verwijderen besloot hij in actie te komen. Hij had meer dan 300 discriminerende en zwaar beledigende tweets gerapporteerd maar daar reageerde Twitter nauwelijks op. Als er al een reactie kwam, dan was die dat de tweets niet tegen het beleid van Twitter in gaan omdat ze niet rechtstreeks tot geweld oproepen en dat ze dus niet verwijderd worden.

Shapira besloot daarop om afgelopen vrijdag de meest haatdragende tweets op de stoep van het hoofdkantoor van Twitter in Hamburg te schilderen. Met krijtverf. Hij wilde Twitter confronteren met het riool dat Twitter soms ook is. “Hitler tat nichts falsch, der Holocaust ist eine Lüge” “Retweet if you hate Muslims” stond er toen opeens bij Twitter op de stoep. Met daartussen:  “Ey Twitter, löscht den Scheiß”. Het is nogal confronterend om die teksten zo opeens op straat te zien staan, nog harder en nog akeliger dan op een schermpje. Goeie actie dus. Al heeft het voorlopig nog niks opgeleverd want Twitter heeft nog niet gereageerd. In de commentaren op Youtube vinden veel mensen de actie flauwekul, “want het zijn maar woorden” en “je hoeft het toch niet te lezen”. De bekende argumenten die ook in discussie rondom het seksisme van Geen Stijl gehanteerd werden.

Overigens heeft Shahak al eerder aandacht getrokken, o.a. met zijn Yolocaustwebsite. waarop hij selfies verzamelde die jongeren maakten bij het Holocausmonument in Berlijn. Die website bestaat nog, hij is 2.5 miljoen keer bezocht. De selfies heeft hij verwijderd omdat hij naar eigen zeggen zijn doel bereikt had. Nu is het afwachten wat Twitter gaat doen.

Zomerlezen in een bibliobusje

Weer een nieuwe aanwinst voor mijn verzameling bibliotheken op bijzondere plekken, het liefst met wielen: een minibibliobus. In een item uit een Amerikaanse nieuwsshow.

Joy DeJong is een onderwijzeres uit Iowa die in de zomervakantie met een zelfgebouwde mini-bibliobus rondrijdt om het lezen te bevorderen. Haar belangrijkste doel is om te voorkomen dat kinderen in de zomervakantie stoppen met lezen. Ze heeft het over de “summer slide in reading” dat vind ik een prachtige uitdrukking. Wij zouden zeggen zomerdip, maar summer slide klinkt veel dramatischer.

Ik vind het prachtig: dat schattige bibliobusje in een omgebouwde paardentrailer maar het mooiste is natuurlijk die bevlogen schooljuf. Ze kan het prachtig vertellen en ik ben het gloeiend met haar eens: het is belangrijk om kinderen zo vroeg mogelijk enthousiast te maken voor lezen en dat doe je door ze zo veel en zo vaak mogelijk met goede boeken in aanraking te brengen. Op een leuke manier.

Het is net zo’n mooi initatief als The Uni project, de mobiele boekenkasten van Sam en Leslie Devol, daar schreef ik al eerder over.  Zelfde uitgangspunt, heel andere uitvoering: aan de blokjes onder de Ikeakasten in de bus te zien is Joy door schade en schande wijs geworden, over de meubels van The Uni is goed nagedacht: ze zijn ontworpen door experts en het project is heel professioneel opgezet. Maar de initiatiefnemers zijn in beide gevallen bevlogen mensen die het belangrijk vinden om kinderen op te zoeken om ze met boeken in aanraking te brengen. En of je daar nou de kerk bij betrekt (in het geval van Joy) of designstudenten (bij The Uni) kan mij eigenlijk niet zo veel schelen: zolang die kinderen maar lezen.

Overigens heeft dit bibliobusje ook een eigen twitteraccount waar je meer foto’s kunt zien van de bus in actie.

Een boekenpoetsmachine

“A behind-the-scenes look at how we remove dust from our books. It’s like a mini car wash for books, minus the water!” twitterde de Boston Public Library onlangs. Fascinerend en ook wel een beetje bizar. Ik kan er in elk geval uren naar kijken: naar deze afstofmachine voor boeken. Ik weet niet of alle boeken die in Boston worden teruggebracht door deze machine gaan of dat ze hem alleen gebruiken om de collectie in het magazijn af en toe op te frissen. Openbare bibliotheken hebben in de Verenigde Staten vaak een ander soort collectie dan wij in Nederland, in elk geval die in de steden. Onze Amerikaanse collega’s combineren het vaak met een archief- of bewaarfunctie. En ja, boeken kunnen stofnesten zijn als je ze niet goed bewaard.

Twitter verwees mij ook naar een artikel in het Library Journal, het Amerikaanse vakblad, over book cleaning products. Daar blijkt een hele wereld achter te zitten van apparaten en hulpstukken en technieken. Vooral de filmpjes op youtube opende nieuwe werelden voor me: er zijn speciale stofzuigers waarmee je de bovenkanten van boeken kunt zuigen en verrijdbare schoonmaakmachines waarmee je voor de kast kunt gaan staan en zelfs schudmachines die de bladzijdes laten wapperen. De filmpjes zijn in het algemeen al wat ouder en daarom een beetje traag en pompeus, maar daarom des te hilarischer. Vind ik dan.

Overigens denk ik niet dat ze in Boston de boeken die worden teruggebracht door dit apparaat halen: boeken die zijn uitgeleend zijn juist niet stoffig. Nat soms of plakkerig, dat wel. Dat probleem hebben ze in wetenschappelijke bibliotheek dan waarschijnlijk weer minder: zand tussen de bladzijden, of restjes shag en dode muggen. En limonade of kauwgom op het omslag. Dat los je met een beetje wapperen niet op. Daar heb je een fles glassex voor nodig. Of erger. In ieder geval een fanatieke bibliotheekmedewerker. Het lijkt me niet iets waar je een machine voor kunt bouwen. Maar ik verbaas me nergens meer over.

Het Museum van mislukkingen

Iedereen die het bericht van gisteren in het NRC gemist heeft stel ik graag voor aan het Museum of Failure in Helsingborg, Zweden. Een initiatief van Samuel West, organisatiepsycholoog en innovatieonderzoeker. In zijn museum verzamelt hij mislukkingen, of beter gezegd: hij verzamelt mislukte producten. West is het museum begonnen omdat hij het zat is dat iedereen zo geobsedeerd is door succes, volgens hem zijn mislukkingen veel interessanter.  Every failure is uniquely spectacular, says West, while success is nauseatingly repetitive. In zijn verzameling zitten technische mislukkingen maar ook dingen waarvan je je niet kunt voorstellen dat er in het productieproces echt niemand heeft gezegd “jongens, moeten we dit wel doen?” (de Bic-pen voor vrouwen!). In dit filmpje laat hij een paar voorbeelden zien. Ik vind het leuk.

Waarschijnlijk sloeg ik aan op het krantenbericht omdat ik eerlijk gezegd een beetje genoeg begin te krijgen van succesverhalen. En van innovatie. Ik kan dat woord niet meer horen, zeker niet in bibliotheekverband. Noem het innovatie of innovatief en je krijgt applaus en je idee wordt omarmd. Je kunt er subsidie voor krijgen en prijzen mee winnen. Voldoet het aan een behoefte? Lost het een probleem op? Is het effectief? Nee, maar het is wel innovatief, dus hoera. Hou daar eens mee op. Ga gewoon eens je werk doen en kijk of je dat nog beter kunt doen. Of je je klanten/gebruikers/lezers nog beter kunt helpen. En of er misschien nog nieuwe doelgroepen te bereiken zijn. En nee, dat gaan we dan niet innovatief noemen, dat heet gewoon “invulling geven aan je taak” of “beleid uitvoeren”. Ik vraag me af hoeveel uur de gezamenlijke Nederlandse bibliotheken extra open zouden kunnen gaan als al die landelijke en provinciale subsidies niet in innovatie zouden worden gestopt maar gewoon rechtstreeks in dienstverlening.

En voordat iemand zich nu geroepen voelt om me te gaan uitleggen dat innovatie noodzakelijk is om te overleven en dat reguliere diensten ook vernieuwd moeten worden: dat weet ik heus wel. Maar daar hoef je echt niet zó veel tijd en geld in te steken. Of je moet natuurlijk je eigen dienstverlening zo slecht vinden dat het allemaal anders moet. Maar volgens mij heb je dan een heel ander probleem. En wat betreft de mantra dat je constant moet innoveren, dat je in beweging moet blijven omdat stilstand achteruitgang is: duh, natuurlijk moet dat. Maar daar heb je geen speciale innovators voor nodig, dat is onderdeel van je werk. Iedereen moet kritisch blijven kijken naar mogelijke verbeteringen binnen zijn eigen taak, als het goed is staat dat in je functieomschrijving. Dus hou eens op met die flauwekul.

Helaas is innovatie ook de achterliggende gedachte van het Museum of Failure, hun motto is Learning is the only way to turn failure into success. Want de bedoeling van het museum is dat bezoekers leren van de mislukkingen van anderen. Ze hebben een pop-up museum waarmee ze door Europa reizen en ze zijn van plan om activiteiten te gaan organiseren rondom mislukkingen: een menu vol mislukte gerechten in een chic restaurant of een bierproeverij van mislukte bieren. The crazier the better… Dat vind ik dan toch wel weer erg sympathiek. Overigens kwam West op het idee voor zijn museum toen hij in Los Angeles het Museum of Broken Relationships zag. Ben ik ook wel benieuwd naar.

Een bibliobus (zet het geluid even wat harder)

Dit filmpje bracht me in één klap weer 10 jaar terug, naar de tijd dat de bibliobus nog reed. (Voor de niet-bibliothecarissen onder de lezers en voor de mensen die mij nog niet zo goed kennen: jawel, er rijden nog steeds bibliobussen rond in Nederland. Maar ik had vroeger zelf bibliobussen, totdat ze werden opgeheven)

Want het filmpje geeft zo goed weer hoe zo’n dag op de bus er uit ziet. En ondanks dat het filmpje al 5 jaar oud is en dat de bus in Málaga rond rijdt en niet in Nederland is het allemaal heel herkenbaar. Die lange rit, die drukte, de gezelligheid en vooral al die blije mensen. Bij het stukje waarbij de bus aan het inparkeren is moet ik meteen aan Rina denken, waarvan ik de instructie kreeg: “een beetje duidelijke gebaren maken want je staat een eind weg. Sommige van die dames staan een beetje laf met hun handtas te wapperen, daar heb ik niks aan. Duidelijk zijn want anders gaat het mis.”

En ik weet zeker dat Arno de muziek bij het filmpje leuk vindt.

Het is nu bijna 10 jaar geleden dat “mijn” bussen werden opgeheven, maar ik vind het nog steeds jammer. Want ik vind nog steeds dat een bibliobus een prima voorziening kan zijn. Als je er voor zorgt dat de kwaliteit hoog genoeg is tenminste. En dat kan eigenlijk alleen als je het in een groot verband doet. Dan kun je je collectie heel efficiënt met zoveel mogelijk mensen delen. Maar goed: das war einmal. Al zou ik het een heel goed idee vinden als de bus weer terug zou komen.

Ik kwam nog een ander filmpje tegen, van een bibliobus uit Madrid. Ook leuk, met al die kinderen. En met een blik achter de schermen. Maar ik vind het filmpje hierboven toch echt leuker. En blijf vooral kijken tot het eind, na de aftiteling krijg je nog een toegift.

Hoe het vak uit de branche verdween

Het waren twee heel verschillende dingen die me aan het denken zetten. Of eigenlijk drie. Het begon met een opmerking naar aanleiding van een artikel dat ik had getwitterd over waarom president Trump een privé-bibliothecaris nodig heeft (een leuk artikel, lees het vooral). Naar aanleiding daarvan was ik opeens aan het uitleggen wat het verschil is tussen een classificatie- en een plaatsingssysteem. En terwijl ik twitterde dat meneer Goossens (docent Documentaire Informatiesystemen) trots op me zou zijn schoot me een opmerking van een collega-directeur te binnen die onlangs over een van de huidige bibliotheektrainingen zei dat het een waardeloze opleiding was want “daar leren ze titelbeschrijven”.

Toen realiseerde ik me waarom ik mij steeds zo opwind over het verdwijnen van de bibliothecaris uit de bibliotheek: omdat dit soort basiskennis van het vak uit de branche dreigt te verdwijnen als we niet oppassen. En ja dat is erg. Nee, zeker niet iedereen die in een openbare bibliotheek werkt hoeft te kunnen titelbeschrijven. En nee, ook niet iedereen hoeft te weten hoe je een catalogus opbouwt of hoe je de IFLA regels voor de ISBD toepast. Maar er moeten in elke organisatie een paar mensen zijn die dat wel weten. Die van de hoed en de rand weten. En niet omdat iemand ze snel even de grote lijnen heeft uitgelegd maar omdat ze echt weten waar ze het over hebben. Het hoeven geen specialisten te zijn, die zitten bij de NBD en de KB. Maar in je eigen organisatie heb je mensen nodig die met die specialisten kunnen praten en die ze kritisch kunnen volgen. Is dat een dagtaak? Nee zeker niet, althans niet in de gemiddelde openbare bibliotheek, maar het is wel een belangrijke taak. Dat geldt niet alleen voor titelbeschrijven maar ook voor andere basis bibliotheekprincipes. Wat is het verschil tussen een trefwoord en een hoofdwoord? En tussen een trefwoord en een classificatienummer? Waarom is Siso een classificatie- én plaatsingssysteem en Pim alleen een plaatsingssysteem? En waarom is het ene wel of niet beter dan het andere? Allemaal heel erg on-sexy vragen. En je stelt ze zeker niet elke dag en zelfs niet elk jaar; maar dat maakt ze niet minder belangrijk, want principieel. Omdat we het over dat soort principiële dingen nog maar zelden hebben in de openbare bibliotheekwereld (want hoera, NBDbiblion regelt dat voor ons) realiseren veel mensen in de branche zich niet welke systemen en structuren de grondslag vormen van het bibliotheekwerk. Dát er überhaupt meer systemen zijn dan je op het eerste gezicht ziet. Met als gevolg dat als er eens een discussie over gevoerd moet worden dat al snel wordt afgedaan als geneuzel “want waar hebben we het eigenlijk over?”. Inderdaad: jij weet niet waar deze discussie over gaat maar dat wil niet zeggen dat het niet belangrijk is.

Voor alle duidelijkheid: ik had een hekel aan het vak Documentaire informatiesystemen. Ik vond het ontzettend saai en ik zag er absoluut het nut niet van in. Net zoals ik ook niet begreep waarom meneer Van Nistelrooij zo enthousiast werd van het uitleggen van het UDC. Al was dat enthousiasme wel heel aandoenlijk. Maar ik was 18 toen en het personeelsbestand van openbare bibliotheken bestond voor meer dan de helft uit mensen met een bibliotheekopleiding. Tijdens werkoverleggen, of zelfs tijdens koffiepauzes, werd er soms eindeloos gediscussieerd over de catalogus, over trefwoorden en over wel of geen dubbelplaatsing. Bij dat soort discussies haakte ik meestal snel af. Dat mocht, want ik was de jeugdbibliothecaris dus ik had een andere taak. Maar ik snapte de discussie wel en ik kon (als het moest) ook meepraten want er was genoeg blijven hangen van wat ik op de bibliotheekacademie had geleerd. Als over 20 jaar de laatste mensen met pensioen gaan die nog een klassieke bibliotheekopleiding hebben gehad is er niemand meer over die dat nog kan. Althans: zolang er geen nieuwe opleiding terug komt.

Maar is dat eigenlijk niet ontzettend achterhaald allemaal? Als die nieuwe bibliotheekopleiding op hbo-niveau er ooit komt, moet al dat gedoe dan nog onderwezen worden? Die bibliotheken die bestaan nou toch gewoon? En het gaat toch goed? En er zijn toch veel belangrijkere zaken waar je je als bibliotheek mee moet bezig houden dan de catalogus en titelbeschrijvingen? Het sociaal domein, laaggeletterdheid en educatie bijvoorbeeld? Ja, dat zijn belangrijke onderwerpen waar we zeker veel energie in moeten stoppen, maar we moeten de basis niet vergeten. De bibliothecaris in het artikel dat ik hierboven noemde benadrukt het belang van een classificatiesysteem nog eens. In de Verenigde Staten is Information Resources onderdeel van het curriculum van de studie Library en Information Sciences en dat vak gaat onder andere over: standards for information organization and access, including cataloging rules and formats, content analysis, indexing, classification. Het is maar een van de vele vakken binnen de studie en ik wil zeker niet beweren dat in een nieuwe Nederlandse bibliotheekopleiding net zo veel uur besteed moet worden aan Classificeren, Sorteren en Documentaire Informatie als in onze tijd, want wij hadden die vakken een heel jaar lang, soms zelfs twee jaar. Maar dat er structurele aandacht voor moet zijn staat wat mij betreft buiten kijf. En dat we zuinig moeten zijn op de mensen in de branche die nog over dit soort basiskennis beschikken ook.

En voor wie het niet herkend had: het plaatje hierboven is de klassieke beginscene van Ghostbusters, in de New York Public Library.