Tenaanval

Tenaanval

Over bibliothecarissen, bibliotheken, leesbevordering en soms over kunst

Wennen aan een lockdown

Wie had dat een half jaar geleden gedacht: dat je gaat wennen aan een lockdown. Die eerste lockdown overviel ons, toen was het zoeken naar hoe je daar mee om gaat. Niet alleen voor ons, in de bibliotheek, maar iedereen was zoekende: wat mag wel en wat niet? Wat is handig en hoe pak je dat aan? Toen we half mei weer open mochten was dat een opluchting: ‘Fijn, vanaf nu gaan we langzaam weer terug naar normaal. We laten stapje voor stapje de regels los en over een paar maanden is alles weer voorbij en kunnen we gewoon weer doen wat we altijd deden.’ Alsof het een nare droom was die voorbij zou gaan. Maar zo werkt dat natuurlijk niet met zo’n wereldwijde pandemie. En dat wisten we ook wel, dat het zo waarschijnlijk niet zo zou gaan, maar we wilden het met zijn allen zo graag. Je merkte het in de bibliotheek: in het begin waren mensen heel blij dat de deuren überhaupt open gingen en hadden ze er alle begrip voor dat er alleen maar geleend mocht worden en verder niks. Maar na een paar weken werd de leeszaal toch weer in gebruik genomen: we hadden alle stoelen weggehaald (want er mocht niet gezeten worden) maar je kunt ook staande de krant lezen. En toen er eindelijk weer gestudeerd mocht worden bleven de studenten in het begin keurig in hun eentje aan een tafeltje op 1,5 meter zitten. Maar na een paar weken werd er toch weer met stoelen gesleept.

Dus die tweede lockdown was niet echt een verrassing, daarbij hielp het dat een week van te voren al uitlekte dat die er aan kwam. Het was fijn om te zien dat we routine hadden gekregen in het verplicht sluiten en weer open gaan. Ook de lezers waren er op voorbereid: in de dagen voorafgaand aan de persconferentie hebben ze massaal ingeslagen, de bibliotheek leek soms wel een slagveld. Toen we eenmaal dicht waren bleef het erg rustig. In tegenstelling tot de vorige keer stond de telefoon nu niet roodgloeiend en liepen ook de mailboxen niet over van mensen die zich zorgen maakten over hun boeken die te laat waren. Ook fijn dat we routine hadden in het weer open gaan: de laatste protocollen werden tevoorschijn gehaald, nog even kritisch bekeken en hup daar gingen we weer.

Mondkapjes, ook zoiets. Tot Corona droegen alleen de Chinese en Japanse toeristen die, op weg naar het Outlet Center hier in de stad. Afgelopen zomer herkende je daar de Duitse toeristen aan, die een beetje onwennig kwamen winkelen, vaak met het mondkapje onder hun kin. Nu ben ik zelf een geroutineerd mondkapjes op- en afzetter, niet alleen in winkels maar ook op weg naar de koffieautomaat. Ik heb inmiddels een verzameling van verschillende mondkapjes, want als het dan toch moet kun je er beter iets leuks van maken.

Na deze tweede golf komt er ongetwijfeld ook nog een derde en misschien zelfs een vierde of vijfde golf. Of wij dan ook weer dicht moeten is de vraag, gezien alle protesten van mensen die het belachelijk vonden dat uitgerekend de bibliotheken dicht moesten. Dat is wel een positief punt wat mij betreft: dat veel mensen nu opeens de waarde zien van de verblijfsfunctie van de bibliotheek. Al die columnisten die boze stukjes schreven over de sluiting en de politici die zich daardoor lieten meeslepen kunnen er hopelijk voor zorgen dat we een volgende keer niet meer dicht hoeven. Levert zo’n lockdown toch nog iets positiefs op.

De presidentskandidaat en de dichter

Gisteravond zag ik op Twitter opeens bovenstaand nieuw campagnespotje van Joe Biden voorbijkomen en ik vind het geweldig, daarom deel ik het hier graag. Het is een mooi filmpje maar het mooist vind ik nog wel dat om een verfilmd gedicht gaat. Of nou ja, verfilmd: de tekst van het gedicht is gemonteerd over zwart-wit beelden uit de actualiteit en foto’s van Biden terwijl je hem intussen het gedicht hoort reciteren.

Ik vind het heel bijzonder: in een verkiezingsstrijd, en dan ook nog eens in zo’n nare, bittere strijd als deze, een spotje maken zonder beschuldigingen, beledigingen of beloftes maar met een gedicht over hoop. Als een bemoediging. Joe Biden citeert veel vaker dichters leert een klein rondje Youtube, het liefst Ierse dichters. Hij citeert ze zelfs zo vaak dat Obama er grapjes over maakte in de tijd dat ze samenwerkten.

Dit gedicht The Cure at Troy van Seamus Heaney is blijkbaar een van zijn favoriete gedichten, want hij citeert het vaker, zelfs in de speech waarin hij de nominatie voor presidentskandidaat accepteerde. Het citaat is maar een klein stukje uit het gedicht want The Cure at Troy is een boek, een bewerking van het toneelstuk Philoctes van Sofokles, dat zich afspeelt tijdens de Trojaanse oorlogen. Interessant allemaal. Maar het allerinteressants vind ik toch wel dat een presidentskandidaat een gedicht centraal zet in een verkiezingsspotje. Omdat het mooi is en hoop geeft en dus belangrijk is. En zijn kiezers vinden het prachtig. Ik probeer me voor te stellen dat een Nederlandse politicus zoiets zou doen. Die zou belachelijk gemaakt worden denk ik. Jammer.

Quarantaine club

Dit is een oud filmpje, om een beetje een idee te krijgen

Mensen die mij kennen weten dat ik van Mondeo Leone hou, ik schreef vaker vaker over hem. Voor de mensen die dat niet wisten en die hem niet kennen: Mondo Leone is Leon Giesen, muzikant en filmmaker. En verhalenverteller. Dat nog wel meest, op alle mogelijke manieren: hij maakt theatershows, vertelt verhalen op zijn website en zelfs bij je thuis als je dat wil.

Toen de vorige lockdown (die intelligente) een week bezig was kreeg ik een mailtje van hem, dat hij een quarantaine club ging beginnen. Aan iedereen die 40 euro aan hem betaalde zou hij 40 dagen lang elke dag een Mondo Leonisch bericht sturen, met die dag gemaakte muziek. “Even een ander geluid in deze saaie rare dagen.” Ik heb meegedaan aan de Quarantaine Club, zoals ik een paar jaar geleden ook al eens lid werd van zijn Instituut voor Verwondering. Ik vond het heel fijn, elke dag een berichtje met iets leuks, iets positiefs. Giesen is die Quarantaine Club gisteren opnieuw gestart dus als je dat iets lijkt kun je nog meedoen. Kijk even op zijn website of stuur hem een mailtje dan legt hij uit hoe het werkt. Hij gebruikt dezelfde berichtjes als in het voorjaar, maar hem kennende zal er toch af en toe een nieuwe twist zitten. Ik kan het aanraden.

En voor degenen die Mondo Leone wel kennen: ik heb de afgelopen weken ook meegedaan aan de Moby Dick Leesclub. Ook een mooi (en geheim!) avontuur.

De rechten van de lezer

De rechten van de lezer

Naar aanleiding van mijn stukje van vorige week herinnerde iemand me op Twitter aan het boek ‘In een adem uit’ van Daniel Pennac. Ook een boek over hoe je jongens aan het lezen krijgt. Uit 1993, dus al behoorlijk oud maar ik herinner me nog hoe geweldig ik het vond toen ik het las. Pennac is een Franse romanschrijver, tevens leraar Frans. In zijn essay In een adem uit beschrijft hij hoe hem als puber het lezen ging tegenstaan en hoe hij die ervaring gebruikte om zijn leerlingen wel enthousiast voor lezen te krijgen. (spoiler: dat doet hij door voor te lezen) Inderdaad, de link met Bas Steman ligt voor de hand.

Toen ik vanwege die Twitterdiscussie ging opzoeken hoe oud dat boek van Pennac was kwam ik zijn beroemde ’10 rechten van de lezer’ weer tegen. Ik zag dat Quentin Blake (een van mijn favoriete illustratoren) die 10 rechten geïllustreerd had en dat de mensen van Cultuurkuur daar een vertaling van hadden gemaakt. Die deel ik hier graag. Inclusief een gratis te downloaden poster, dus doe er je voordeel mee.

Uit die 10 rechten van Pennac, en vooral uit zijn waarschuwing “lach mensen die niet lezen niet uit, want dan gaan ze nooit lezen” blijkt al hoe zijn zachtzinnige aanpak werkt: positief stimuleren. Voor zover ik kan zien is zijn boek al heel lang niet meer te koop. Misschien is het tijd voor een herdruk? Aidan Chambers, wiens Vertel eens, over ditzelfde onderwerp in dezelfde periode verscheen is omarmd door de Nederlandse bibliotheken en leesbevorderaars en zijn boeken zijn wel nog redelijk recent uitgegeven. Waarschijnlijk omdat Chambers meerdere boeken over het onderwerp schreef en ook als een ware apostel zijn boodschap verkondigde. Nog steeds verkondigt trouwens. Als je de kans krijgt om hem te horen praten moet je dat zeker doen. Ik zag hem ooit in een vergaderzaaltje in de oude OBA (ja, ja, oma vertelt) en was na die avond meteen verkocht.

Lekker boekie!

Hoera! Eindelijk een positief boek over jongeren en lezen. Een boek over leeshonger en over jongens (jongens!) die graag lezen.

Het probleem van jongeren die niet meer lezen en de resultaten van het PISA onderzoek ga ik hier niet meer noemen. Dankzij Arjen Lubach hoeft dat hoop ik ook niet meer. Belangrijkere vraag is: wat gaan we daar aan doen? Het antwoord is simpel: zorgen dat jongeren wel gaan lezen, want meer lezen is dé oplossing voor niet-lezen. Wij als bibliotheken doen daar al van alles aan maar dat schiet nog niet echt op. Bas Steman laat in zijn boek Lekker Boekie! zien hoe het wel kan. Nadat ik Steman en zijn leesclub had gezien in het tv-programma De Vooravond heb ik het boek dat hij daarover schreef meteen besteld.

Voor degenen die dat tv-optreden gemist hebben en er ook nog niet op een andere manier over gehoord hebben: toen zijn 15-jarige zoon moest gaan lezen voor zijn lijst besloot Steman om met de vriendenclub van zijn zoon een leesclub op te richten. Dat werd een groot succes: de jongens raakten verslingerd aan lezen en literatuur veranderde hun leven. In dit boek beschrijft hij hoe hij dat heeft aangepakt. Het is wat mij betreft verplichte kost voor iedereen die zich met leesbevordering en met middelbare scholieren in het algemeen bezig houdt. Hebben bibliotheken hier iets aan? Wel als middel om enthousiast te worden en als bewijs dat wel kan: jongeren enthousiast maken voor literatuur. Niet als ze op zoek zijn naar een model dat ze blind kunnen kopiëren. Het woord bibliotheek komt in het boek geloof ik maar twee keer voor. Steman wil dat jongeren de boeken die ze voor de leesclub lezen niet in de bibliotheek gaan lenen maar zelf kopen. Want ze moeten zich het boek toe-eigenen, letterlijk en figuurlijk.

Eigenlijk is de methode Steman heel simpel: het enige dat je nodig hebt is een enthousiaste volwassene met kennis over literatuur en voldoende geduld om pubers bij de hand te nemen. Je zou kunnen zeggen dat Steman het makkelijk had, want hij is niet alleen gepassioneerd over literatuur maar hij heeft ook een goede band met de plaatselijke boekhandelaar. Er ís überhaupt een goede boekwinkel in zijn woonplaats. Hij had een groep VWO-ers die hem vertrouwde en bereid was om hem te volgen en hij heeft een netwerk waardoor er colleges middeleeuwse literatuur gegeven kunnen worden en die er voor zorgen dat Adriaan van Dis kan aanschuiven bij de leesclub om over zijn boek te praten. Dus ja, dit is het ideale plaatje. Maar met het enthousiasme en de inzet van Steman zou je ook onder minder ideale omstandigheden een succesvolle leesclub kunnen maken. Een geweldige vondst vind ik de term ‘paaseitjes’ die hij gebruikt om thema’s of verwijzingen in een boek aan te duiden. De jongens kennen ‘easter eggs’ uit films en games en gaan meteen op zoek.

Dus mensen, lees dat boek. Je krijgt meteen zin om literatuur te gaan lezen. Ik miste mijn oude leesclub er nog meer door. En als je dan toch bezig bent, lees dan ook meteen even Waarom je kinderboeken moet lezen zelfs al ben je oud en wijs van Katherine Rundell. Een lelijk uitgegeven maar interessant essay waarin deze Britse kinderboekenschrijfster een aantal interessante dingen zegt. Zoals dat het een misverstand is dat je persé één bepaalde kant op moet lezen. Dat je steeds moeilijkere boeken moet lezen en als volwassene niet meer terug moet vallen naar makkelijke (lees: kinder-) boeken. Ik weet het niet zeker, maar ik heb zo’n vermoeden dat Bas Steman het op dat punt niet met Rundell eens is.

Een grensoverschrijdende bibliobus

Ik heb er weer een hoor: een bijzondere bibliobus. Dit is de Bi-Bus. De bibliobus van de bibliotheek Saarbrücken die met een collectie Duitse en Franse kinderboeken scholen bezoekt in het grensgebied van Duitsland en Frankrijk.

In dit filmpje lijkt het alsof het doel van de bus is om tweetaligheid te bevorderen, maar dat lees ik verder nergens terug. Er is sowieso weinig informatie over deze bus te vinden, behalve dat ze er in Saarbrücken heel trots op zijn. Terecht. Voor zover ik kan zien heeft de Stadtbibliothek Saarbrücken één vestiging en daarnaast dus de Bi-Bus. Ze hebben al sinds de jaren ’80 een bibliobus die de scholen bezoekt, ik vermoed dat toen die aan vervanging toe was hij is vervangen door deze bus waarmee ze ook bij de Franse buren terecht kunnen. De bus rijdt volgens een 5-wekelijks schema, zo te zien afwisselend in Frankrijk en Duitsland. Zo komen ze bijvoorbeeld in Diebling en Folkling, dat klinkt Duits maar het zijn Franse dorpjes (googel maar). Dat heb je in zo’n grensregio.

Het is niet de eerste grensoverschrijdende bibliobus, ik schreef eerder over de bus die boven de poolcirkel rijdt. Afwisselend in Finland, Zweden en Noorwegen. Overigens hebben ze in Saarbrücken ook een boekentaxi. Dat is een mooie term voor een afhaalpunt voor senioren in de bibliobus. Zoiets als bij ons de ‘bibliotheek aan huisdienst’. Senioren of andere niet-mobiele lezers kunnen telefonisch een boek of een boekenpakket bestellen en dat afhalen bij de bibliobus, want de bus zelf is dus alleen voor kinderen. Mooi woord wel: Büchertaxi. Mooie bus ook.

Een minister die van lezen houdt

Minister Slob, de minister van onderwijs, laat in dit filmpje zien waarom hij van lezen houdt. Hij zegt het niet rechtstreeks, want op de vraag ‘Waarom lees je” geeft hij een tamelijk meanderend antwoord. Tussen al die woorden hoor je echter ook “omdat ik het fijn vind”, en dat lijkt me de enige juiste reactie. Het enthousiasme zit hem niet zozeer in wat hij zegt maar in de manier waarop hij over lezen en over zijn favoriete boek praat. Hij houdt echt van lezen, dat merk je. En Karakter betekent echt veel voor hem.

Het filmpje is gemaakt omdat de minister ambassadeur is van De Weddenschap, het landelijk leesbevorderingsproject van de Stichting Lezen voor leerlingen van het praktijkonderwijs, vmbo en studenten van het mbo. Mooi project, dat dit jaar 10 jaar bestaat. Dat de minister zo’n filmpje maakt vind ik geweldig, goed voorbeeld doet goed volgen en zo. Daar heb ik me in het verleden al eens kwaad over gemaakt, over het ontbreken van een goed voorbeeld vanuit onze bewindslieden. Maar nu hebben we dus een minster van onderwijs die niet alleen zegt dat lezen belangrijk is maar die dat ook wil laten zien. Fijn.

Jeanine Deckers 12 september 2020 1 Comment Permalink

Een feestje voor de NBD

Dit jaar bestaat NBD Biblion 50 jaar. Daarom delen ze cadeautjes uit en gaan ze in het najaar een feestje vieren. Op hun eigen website staat een filmpje met een terugblik maar dat biedt niet echt veel achtergrondinformatie, daarom voel ik me geroepen om als bijdrage aan de feestvreugde een stukje te schrijven. Een ‘Hup NBD stukje’.

Eerst wat geschiedenis. Zo lang als ik in de bibliotheeksector werk is de NBD er al. Ik ben nog niet zó oud dat ik nog weet dat die werd opgericht, want dat gebeurde dus blijkbaar in 1970. Als Stichting Nederlandse Bibliotheek Dienst, een samenwerkingsverband van uitgevers, boekhandelaren en bibliotheken. Niet alleen heel efficiënt maar ook heel praktisch en uniek in de wereld. Tot die tijd kocht elke bibliotheek zijn eigen boeken bij de boekhandel en werkte die zelf in. Met inwerken bedoelen we in de branche niet alleen het plastificeren van een boek maar ook er voor zorgen dat het in de catalogus terecht komt en dat het in de kast te vinden is. In een heleboel landen in de wereld doet elke bibliotheek dat nog steeds allemaal zelf. Het scheelde een heleboel tijd en werk toen dat centraal ging gebeuren en het kwam het aanbod van de bibliotheek bepaald ten goede. Het heeft er ongetwijfeld aan bijgedragen dat de Nederlandse openbare bibliotheken internationaal worden gezien als voorlopers in de sector. De link van de NBD met de boekhandel is inmiddels een beetje uit beeld verdwenen maar ik weet nog dat toen ik begon, de dozen met nieuwe boeken werden afgeleverd bij de plaatselijke boekhandel. De boekhandelaar kwam die naar de bibliotheek brengen en kreeg een vergoeding, Niet voor dat brengen denk ik, maar het was niet de bedoeling dat boekhandelaren in de financiële problemen kwamen omdat de bibliotheken hun boeken ergens anders kochten, vandaar die compensatie.

In de tussentijd is er een heleboel gebeurd, een van de meest in het oog springende dingen is de fusie met Biblion, de uitgeverij van de voorloper van de branchevereniging VOB, het NBLC (ja sorry, ik heb al die afkortingen en naamswijzigingen ook niet bedacht). Maar het NBLC had dus zelf een uitgeverij, die boeken uitgaf die ontbraken in het aanbod. In mijn herinnering waren dat vooral informatieve jeugdboeken over onderwerpen waar in het onderwijs veel vraag naar was maar waar reguliere uitgevers geen brood in zagen. De boeken van Biblion werden voornamelijk gekocht door openbare en schoolbibliotheken. Omdat het een beetje vreemd is dat een branchevereniging dat doet, ging die uitgeverij op een bepaald moment over naar de NBD. Het bedrijf ging NBD Biblion heten maar in de volksmond bleef het ‘de NBD’. Dus ja, ‘de NBD’ en NBD Biblion is hetzelfde.

Er is de laatste jaren veel gemopperd op de NBD en er zijn een aantal bedrijven op de markt gekomen die ook boeken leveren aan bibliotheken. Vorige week werd ik nog gebeld door zo’n bedrijf dat claimde dat ze sneller en goedkoper boeken konden leveren. Dat zal wel, maar toch heb ik er geen behoefte aan. We hebben al een leverancier, eentje die uit de branche voort komt en die ook (een beetje) van de branche is. Dus waarom zouden we die in de steek laten en ons eigen netwerk verzwakken? Daarnaast steunen we de plaatselijke boekhandelaren, want omdat wij lezen zo belangrijk vinden is het belangrijk dat er goede boekwinkels in de stad zijn en daar draag ik graag een steentje aan bij.

Dat gemopper op de NBD was trouwens niet altijd onterecht want wat in 1970 als stichting was opgericht was in de loop der jaren een soort kerstboom van bedrijfjes geworden waarvan niet meteen duidelijk was hoe het zat. In 2016 is er een commissie ingesteld die adviseerde om de boel transparanter te maken. En dat is inmiddels gebeurd. De kernactiviteiten van NBD Biblion zitten weer in een stichting en de bibliotheken zitten samen met de boekhandelaren en de uitgevers in de Raad van Toezicht.

En even voor de duidelijkheid: ik vind het prima hoor, dat er concurrentie is en bibliotheken moeten vooral doen wat ze zelf het beste vinden. We zijn allemaal onze eigen baas, zeker als het over de collectie gaat. Ik verbaas me er alleen maar over. Waarom zou je iets dat goed is laten liggen? Zeker omdat de NBD niet zomaar een leverancier is maar een bedrijf dat deels van onszelf is en waar we invloed kunnen uitoefenen, o.a. via de klankbordgroepen. En begin nou niet over dat het inbinden van bibliotheekboeken niet nodig is en het allemaal extra duur maakt want dat is onzin. Weet ik uit ervaring, want ik dacht dat ook ooit. Waarom zou je zelf weer het wiel moeten uitvinden als dat al uitgevonden is? Waarom ga je zelf iets doen als je dat samen beter kunt doen? Dat geldt niet alleen voor de NBD trouwens, maar ook voor het CPNB. Daar kun je ook van alles van vinden, maar samen staan we sterker. Zij hebben een netwerk en een slagkracht die ik zelf nog niet in de verste verte heb dus laten we daar vooral zuinig op zijn. Daarom uit de grond van mijn bibliothecarissenhart: Hup NBD Biblion! Hartelijk gefeliciteerd en nog vele jaren!

Disclaimer: dit stukje is niet gesponsord, wel ben ik al meer dan 20 jaar recensent voor de NBD. Ik recenseer voor hen architectuurboeken.

Een gedicht op onze trap

Brohlin op de trap (foto: John Peters)

De bibliotheek Bibliorura ligt een beetje verscholen in een winkelstraat in Roermond. In de mooiste winkelstraat van de stad, dat dan weer wel, maar verscholen. De bibliotheek bestaat uit een aantal oude gebouwen waar achter een heel nieuw complex is opgetrokken, maar dat zie je van de buitenkant niet. En ondanks het feit dat er met koeien van letters ‘Stadsbibliotheek’ op de gevel staat weten toch veel mensen niet dat we daar zitten.

De afgelopen jaren hebben we nagedacht over hoe we meer zichtbaar konden zijn. Letterlijk zichtbaar. Van een architect die we daarbij hadden ingeschakeld leerde ik dat onze onzichtbaarheid onder andere te maken heeft met het feit dat precies op het punt waar wij liggen, de straat versmalt en dat mensen daarom ‘op de weg letten’ in plaats van om zich heen te kijken. Dus dat we iets moesten verzinnen om letterlijk de blik te vangen. Die opmerking, gecombineerd met een enorme trap voor onze ingang die het de mensen ook nog eens niet altijd gemakkelijk maakt om binnen te komen én iemand die mij wees op een project over poëzie op straat leidde tot het idee van een gedicht op de trap.

Ik vond het zelf een heel goed idee, maar hoe dan? En wat? Dus hebben we contact gezocht met het bedrijf dat de trap gemaakt had en volgens hen zou er best een tekst in het natuursteen kunnen worden aangebracht. Toen die eerste hobbel genomen was kwam de vraag: maar wat dan? Want wat voor gedicht zet je dan op zo’n trap? Omdat ik daar zelf niet echt uitkwam heb ik contact gezocht met het Huis voor de Kunsten Limburg. In samenwerking met Merlijn Huntjens, de consulent Literatuur van het Huis, kwamen we tot het idee om een jonge dichter een opdracht te geven om speciaal voor de bibliotheek een gedicht te schrijven. De keuze viel op de Roermondse rapper en spoken word artist Brohlin Coumans. Hij werd in contact gebracht met Kila van der Starre, specialist op het gebied van straatpoëzie, die hem bij het schrijven coachte. Het resultaat was een prachtig gedicht over lezen. De eerste zin van het gedicht luidt: mijn allerliefste oma leerde mij lezen. Dat is een verwijzing naar zijn oma, de kunstenares Truus Coumans, van wie een beeld op een steenworp afstand in dezelfde straat staat. Op de site straatpoezie.nl is het hele gedicht goed leesbaar en voorzien van achtergrondinformatie te vinden. Sowieso een aanrader, die website.

Gistermiddag werd het gedicht officieel onthuld, in aanwezigheid van iedereen die bij het gedicht betrokken was. Inclusief de steenhouwer die vertelde dat ze het zelf ook best een uitdaging hadden gevonden, dat zandstralen op straat. Het was een mooi feestje met workshops over straatpoëzie en spoken word als afsluiting. Om een beeld te krijgen van het de onthulling is hier nog een mooi verslag te vinden waarin de dichter geïnterviewd wordt. In het item wordt overigens gezegd dat dit het eerste gedicht in Limburg is dat speciaal voor de locatie geschreven is, maar dat is een misverstand.

Ik ben er heel blij mee. Of het gedicht letterlijk voor meer zichtbaarheid van het gebouw gaat zorgen moeten we even afwachten, maar gezien de belangstelling voor de onthulling gisteren en alle positieve reacties die we krijgen heeft het de bibliotheek wel weer in beeld gebracht als organisatie die zich met lezen bezig houdt. En dat vind ik onze kernactiviteit.

‘Curbside Larry’

Toen de Nederlandse bibliotheken, net zoals zo’n beetje alles, dicht moesten vanwege Corona ontstonden er na een paar weken diverse initiatieven om lezers toch van boeken of ander materiaal te voorzien. Dat werd bijvoorbeeld thuis gebracht of mensen konden het in de bibliotheek komen afhalen. Na twee maanden gingen de meeste bibliotheken weer open, voorzien van looproutes, spatschermen, plastic handschoenen en heel veel desinfectiemateriaal.

In de Verenigde Staten is de situatie heel anders. Op een heleboel gebieden, maar zeker op bibliotheekgebied. Daar verschilt het per staat, in sommige staten zijn bibliotheken wel open maar meestal zonder al die maatregelen die wij getroffen hebben, in andere staten zijn ze nog steeds gesloten. De bibliotheek van Harris County is nog steeds dicht maar heeft wel bij al zijn filialen een afhaalpunt gemaakt. Een curbside pickup, op zijn Amerikaans: je rijdt met je auto naar de bibliotheek, meldt je telefonisch, doet de kofferbak open en de bibliothecaris van dienst zet een tasje met boekje in je achterbak. Om daar reclame voor te maken hebben ze dit filmpje gemaakt, van Curbside Larry. De medewerkers van de bibliotheek waren aan het nadenken over hoe ze reclame konden maken zonder reclamebudget. Zo kwamen ze op de goedkoop aandoende tv-spotjes van tweedehandsautoverkopers die in de VS ’s avonds laat vaak op tv zijn en daar zijn ze op door gaan fantaseren. Wat je er ook van vindt, het is heel effectief want het trekt enorm de aandacht. Het filmpje wordt veel gedeeld op social media en het is besproken in verschillende tv-programma’s. Hier wordt bijvoorbeeld John Schaeffer, de bibliotheekmedewerker die Larry speelt geïnterviewd. Kun je hem ook zonder cowboyhoed zien.

Voor het geval je het nog niet door had: Harris County ligt in Texas, vandaar dat Larry reclame maakt voor de Barbara Bush Branch Library. Dat is geen grapje, die heet echt zo. De Amerikaanse situatie is zoals gezegd heel anders. Daar zijn bibliotheken soms gewoon weer open gegaan zonder dat er andere maatregelen zijn getroffen dan dat mondkapjes verplicht waren. Wat weer tot dramatische verhalen heeft geleid van bezoekers die weigeren een mondkapje te dragen en medewerkers die dringende oproepen doen om vooral niet open te gaan.

Omdat het zo toepasselijk is sluit ik graag af met dit citaat uit Texas Monthly over het filmpje: ‘In times like these, we’ll look for our unlikely heroes wherever they may appear—and when we pull up to the curb, we’ll open the trunks to our hearts, and let them crawl inside.’