Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Kanttekeningen bij de beste bibliothecaris verkiezing

bord

Let op: met nawoord!

Over een paar weken begint de verkiezing van beste bibliothecaris van Nederland weer. In Maart maakte Bibliotheekblad de genomineerden al bekend. En voor wie dat gemist had, dat zijn: Margot Bosch, Jeroen de Boer en Erik Boekesteijn.

Voordat ik mijn kanttekeningen ga zetten bij die verkiezing eerst een disclaimer: de beide genomineerde heren ken ik  persoonlijk en ik ben nogal op ze gesteld. De genomineerde dame kende ik tot voor kort helemaal niet. Dat zou kunnen betekenen dat ik bevooroordeeld ben. Zoiets valt natuurlijk niet uit te sluiten, maar mijn bezwaren gaan niet over het feit dat ik de ene genomineerde aardiger vind dan de andere maar mijn belangrijkste bezwaar is een principiële kwestie.

Want ik vind het absoluut bizar en onvoorstelbaar dat voor de verkiezing van beste bibliothecaris drie mensen genomineerd zijn die geen van allen bibliothecaris zijn. En dan bedoel ik niet eens dat ze niet op de Bibliotheekacademie gezeten hebben, want wie heeft daar tegenwoordig nou nog wel op gezeten? Maar ze hebben geen van allen een opleiding die daar maar enigszins bij in de buurt komt. En, wat nog erger is: ze werken ook geen van drieën als bibliothecaris, hebben dat volgens mij ook nooit gedaan zelfs. Hoe kun je nou beste bibliothecaris van Nederland worden als je nog nooit een uitlening hebt gedraaid? Als je nooit op een jeugdafdeling hebt gestaan op de eerste dag na de schoolvakanties? Als je nooit voor een bejaarde meneer een boek hebt moeten uitzoeken “dat best een beetje pittig mag zijn maar niet te dik want anders kan ik het niet goed vasthouden”. Als je nooit een mevrouw met tranen in haar ogen aan je bureau hebt gehad die op zoek was naar dat ene nummer dat ze wil draaien op de begrafenis van haar net overleden moeder. Of een klassenbezoek/leeskring/digitaal cafe/spreekuur/peuterochtend hebt georganiseerd?

Van beide heren kan ik me nog voorstellen dat ze een van bovenstaande activiteiten in het verleden wel eens hebben gedaan, of daar in elk geval een beeld bij hebben. Hun projecten zijn ook wel echte bibliotheekprojecten, gericht op het verbeteren van het bibliotheekwerk. Maar Margot Bosch is een Expert in Online Communications, Personal Branding, Social Media. Voor degenen die haar niet kennen: ze is projectleider van het landelijke Social Media team. Dat doet ze prima volgens mij, bijna 30.000 volgers voor het Twitteraccount van @Bibliotheek is indrukwekkend, maar dat maakt haar nog geen bibliothecaris.

Ik begrijp heel goed dat mensen vinden dat Margot, Jeroen en Erik eens in het zonnetje gezet moeten worden en daar ben ik ook helemaal niet tegen. Maar ik ben er wel tegen om hen uit te roepen tot beste bibliothecaris, want dat zijn ze niet.

Laten we vanaf de volgende verkiezing ieder jaar een andere functiegroep binnen de branche in het zonnetje zetten. Dus dan kiezen we het ene jaar de beste bibliotheekmarketeer en het andere jaar de beste mediacoach, medewerker Klant- en Leenservice of bibliotheekdirecteur van Nederland. In dat eerste geval mag Margot Bosch van mij meteen winnen, in het laatste geval nomineer ik mijn eigen directeur. Want Hans Portengen mag ook wel eens in het zonnetje gezet worden. Qua directeur.

Voor dit jaar moeten we voor de verkiezing voor beste bibliothecaris kiezen uit twee bibliotheekinnovatoren en een marketeer. Dan wint de marketeer dus. Anders ze zou haar werk niet goed doen. Want meeste stemmen gelden in deze verkiezing.

Nou ja, wint er eindelijk eens een vrouw. Dat wordt wel eens tijd.

Overigens heeft Jeroen op zijn blog ook aangegeven dat hij er niet gelukkig mee is dat de verkiezing nu uitsluitend een kwestie is van de meeste stemmen verzamelen. Lijkt me al een reden om op hem te stemmen. Maar ik wil natuurlijk niemand beïnvloeden…

Naschrift 29/8/2015

Bovenstaand blog heb ik gistermiddag geschreven. Daar zijn veel reacties op gekomen van uiteenlopende aard. Veel mensen zijn het  met de strekking van het verhaal eens, maar een aantal mensen schijnt ook te denken dat ik de genomineerden geen prijs gun. Dat misverstand wil ik bij deze graag uit de weg ruimen. Ik gun iedereen een prijs en zeker deze mensen, die veel voor ons vak betekend hebben. Maar ik vind het vreemd dat we ze dan uitroepen tot beste bibliothecaris, want dat zijn ze niet (dacht ik). Als de titel was geweest “beste bibliotheekmedewerker” dan had je me niet gehoord, zoals ik ook al schreef. Dat kun je een semantische discussie noemen, zoals Edwin doet, maar ik hecht nou eenmaal aan de titel van bibliothecaris. Daar is de afgelopen jaren zo meewarig over gedaan dat ik het graag voor de term opneem.

Een ander punt, en dat is wat mij betreft veel belangrijker, is dat ik hierboven zeg dat ze geen van drieën bibliothecaris zijn. Dat is aantoonbaar niet waar voor wat betreft Erik en Jeroen. Jeroen heeft gewerkt als muziekbibliothecaris en Erik heeft meer dan 20 jaar in de directe dienstverlening gewerkt. Erik heeft via twitter laten weten dat die opmerking hem pijn doet en dat was absoluut niet mijn bedoeling. Dat had ik ook wel kunnen weten want in zijn This week in Libraries toont hij telkens weer zijn liefde voor bibliothecarissen. Dus bij deze mijn excuses aan Erik en Jeroen, ik had mijn punt beter op een andere manier kunnen maken.

Want feit blijft dat Margot echt geen bibliothecaris is, maar iemand die sinds 2013 als marketeer in de branche bezig is. Dus blijf ik me afvragen waarom zij genomineerd is voor de titel van ‘beste bibliothecaris’. Met alle respect voor wat ze tot nu toe heeft bereikt. Maar de titel van ‘beste bibliotheekmarketeer’ lijkt me dan meer voor de hand liggen.

Hoe protesteer je bij de bieb? Door te lezen natuurlijk!

Vorig jaar besloot de National Library Board (NLB) van Singapore om een aantal kinderboeken uit de collectie te verwijderen. Boeken die depict “alternative lifestyles” and “non-pro-family” values. Prentenboeken waar homoseksualiteit in voorkomt, of eenouder gezinnen. Dit gebeurde volgens de NLB na Public feedback. Met andere woorden: na klachten uit het publiek, of uit de politiek. Of waarschijnlijk allebei. Uit protest tegen het verwijderen van de boeken en vooral uit protest tegen de aankondiging dat de boeken vernietigd zouden worden werd er een protestactie georganiseerd bij de bibliotheek. “Lets read together’, mensen werden opgeroepen om op de stoep van de Nationale Bibliotheek de verbande boeken te komen lezen en de verhalen te delen. Aan dit filmpje te zien was de actie een groot succes.

Het filmpje is nogal lang; het zijn interviews met bezoekers: ouders, kunstenaars en schrijvers. Pas rond minuut 9 komen de organisatoren aan het woord. Waarom ik het filmpje toch graag deel is omdat ik het allemaal zo dubbel vind: censuur door een bibliotheek is bizar en onvoorstelbaar. Zeker door de Nationale Bibliotheek die toch een voorbeeldfunctie heeft. De reactie van het Singapoors publiek is daarentegen zo ontzettend beschaafd. Geen geschreeuw en gescheld maar je kinderen voorlezen op de stoep van de bibliotheek. En zo de verbande boeken extra aandacht geven.

Het protest heeft in zoverre geholpen dat de boeken niet vernietigd worden maar van de kinderafdeling verplaatst worden naar de volwassenafdeling. Zodat ze alleen nog maar door volwassenen geleend kunnen worden.

 

Wereldliteratuur en t-shirts

hamletEigenlijk had dit gewoon een kort stukje moeten worden over die leuke t-shirtjes die ik toevallig tegenkwam  maar al bladerend op de website van Litographs, de makers van die shirts, kwam ik er achter dat ze veel meer doen dan dat. Het begon allemaal met het drukken van posters, waarop ze de hele tekst van een boek (althans, voor zover dat past) in een grafische illustratie afdrukten. Daarna kwamen er t-shirtjes en nu zijn er ook tassen.

In het filmpje hieronder zie je Danny Fein, initiatiefnemer van Litographs, uitleggen hoe het precies werkt. Dit filmpje heeft hij gemaakt voor Kickstarter, om geld in te zamelen zodat ze het project uit konden breiden van posters naar t-shirts. Daar begonnen ze mee in 2012, inmiddels hebben ze meer dan 150 verschillende shirts in de aanbieding. Fein is overigens een computerprogrammeur, die ooit als oefening begon met het omzetten van tekst in een afbeelding. Inmiddels heeft hij een team van grafische vormgevers om zich heen verzameld die de illustraties ontwerpen.

Hun nieuwste actie is een lijn van temporary tatoos, oftewel plakplaatjes. Ook weer met literaire citaten. Nou kenden we zoiets al langer van Plint, maar het blijft leuk. Vooral omdat ze er bij Litographs meteen een actie aan gekoppeld hebben: ze gaan een tattoo chain maken. De volledige tekst van Alice in Wonderland in 5258 plakplaatjes op even zovele mensen. Mooi. En dat allemaal: To celebrate the importance of books in our lives. Het project is bijna uitverkocht, er zijn nog een paar plaatsen over.

En alsof dat allemaal nog niet leuk genoeg is, steunen ze ook nog eens een goed doel. Want: we see Litographs as a way to share the power of books with more people. We’re committed to promoting literacy all over the world — to make a direct impact, we proudly partner with the International Book Bank to send one new, high-quality book to a community in need for each poster, t-shirt, and tote bag we sell, and for every five tattoos.

Als dat geen leesbevorderaars zijn dan weet ik het ook niet meer.

The best book I’ve ever worn

Naschrift: Jeroen wees mij op Out of Print. Een kledinglijn met afbeeldingen van boekomslagen. Anders, maar ook leuk.

Gezocht: inzendingen voor de IVI Award

IVI awardVorig jaar heb ik al eens geschreven over hoe ik betrokken raakte bij de Stichting Innovatie voor Informatie en bij de prijs die zij uitreikt, de IVI Award. Ik zit nog steeds in het bestuur en ook dit jaar wordt die prijs weer uitgereikt. De procedure is hetzelfde, de voorwaarden ook, alleen de prijs is anders: in plaats van 12.500 euro kun je dit jaar 15.000 euro winnen. Niet in contant geld maar aan innovatie support. Dat klinkt misschien een beetje suf, maar het komt er op neer dat de winnaar samen met de sponsors gaat bekijken hoe en waarmee die het winnende project of de organisatie het beste kunnen ondersteunen. Het zijn nogal verschillende sponsors, die je dan allemaal gaan ondersteunen. Dus als je dat zou willen dan kun je én ondersteuning krijgen bij de ontwikkeling van interactieve content of serious gaming én een training in bijvoorbeeld klantgericht ondernemerschap én ondersteuning bij je communicatieplan, én hulp bij de ontwikkeling van storytelling tools, narrow casting en digitale marketing. Echt een hele mooie prijs dus, al zeg ik het zelf.

En je hoeft mij niet te geloven want het Brabants Historisch Informatie Centrum, de winnaar van vorig jaar, komt bij de prijsuitreiking vertellen wat zij met de prijs gedaan hebben. Dat is een van de doelstellingen van de prijs: dat kennis en ervaring gedeeld wordt en wie wil er nou niet leren van het BHIC? De prijs wordt ook dit jaar weer uitgereikt op het KNVI congres, we krijgen dit keer een eigen track. Daarin gaat BHIC vertellen over hun website, waarmee ze vorig jaar de prijs wonnen, en over hoe ze de prijs besteed hebben. En daarna worden de genomineerden voor dit jaar gepresenteerd en wordt uiteindelijk dus een winnaar bekend gemaakt.

Voor het aanwijzen van een winnaar hebben we ook dit jaar weer een mooie jury bij elkaar gekregen. De voorzitter is net als vorig jaar Bas Savenije, de overige juryleden zijn nieuw. Dat zijn Henriëtte de Kok, Dafne Jansen en Björn Stenvers. Ik vind het een mooie mix van jong en oud, universitaire en openbare bibliotheken en musea.

Elke organisatie die zich bezig houdt met informatievoorziening kan meedoen. Dus heb je een innovatief project in je organisatie: meld het aan. Dat is dit jaar nog gemakkelijker dan vorig jaar, toen moest je nog een soort van formuliertje invullen, nu is het sturen van een mailtje voldoende. Dat mag een heel lang mailtje zijn, of een heel kort mailtje, dat mag je zelf bepalen. Wij leggen alle inzendingen voor aan de jury en die stelt daaruit een shortlist vast. Simpel toch? De inzendtermijn sluit op 30 september, dus je hebt nog even. Maar misschien kun je al eens nadenken over wat je wil inzenden. En waar je de prijs voor gaat inzetten…

Nooit meer vast

telefoons

Ik voel me geamputeerd. Het is al bijna twee weken geleden gebeurd, maar ik ben er nog steeds niet aan gewend. Zodra ik thuis kom is nog steeds het eerste wat ik doe: kijken of het lampje van mijn antwoordapparaat knippert. Maar dat knippert niet meer. Dat deed het overigens de laatste tijd nog maar zelden. Die ene vriendin die regelmatig belt houdt niet van iets inspreken. En andere vrienden bellen mijn mobiel of sturen een appje als ik niet thuis ben. De meesten vrienden bellen trouwens überhaupt niet meer, daar communiceer ik uitsluitend mee via sms, Whatsapp of via de mail. Of via Facebook en Skype.

Op de factuur van de KPN kon ik precies zien dat ik mijn vaste telefoon vrijwel uitsluitend gebruikte om met die ene vriendin te bellen en met mijn moeder en mijn zus. Lange telefoongesprekken zijn dat meestal, we hebben altijd veel te bespreken. Maar elke keer als die rekening kwam zag ik weer hoeveel ik betaalde aan abonnementskosten en hoeveel aan het feitelijke bellen. En het leek alsof dat verschil steeds groter werd. Dat viel de KPN denk ik ook op want die bleven me bestoken met telefoontjes over hun alles-in-een-pakket. Telefoontjes waar ik steeds geïrriteerder op reageerde. Ik wil mijn abonnementen best aan elkaar koppelen. Graag zelfs. Zeker als me dat geld bespaart. Maar niet als ik daarom ook tv moet gaan kijken via KPN. Want dat wil ik niet. Dus bleef ik de jongens en meisjes van KPN maar afwimpelen, net zoals ik die van de kabelboer afwimpelde die wilden dat ik zou gaan bellen via de televisie. Heel irritant allemaal. In plaats van dat ze blij zijn met zo’n trouwe klant doen ze alsof je niet goed bij je hoofd bent.

En toen las ik in de brief over de nieuwe tarieven van KPN: omdat minder klanten alleen een vaste telefoonaansluiting gebruiken, gaan de kosten per aansluiting omhoog. Daar lijkt weinig tegen in te brengen, kwestie van boekhouden. Maar het is natuurlijk niet zo dat de kosten die ze daadwerkelijk voor mij maken, de out-of-pocket kosten zal ik maar zeggen, dat die hoger worden. Het is gewoon een formulering die Bob Mols, Directeur Klantenservice, heeft verzonnen om die rare kostenstijging te verklaren. En opeens had ik er zo genoeg van: van die newspeak en van dat gemanipuleer en van dat idee dat klanten alleen maar lastig en dom zijn. Ik besloot om mijn vaste telefoonaansluiting op te zeggen. Want het was toch eigenlijk wel heel ouderwets, zo’n vaste telefoonlijn, alleen voor die drie mensen die ik er mee belde.

Het besluit had ik heel snel genomen, de uitvoering liet nog even op zich wachten. Althans: de brief bleef nog een poosje op het to do stapeltje liggen. Waarschijnlijk omdat ik het zelf toch wel een stap vond. Maar uiteindelijk is het er toch van gekomen: sinds twee weken doet mijn vaste telefoonaansluiting het niet meer. En dat heeft toch iets meer impact dan ik van te voren ingeschat had. Om te beginnen dat antwoordapparaat. Ik was me er niet van bewust dat ik dat controleer als ik thuis kom. Ook als ik ‘s ochtends uit de douche kom. Dat is denk ik nog een overblijfsel van mijn tijd bij de bibliobussen: toen knipperde het lampje wel eens om kwart over 7 omdat Martine van de planning gebeld had over acute problemen met het weer (er is storm op komst, gaan we rijden of niet?) of het rooster. Met als dieptepunt dat belletje over die bus in Rotterdam die uitgebrand was die nacht.

Afscheid nemen van een vaste telefoonaansluiting betekent ook afscheid nemen van mijn vaste telefoonnummer. Het nummer dat ik al meer dan 20 jaar heb. Dat ik zelf mocht uitzoeken, uit een rijtje van drie als ik me niet vergis. We waren toen in Amsterdam net, als eerste, overgestapt op 10-cijferige telefoonnummers dus in het begin moest ik vaak uitleggen dat dit echt het goede nummer was. Dat er niet een cijfer te veel in stond. De eerste jaren werd ik er af en toe op gebeld door oudere dames die dachten dat ze een fourniturenzaak in de Van Woustraat belden. Nooit begrepen hoe dat precies zat.

En afscheid van mijn vaste telefoon betekent ook dat ik nu alléén nog maar te bereiken ben via mijn mobiel. Dat betekent dat ik moet zorgen dat hij binnen gehoorsafstand is en dat de batterij is opgeladen, dus geen piepjes uit mijn tas meer dat de accu nog maar 5% heeft. En dat als ik mijn telefoonnummer moet opgeven in een winkel omdat ze me gaan bellen als de bestelling er is, dat ik dan mijn mobiele nummer moet geven. Nooit meer denken: “spreek maar in op mijn voicemail, dan merk ik het vanzelf wel” want die voicemail, die zit nu in mijn tas. Onder handbereik.

Voorlopig laat ik het antwoordapparaat nog even staan. Er staan wat berichten op van mensen die dat niet meer kunnen, een bericht achter laten. Die wil ik nog even bewaren. En ach, die telefoon: die laat ik ook nog maar even staan. Is anders ook zo kaal. Ik vraag me wel af of mijn mobiele telefoon altijd al zo’n matig bereik had in mijn woonkamer. Of is dat de wraak van de KPN omdat ik mijn vaste lijn heb opgezegd? Ik zal er wel aan wennen. Ik moet wel. Want ik heb nooit meer een vaste telefoonlijn.

Hoe belangrijk taal is

Dit is Patrick Otema, een 15-jarige jongen uit Oeganda. Hij is doof. Hij kan met niemand communiceren en leeft dus erg geisoleerd totdat er een leraar gebarentaal langs komt in zijn dorp. Let op zijn ogen als hij opeens begrijpt wat taal is.

Ontroerend. En hét bewijs van hoe belangrijk het is dat je kunt communiceren, dat je taal hebt. In welke vorm dan ook.

Het filmpje is een clipje uit Unreported World, een Britse documentaireserie van Channel 4. Voor wie zich afvraagt hoe het verder gaat met Patrick, of  voor wie nog steeds niet overtuigd is van het feit dat het hebben taal het verschil kan maken hier het filmpje nog een keer, aangevuld met een onderdeel “10 weken later”. De eerste twee-en-een-halve minuut is dus hetzelfde, die kun je overslaan. Of niet natuurlijk, dan kun je alvast een zakdoek te voorschijn halen.

 

Bibliothecarissen in de oorlog

bibliothecarissen in oorlog

Vorige week zag ik het op verschillende media langskomen: dit verhaal over de rol van Amerikaanse bibliothecarissen tijdens de 1e Wereldoorlog waarin de activiteiten worden beschreven van Amerikaanse bibliothecarissen tijdens beide wereldoorlogen. Op verzoek van het Ministerie van Oorlog werden er bibliotheken ingericht in ziekenhuizen en op legerbases (de Camp Libraries)  en werden er boeken ingezameld om naar de soldaten aan het front te sturen. Er was zelfs een aparte afdeling binnen de American Library Association: de Library War Service.

ww2 bieb

De boeken die binnenkwamen via de zgn. ‘bookdrives’ werden stuk voor stuk bekeken want niet zomaar alles mocht naar het front: alleen de boeken die boosted morale, provided connections to people back home and offered technical guidance kwamen door de selectie. De boeken die bestemd waren voor de militaire ziekenhuizen moesten de lezer helpen bij het verwerken van fysieke en emotionele pijn. En certain books helped to alleviate homesickness, chase away boredom and provide training to those who wanted to land jobs when they returned home. Het was dus niet zomaar een collectie, in die Camp Libraries, maar ze had een heel duidelijk doel.

Alleen al tijdens de Eerste Wereldoorlog verstuurden ze meer dan 10 miljoen boeken, werden er op ruim 500 locaties bibliotheken ingericht en 36 Camp Libraries opgericht. Ze hadden zelfs een bibliobus, kijk hier maar. Of althans, een mobiele vestiging. Ik ga er van uit dat die auto niet helemaal naar Frankrijk ging.

Toen ik las over die Camp Libraries snapte ik die posters die je af en toe tegen komt over Amerikaanse bibliotheken uit de oorlog opeens een stuk beter. Ik verzamel ze op mijn Tenaanval bord op Pinterest, maar nu begrijp ik pas echt wat de bedoeling er van was. De poster hiernaast is uit 1917, maar ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er boeken ingezameld voor de frontsoldaten.

Eerlijk gezegd werd mijn aandacht in eerste instantie vooral getrokken door die foto hierboven, want die begreep ik niet zo. Vanwege die uniformen. Volgens het bijschrift zijn het American Library Association volunteers in Paris on Feb. 27, 1919. Nou weet ik niet zeker of de uniformen die ze dragen de reguliere militaire uniformen zijn of dat de bibliothecarissen hun eigen uniform hadden. Voor het verhaal neem ik maar aan dat dit speciale militaire bibliotheekuniformen zijn. Is toch net even leuker. Het is me ook niet duidelijk of het allemaal vrijwilligers waren, in die bibliotheken. Want die Camp Libraries waren niet onbemand, in die militaire kampen was wel degelijk een bibliothecaris aanwezigOf zouden dat ook vrijwilligers zijn geweest?

Al lezend ging ik mij toch afvragen hoe dat in Nederland zat, wat Nederlandse bibliothecarissen zoal deden tijdens de wereldoorlogen. De situatie is natuurlijk totaal verschillend maar toch. Over de situatie tijdens de Tweede Wereldoorlog is zijdelings te lezen bij Annejet van der Zijl’s Anna in de hoofdstukken over de jaren van Annie M.G. Schmidt in de bibliotheek van Vlissingen. In het standaardwerk van Paul Schneiders zijn beide wereldoorlogen ondergebracht in het hoofdstuk 1914 – 1964. Daarin wordt relatief veel aandacht besteed aan de ontwikkelingen op documentatiegebied en minder aan openbare bibliotheken. Volgens Schneiders werd de Tweede Wereldoorlog door veel bibliothecarissen ervaren als een onaangenaam, erg vervelend intermezzo. Klinkt toch een stuk minder idealistisch dan de Camp Librarians van de ALA.

Over bibliothecarissen tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft Scheiders weinig te melden, hij noemt vooral de bibliotheken van de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen die hun leeszalen extra lang opstelden zodat gemobiliseerde soldaten er gebruik van konden maken. Op zijn prachtige blog Libriana (volg dat blog!) heeft Hans Krol een heel artikel gewijd aan de bibliotheken van de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen maar ook daar is het onderdeel WO I erg klein. Daar kwam ik ook onderstaande flyer tegen. nutsleeszaal WOI

 

De Leeszaal is open van 10 uur ‘s ochtends tot 10 uur ‘s avonds. Hoezo moderne tijd? Hoezo ontmoetingsfunctie iets nieuws? We doen het al honderd jaar blijkt hier. Het lijkt me dat deze leeszaal dus wel degelijk op ideële gronden een duidelijke functie invulde. Jammer dat er verder zo weinig bekend is over de geschiedenis van de Nederlandse Openbare Bibliotheken. Qua interessante verhalen bedoel ik dan.

De invloed van bibliotheken

carnegieBevat niks nieuws, dit plaatje. Althans niet voor ons. Maar wel aardig om te gebruiken als je weer eens ergens moet uitleggen dat bibliotheken meer doen dan alleen maar boeken uitlenen. Het komt uit The impact of public libraries on wellbeing, een brochure van The Carnegie UK Trust. De details zijn hier misschien niet zo duidelijk te zien, maar in de brochure zelf wordt besproken hoe bibliotheken invloed hebben op sociaal, cultureel, educatief en economisch vlak.

De Carnegie Trust is een Britse organisatie die tot doel heeft het leven van mensen te verbeteren. Klinkt heerlijk duidelijk. Maar het staat er echt: op al hun brochures en op hun website: The Carnegie UK Trust works to improve the lives of people throughout the UK and Ireland, by changing minds through influencing policy, and by changing lives through innovative practice and partnership work. The Carnegie UK Trust was established by Scots-American philanthropist Andrew Carnegie in 1913. Daar krijg ik altijd een beetje warm van, als ik zoiets lees.

Andrew Carnegie richtte niet alleen die trust op maar hij was ook een fervent oprichter van openbare bibliotheken. Helemaal in lijn met zijn ideeën over het verbeteren van levens. Meer dan honderd jaar geleden, maar nog steeds (of weer?) actueel.

Ja, het zijn tuttige plaatjes, althans dat vind ik, maar die neem ik graag voor lief als de boodschap zo duidelijk, helder en positief is.

Boekenmonument

hesselberg aarhusSusanna Hesselberg, “When My Father Died It Was Like a Whole Library Had Burned Down” (2015)

Voor het beeldenfestival Sculpture by the sea in het Deense Aarhus maakte de Zweedse kunstenares Susanna Hesselberg dit kunstwerk. Ik kan er verder weinig informatie over vinden, over dit werk, maar ik vind het wel een ijzersterk beeld, zo’n mijnschacht vol boeken. Die titel roept allerlei associaties op. Met het overlijden van die vader verdwijnen natuurlijk ook al zijn verhalen, althans: dat denk ik. Maar misschien heeft Hesselberg daar wel een hele andere gedachte bij, of heeft ze zijn verhalen ergens vastgelegd. Zit die vader in die bibliotheek? Of zit zijn geest in die boeken? Is die vader begraven in die boeken? Zijn die boeken in dat “graf” van haar vader of heeft ze gewoon een tweedehands boekwinkel leeggekocht? Hoe diep is die schacht? Waarom staan die boeken met de rug naar buiten? En zit er een systeem in de manier waarop die boeken gestapeld zijn? Maar de allerbelangrijkste associatie is natuurlijk die met het monument voor de boekverbranding op de Bebelplatz in Berlijn. Daar is dit dan weer het negatief van. Of het tegengestelde. Iets om nog lang over na te denken in elk geval.
hesselberg aarhus2

hesselberg aarhus1

Fijn detail is overigens dat deze sculptuur biennale mede op initiatief van het Deense kroonprinselijke paar is georganiseerd, dit jaar voor de vierde keer. De eerste keer was in 2009. Kroonprins Frederik en zijn vrouw Mary lieten zich voor de biennale inspireren door Sculpture by the Sea in Bondi, Australië. Die wordt al sinds 1997 georganiseerd. Niet toevallig, dat Australië, want daar komt prinses Mary vandaan. Als je het kunstwerk wil zien moet je trouwens snel zijn, de tentoonstelling duurt nog tot 5 juli a.s.

Werner Herzog in de NYPL

Werner Herzog was vorige week te gast in de bekende serie LIVE at the New York Public Library, waarin directeur Paul Holdengräber schrijvers en kunstenaars interviewt. De Duitse regisseur haalde de krant met zijn uitspraak dat jonge mensen tegenwoordig niet meer lezen. “Young people do not read anymore. They read Twitter, Facebook, but they do not read coherent stories. They do not have a sense for conceptualizing. They have no sense of language anymore.” 

Daar kun je iets van vinden, van die uitspraak, maar daar gaat dit stukje niet over. Want ik wil graag bovenstaand filmpje met jullie delen. Blijkbaar is Herzog met een zekere regelmaat te gast in de NYPL en van een zijn vorige interviews is dit filmpje gemaakt. Laat je niet afleiden door de spuuglelijke tekening als startscherm want ik vind het heel bijzonder. Ten eerste omdat het een inhoudelijk interessant verhaal is wat hij vertelt (Was the 20th century a mistake?) maar ook door de manier waarop het in beeld gebracht is. Het beeld ondersteunt het geluid, het maakt iets extra’s duidelijk. En het bijzondere is dat het live-drawings zijn, kunstenaar Flash Rosenberg maakte ze live, tijdens het interview. Na afloop zijn ze aan elkaar gemonteerd tot een samenhangend filmpje. Rosenberg was in 2010 Artist in residence bij de NYPL en maakte toen meer van dit soort Conversation Portraits, o.a. van interviews met John Waters en Jay-Z

Heel bijzonder, die twee mannen met dat enorme Duitse accent, al is Holdengräber gewoon in Texas geboren, uit Oostenrijkse ouders. Zoals gezegd: Herzog is regelmatig te gast en er zijn meer filmpjes van zijn interviews te vinden op het Youtube kanaal van de NYPL, maar dat zijn toch vrij saaie filmpjes van pratende mannen (al is het filmpje waarin hij Go the f**ck to sleep voorleest best geestig). Zo’n geïllustreerd verhaal is toch net wat leuker. Vind ik dan.