Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

De culturele dienstplicht van kunstenaars

De Akademie van Kunsten is een onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en wil de plek zijn voor “debat over de waarde van kunst in de samenleving en over de relatie tussen kunst en wetenschap”. Dat doen ze op verschillende manieren: door het organiseren van lezingen, door de discussie op te zoeken en ook door het organiseren van projecten.

Hun nieuwste project is de Culturele Dienstplicht. De ambitie van dit project is “om iedere 14-jarige in Nederland minimaal eenmaal in zijn/haar leven in direct contact te brengen met mensen die kunst maken. Direct, ‘live’ contact.” Dat doen ze door leden van de Akademie van Kunsten (allen kunstenaars) hun praktijk naar scholen te laten brengen: de makers komen naar de klas en praten over hun werk. Zij gaan met de kinderen in gesprek en leggen het belang van kunst uit. De eerste kunstenaar die zijn culturele dienstplicht vervulde was ontwerper Gijs Bakker.

Eerlijk gezegd klikte ik het filmpje van dat bezoek een beetje ongerust aan, want het leek me een recept voor mislukking. Zeker als je die foto’s ziet. Een ontwerper die zulke abstracte sieraden ontwerpt, kan die wel contact maken met van die Limburgse pubers? Mijn onrust was geheel onterecht, kijk zelf maar even. Ik vind het geweldig. Ja misschien geven die kinderen sociaal wenselijke antwoorden en Gijs Bakker is natuurlijk een vriendelijke opa (dat mag ik zeggen want hij is 76) maar toch. Een aantal leerlingen uit deze klas gaat deze les nooit meer vergeten en daar gaat het om lijkt me.

Culturele dienstplicht: Gijs Bakker bezoekt het Dendron College in Horst.

Kan er niks aan doen maar ik vind het bijna ontroerend: die kinderen die ondanks zichzelf geïnteresseerd raken in wat die man daar voor de klas staat te vertellen. En heel slim dat hij Rihanna in zijn verhaal betrekt. Daarmee maakt hij in één klap aan zijn publiek duidelijk wat voor status hij heeft. En daarmee komt zijn boodschap luid en duidelijk over. Slim.

Scholen die belangstelling hebben kunnen zich nog aanmelden. Ik zou het wel weten als ik op een middelbare school werkte.

Een bibliobus is meer dan een rijdende bibliotheek

In het dunbevolkte gebied boven de poolcirkel kan het leven eenzaam zijn. Voor sommige bewoners is de chauffeur van de bibliobus de enige persoon die ze in weken of zelfs maanden spreken. Want hoe weinig voorzieningen daar ook zijn: er rijdt sinds de jaren ’70 wel een bibliobus. In deze prachtige documentaire wordt Oula Kotakorva gevolgd op zijn laatste route. Vanuit Muonio, Finland, rijdt hij de bus volgens een driewekelijks schema langs dorpen en boerderijen rondom en boven de poolcirkel, in Finland, Zweden en Noorwegen. Oula rijdt deze route al meer dan 30 jaar, dus hij kent alle bezoekers. De klanten nemen afscheid van hem en je ziet hoe hij zijn opvolger inwerkt: een jonge man die na een paar dagen verzucht dat hij hoopt dat hij dit de rest van zijn leven mag blijven doen.

De film duurt 25 minuten, maar neem vooral de tijd om hem te bekijken, want behalve schitterende beelden van dat besneeuwde landschap in Lapland is de documentaire wat mij betreft ook zo mooi omdat het laat zien dat de bibliobus niet alleen boeken brengt maar ook een sociale functie heeft. De chauffeur doet kleine boodschapjes voor zijn klanten en sommige bezoekers komen niet voor een boek maar alleen voor een praatje zoals die man van de rendieren. Omdat de bus zo’n uitgebreid gebied bestrijkt zijn de routes heel lang en overnacht de chauffeur soms halverwege. Op sommige standplaatsen krijgt hij hulp van een bibliothecaris, die gaat ’s avonds weer naar huis.

Al googelend naar achtergrondinformatie over de bus kwam ik onderstaand filmpje van zes jaar geleden tegen. Zelfde chauffeur, zelfde route, andere bus.  Oudere bus vooral. Eigenlijk is dit filmpje veel informatiever maar het is een stuk minder spectaculair want er ligt geen sneeuw en dan is die toendra best wel saai om te zien. (vind ik dan) Maar goed, ook hier zie je weer hoe blij de mensen zijn met de bibliobus. Net zoals de mensen in die bus in Malaga waar ik eerder over schreef en zoals alle mensen die dagelijks de Nederlandse bibliobussen bezoeken. Leve de bibliobus!

Voorlezen in het Witte Huis

Op tweede Paasdag werd een filmpje van Sarah Sanders, die voorleest tijdens de traditionele Easter Egg Roll, gretig gedeeld op Twitter. Ik moest er zelf ook om lachen maar eigenlijk ook een klein beetje om huilen. Sarah Sanders is de voorlichter van president Trump en in het fragment dat gedeeld werd leest ze bepaald niet enthousiast het Paasverhaal voor. Ze lijkt zelfs opgelucht dat het boek uit is. Ha, ha, kijk eens: die voorlichter kan niet eens fatsoenlijk een verhaaltje voorlezen. Wat zijn ze toch vreselijk allemaal, daar in dat Witte Huis.

Nou is dat laatste misschien waar, maar als je het hele filmpje bekijkt (zie hieronder) dan zie je de context. Want het akelige aan dat fragment op Twitter was (in mijn ogen dan) dat ze het verhaaltje nogal afraffelde en zich weinig aan de kinderen gelegen liet liggen. Als je haar hele optreden bekijkt zie je dat ze in het begin wel degelijk contact maakt met haar publiek maar dat ze het heel erg koud heeft en daarom belooft ze dat ze snel zal zijn. Had ze niet moeten doen, want vandaar dat afraffelen. Ze heeft er niet heel erg veel zin, in dat voorlezen maar ze heeft het duidelijk wel vaker gedaan: ze laat de plaatjes zien (veel te kort vanwege de kou) en ze heeft een kinderversie van het Paasverhaal uitgekozen. Saai, saai, saai, maar wel over nagedacht. Nee, dan de First Lady. Die las ook voor maar dat was heel anders.

Melania had ook nagedacht over welk boek ze zou voorlezen en ze koos een boek waar ze zelf enthousiast over is. Altijd goed, want enthousiasme komt het voorlezen ten goede. Maar ze heeft niet zo goed nagedacht over haar publiek en wat die van het boek zouden vinden. Ik kon nergens terugvinden wat voor boek ze precies voorleest en omdat ze de auteur niet noemde is het moeilijk terug te vinden. Het is een dr. Seuss-achtig rijmpje met een bemoedigende boodschap: je mag er zijn. Mooie boodschap maar geen verhaaltje. Ze lijkt ook moeite te hebben met de uitspraak van sommige woorden, dat maakt het het lastiger om naar haar te luisteren. En de halfzachte manier waarop ze de plaatjes uit het boek laat zien stimuleert ook niet echt. Ik vind het geen succes, maar het ziet er wel een stuk fotogenieker uit dan de voorleessessie van de voorlichter. Dat zal zeker meegespeeld hebben.

De president heeft zelf niet voorgelezen. Dat snap ik wel, want beter dan Obama zou hij het nooit kunnen. Obama had er een traditie van had gemaakt om elk jaar Max en de Maximonsters voor te lezen. Elk jaar weer iets enthousiaster, ik schreef er eerder over. Trump lijkt overal een wedstrijdje van te willen maken en deze zou hij zeker niet winnen, dus heel verstandig om er dan maar niet aan te beginnen. Er werd die dag door meer mensen voorgelezen, o.a. door de Staatssecretaris van Onderwijs Betsy DeVos en door het hoofd van de militaire gezondheidsdienst, Surgeon General Dr. Jerome Adams. Die laatste is mijn favoriet: hij zit daar in vol ornaat en neemt uitgebreid de tijd om de kinderen bij het verhaal te betrekken: geweldig. En hij leest Oh, the places you’ll go van Dr. Seuss voor, ook al een favoriet.

Die Easter Egg Roll vindt al plaats sind 1878. Het is me niet duidelijk of er toen ook al werd voorgelezen of wanneer ze daar mee gestart zijn maar ik vind het een mooie traditie.

‘Dolly said no to Elvis’

Dolly Said No To Elvis (official music video) from Heather Colbert on Vimeo

De video bij het liedje ‘Dolly said no to Elvis’ van Mark Nevin. Ik vind het een prachtig filmpje. Toen ik het voor het eerst zag vond ik het grappig dat het verhaal al zingend verteld wordt, maar het begon dus allemaal met het liedje en niet met het beeld. Gebaseerd op het waargebeurde verhaal dat Dolly Parton nee zei tegen de manager van Elvis Presley. Elvis wilde haar nummer I will always love you opnemen maar dan wilde hij wel 50% van de royalties van het nummer hebben. En dat weigerde Dolly dus. Stoer.

Daarom vroeg Nevin aan animator Heather Colbert om een stoer filmpje bij zijn nummer te maken en dat is wat mij betreft wel gelukt. Hier vind je meer informatie over de film en een kijkje achter de schermen bij het maken ervan. De naam van Mark Nevin zei mij helemaal niks, maar het is een Britse singer-songwriter met een behoorlijke staat van dienst. Hij was de drijvende kracht achter Fairground Attraction (ja, dat is uit mijn tijd) en schreef o.a. nummers voor Morrissey, Kirsty MacColl en David Bowie. Niet de eerste de beste dus. Hij heeft net weer een nieuwe EP uitgebracht (daar komt dit nummer vandaan) en hij treedt op.

Het grappige vind ik dat zowel de zanger als de filmmaker Brits zijn. Bij zo’n bij uitstek Amerikaans onderwerp. Ben trouwens wel benieuwd wat Dolly Parton hier zelf van vindt. Waarschijnlijk kan ze er wel om lachen.

Hoe je ook tevéél boeken kunt hebben

Mooi filmpje. Over een boekhandelaar die het allemaal een beetje boven het hoofd gegroeid is. Ik betrapte mezelf er op dat ik meteen een beeld had van wat voor soort eigenaar bij deze winkel zou moeten horen. Precies zoals al die mensen in het begin van het filmpje ook hebben. En als die man dan eindelijk in beeld komt blijkt het allemaal mee te vallen en is het net anders dan je denkt. Dan ik in elk geval dacht. Nou ja, kijk zelf maar even.

De winkel heeft een eigen pagina op Wikipedia. Daar leer je dat er nog een veel groter verhaal zit achter John Scioli. En dat er nóg een Community Bookstore in New York is. Die ook een Wikipedia pagina heeft.

Jammer dat Scioli zijn winkel heeft moeten sluiten. Maar echt medelijden hoeven we niet met hem te hebben. In de film vertelt hij dat hij zijn winkel verkocht heeft. Hij zegt er alleen niet bij dat hem dat 5,5 miljoen dollar heeft opgeleverd. Dat is hem overigens van harte gegund.

 

Nog bedankt voor de tip Stieneke.

Hoe Ex Libris (de film) was

De VOB en ProBiblio organiseren deze week speciale vertoningen van Ex Libris, de veel geprezen en bekroonde film van regisseur Frederick Wiseman. Alleen toegankelijk voor bibliotheekmensen en hun gasten. Vanavond was ik bij de eerste vertoning in Sittard en ik heb genoten. De reacties om me heen waren gemengd: ik hoorde vooral dat mensen sommige stukken veel te langdradig vonden. “Die film had een stuk korter gekund.”

Ja dat klopt, die film had heel veel korter gekund, je had er makkelijk een documentaire van een uurtje van kunnen maken. Met een voice-over en de vermelding van namen en functies bij de diverse mensen die in beeld komen. En in plaats van de tijd nemen om de omgeving van een filiaal uitgebreid in beeld te brengen voordat de camera naar binnen gaat had Wiseman ook best even de vermelding Filiaal in Harlem kunnen maken. Maar zo’n soort film is het dus niet. Dit is een hele andere film. In de Chinese wijk filmt hij uitgebreid de vlaggenlijnen met alternerende Chinese en Amerikaanse vlaggetjes die symmetrische lijnen over de straat trekken, in de Bronx zie je de bibliotheek bijna niet liggen tussen alle schreeuwerige winkelpuien en de straat voor de New York Public Library for the Performing Arts is steeds weer opvallend leeg (en schoon).

Ik vond het een prachtige film, een echte aanrader. Als je je nog niet hebt aangemeld: snel doen. Hij draait nog op verschillende plekken, tot en met zondag. Als je eigenlijk te moe bent: toch gaan. Want de film is ook een soort van meditatie. Probeer vooral niet alle gesprekken te volgen want ruim 3 uur bij de les blijven en die soms hoog-intellectuele gesprekken in het Engels volgen is niet te doen. Maar laat je meevoeren met de beelden en kijk naar al die bijzondere mensen die in beeld komen. En ga je vooral niet ergeren aan het feit dat niemand benoemd wordt, dus dat je geen idee hebt wie daar allemaal aan het woord zijn. Het eerste half uur was ik een beetje jaloers: wat doen ze daar veel mooie dingen en wat organiseren ze dat goed. Totdat ik me realiseerde dat er in New York meer dan 100 keer zoveel mensen wonen als in Roermond en dat dus elke vergelijking mank gaat. Toen kon ik gewoon genieten van de betrokkenheid en gedrevenheid van iedereen die bij de bibliotheek betrokken is en bewonderde ik de strategische overleggen van het MT. Wellicht ten overvloede: het is dus geen bibliotheekfilm. Althans, geen film die haarfijn uitlegt hoe het er in een bibliotheek aan toe gaat. Het is een film die “toevallig” is opgenomen in de bibliotheek. Hij gaat net zoveel over de stad New York als over de NYPL.

Vandaag publiceerde de VOB een kijkwijzer op de site. Maar die las ik daarnet pas, na afloop dus. En gelukkig waren ze in Sittard eigenwijs en hadden ze daar toch een korte pauze ingelast. Goed idee Liesbeth. Want dat drankje tussendoor was wel heel fijn.

10, 10, 10, 10!

Vandaag bestaat mijn blog precies 10 jaar. Op 22 januari 2008 maakte ik een blog aan in WordPress en schreef ik daar een stukje over, als eerste opdracht van de 23 dingen. Dat ik de neiging heb om uit te gaan leggen wat 23 dingen is geeft al aan dat er sinds die tijd veel gebeurd is. In de wereld en in de branche en ook op dit blog. Wat begon als huiswerk bij een cursus werd een uitlaatklep voor mijn ergernissen en een verzamelpunt voor alle leuke dingetjes die ik tegenkwam tijdens mijn omzwermingen in de sociale media. Van een WordPress blog werd het een WordPress website (die ik nog steeds niet echt in de vingers heb) en het schrijven ging van eens per week via twee keer per week terug naar eens per maand. In het begin werd ik alleen gelezen door een handjevol directe collega’s, daarna kwamen daar andere collega’s uit de branche bij en inmiddels heeft mijn publiek zich ook uitgebreid tot buiten de branche. Raar hoor, om in de rij te staan bij een receptie en door een wildvreemde te worden aangesproken met “he, ik ken jou! Jij bent Tenaanval! Hoe heet je ook alweer echt?”. Ok., dit was een archivaris, dus dat is niet zo’n hele grote stap, maar toch. (Ik bleek Maartje trouwens ook te lezen. Kan ik jullie aanraden.)

Tien jaar geleden werkte ik bij ProBiblio en was ik hoofd van de afdeling Flexibele Bibliotheek. Vijf weken nadat ik dit blog had aangemaakt viel het besluit om de bibliobussen die bij mijn afdeling hoorden op te heffen. Het was een hele andere tijd. Een tijd waarin de term bibliotheekvernieuwing een toverwoord was. Een tijd waarin sommige bibliotheken zoveel mogelijk op boekwinkels wilden lijken, waar alles draaide om zo hoog mogelijke uitleencijfers. Er waren collega’s die concepten en formules verzonnen zodat alle bibliotheken in het hele land er hetzelfde uit zouden gaan zien want dat verhoogde de herkenbaarheid. Of ze bedachten dat de bibliotheek wel dicht kon “want het gaat om de functie en niet om het gebouw”. Daarna brak de strijd los tegen het negatieve toekomstbeeld voor bibliotheken in de buitenwereld. Die worsteling hebben we ook overleefd en gelukkig hoor je nog maar zelden: “waar hebben we nog een bibliotheek voor nodig want alles staat toch op het internet?”. De enkeling die dat nog wel eens zegt (standaardreactie bij een krantenartikel op het web over bibliotheken) wordt meestal snel gecorrigeerd door andere lezers. Er is een Bibliotheekwet gekomen en we hebben e-books. Er is de Bibliotheek op School, Digisterker en er zijn FabLabs in bibliotheken.

Kortom: er is veel gebeurd. Ook met mijzelf: na de bibliobussen en de Strandbibliotheek kwam de Airport Library en de Stationsbibliotheek. Ik ging naar de Bollenstreek waar ik leerde hoe het er echt aan toeging in de bibliotheekwereld en daarna kwam ik naar Roermond. Toen ik met dit blog begon dacht ik dat het maar voor een paar weken zou zijn, ik had nooit gedacht dat ik het zo lang vol zou houden. Ik heb in al die jaren heel veel nieuwe mensen ontmoet, virtueel en in het echt. Sommige mensen was ik misschien op een andere manier ook wel tegen gekomen, maar heel veel mensen ken ik toch echt dankzij Twitter en de sociale media. En dat maakte alles net een beetje leuker. Dus hartelijk bedankt voor de aandacht, de reacties, alle aardige woorden en de discussies die ik heb mogen voeren in de afgelopen 10 jaar. Het was leuk! Voorlopig dobber ik nog wel een beetje verder, in die grote digitale oceaan. Eens kijken hoe lang ik het nog vol hou.

 

Voor wie meer wil weten over de achtergronden van dit blog moet maar even de terugblikken lezen die ik o.a. schreef toen ik drie jaar bestond, of bij mijn eerste lustrum en bij mijn zesde verjaardag.

Over bloggen en een hoge duikplank

HOPPTORNET (TEN METER TOWER) by Axel Danielson & Maximilien Van Aertryck from Plattform Produktion on Vime

Binnenkort bestaat mijn blog 10 jaar. De afgelopen weken heb ik nagedacht over hoe ik dat ga vieren. Of ik het überhaupt ga vieren. En terwijl ik daar over nadacht kwam ik deze Zweedse film tegen. Opeens zag ik de overeenkomsten tussen 10 jaar bloggen en de hoge duikplank. Liever gezegd: tussen mijn blog en deze film. (In overdrachtelijke zin dan, dat jullie niet denken dat ik mezelf met een bekroond kunstwerk wil vergelijken)

De filmmakers hebben mensen gefilmd terwijl ze bovenaan een hoge duikplank staan. De film werd door de New York Times aangeprezen als surprisingly mesmerizing en dat klopt wat mij betreft, ik had niet gedacht dat ik 16 minuten lang naar mensen op een duikplank zou blijven kijken. Het is fascinerend om de reacties van de mensen te zien: hoe ze twijfelen, zichzelf moed inpraten, worstelen met de situatie en een beslissing nemen. Dat sommige mensen heel erg lang twijfelen en anderen juist niet. Zo werkt het met bloggen ook: over sommige stukken denk ik heel lang na, andere floepen er heel snel uit. De ene keer ben ik zelf heel blij met iets dat ik geschreven heb en dan reageert er niemand, de andere keer gooi ik snel even een filmpje op mijn blog en daar heeft iedereen het dan over. In de film is het soms verrassend wie er wel en wie niet naar beneden springt, ik wil ook niet al te voorspelbaar zijn.

Overigens zijn er voor deze film 67 mensen gefilmd. Ze zijn speciaal voor de opname geworven en hadden geen van allen ooit van de 10-meter plank gesprongen. Behalve dat laatste meisje dan neem ik aan. Ongeveer 70% van de mensen sprong uiteindelijk naar beneden.

Mooi, vind ik.

Leve de Koning!

Nu nog over de Kersttoespraak schrijven? Een beetje laat, maar ik doe het toch want ik merk dat ik behoorlijk chagrijnig wordt van al dat commentaar op de toespraak van Koning. En aangezien de Koning zich niet kan verdedigen ga ik dat bij deze doen. Niet dat hij dat nodig heeft, maar toch. Als iedereen zijn frustraties mag botvieren op het internet mag ik dat ook.

Want het lijkt alsof die toespraak voor een heleboel mensen reden was om maar weer eens op een stokpaardje te klimmen. Als ik sommige reacties lees vraag ik me af of we wel dezelfde toespraak gezien hebben. En ok, ik ben een monarchist, dus ik ben bevooroordeeld. Maar ik weet dat tenminste van mezelf, dus ik pretendeer niet objectief te zijn.

Vlak na de toespraak werden er op Twitter alleen een paar grapjes gemaakt over de opmerking “Twitter maakt bitter en kregen mensen “zin in gemeenschap“. Maar dat bleek alleen maar in mijn eigen bubbel te zijn, want daar buiten waren mensen blijkbaar heel erg boos over het feit dat er geen kerstboom in beeld was. Toen woensdag de kranten verschenen gingen de professionals los. Er kwamen analyses waaruit bleek dat de toespraken steeds korter werden (van gemiddeld 10 minuten naar ruim 6 minuten nu), dat hij het woord ‘ik’ dit jaar veel gebruikte (maar het woord ‘wij’ ook) dat de Koning nog steeds niet erg op zijn gemak lijkt voor de camera maar dat hij duidelijk geoefend heeft. In de Volkskrant gingen ze helemaal los: “Sheila Sitalsing fileert de kersttoespraak van de koning” kopten ze daar. Ze waren er duidelijk trots op. Sitalsing vond het helemaal niks: Willem-Alexander mag geen uitdrukkingen als “steeds meer” gebruiken, zijn verhaal is niet onderbouwd want het is helemaal niet waar dat mensen elkaar niet meer ontmoeten en mensen zitten ook niet in een bubbel. En trouwens: de Koning zit niet eens op Twitter, dus wat weet hij nou helemaal. Het is geen journalistiek stuk voor de krant he, Sheila. Het is een toespraak, met een hoog symbolisch gehalte. Daar moet je andere maatstaven bij hanteren.

En Ewald Engelen maakt zich weer eens zo druk dat hij zelfs vergeet goed te luisteren. Hij verwijt de Koning dat die het woord ‘natuurramp’ gebruikt in verband met de orkaan op de Antillen. Maar het is volgens hem helemaal geen natuurramp want die klimaatverandering wordt veroorzaakt door menselijk handelen, en dan met name door de kapitalisten. Dat is ongetwijfeld waar, maar de Koning gebruikt het woord ‘natuurramp’ helemaal niet. Hij heeft het over het ‘natuurgeweld’ dat het leven van de inwoners van Sint-Maarten, Saba en Sint-Eustatius overhoop had gegooid. Verder ontbreekt volgens Engelen ‘volledig het politiek-economische perspectief’ in de toespraak. Euh, dat kan kloppen Ewald, daar mag Willem-Alexander ook niks over zeggen. Als hij dat wel had gedaan was de wereld te klein geweest. Engelen maakt zich zo boos dat de tekst van zijn column volgens mij langer is dan die hele toespraak.

Ik vind het zo gemakkelijk: los gaan op zo’n toespraak. Los gaan op iemand die één keer per jaar iets in het openbaar mag zeggen dat hij zelf bedacht heeft. Die de rest van het jaar alleen maar teksten van anderen mag voorlezen en eigenlijk alleen maar zijn mond moet houden. Vooral ook iemand die zich niet kan verdedigen. Die weet dat al zijn woorden op een weegschaaltje liggen. En die ook weet dat in heel veel huiskamers mensen zich aan het verheugen zijn op die toespraak. Mensen die misschien niet alle details begrijpen van wat hij zegt, maar die het wel belangrijk vinden en die daar een goed gevoel aan overhouden: met de Kerstboodschap van de Koning begint de Kerst pas echt. En in sommige families misschien na het Urbi et Orbi.

Het is ook wel cynisch dat een toespraak waarin wordt opgemerkt “Nuance en inlevingsvermogen lijken bij voorbaat het onderspit te delven” meteen zo zijn eigen gelijk bewijst. En overigens al die bibliotheekmensen op Twitter die het jammer vonden dat de Koning de bibliotheek niet noemt als ontmoetingsplaats: serieus? Ja, jammer inderdaad dat hij de bibliotheek niet noemt. Maar zijn punt was dat alleen het ziekenhuis een plek is waar je in contact komt met mensen met een andere achtergrond. En dat klopt toch? In de bibliotheek is iedereen welkom en we doen heel erg ons best om een zo breed mogelijk publiek te bereiken maar bij ons komt ook maar een beperkt publiek en echt niet iedereen. Juist de mensen die het het hardst nodig hebben komen niet. Of mondjesmaat. Dat zien we graag anders, maar het is wel de realiteit. En inderdaad, in het ziekenhuis komt iedereen. Meestal tegen zijn zin overigens en echt blij word je er niet van.

Wat mij eigenlijk nog het meest opviel is dat er nauwelijks werd gereageerd op Willem-Alexanders opmerking over Twitter. Dat was in 2009 wel anders, toen had Koningin Beatrix het over ‘snelle, korte boodschapjes’ waarmee mensen communiceerden en dat onze samenleving steeds individualistischer werd. Toen was Twitter te klein. Jan en alleman voelde zich aangesproken en iedereen deed zijn best om uit te leggen dat Trix er niks van begrepen had. “Op spreken zonder respect wordt niemand meer afgerekend” lees ik nu terug in die toespraak. Dat zei ze mooi toen. Maar er is niet echt iets veranderd sinds die tijd, integendeel.

Dus heeft het nog wel zin zo’n toespraak? Tijdens het kerstdiner op tweede kerstdag vroeg ik aan mijn ouders of ze de Koning ook hadden gezien. “Ja zeker. Het was mooi. Hij zei dat mensen meer dingen samen moeten doen en niet allemaal zo individualistisch moeten zijn. Hij vindt dat we vaker wij moeten zeggen” zei mijn vader. “En er stonden zulke prachtige kerststukken op de achtergrond” zei mijn moeder. Volgens mij is dat zijn doelgroep en ik vind “Niet zoeken naar een breder ik, maar naar een groter wij” prachtig geformuleerd. Dus wat mij betreft: Leve de Koning!

Met een boek in de metro

Om het lezen in het openbaar vervoer te bevorderen kun je bibliotheken maken (hallo Stationsbibliotheek) maar de meest effectieve manier lijkt me deze, uit Brazilië. In 2015 deelden ze daar, op World Book Day, op verschillende metrostations in São Paolo gratis boeken uit met een ingebouwd metrokaartje. Door je boek in te checken kon je gratis met de metro. De uitgever was niet kinderachtig, want met de in de kaft ingebouwde RFID kon je zelfs 10 ritjes maken. Er waren 10 verschillende titels, in speciaal voor de gelegenheid vormgegeven boeken, met omslagen die volgens de vormgevers gebaseerd waren op metrokaarten.

Ik vind het leuk. Kon helaas niet zo snel terugvinden of het bij deze eenmalige actie gebleven is, ben bang van wel. Maar dan nog, het blijft leuk. En effectief denk ik.